{"answer_id":"praxikon:eu:ai-act:answer:wanneer-publieke-organisatie-ai-act","canonical_page":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/wanneer-publieke-organisatie-ai-act","query":"Wanneer gaan de AI Act-verplichtingen gelden voor een publiekrechtelijke instantie?","lang":"nl","view":"full","mode":"form","question":"Wanneer gaan de AI Act-verplichtingen gelden voor een publiekrechtelijke instantie?","situation":"De verplichtingen voor een publiekrechtelijke instantie treden niet op één moment in werking. Zij verdelen zich over 2 groepen, van 2 augustus 2026 tot 2 december 2027. Hieronder staat per bepaling wanneer zij gaat gelden.","likely_role":"publiekrechtelijke instantie","note":null,"matched_terms":[],"dataset":{"id":"praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph","version":"2.2.0","schema_version":"1.5.0","effective_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","known_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","last_reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","licence":"https://www.praxikon.com/nl/legal/terms","canonical_url":"https://www.praxikon.com/api/v1/entities"},"obligations":[{"slug":"article-26-deployer-obligations","label":"Artikel 26: de plichten van de gebruiksverantwoordelijke van een hoog-risico AI-systeem","summary":"Twaalf leden die het dagelijkse gebruik regelen: gebruik volgens de gebruiksaanwijzing, menselijk toezicht door bevoegde personen, inputdata, monitoring en melding, logbewaring, informeren van werknemers vóór ingebruikname, registratie door overheden en informeren van de personen over wie beslissingen worden genomen.","legal_status":"upcoming","deadline_at":"2027-12-02T00:00:00.000Z","high_risk_regime_from":null,"human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-26-deployer-obligations","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 26 legt gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen twaalf leden op. Lid 1 vraagt passende technische en organisatorische maatregelen om het systeem te gebruiken in overeenstemming met de bijgeleverde gebruiksaanwijzingen. Lid 2 verplicht het menselijk toezicht op te dragen aan natuurlijke personen die over de nodige bekwaamheid, opleiding en autoriteit beschikken en de nodige ondersteuning krijgen. Lid 3 laat andere verplichtingen en de vrijheid om de eigen middelen te organiseren onverlet. Lid 4 vraagt, voor zover u controle hebt over de inputdata, dat die relevant en voldoende representatief zijn voor het beoogde doel. Lid 5 verplicht tot monitoring op basis van de gebruiksaanwijzingen en tot kennisgeving aan de aanbieder overeenkomstig artikel 72; bij redenen om aan te nemen dat het gebruik leidt tot een risico in de zin van artikel 79, lid 1, stelt u zonder onnodige vertraging de aanbieder of distributeur en de betreffende markttoezichtautoriteit in kennis en onderbreekt u het gebruik, en bij een ernstig incident stelt u onmiddellijk eerst de aanbieder in kennis en vervolgens de importeur of distributeur en de markttoezichtautoriteiten. Lid 6 verplicht tot het bewaren van de automatisch gegenereerde logs die onder uw controle vallen gedurende een periode die past bij het beoogde doel en ten minste zes maanden, tenzij het Unie- of nationaal recht anders bepaalt. Lid 7 verplicht gebruiksverantwoordelijken die werkgever zijn om werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers vóór ingebruikname of gebruik op de werkplek mee te delen dat zij aan het gebruik van het systeem zullen worden onderworpen. Lid 8 legt overheidsinstanties en instellingen, organen en instanties van de Unie de registratieverplichtingen van artikel 49 op en verbiedt gebruik van een systeem dat niet in de EU-databank van artikel 71 is geregistreerd. Lid 9 koppelt de informatie uit artikel 13 aan de gegevensbeschermingseffectbeoordeling van artikel 35 van Verordening (EU) 2016/679. Lid 10 stelt aanvullende voorwaarden aan biometrische identificatie op afstand achteraf in het kader van rechtshandhaving. Lid 11 begint met de woorden onverminderd artikel 50 van deze verordening en verplicht gebruiksverantwoordelijken van in bijlage III bedoelde systemen die beslissingen over natuurlijke personen nemen of helpen nemen, die personen te informeren dat het systeem op hen wordt toegepast; voor hoog-risico AI-systemen die voor rechtshandhaving worden gebruikt is artikel 13 van Richtlijn (EU) 2016/680 van toepassing. De transparantieplichten van artikel 50 gelden sinds 2 augustus 2026 en staan los van de datum waarop lid 11 gaat gelden. Lid 12 vraagt samenwerking met de bevoegde autoriteiten.