{"answer_id":"praxikon:eu:ai-act:answer:testomgeving-en-praktijktest","canonical_page":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/testomgeving-en-praktijktest","query":"Kunnen wij ons AI-systeem eerst testen voordat het op de markt komt?","lang":"nl","view":"full","mode":"scenario","question":"Kunnen wij ons AI-systeem eerst testen voordat het op de markt komt?","situation":"U wilt een AI-systeem ontwikkelen, trainen en valideren voordat u het in de handel brengt, in een testomgeving onder toezicht of onder reële omstandigheden buiten het laboratorium.","likely_role":"Aanbieder (u bereidt marktintroductie voor)","note":"Er zijn twee routes en ze zijn niet hetzelfde. De AI-testomgeving voor regelgeving van artikel 57 is een gecontroleerde omgeving onder toezicht van de bevoegde autoriteit, waarvoor elke lidstaat er ten minste een moet aanbieden. Het testen onder reële omstandigheden van artikel 60 gebeurt juist buiten die omgeving, met een goedgekeurd testplan, geïnformeerde toestemming van de deelnemers en een begrenzing in tijd. Beide zijn vrijwillige routes: zij vervangen geen enkele verplichting, maar zij geven u wel toezicht en een schriftelijk bewijs van wat u hebt getest.","matched_terms":[],"dataset":{"id":"praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph","version":"2.1.0","schema_version":"1.4.0","effective_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","last_reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","licence":"https://www.praxikon.com/nl/legal/terms","canonical_url":"https://www.praxikon.com/api/v1/entities"},"obligations":[{"slug":"article-60-real-world-testing","label":"Artikel 60: testen onder reele omstandigheden buiten een testomgeving","summary":"Wilt u een AI-systeem met een hoog risico uit bijlage III met echte mensen en echte uitkomsten testen voordat u het in de handel brengt, dan geldt een volwaardig regime: een plan, voorafgaande goedkeuring van de markttoezichtautoriteit, registratie, geinformeerde toestemming en een maximale duur.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-60-real-world-testing","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 60 lid 1 bepaalt dat het testen van AI-systemen met een hoog risico onder reele omstandigheden buiten AI-testomgevingen voor regelgeving mag worden uitgevoerd door aanbieders of potentiele aanbieders van in bijlage III vermelde AI-systemen met een hoog risico, in overeenstemming met dit artikel en het plan voor tests onder reele omstandigheden, onverminderd de verbodsbepalingen van artikel 5. De Commissie specificeert de precieze onderdelen van dat plan bij uitvoeringshandeling. De derde alinea van lid 1 bepaalt dat dit lid geen afbreuk doet aan Unie- of nationaal recht voor het testen onder reele omstandigheden van systemen met een hoog risico die verband houden met producten die onder de in bijlage I vermelde harmonisatiewetgeving vallen. Artikel 60 lid 2 staat toe dat aanbieders of potentiele aanbieders op elk moment voor het in de handel brengen of in gebruik nemen testen, zelf of in samenwerking met een of meer gebruiksverantwoordelijken of potentiele gebruiksverantwoordelijken. Artikel 60 lid 3 bepaalt dat dit testen geen afbreuk doet aan de ethische toetsing die op grond van Unie- of nationaal recht is vereist. Artikel 60 lid 4, punt f), begrenst de duur: niet langer dan nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken en in geen geval langer dan zes maanden, met een mogelijke verlenging van nog eens zes maanden na voorafgaande kennisgeving aan de markttoezichtautoriteit met uitleg over de noodzaak. Artikel 60 lid 4, punt g), eist dat proefpersonen die tot kwetsbare groepen behoren vanwege leeftijd of handicap naar behoren worden beschermd. Artikel 60 lid 9 stelt uitdrukkelijk vast dat de aanbieder of potentiele aanbieder voor schade die in de loop van het testen onder reele omstandigheden wordt veroorzaakt onverkort onder het toepasselijke Unie- en nationale recht daarover valt. Hoofdstuk VI, waarin artikel 60 staat, valt niet onder de uitzonderingen van artikel 113 en is van toepassing sinds 2 augustus 2026.