{"answer_id":"praxikon:eu:ai-act:answer:acties-gebruiksverantwoordelijke-ai-act","canonical_page":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/acties-gebruiksverantwoordelijke-ai-act","query":"Wat moet een gebruiksverantwoordelijke concreet doen onder de AI Act?","lang":"nl","view":"full","mode":"form","question":"Wat moet een gebruiksverantwoordelijke concreet doen onder de AI Act?","situation":"Uit de 6 verplichtingen voor een gebruiksverantwoordelijke volgen 3 concrete acties. Elke actie hieronder hoort bij een bepaling, draagt haar eigen voorwaarden en noemt de datum waarop zij moet zijn uitgevoerd.","likely_role":"gebruiksverantwoordelijke","note":null,"matched_terms":[],"dataset":{"id":"praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph","version":"2.1.0","schema_version":"1.4.0","effective_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","last_reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","licence":"https://www.praxikon.com/nl/legal/terms","canonical_url":"https://www.praxikon.com/api/v1/entities"},"obligations":[{"slug":"article-26-deployer-obligations","label":"Artikel 26: de plichten van de gebruiksverantwoordelijke van een hoog-risico AI-systeem","summary":"Twaalf leden die het dagelijkse gebruik regelen: gebruik volgens de gebruiksaanwijzing, menselijk toezicht door bevoegde personen, inputdata, monitoring en melding, logbewaring, informeren van werknemers vóór ingebruikname, registratie door overheden en informeren van de personen over wie beslissingen worden genomen.","legal_status":"upcoming","deadline_at":"2027-12-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-26-deployer-obligations","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 26 legt gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen twaalf leden op. Lid 1 vraagt passende technische en organisatorische maatregelen om het systeem te gebruiken in overeenstemming met de bijgeleverde gebruiksaanwijzingen. Lid 2 verplicht het menselijk toezicht op te dragen aan natuurlijke personen die over de nodige bekwaamheid, opleiding en autoriteit beschikken en de nodige ondersteuning krijgen. Lid 3 laat andere verplichtingen en de vrijheid om de eigen middelen te organiseren onverlet. Lid 4 vraagt, voor zover u controle hebt over de inputdata, dat die relevant en voldoende representatief zijn voor het beoogde doel. Lid 5 verplicht tot monitoring op basis van de gebruiksaanwijzingen en tot kennisgeving aan de aanbieder overeenkomstig artikel 72; bij redenen om aan te nemen dat het gebruik leidt tot een risico in de zin van artikel 79, lid 1, stelt u zonder onnodige vertraging de aanbieder of distributeur en de betreffende markttoezichtautoriteit in kennis en onderbreekt u het gebruik, en bij een ernstig incident stelt u onmiddellijk eerst de aanbieder in kennis en vervolgens de importeur of distributeur en de markttoezichtautoriteiten. Lid 6 verplicht tot het bewaren van de automatisch gegenereerde logs die onder uw controle vallen gedurende een periode die past bij het beoogde doel en ten minste zes maanden, tenzij het Unie- of nationaal recht anders bepaalt. Lid 7 verplicht gebruiksverantwoordelijken die werkgever zijn om werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers vóór ingebruikname of gebruik op de werkplek mee te delen dat zij aan het gebruik van het systeem zullen worden onderworpen. Lid 8 legt overheidsinstanties en instellingen, organen en instanties van de Unie de registratieverplichtingen van artikel 49 op en verbiedt gebruik van een systeem dat niet in de EU-databank van artikel 71 is geregistreerd. Lid 9 koppelt de informatie uit artikel 13 aan de gegevensbeschermingseffectbeoordeling van artikel 35 van Verordening (EU) 2016/679. Lid 10 stelt aanvullende voorwaarden aan biometrische identificatie op afstand achteraf in het kader van rechtshandhaving. Lid 11 begint met de woorden onverminderd artikel 50 van deze verordening en verplicht gebruiksverantwoordelijken van in bijlage III bedoelde systemen die beslissingen over natuurlijke personen nemen of helpen nemen, die personen te informeren dat het systeem op hen wordt toegepast; voor hoog-risico AI-systemen die voor rechtshandhaving worden gebruikt is artikel 13 van Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing. De transparantieplichten van artikel 50 gelden sinds 2 augustus 2026 en staan los van de datum waarop lid 11 gaat gelden. Lid 12 vraagt samenwerking met de bevoegde autoriteiten.