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"De datum van 2 december 2027 verleidt tot uitstel, maar twee onderdelen zijn nu al voorbereidingswerk. Lid 7 verplicht u werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers te informeren vóórdat het systeem op de werkplek in gebruik wordt gesteld, en die informatie verstrekt u waar van toepassing volgens de bestaande regels en praktijk inzake informatie van werknemers. Dat raakt medezeggenschap, en zo'n traject duurt in de praktijk maanden en niet weken, dus een systeem dat in 2027 live moet, bespreekt u in 2026. Lid 2 sluit daarnaast aan op het menselijk toezicht dat artikel 14 aan het systeemontwerp stelt: u moet natuurlijke personen aanwijzen met bekwaamheid, opleiding, autoriteit en ondersteuning. Dat is nadrukkelijk iets anders dan de maatregelenplicht van artikel 4. Artikel 4 vraagt maatregelen die AI-geletterdheid ondersteunen en verplicht u niet een bepaald niveau bij individuen te waarborgen; artikel 26, lid 2, vraagt aanwijsbare toezichthouders met mandaat. Wie die twee door elkaar haalt, denkt met een algemene e-learning klaar te zijn en heeft dan nog steeds geen toezichthouder met beslisruimte. Een derde onderschat onderdeel is lid 11: het informeren van de mensen over wie een bijlage III-systeem beslissingen neemt of helpt nemen, is een zichtbare klant- of sollicitantcommunicatie die u door uw eigen organisatie heen moet ontwerpen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Maak nu een lijst van de systemen die per 2 december 2027 waarschijnlijk als hoog risico gelden en zet daar drie kolommen naast: wie houdt menselijk toezicht en met welk mandaat, wanneer informeert u de ondernemingsraad en de betrokken werknemers, en hoe krijgen de betrokken personen de mededeling uit lid 11. Plan het medezeggenschapstraject een jaar vooruit.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-27-fria","label":"Artikel 27: FRIA","summary":"Grondrechteneffectbeoordeling vóór het inzetten van bepaalde hoog-risico AI-systemen.","legal_status":"upcoming","deadline_at":"2027-12-02T00:00:00.000Z","high_risk_regime_from":null,"human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-27-fria","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"De genoemde gebruiksverantwoordelijken moeten vóór ingebruikname een FRIA uitvoeren. De verplichting volgt voor deze Bijlage III-route de toepassingsdatum van 2 december 2027.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 27, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"De genoemde gebruiksverantwoordelijken moeten vóór ingebruikname een FRIA uitvoeren. De verplichting volgt voor deze Bijlage III-route de toepassingsdatum van 2 december 2027.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Gewijzigd toepassingsschema en de verwijzing naar de DPIA in artikel 27","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Een FRIA is geen generieke risicoanalyse voor ieder AI-systeem. Eerst moeten systeemroute, Bijlage III-categorie en type gebruiksverantwoordelijke zijn vastgesteld.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 27, lid 1","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Koppel de FRIA aan het AI-register en, waar relevant, aan de DPIA. Bewaar scope, betrokken groepen, mitigaties, resterende risico’s en kennisgeving als één versieerbaar dossier.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Wijziging van artikel 27 over opname in of verwijzing naar de DPIA","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}]},{"slug":"article-49-registration","label":"Artikel 49: registratie in de EU-databank voordat het systeem de markt op gaat","summary":"De aanbieder van een in bijlage III vermeld hoog-risicosysteem, of in voorkomend geval zijn gemachtigde, registreert zichzelf en dat systeem in de EU-databank voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld. Dezelfde plicht geldt voor de aanbieder die op grond van artikel 6, lid 3, juist concludeert dat zijn bijlage III-systeem geen hoog risico inhoudt: ook die registreert zichzelf en dat systeem. De gebruiksverantwoordelijke die een overheidsinstantie of een orgaan van de Unie is of namens zo een instantie optreedt, registreert zich, selecteert het systeem en registreert het gebruik ervan. Voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer gaat de registratie naar een beveiligd niet-openbaar gedeelte met minder velden, waartoe alleen de Commissie en de nationale autoriteiten van artikel 74, lid 8, toegang hebben. Voor de systemen van punt 2 van bijlage III loopt de registratie niet via de EU-databank maar op nationaal niveau.