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 60, leden 1 tot en met 4, artikel 60, lid 9, en artikel 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Veel organisaties noemen wat zij doen een pilot en gaan ervan uit dat zij daarmee buiten de verordening blijven. Artikel 60 laat zien dat dat niet opgaat zodra u een systeem uit bijlage III onder reele omstandigheden test met echte mensen en echte uitkomsten. Dan geldt een volwaardig regime: een plan, voorafgaande goedkeuring, registratie met een Uniebreed uniek identificatienummer, geinformeerde toestemming, en een harde klok van zes maanden met een verlenging van maximaal zes maanden. De zwaarste eis in de praktijk is artikel 60 lid 4, punt k): de voorspellingen, aanbevelingen of beslissingen van het systeem moeten daadwerkelijk kunnen worden teruggedraaid en genegeerd. Test u een selectie-, scoring- of triagesysteem waarvan de uitkomst rechtstreeks in de werkstroom doorwerkt zonder dat iemand die kan terugdraaien, dan voldoet uw opzet niet, hoe zorgvuldig uw toestemmingsformulier ook is. Let ook op de timing, want die is commercieel interessant. Hoofdstuk VI geldt sinds 2 augustus 2026, terwijl de kernverplichtingen voor zelfstandige bijlage III-systemen pas op 2 december 2027 van toepassing worden. De testroute staat dus al open voordat de eisen zelf bijten, en dat is precies het venster om uw ontwerp te valideren in plaats van het achteraf te moeten herbouwen. Tot slot: artikel 60 lid 3 laat ethische toetsing die op grond van ander recht is vereist volledig staan, en artikel 60 lid 9 stelt uitdrukkelijk vast dat u voor schade die tijdens het testen wordt veroorzaakt onverkort onder het toepasselijke recht valt.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 60, leden 1 tot en met 4, artikel 60, lid 9, en artikel 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Inventariseer welke lopende of geplande proeven feitelijk testen onder reele omstandigheden zijn: echte gebruikers, echte data, uitkomsten die in de werkstroom doorwerken. Toets die eerst op artikel 60 lid 4, punt k): kunt u de uitkomst daadwerkelijk terugdraaien en negeren? Zo niet, herontwerp de proef voordat u iets indient. Kies vervolgens bewust tussen twee routes: testen binnen een testomgeving onder toezicht op grond van artikel 57 lid 5 en artikel 58 lid 4, of buiten een testomgeving onder artikel 60. Plan de zes maanden realistisch en beslis vooraf op welk moment u een verlenging aanvraagt, want die vereist voorafgaande kennisgeving met onderbouwing. Controleer of voor uw domein een ethische toetsing verplicht is en start die parallel, want artikel 60 lid 3 stelt u daar niet van vrij.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 60, leden 1 tot en met 4, artikel 60, lid 9, en artikel 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-57-regulatory-sandboxes","label":"Artikel 57: AI-testomgevingen voor regelgeving","summary":"Lidstaten moeten ten minste een nationale AI-testomgeving voor regelgeving aanbieden. Voor u is dat een vrijwillige route: u ontwikkelt, traint, test en valideert een innovatief AI-systeem in een gecontroleerde omgeving onder toezicht, volgens een plan dat u met de bevoegde autoriteit overeenkomt, voordat u het in de handel brengt of in gebruik stelt.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-57-regulatory-sandboxes","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 57 lid 1 verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat hun bevoegde autoriteiten ten minste een AI-testomgeving voor regelgeving op nationaal niveau opzetten. De in het Publicatieblad bekendgemaakte tekst van Verordening (EU) 2024/1689 bepaalt dat die testomgeving uiterlijk op 2 augustus 2026 operationeel is, en die formulering staat op 9 augustus 2026 nog ongewijzigd in de artikeltekst die de Europese Commissie publiceert. De tijdlijn die de Europese Commissie publiceert na de inwerkingtreding van de Digital Omnibus, Verordening (EU) 2026/1744, op 27 juli 2026, plaatst deze mijlpaal daarentegen op 2 augustus 2027 met de vermelding \"Member States should have at least one AI regulatory sandbox per country operational\". De geconsolideerde tekst van artikel 57 lid 1 na de Omnibus is niet op artikelniveau geverifieerd; ga voor de exacte datum uit van de geconsolideerde versie op EUR-Lex. Hoofdstuk VI, waarin artikel 57 staat, valt niet onder de uitzonderingen van artikel 113 en is dus van toepassing sinds 2 augustus 2026. Artikel 57 lid 1 bepaalt verder dat aan de verplichting ook kan worden voldaan door deel te nemen aan een bestaande testomgeving, voor zover dat een gelijkwaardig niveau van nationale dekking biedt. Artikel 57 lid 5 omschrijft de testomgeving als een gecontroleerde omgeving die innovatie bevordert en het ontwikkelen, trainen, testen en valideren van innovatieve AI-systemen voor beperkte duur vergemakkelijkt, volgens een specifiek testomgevingsplan dat tussen de aanbieder of potentiele aanbieder en de bevoegde autoriteit is overeengekomen, voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld. Zulke testomgevingen kunnen ook testen onder reele omstandigheden onder toezicht binnen de testomgeving omvatten. Artikel 57 lid 15 verplicht het AI-bureau een openbare, actuele lijst van geplande en bestaande testomgevingen bij te houden.