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De datum van 2 december 2027 verleidt tot uitstel, maar twee onderdelen zijn nu al voorbereidingswerk. Lid 7 verplicht u werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers te informeren vóórdat het systeem op de werkplek in gebruik wordt gesteld, en die informatie verstrekt u waar van toepassing volgens de bestaande regels en praktijk inzake informatie van werknemers. Dat raakt medezeggenschap, en zo'n traject duurt in de praktijk maanden en niet weken, dus een systeem dat in 2027 live moet, bespreekt u in 2026. Lid 2 sluit daarnaast aan op het menselijk toezicht dat artikel 14 aan het systeemontwerp stelt: u moet natuurlijke personen aanwijzen met bekwaamheid, opleiding, autoriteit en ondersteuning. Dat is nadrukkelijk iets anders dan de maatregelenplicht van artikel 4. Artikel 4 vraagt maatregelen die AI-geletterdheid ondersteunen en verplicht u niet een bepaald niveau bij individuen te waarborgen; artikel 26, lid 2, vraagt aanwijsbare toezichthouders met mandaat. Wie die twee door elkaar haalt, denkt met een algemene e-learning klaar te zijn en heeft dan nog steeds geen toezichthouder met beslisruimte. Een derde onderschat onderdeel is lid 11: het informeren van de mensen over wie een bijlage III-systeem beslissingen neemt of helpt nemen, is een zichtbare klant- of sollicitantcommunicatie die u door uw eigen organisatie heen moet ontwerpen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Maak nu een lijst van de systemen die per 2 december 2027 waarschijnlijk als hoog risico gelden en zet daar drie kolommen naast: wie houdt menselijk toezicht en met welk mandaat, wanneer informeert u de ondernemingsraad en de betrokken werknemers, en hoe krijgen de betrokken personen de mededeling uit lid 11. Plan het medezeggenschapstraject een jaar vooruit.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-4-ai-literacy","label":"Artikel 4: AI-geletterdheid","summary":"Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken nemen maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-02-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4-ai-literacy","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Sinds 27 juli 2026 moeten aanbieders en gebruiksverantwoordelijken maatregelen nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen. De bepaling verlangt geen gegarandeerd individueel niveau.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Wijziging van artikel 4; inwerkingtreding 27 juli 2026","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De aantoonbaarheid zit vooral in een passend dossier van genomen maatregelen per rol en gebruikscontext, niet in één voorgeschreven cursus of certificaat.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-ai-literacy-qa","source_locator":"Vragen over maatregelen, vormen, certificaten en vastlegging","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers","eli":null},{"kind":"recommended_action","statement":"Inventariseer rollen en AI-systemen, kies passende maatregelen en leg keuze, uitvoering en periodieke evaluatie vast.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-ai-literacy-qa","source_locator":"Uitvoeringsvoorbeelden en aanwijzingen over bewijs","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers","eli":null}]},{"slug":"article-5-prohibited-practices","label":"Artikel 5: verboden praktijken","summary":"Het verbod op AI-praktijken met onaanvaardbaar risico, zoals manipulatie, social scoring en bepaalde biometrische toepassingen.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-02-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-5-prohibited-practices","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"De verboden praktijken van Artikel 5 gelden sinds 2 februari 2025 en zijn de enige AI Act-categorie die al die hele periode handhaafbaar is. Overtreding kent het hoogste boeteplafond van de verordening: tot 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde jaaromzet.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 5, artikel 99, lid 3, en artikel 113, punt a","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"De Digital Omnibus voegt een verbod toe rond AI voor materiaal van seksueel kindermisbruik en niet-consensuele intieme synthetische content; de bijbehorende technische waarborgen zijn vereist per 2 december 2026.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Wijziging van artikel 5 en overgang naar 2 december 2026","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De grens zit vaak in de details van de definitie: dezelfde techniek kan verboden zijn op de werkplek en toegestaan in een andere context. Toets daarom per concrete inzet en context, niet per technologie, en doe dat vóór inkoop of livegang.