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","high_risk_regime_from":"2027-12-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-49-registration","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Over de datum van dit object bestonden twee lezingen, en Chef heeft op 6 september 2026 gekozen. Artikel 49 staat in afdeling 5 van hoofdstuk III, en de derde alinea van artikel 113 noemt van hoofdstuk III twee keer een afdeling: punt b) noemt afdeling 4 en zet die op 2 augustus 2025, en punt c) noemt de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5. Afdeling 5 staat in geen van beide punten, en ook niet in punt a) of punt d). Artikel 49 valt daarmee onder de algemene datum van de tweede alinea, en dat is de datum die dit object draagt: 2 augustus 2026. Wie vandaag een bijlage III-systeem in de handel brengt zonder registratie, is dus te laat en niet vroeg. De praktische lezing is niet weggeschreven maar staat ernaast: de plicht krijgt pas voorwerp zodra er een AI-systeem met een hoog risico bestaat, en die hoedanigheid ontstaat via artikel 6, lid 2, en bijlage III op 2 december 2027, de datum die het bij artikel 1, punt 40, onder b), van Verordening (EU) 2026/1744 vervangen punt c) van de derde alinea noemt. Die datum staat in high_risk_regime_from en de grondslag van de gekozen datum in timing_basis. Het besluit staat vastgelegd in data/ai-act/review/decision-d1-application-dates.json.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 49, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Over de datum van dit object bestonden twee lezingen, en Chef heeft op 6 september 2026 gekozen. Artikel 49 staat in afdeling 5 van hoofdstuk III, en de derde alinea van artikel 113 noemt van hoofdstuk III twee keer een afdeling: punt b) noemt afdeling 4 en zet die op 2 augustus 2025, en punt c) noemt de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5. Afdeling 5 staat in geen van beide punten, en ook niet in punt a) of punt d). Artikel 49 valt daarmee onder de algemene datum van de tweede alinea, en dat is de datum die dit object draagt: 2 augustus 2026. Wie vandaag een bijlage III-systeem in de handel brengt zonder registratie, is dus te laat en niet vroeg. De praktische lezing is niet weggeschreven maar staat ernaast: de plicht krijgt pas voorwerp zodra er een AI-systeem met een hoog risico bestaat, en die hoedanigheid ontstaat via artikel 6, lid 2, en bijlage III op 2 december 2027, de datum die het bij artikel 1, punt 40, onder b), van Verordening (EU) 2026/1744 vervangen punt c) van de derde alinea noemt. Die datum staat in high_risk_regime_from en de grondslag van de gekozen datum in timing_basis. Het besluit staat vastgelegd in data/ai-act/review/decision-d1-application-dates.json.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 40, onder b), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt c)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Lid 1 bepaalt: alvorens een in bijlage III vermeld AI-systeem met een hoog risico, met uitzondering van de in punt 2 van bijlage III vermelde AI-systemen met een hoog risico, in de handel te brengen of in gebruik te stellen, registreert de aanbieder of in voorkomend geval de gemachtigde zichzelf en zijn systeem in de in artikel 71 bedoelde EU-databank. Lid 2 bepaalt: alvorens een AI-systeem in de handel te brengen of in gebruik te stellen dat naar oordeel van de aanbieder geen hoog risico inhoudt volgens artikel 6, lid 3, registreert die aanbieder of in voorkomend geval de gemachtigde zichzelf en dat systeem in de in artikel 71 bedoelde EU-databank. Lid 3 bepaalt: alvorens een in bijlage III vermeld AI-systeem met een hoog risico in gebruik te stellen of te gebruiken, met uitzondering van de in punt 2 van bijlage III vermelde AI-systemen met een hoog risico, registreren gebruiksverantwoordelijken die overheidsinstanties, instellingen, organen of instanties van de Unie, of personen die namens hen optreden, zichzelf en selecteren zij het systeem en registreren zij het gebruik ervan in de in artikel 71 bedoelde EU-databank.