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 57, leden 1 tot en met 17, artikel 58 en artikel 113; zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De veelgemaakte fout is de testomgeving lezen als uitstel of als vrijstelling. Dat is zij niet. Artikel 57 lid 11 laat de toezichts- en correctiebevoegdheden van de bevoegde autoriteit volledig in stand en geeft haar uitdrukkelijk de bevoegdheid uw test of uw deelname tijdelijk of permanent te schorsen als risico's niet effectief kunnen worden beperkt. Een testomgeving is nuttig voor precies een profiel: u bouwt zelf een AI-systeem dat vermoedelijk onder bijlage III valt, u twijfelt over de classificatie of over hoe u aan hoofdstuk III, afdeling 2, voldoet, en u wilt die twijfel wegnemen voordat u in de handel brengt. Bent u uitsluitend gebruiksverantwoordelijke die een systeem inkoopt, dan is de testomgeving niet uw route: u kunt hooguit meedoen als partner van de aanbieder op grond van artikel 58 lid 2, punt b). Tweede val: de datum van 2 augustus 2027 is een plicht van de lidstaat, niet van u. De datum in dit item is daarom 2 augustus 2026: vanaf dat moment is hoofdstuk VI van toepassing en staat de route voor u open. U kunt uw eigen voorbereiding niet aan die datum ophangen, en de datum zegt niets over de vraag of uw nationale testomgeving dan ook daadwerkelijk plaatsen heeft. Derde val: mensen verwarren de testomgeving van artikel 57 met het testen onder reele omstandigheden van artikel 60. Dat zijn twee verschillende routes met verschillende voorwaarden. Testen onder reele omstandigheden kan binnen de testomgeving (artikel 57 lid 5 en artikel 58 lid 4) of daarbuiten onder artikel 60, en de waarborgen verschillen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 57, leden 1 tot en met 17, artikel 58 en artikel 113; zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Bepaal eerst uw rol: alleen aanbieders en potentiele aanbieders kunnen zelfstandig toetreden. Zoek daarna in de door het AI-bureau gepubliceerde lijst van geplande en bestaande testomgevingen (artikel 57 lid 15) welke testomgeving voor u openstaat, in uw lidstaat of gezamenlijk met andere lidstaten. Formuleer voordat u aanklopt exact welke onzekerheid u wilt oplossen, bij voorkeur toegespitst op classificatie onder artikel 6 of op een specifieke eis uit hoofdstuk III, afdeling 2. Reken op de beslistermijn van drie maanden die artikel 58 lid 2, punt a), aan de uitvoeringshandelingen voorschrijft, zet die in uw productplanning en vraag de bevoegde autoriteit vooraf schriftelijk welke termijn zij op dit moment hanteert. Leg bij toetreding schriftelijk vast wat het testomgevingsplan omvat, en vraag bij uitschrijving zowel het schriftelijk bewijs als het eindverslag op.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 57, leden 1 tot en met 17, artikel 58 en artikel 113; zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-4-ai-literacy","label":"Artikel 4: AI-geletterdheid","summary":"Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken nemen maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-02-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4-ai-literacy","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Sinds 27 juli 2026 moeten aanbieders en gebruiksverantwoordelijken maatregelen nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen. De bepaling verlangt geen gegarandeerd individueel niveau.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Wijziging van artikel 4; inwerkingtreding 27 juli 2026","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De aantoonbaarheid zit vooral in een passend dossier van genomen maatregelen per rol en gebruikscontext, niet in één voorgeschreven cursus of certificaat.