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 5, lid 1, punten a tot en met h","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Maak de Artikel 5-toets de eerste stap van elke classificatie en leg de uitkomst per systeem vast in het register, inclusief de motivering waarom een praktijk niet onder het verbod valt.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 5, gelezen in samenhang met de classificatievolgorde van artikel 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-50-transparency","label":"Artikel 50: transparantie","summary":"Specifieke meldings-, markerings- en labelplichten voor bepaalde AI-systemen en synthetische inhoud.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-50-transparency","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/guidelines-transparency-obligations-providers-and-deployers-ai-systems","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 50 geldt sinds 2 augustus 2026. De precieze plicht verschilt per scenario: directe AI-interactie, machineleesbare markering, emotieherkenning of biometrische categorisatie, deepfakes en bepaalde tekst van publiek belang.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 50, leden 1 tot en met 5, en artikel 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Een generieke regel dat alle AI-content altijd zichtbaar moet worden gelabeld is te breed. Classificeer eerst het concrete Artikel 50-scenario.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-article-50-guidelines","source_locator":"Definitieve richtsnoeren, reikwijdte per lid van artikel 50","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/guidelines-transparency-obligations-providers-and-deployers-ai-systems","eli":null},{"kind":"recommended_action","statement":"Leg per systeem vast welk lid geldt, wie verantwoordelijk is, welke melding of markering is geïmplementeerd en hoe deze is getest.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-article-50-guidelines","source_locator":"Uitvoeringsaanwijzingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/guidelines-transparency-obligations-providers-and-deployers-ai-systems","eli":null}]},{"slug":"article-85-right-to-complain","label":"Artikel 85: klachtrecht bij de markttoezichthouder","summary":"Iedereen die redenen heeft om aan te nemen dat de verordening is geschonden, kan daarover een klacht indienen bij de bevoegde markttoezichthouder. Voor een organisatie betekent dat: uw eigen medewerkers, klanten en sollicitanten hebben een route naar de toezichthouder die niet langs u loopt.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-85-right-to-complain","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Onverminderd andere administratieve of gerechtelijke rechtsmiddelen kan eenieder die redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van een inbreuk op de bepalingen van deze verordening, klachten indienen bij de betreffende markttoezichthouder. Overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1020 worden dergelijke klachten in aanmerking genomen bij het verrichten van markttoezichtactiviteiten en behandeld overeenkomstig de daartoe door de markttoezichthouders vastgestelde specifieke procedures.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 85","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De praktische betekenis van dit artikel zit niet in wat het u opdraagt maar in wie het een route geeft. Een medewerker die vindt dat het roosterings- of beoordelingssysteem niet deugt, een sollicitant die is afgewezen, een klant die zich onjuist behandeld voelt: zij hoeven u niet eerst te overtuigen en hoeven geen belang aan te tonen. De klacht komt binnen bij de toezichthouder, en de eerste vraag die u dan krijgt gaat over vastlegging: welk systeem, welke versie, welke beoordeling is er gedaan en wanneer. Dat is dezelfde vastlegging die artikel 26 en artikel 72 al van u vragen, en dat is precies het punt. Wie dat dossier op orde heeft, beantwoordt een klacht met stukken; wie het niet heeft, beantwoordt hem met een reconstructie achteraf, en dat leest bij een toezichthouder anders. Merk ook op dat dit recht niet aan een schade of een besluit hangt, waar het recht op uitleg van artikel 86 dat wel doet.