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 49, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Lid 2 is de duurste zin van dit artikel en hij wordt stelselmatig gemist. Wie voor een bijlage III-systeem de uitzondering van artikel 6, lid 3, inroept, denkt daarmee uit het hoog-risicoregime te zijn gestapt. Dat klopt voor de eisen aan het systeem, maar niet voor de registratie: juist die aanbieder registreert zichzelf en dat systeem in de EU-databank, en wel voordat het in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld. De uitzondering is dus niet gratis. Zij wordt betaald met zichtbaarheid: uw naam, uw systeem en de voorwaarde van artikel 6, lid 3, waarop u zich beroept, komen in een openbaar doorzoekbaar register te staan, terwijl u nu juist meende buiten beeld te blijven. De vergissing die daaruit volgt is voorspelbaar en duur. Een organisatie doet de beoordeling van artikel 6, lid 3, netjes, legt haar vast, en slaat de registratie over omdat die in haar hoofd bij het hoog-risicoregime hoort. Het resultaat is dat zij in de databank geen spoor heeft van een keuze die zij wel bewust heeft gemaakt, en dat een toezichthouder haar aantreft als een partij die het systeem gewoon niet heeft geregistreerd. Het bewijsstuk dat daarbij hoort bestaat in deze kennisbank al als registratiedossier voor de artikel 6, lid 3-route en hangt aan de bijlage III-verplichting; het object hieronder dekt de registratie onder de leden 1, 3, 4 en 5. Let ten slotte op de volgorde. De registratie is een voorwaarde vooraf, geen melding achteraf. Wie eerst levert en daarna registreert, herstelt niets: het moment waarop de plicht wordt geschonden is het in de handel brengen zelf.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 6, leden 2 tot en met 4, artikel 49 en Bijlage III","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Lees artikel 49 samen met artikel 71 en met artikel 26, lid 8, want die drie vormen een keten die in de praktijk stilvalt op het zwakste punt. Artikel 71 beschrijft de databank en zegt wie welke velden invult; artikel 49 zegt wanneer dat moet gebeuren en door wie; artikel 26, lid 8, maakt van het resultaat een inkoopvoorwaarde. Die laatste is de scherpste: een gebruiksverantwoordelijke met de hoedanigheid van overheidsinstantie die vaststelt dat het systeem dat hij wil gebruiken niet in de EU-databank is geregistreerd, gebruikt dat systeem niet en stelt de aanbieder of de distributeur daarvan in kennis. Voor een leverancier betekent dat: een ontbrekende registratie is geen administratieve achterstand maar een blokkade op de publieke markt, en de partij die u daarop aanspreekt is uw eigen klant. Voor een overheidsorganisatie betekent het dat de controle in het inkoopproces hoort en niet bij de ingebruikname. Twee routes wijken af en worden juist daarom vergeten. De eerste is lid 4: voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer verhuist de registratie naar een beveiligd niet-openbaar gedeelte met een kortere veldenlijst, en alleen de Commissie en de nationale autoriteiten van artikel 74, lid 8, kunnen daarin kijken. Dat is geen ontheffing maar een ander loket, en wie het als ontheffing leest registreert niets. De tweede is lid 5: de systemen van punt 2 van bijlage III, kritieke infrastructuur, worden op nationaal niveau geregistreerd. De verordening zegt niet welk nationaal register dat is, en die vraag beantwoordt u dus in het nationale recht en niet hier. Voor een netbeheerder of een waterbedrijf is dat het verschil tussen een bestaand loket en een zoektocht die pas begint als het systeem al draait.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Zet de registratie als harde poort in het vrijgaveproces, voor het moment van in de handel brengen of in gebruik stellen, en niet erna. Loop daarvoor drie vragen af per systeem. Ten eerste: valt het beoogde doel onder een punt van bijlage III, en zo ja, onder welk punt. Ten tweede: beroept u zich op artikel 6, lid 3. Zo ja, dan is de registratie van lid 2 uw plicht en niet uw keuze, en registreert u zichzelf en dat systeem, met de voorwaarde waarop u zich beroept. Ten derde: gaat het om punt 2 van bijlage III, dan gaat de registratie niet naar de EU-databank maar op nationaal niveau, en zoekt u dat loket op voordat u het systeem nodig hebt. Bent u een overheidsorganisatie, registreer dan niet alleen uzelf maar selecteer ook het systeem en registreer het gebruik ervan, en bouw de controle uit artikel 26, lid 8, in uw inkoopproces in: geen ingebruikname zolang de vermelding van de aanbieder niet in de databank staat, met een schriftelijke kennisgeving aan aanbieder of distributeur als zij ontbreekt. Levert u in de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel of grenstoezichtsbeheer, leg dan vast dat uw registratie via het beveiligde niet-openbare gedeelte loopt en welke beperkte velden daarin gaan. Houd per systeem het registratienummer, de datum van registratie en de naam van de indiener bij, samen met de versie van het systeem waarop de vermelding ziet, en werk die vermelding bij zodra het beoogde doel, de status of de conformiteitsdocumentatie verandert.