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-ai-literacy-qa","source_locator":"Vragen over maatregelen, vormen, certificaten en vastlegging","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers","eli":null},{"kind":"recommended_action","statement":"Inventariseer rollen en AI-systemen, kies passende maatregelen en leg keuze, uitvoering en periodieke evaluatie vast.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-ai-literacy-qa","source_locator":"Uitvoeringsvoorbeelden en aanwijzingen over bewijs","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers","eli":null}]},{"slug":"annex-iii-high-risk","label":"Bijlage III: hoog-risico AI","summary":"Classificatieroute voor zelfstandige hoog-risico AI-systemen onder Artikel 6 lid 2 en Bijlage III.","legal_status":"upcoming","deadline_at":"2027-12-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/annex-iii-high-risk","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"De kernregels van Hoofdstuk III, afdelingen 1 tot en met 3, voor systemen onder Artikel 6 lid 2 en Bijlage III worden van toepassing op 2 december 2027.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Gewijzigd artikel 113, artikel 6, lid 2, en de toepassingsdatum van Bijlage III","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De latere toepassingsdatum verandert de classificatievraag niet. Een vroeg classificatiedossier voorkomt dat ontwerp- en inkoopbesluiten zonder bewijs worden genomen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 6 en Bijlage III","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Leg nu bedoeld doel, Bijlage III-punt, Artikel 6 lid 3-toets, profiling en gekozen registratiepad vast.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 6, leden 2 tot en met 4, artikel 49 en Bijlage III","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-14-human-oversight","label":"Artikel 14: menselijk toezicht","summary":"Hoog-risico AI moet zo zijn ontworpen dat mensen er effectief toezicht op kunnen houden en kunnen ingrijpen.","legal_status":"upcoming","deadline_at":"2027-12-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-14-human-oversight","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 14 vereist dat hoog-risico systemen effectief door natuurlijke personen kunnen worden overzien, met maatregelen die het mogelijk maken het systeem te begrijpen, output juist te interpreteren, automation bias te onderkennen, en te besluiten het systeem niet te gebruiken, te negeren of te stoppen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 14, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Voor de Bijlage III-route geldt deze eis vanaf 2 december 2027; voor hoog-risico AI in gereguleerde producten (Bijlage I) vanaf 2 augustus 2028.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Gewijzigd artikel 113, toepassingsdata","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Toezicht op papier is geen toezicht: de wet noemt automation bias expliciet, dus een mens die alleen mag doorklikken telt niet. Effectief toezicht vergt begrip, tijd en mandaat, en dat raakt direct aan de artikel 4-geletterdheidsmaatregelen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 14, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Wijs nu per (aankomend) hoog-risico systeem de toezichthoudende personen aan, train ze gericht en leg hun mandaat om in te grijpen schriftelijk vast.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 14, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]}],"sources":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","title":"EU AI-verordening 2024/1689","publisher":"Europees Parlement en Raad","canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_version":"original-oj-2024-07-12","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","title":"Digital Omnibus over AI 2026/1744","publisher":"Europees Parlement en Raad","canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_version":"official-journal-2026-07-24","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-ai-literacy-qa","title":"Vragen en antwoorden over AI-geletterdheid","publisher":"Europese Commissie","canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers","eli":null,"source_version":"updated-2026-07-27","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-draft-high-risk-classification-guidelines","title":"Ontwerprichtsnoeren over de classificatie van hoog-risico AI-systemen","publisher":"Europese Commissie (AI