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 85","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Ga ervan uit dat een klacht bij de toezichthouder begint en niet bij u. Zorg dat u per AI-systeem kunt laten zien welke beoordeling is gedaan, door wie, op welke datum en op welke systeemversie, en houd dat bij als lopend dossier in plaats van als eenmalig document. Spreek daarnaast intern af wie een vraag van een toezichthouder aanneemt en binnen welke termijn.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 85","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-86-right-to-explanation","label":"Artikel 86: recht op uitleg bij een besluit","summary":"Wie wordt geraakt door een besluit dat een gebruiksverantwoordelijke neemt op basis van de uitvoer van een hoog-risico AI-systeem uit bijlage III, kan uitleg vragen over de rol van dat systeem in de besluitvorming en over de hoofdelementen van het besluit.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-86-right-to-explanation","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Lid 1 geeft elke geraakte persoon die onderworpen is aan een besluit dat de gebruiksverantwoordelijke neemt op basis van de uitvoer van een in bijlage III opgenomen hoog-risico AI-systeem, met uitzondering van punt 2 van die bijlage, en dat rechtsgevolgen heeft of hem op vergelijkbare wijze aanmerkelijk treft op een manier die hij als nadelig beschouwt voor zijn gezondheid, veiligheid of grondrechten, het recht om van de gebruiksverantwoordelijke duidelijke en zinvolle uitleg te verkrijgen over de rol van het AI-systeem in de besluitvormingsprocedure en over de hoofdelementen van het genomen besluit. Lid 2 bepaalt dat lid 1 niet geldt voor het gebruik van AI-systemen waarvoor uitzonderingen op of beperkingen van die plicht voortvloeien uit het Unierecht of het nationale recht in overeenstemming met het Unierecht. Lid 3 bepaalt dat dit artikel alleen geldt voor zover het in lid 1 bedoelde recht niet anderszins in het Unierecht is vastgelegd.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 86, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Dit recht komt bij u binnen langs een ander kanaal dan de rest van de verordening. Een toezichthouder schrijft u aan; een sollicitant of een burger belt of mailt, en meestal bij uw bestaande klachten- of bezwaarloket. Dat loket weet vandaag niet dat er een AI-systeem in het proces zat, laat staan welke rol het speelde, en dat is precies waar het misgaat. Twee dingen zijn daarom belangrijker dan de juridische diepte van de uitleg zelf: dat uw eerstelijns kanaal een verzoek herkent, en dat er per besluit terug te vinden is welk systeem in welke versie eraan heeft bijgedragen. Zonder dat tweede kunt u uitleggen hoe uw systeem in het algemeen werkt, maar niet wat er in dit geval is gebeurd, en dat is wat er wordt gevraagd. Let ook op de verhouding tot artikel 22 van de AVG: waar dat artikel al een recht geeft, wijkt artikel 86 terug, maar de reikwijdte verschilt genoeg dat u die vraag niet in het algemeen kunt afdoen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 86, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Leg vast, per bijlage III-systeem dat aan besluiten over personen bijdraagt, welk besluit door welke systeemversie is ondersteund, en zorg dat uw klachten- of bezwaarloket een verzoek om uitleg herkent en doorzet naar iemand die die vraag kan beantwoorden. Bepaal daarnaast per proces of artikel 22 van de AVG al een recht geeft, want dan wijkt artikel 86 terug.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 86, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]}],"sources":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","title":"EU AI-verordening 2024/1689","publisher":"Europees Parlement en Raad","canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_version":"original-oj-2024-07-12","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","title":"Digital Omnibus over AI 2026/1744","publisher":"Europees Parlement en Raad","canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_version":"official-journal-2026-07-24","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-ai-literacy-qa","title":"Vragen en antwoorden over AI-geletterdheid","publisher":"Europese Commissie","canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers","eli":null,"source_version":"updated-2026-07-27","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-article-50-guidelines","title":"Richtsnoeren over Artikel 50","publisher":"Europese Commissie","canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/guidelines-transparency-obligations-providers-and-deployers-ai-systems","eli":null,"source_version":"final-2026-07-20","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-prohibited-practices-guidelines","title":"Richtsnoeren over verboden AI-praktijken, C(2025) 5052 final","publisher":"Europese Commissie","canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/commission-publishes-guidelines-prohibited-artificial-intelligence-ai-practices-defined-ai-act","eli":null,"source_version":"c-2025-5052-final-2025-07-29","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"}],"first_actions":[{"label":"Wijs het menselijk toezicht toe en geef die personen mandaat","summary":"Benoem per hoog-risico systeem met naam wie toezicht houdt, en zorg dat die persoon bekwaamheid, opleiding, autoriteit en ondersteuning heeft om de uitkomst daadwerkelijk terzijde te kunnen schuiven."},{"label":"Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen","summary":"Bepaal per rol, systeem en gebruikscontext welke combinatie van instructie, begeleiding, oefening of training passend is."},{"label":"Toets elke usecase eerst aan Artikel 5","summary":"Controleer vóór inkoop, bouw of ingebruikname of de toepassing onder een verboden praktijk valt en staak of herontwerp bij twijfel niet pas achteraf."}],"evidence":[{"label":"Gebruiksdossier: logs, informatie aan werknemers en informatie aan betrokken personen","summary":"Het dossier waarmee u laat zien dat u de logs bewaart, dat u werknemers en hun vertegenwoordigers tijdig hebt geïnformeerd en dat de personen over wie beslissingen worden genomen dat weten.","url":null},{"label":"Dossier AI-geletterdheidsmaatregelen","summary":"Versieerbare registratie van rollen, context, maatregelen, deelname of instructie en evaluatiemomenten.","url":null},{"label":"Artikel 5-toetsingsdossier","summary":"Vastlegging per systeem dat de Artikel 5-toets is uitgevoerd, met de uitkomst en motivering. Ook de conclusie \"geen verboden praktijk\" is bewijs.","url":null}],"guidance":[{"label":"Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer","statement":"De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.","source_locator":"Commission Q&A on AI literacy, secties over het vereiste niveau, opleidingsvormen, certificaten, toetsing van kennis en governancestructuren (geraadpleegd op 9 augustus 2026)"},{"label":"Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft","statement":"De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.","source_locator":"Commission Q&A on AI literacy, secties over doelgroepen, geografisch bereik, toezicht en handhaving, en sancties (geraadpleegd op 9 augustus 2026)"},{"label":"AI-agents moeten zowel hun AI-aard als hun opdrachtgever bekendmaken","statement":"Punt (31) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 bepaalt dat AI-agents onder artikel 50 lid 1 vallen wanneer zij kunnen communiceren met de personen die hen instrueren of met andere natuurlijke personen bij de uitvoering van hun taken, met als voorbeelden het maken van boekingen, het beheren van correspondentie, het onderhandelen over of sluiten van contracten en het uitvoeren van aankopen. Volgens datzelfde punt moeten AI-agents zo worden ontworpen en ontwikkeld dat zij zowel hun kunstmatige aard bekendmaken als de persoon namens wie zij handelen, gelet op de noodzaak van transparantie over de oorsprong en over de delegatie van bevoegdheid en verantwoording voor de gevolgen van hun handelen. Dit geldt ook in complexe multi-agentarchitecturen waarin andere agents rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren. Wanneer de aanbieder voor het in de handel brengen of in gebruik stellen niet betrouwbaar kan vaststellen of de agent rechtstreeks met een natuurlijke persoon zal communiceren, moet de agent op architectuurniveau zo worden ontworpen en geinstrueerd dat hij zich in elke situatie bekendmaakt waarin het redelijkerwijs waarschijnlijk is dat hij met een natuurlijke persoon in contact komt, ook wanneer die persoon een rechtspersoon vertegenwoordigt. Verder moeten agents zich ook bekendmaken aan de personen die hen instrueren, op belangrijke momenten zoals autorisatie, rapportage en validatie, mede wanneer de agent output verwerkt of gebruikt die door andere AI-systemen is voortgebracht in plaats van door een natuurlijke persoon, en bij iedere nieuwe interactie. Punt (63) voegt toe dat artikel 50 lid 2 op AI-agents van toepassing kan zijn wanneer de handeling van de agent leidt tot AI-gegenereerde of gemanipuleerde content die door natuurlijke personen waarneembaar is, terwijl tussenliggende verwerkingsstappen zoals redeneerketens en niet-waarneembare handelingen zoals een webverzoek of browseractie daarbuiten vallen.","source_locator":"Commission