Office)","canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/draft-commission-guidelines-classification-high-risk-ai-systems","eli":null,"source_version":"draft-for-consultation-2026-05-19","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","title":"CEN-CENELEC JTC 21: Europese normen onder normalisatieverzoek M/613","publisher":"CEN-CENELEC JTC 21","canonical_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null,"source_version":"work-programme-checked-2026-08-08","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"}],"first_actions":[{"label":"Testplan indienen, goedkeuring verkrijgen en de test registreren","summary":"Stel een plan voor tests onder reele omstandigheden op, dien het in bij de markttoezichtautoriteit, wacht op goedkeuring, registreer de test met een Uniebreed uniek identificatienummer en leg de rolverdeling met uw gebruiksverantwoordelijke vast."},{"label":"Toetreden tot een testomgeving en het testomgevingsplan overeenkomen","summary":"Dien een aanvraag in bij de bevoegde autoriteit, kom een specifiek testomgevingsplan overeen en leg vast welke onzekerheid over de verordening u binnen de testomgeving wilt oplossen."},{"label":"Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen","summary":"Bepaal per rol, systeem en gebruikscontext welke combinatie van instructie, begeleiding, oefening of training passend is."}],"evidence":[{"label":"Gedateerde en gedocumenteerde geinformeerde toestemming van proefpersonen","summary":"Voor elke proefpersoon legt u vrijwillig gegeven geinformeerde toestemming vast, met vijf voorgeschreven informatie-elementen, gedateerd, gedocumenteerd en met een kopie voor de proefpersoon.","url":null},{"label":"Schriftelijk bewijs van deelname en het eindverslag","summary":"Op verzoek verstrekt de bevoegde autoriteit een schriftelijk bewijs van de met succes uitgevoerde activiteiten, plus een eindverslag met resultaten en leerresultaten. U kunt die documentatie inzetten bij de conformiteitsbeoordeling en bij markttoezicht.","url":null},{"label":"Dossier AI-geletterdheidsmaatregelen","summary":"Versieerbare registratie van rollen, context, maatregelen, deelname of instructie en evaluatiemomenten.","url":null}],"guidance":[{"label":"Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer","statement":"De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.","source_locator":"Commission Q&A on AI literacy, secties over het vereiste niveau, opleidingsvormen, certificaten, toetsing van kennis en governancestructuren (geraadpleegd op 9 augustus 2026)"},{"label":"Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft","statement":"De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.","source_locator":"Commission Q&A on AI literacy, secties over doelgroepen, geografisch bereik, toezicht en handhaving, en sancties (geraadpleegd op 9 augustus 2026)"},{"label":"Artikel 6 kent twee gescheiden routes naar hoog-risico","statement":"De concept-richtsnoeren van de Europese Commissie over de classificatie van hoog-risico AI van 19 mei 2026, die uitdrukkelijk niet bindend zijn, stellen in randnummer (7) dat een AI-systeem in twee scenario's als hoog-risico geldt: ten eerste wanneer het bedoeld is om te worden gebruikt als veiligheidscomponent van een product, of zelf een product is, dat onder de in Bijlage I genoemde harmonisatiewetgeving van de Unie valt en waarvoor een conformiteitsbeoordeling door een derde partij is vereist, en ten tweede wanneer het valt onder een van de gebruikssituaties in de gebieden van Bijlage III. Randnummer (448) van diezelfde concept-richtsnoeren vermeldt dat de toepassingsdatums van artikel 113 met de AI Omnibus zijn verschoven naar 2 december 2027 voor de route van artikel 6 lid 2 en 2 augustus 2028 voor de route van artikel 6 lid 1.","source_locator":"Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II, randnummer (7); sectie V, randnummer (448)"},{"label":"Breed gepositioneerde en general purpose AI-systemen: een disclaimer is niet genoeg","statement":"Volgens de niet-bindende concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 over de classificatie van hoog-risico AI geldt, blijkens randnummer (12), dat wanneer de gebruiksaanwijzing, contractuele afspraken, gebruiksvoorwaarden, gebruiksbeleid, promotie- en verkoopmateriaal of technische documentatie het AI-systeem presenteren als breed toepasbaar over een veelheid van contexten en functies, en