Guidelines C(2026) 5054 final, sectie 3.1.1, randnummer (31), en sectie 4.1.2, randnummer (63)"},{"label":"Artistiek of satirisch werk is niet vrijgesteld, alleen verlicht, en informatief wint altijd","statement":"Punt (119) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 spreekt van een verzwakte transparantieverplichting voor deepfakes die deel uitmaken van evident artistieke, creatieve, satirische, fictieve of vergelijkbare werken of programma's, waarbij de verplichting beperkt is tot bekendmaking op een passende wijze die de weergave of het genot van het werk niet belemmert. Punt (120) omschrijft de categorieen: artistieke werken zijn werken gemaakt met het oog op kunst, waaronder muziek, cinematografische werken en beeldende kunst; creatieve werken vergen creatieve keuzes, waarbij werken die vooral door functionele of technische overwegingen zijn ingegeven niet als creatief gelden; satirische werken beogen samenleving, politiek, bedrijfsleven of publieke figuren te bekritiseren met humoristische technieken; fictieve werken betreffen personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen in een verbeelde maar geloofwaardige setting; vergelijkbare werken delen kernkenmerken met die categorieen zonder er precies in te passen. Punt (122) bepaalt dat het voor de natuurlijke personen die eraan worden blootgesteld evident moet zijn dat de content in een van die categorieen valt, dat de categorieen daarom strikt moeten worden uitgelegd gelet op het lichtere bekendmakingsregime en de belangen van de vrijheid van meningsuiting en van kunst en wetenschap, en dat content waarvan de aard voor het publiek mogelijk onduidelijk of dubbelzinnig is buiten dit lichtere regime valt. Relevante factoren zijn volgens datzelfde punt of de content vormen of stijlen vertoont die kenmerkend zijn voor de categorie, de context waarin de content wordt gepresenteerd, en de verwachtingen van het publiek. Datzelfde punt sluit content uit waarvan de aard uitsluitend informatief of commercieel is en als zodanig herkenbaar is, met nieuwsverslaggeving als voorbeeld, merkt op dat advertenties of documentaires in bepaalde specifieke situaties wel en in andere niet als evident creatief of fictief kunnen gelden omdat de beoordeling per geval plaatsvindt, en bepaalt dat wanneer de deepfake meerdere karakters combineert, bijvoorbeeld informatief en creatief, het informatieve karakter altijd voorgaat en de gewone labelvereisten gelden. Punt (123) benadrukt dat deze deepfakes niet zijn uitgesloten van de verplichting: de gebruiksverantwoordelijke moet de AI-oorsprong of de manipulatie nog steeds bekendmaken, maar mag dat doen op een passende wijze, en moet in elk geval voldoen aan artikel 50 lid 5. Punt (124) bepaalt dat het beroep op de verlichte verplichting geen rechtvaardiging kan zijn om de grondrechten van individuen of de rechten van rechthebbenden op grond van het Unierecht inzake intellectuele eigendom of gegevensbescherming niet te eerbiedigen. Als voorbeelden binnen de categorieen noemt het document films met door AI verjongde bestaande acteurs of digitale replica's van overleden acteurs, door AI gegenereerde muziek in de stijl van bestaande artiesten, en een door AI gemanipuleerde afbeelding van een bestaande politicus in een scene die duidelijk bedoeld is als humoristische kritiek. Buiten de categorieen vallen volgens het document onder meer een door AI gemanipuleerde video in de stijl van een teleshoppingkanaal, door AI gegenereerde beelden van beroemdheden die suggereren dat zij betrokken waren bij activiteiten die nooit hebben plaatsgevonden, en een door AI gemanipuleerde video met een realistische synthetische influencer die uitsluitend de functionaliteiten van een gesponsord product toont.","source_locator":"Commission Guidelines C(2026) 5054 final, sectie 6.1.3, randnummers (119) tot en met (124), en de bijbehorende voorbeeldenlijsten"}],"examples":[{"label":"AI-artikelen over EU-beleid zonder inhoudelijke toetsing","situation":"Een website publiceert automatisch AI-gegenereerde artikelen over Europees beleid. Er is een redactiestatuut op papier, maar niemand toetst de inhoud. Voor publicatie draait alleen een spellingcontrole, en een tweede AI-model kijkt de tekst na.","outcome":"De finale richtsnoeren van de Commissie over artikel 50 behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij de transparantieplichten. Het document is niet bindend.","lesson":"Een redactiestatuut op papier, een spellingcontrole en een tweede AI-model tellen niet als menselijke toetsing, dus