de toepassing niet consequent beperken of hoog-risico gebruik niet uitsluiten, het beoogde doel van het systeem geacht wordt ook hoog-risico gebruikssituaties te omvatten, waardoor het systeem als hoog-risico kwalificeert. Dat geldt volgens deze concept-richtsnoeren in het bijzonder wanneer dergelijk gebruik haalbaar en redelijkerwijs te voorzien is gezien de functionaliteiten en capaciteiten van het systeem. Hetzelfde randnummer stelt dat het enkel beweren, bijvoorbeeld in de gebruiksvoorwaarden, dat hoog-risico gebruik is uitgesloten, onvoldoende is wanneer de algehele presentatie, voorbeelden of productpositionering van de aanbieder dat gebruik feitelijk mogelijk maakt of bevordert, en dat beperkingen duidelijk, concreet en coherent in al het materiaal moeten worden beschreven.","source_locator":"Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II.2, randnummer (12)"}],"examples":[{"label":"Aanbeveling van een kandidaat die automatisch een besluit wordt","situation":"Een werkgever gebruikt een systeem dat sollicitanten rangschikt en een kandidaat voor aanname aanbeveelt. In de ene inrichting weegt een recruiter die aanbeveling mee in een eigen beoordeling; in de andere inrichting wordt de uitkomst automatisch toegepast en valt een kandidaat af zonder dat iemand ernaar kijkt.","outcome":"De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 behandelen dit geval bij de vraag of een toepassing onder Bijlage III valt. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.","lesson":"Toets uw wervingssysteem op het beoogde doel en niet op de vraag of een recruiter meekijkt, want het toevoegen of weglaten van menselijke tussenkomst verandert de indeling als hoog risico niet.","source_locator":"Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III","provenance":"official"},{"label":"Gezichtsherkenning bij toegangscontrole: de beveiliger achter de camera telt mee","situation":"Een organisatie beveiligt de ingang van haar panden met gezichtsherkenning en gebruikt die biometrische toegangscontrole ook om bezoekers te registreren. Geeft het systeem geen match, dan beoordeelt een beveiliger de beelden van de camera en beslist hij zelf of iemand naar binnen mag. De vraag is wiens maatregelen die beveiliger moeten bereiken: die van de leverancier van het model, die van de afdeling die het systeem inzet, of allebei.","outcome":"Artikel 4, lid 1 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken te ondersteunen. Zij houden daarbij rekening met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Dezelfde bepaling stelt dat deze verplichting niet inhoudt dat aanbieders of gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moeten waarborgen.","lesson":"Wij lezen de zinsnede over de personen ten aanzien van wie het systeem wordt gebruikt als het zwaartepunt bij biometrie: wie voor de camera staat ondergaat de uitkomst en heeft daar zelf weinig tegenwicht tegen. Dat pleit ervoor de beveiliger die na een uitblijvende match zelf beslist inhoudelijker toe te rusten dan de collega die het systeem alleen aan- en uitzet. Het artikel zegt zelf niet welk niveau volstaat en bepaalt uitdrukkelijk dat u geen niveau hoeft te waarborgen, dus waar de ondergrens per rol ligt blijft open. Naar onze inschatting is een dossier per rol, met de gemaakte keuze en de reden daarvoor, beter verdedigbaar dan een organisatiebrede sessie met alleen een aanwezigheidslijst.","source_locator":"Artikel 4, lid 1","provenance":"editorial"},{"label":"Politie met AI in de opsporing: de context bepaalt hoe zwaar u opleidt","situation":"Een politiedienst gebruikt AI om grote hoeveelheden opsporingsdossiers te doorzoeken en verbanden te laten opvallen die een rechercheur anders zou missen. De uitkomsten wegen mee in de keuze welke verdachte verder wordt onderzocht en belanden uiteindelijk in stukken die het strafrecht in gaan. De vraag is of dezelfde basisinstructie volstaat voor de analist die het model bedient en voor de rechercheur die op de uitkomst afgaat.","outcome":"Artikel 4, lid 1 verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen te nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken te ondersteunen. De bepaling schrijft voor dat zij daarbij rekening houden met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en met de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Zij bepaalt tegelijk dat deze verplichting niet inhoudt dat