zonder inhoudelijke feitencontrole door een mens moet u de publicatie labelen.","source_locator":"Commission Guidelines C(2026) 5054 final, 20.7.2026, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 50","provenance":"official"},{"label":"AI-samenvatting van een raadsbesluit onder eindredactie","situation":"Een nieuwssite zet onder een door een journalist geschreven artikel over een recent raadsbesluit een AI-gegenereerde samenvatting. De eindredacteur leest die samenvatting inhoudelijk na, controleert de feiten en geeft akkoord voor publicatie.","outcome":"De finale richtsnoeren van de Commissie over artikel 50 behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij de transparantieplichten. Het document is niet bindend.","lesson":"Leun niet op de redactie-uitzondering zonder inhoudelijke toetsing door een deskundige en een vindbaar genoemde eindverantwoordelijke, en bedenk dat de uitzondering vervalt zodra AI na de akkoordverklaring opnieuw in de tekst ingrijpt.","source_locator":"Commission Guidelines C(2026) 5054 final, 20.7.2026, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 50","provenance":"official"},{"label":"AI-speelgoed beloont kinderen voor gevaarlijke challenges","situation":"Een fabrikant brengt interactief AI-speelgoed op de markt dat kinderen geboeid houdt met steeds risicovollere opdrachten, zoals op meubels klimmen, hoge planken verkennen of met scherpe voorwerpen omgaan, in ruil voor digitale beloningen en virtuele complimenten.","outcome":"De richtsnoeren van de Commissie over verboden AI-praktijken behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij artikel 5. Het document is niet bindend: de uiteindelijke uitleg is aan het Hof van Justitie.","lesson":"Richt uw product zich mede op kinderen, beoordeel dan elk beloningsmechanisme apart, want wat bij volwassenen nog acceptabele prikkeling heet, kan bij kinderen al uitbuiting van hun nieuwsgierigheid en beloningsdrang zijn.","source_locator":"Commission Guidelines C(2025) 5052 final, 29.7.2025, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 5","provenance":"official"},{"label":"Gezichtsherkenning bij toegangscontrole: de beveiliger achter de camera telt mee","situation":"Een organisatie beveiligt de ingang van haar panden met gezichtsherkenning en gebruikt die biometrische toegangscontrole ook om bezoekers te registreren. Geeft het systeem geen match, dan beoordeelt een beveiliger de beelden van de camera en beslist hij zelf of iemand naar binnen mag. De vraag is wiens maatregelen die beveiliger moeten bereiken: die van de leverancier van het model, die van de afdeling die het systeem inzet, of allebei.","outcome":"Artikel 4, lid 1 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken te ondersteunen. Zij houden daarbij rekening met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Dezelfde bepaling stelt dat deze verplichting niet inhoudt dat aanbieders of gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moeten waarborgen.","lesson":"Wij lezen de zinsnede over de personen ten aanzien van wie het systeem wordt gebruikt als het zwaartepunt bij biometrie: wie voor de camera staat ondergaat de uitkomst en heeft daar zelf weinig tegenwicht tegen. Dat pleit ervoor de beveiliger die na een uitblijvende match zelf beslist inhoudelijker toe te rusten dan de collega die het systeem alleen aan- en uitzet. Het artikel zegt zelf niet welk niveau volstaat en bepaalt uitdrukkelijk dat u geen niveau hoeft te waarborgen, dus waar de ondergrens per rol ligt blijft open. Naar onze inschatting is een dossier per rol, met de gemaakte keuze en de reden daarvoor, beter verdedigbaar dan een organisatiebrede sessie met alleen een aanwezigheidslijst.","source_locator":"Artikel 4, lid 1","provenance":"editorial"}],"standards":[],"definitions":[],"answer_page":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/acties-gebruiksverantwoordelijke-ai-act","follow_up_questions":[{"question":"Wij gebruiken AI voor het monitoren of beoordelen van werknemers. Wat geldt?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/werknemers-monitoren"},{"question":"Wij gebruiken AI in de zorg. Welke AI Act-regels gelden daar?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/zorg-medische-ai"},{"question":"Welke verplichtingen heeft een gebruiksverantwoordelijke onder artikel 26?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/artikel-26-deployer-plichten"}],"disclaimer":"Algemene duiding, geen juridisch advies. De officiële bron blijft leidend.","methodology":"https://www.praxikon.com/nl/methodologie"}