een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moet worden gewaarborgd.","lesson":"Artikel 4 verlangt dat u de context van gebruik meeweegt en ook de mensen op wie het systeem wordt toegepast, en in de rechtshandhaving lopen beide factoren naar onze lezing hoog op. Of een algemene introductie over de mogelijkheden van AI dan volstaat voor wie een uitkomst overneemt in een dossier dat iemands positie als verdachte raakt, betwijfelen wij, maar de bepaling zegt uitdrukkelijk niet welk niveau u moet waarborgen, zodat u die ondergrens zelf moet onderbouwen. Wij zouden per rol vastleggen wat iemand moet kunnen herkennen, bijvoorbeeld dat een gevonden verband nog geen bewijs is, en die keuze periodiek opnieuw wegen.","source_locator":"Artikel 4, lid 1","provenance":"editorial"},{"label":"Redactie met generatieve AI: tellen freelancers mee in uw maatregelen?","situation":"Een nieuwsredactie zet generatieve AI in om samenvattingen, koppen en beeld voor te bereiden, waarna een eindredacteur het stuk afmaakt en de redactie besluit te publiceren. Een deel van dat werk ligt bij freelancers, en een extern bureau maakt met dezelfde tools de content voor marketing. De vraag is of uw maatregelen voor AI-geletterdheid ook die freelancers en dat bureau moeten raken, of alleen de mensen op de loonlijst.","outcome":"Artikel 4, lid 1 richt zich tot aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en verplicht hen maatregelen te nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen van hun personeel en van andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken. De bepaling verlangt dat zij daarbij rekening houden met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en met de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Zij houdt niet in dat een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moet worden gewaarborgd.","lesson":"De wettekst noemt naast personeel uitdrukkelijk andere personen die namens u AI-systemen exploiteren en gebruiken, en wij lezen dat als een functionele en niet als een contractuele afbakening. Een freelance eindredacteur die uw tool in uw workflow en op uw aanwijzing gebruikt hoort in die lezing binnen uw maatregelen, ook zonder arbeidsovereenkomst. Bij het externe bureau ligt het minder eenvoudig: werkt het in uw omgeving en op uw aanwijzing, dan is verdedigbaar dat het namens u handelt, maar zet het voor eigen rekening zijn eigen tools in, dan is het zelf gebruiksverantwoordelijke en zegt artikel 4 niet dat uw maatregelen dat werk moeten dekken. Praktisch betekent dat naar onze inschatting: leg in de opdrachtafspraken vast wie in welke rol werkt en welke instructie u meegeeft, in plaats van erop te vertrouwen dat de ander het zelf regelt.","source_locator":"Artikel 4, lid 1","provenance":"editorial"}],"standards":[{"label":"prEN 18229-3: AI-betrouwbaarheidskader deel 3, transparantie en menselijk toezicht","summary":"De ontwerp-Europese norm voor de transparantie- en toezichtseisen van de artikelen 13 en 14 voor hoog-risico AI-systemen.","statement":"prEN 18229-3 (AI trustworthiness framework, Part 3: Transparency and human oversight) is de JTC 21-deliverable onder M/613 die ziet op de artikelen 13 en 14 AI-verordening: transparantie en informatieverstrekking aan gebruiksverantwoordelijken, en het ontwerp voor doeltreffend menselijk toezicht op hoog-risico AI-systemen. De deliverable bevond zich naar de stand van juni 2026 in het drafting-stadium. De norm is nog niet als EN gepubliceerd en is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt. Deze deliverable ziet op artikel 14 (hoog-risico) en niet op de transparantieverplichtingen van artikel 50, die sinds 2 augustus 2026 van kracht zijn."}],"definitions":[],"answer_page":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/testomgeving-en-praktijktest","follow_up_questions":[{"question":"Wat vraagt het risicomanagementsysteem van artikel 9 van ons?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/risicomanagement-hoog-risico"},{"question":"Moeten wij logs bewaren van ons AI-systeem?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/logs-bewaren"},{"question":"Hoe volgen wij ons AI-systeem nadat het live is gegaan?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/monitoring-na-livegang"}],"disclaimer":"Algemene duiding, geen juridisch advies. De officiële bron blijft leidend.","methodology":"https://www.praxikon.com/nl/methodologie"}