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 49, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Zet de registratie als harde poort in het vrijgaveproces, voor het moment van in de handel brengen of in gebruik stellen, en niet erna. Loop daarvoor drie vragen af per systeem. Ten eerste: valt het beoogde doel onder een punt van bijlage III, en zo ja, onder welk punt. Ten tweede: beroept u zich op artikel 6, lid 3. Zo ja, dan is de registratie van lid 2 uw plicht en niet uw keuze, en registreert u zichzelf en dat systeem, met de voorwaarde waarop u zich beroept. Ten derde: gaat het om punt 2 van bijlage III, dan gaat de registratie niet naar de EU-databank maar op nationaal niveau, en zoekt u dat loket op voordat u het systeem nodig hebt. Bent u een overheidsorganisatie, registreer dan niet alleen uzelf maar selecteer ook het systeem en registreer het gebruik ervan, en bouw de controle uit artikel 26, lid 8, in uw inkoopproces in: geen ingebruikname zolang de vermelding van de aanbieder niet in de databank staat, met een schriftelijke kennisgeving aan aanbieder of distributeur als zij ontbreekt. Levert u in de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel of grenstoezichtsbeheer, leg dan vast dat uw registratie via het beveiligde niet-openbare gedeelte loopt en welke beperkte velden daarin gaan. Houd per systeem het registratienummer, de datum van registratie en de naam van de indiener bij, samen met de versie van het systeem waarop de vermelding ziet, en werk die vermelding bij zodra het beoogde doel, de status of de conformiteitsdocumentatie verandert.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"article-71-eu-database","label":"Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III","summary":"De aanbieder of, in voorkomend geval, de gemachtigde voert de gegevens van de afdelingen A en B van bijlage VIII in de EU-databank in; de gebruiksverantwoordelijke die een overheidsinstantie, agentschap of orgaan is of namens hen optreedt, voert de gegevens van afdeling C in. Wat overeenkomstig artikel 49 is geregistreerd, is op gebruikersvriendelijke wijze openbaar toegankelijk en machineleesbaar, behalve het beveiligde gedeelte voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer en de registratie van tests onder reele omstandigheden. Het opzetten en onderhouden van de databank zelf is een taak van de Commissie en geen plicht van u.","legal_status":"upcoming","deadline_at":"2027-12-02T00:00:00.000Z","high_risk_regime_from":null,"human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-71-eu-database","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Lid 1 bepaalt dat de Commissie in samenwerking met de lidstaten zorgt voor het opzetten en onderhouden van een EU-databank met de in de leden 2 en 3 bedoelde informatie betreffende in artikel 6, lid 2, bedoelde AI-systemen met een hoog risico die overeenkomstig de artikelen 49 en 60 zijn geregistreerd, en AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 3, niet als hoog risico worden beschouwd en die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, en artikel 49. Bij het vaststellen van de functionele specificaties raadpleegt de Commissie de deskundigen ter zake, en bij het bijwerken daarvan de AI-board. Lid 2 bepaalt dat de in de afdelingen A en B van bijlage VIII vermelde gegevens in de databank worden ingevoerd door de aanbieder of, in voorkomend geval, de gemachtigde. Lid 3 bepaalt dat de in afdeling C van bijlage VIII vermelde gegevens worden ingevoerd door de gebruiksverantwoordelijke die, overeenkomstig artikel 49, leden 3 en 4, een overheidsinstantie, agentschap of orgaan is of namens hen optreedt. Lid 4 bepaalt dat de overeenkomstig artikel 49 geregistreerde informatie, uitgezonderd het in artikel 49, lid 4, en artikel 60, lid 4, punt c), bedoelde deel, op gebruikersvriendelijke wijze openbaar toegankelijk is en dat de informatie gemakkelijk te doorzoeken en machineleesbaar moet zijn. Dezelfde alinea bepaalt dat de overeenkomstig artikel 60 geregistreerde informatie alleen toegankelijk is voor markttoezichtautoriteiten en de Commissie, tenzij de aanbieder of potentiele aanbieder toestemming heeft gegeven om de informatie ook toegankelijk te maken voor het publiek. Lid 5 bepaalt dat de databank alleen persoonsgegevens bevat voor zover die nodig zijn voor het verzamelen en verwerken van informatie overeenkomstig deze verordening, en dat die informatie de namen en contactgegevens bevat van natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor de registratie van het systeem en wettelijk gemachtigd zijn de aanbieder of de gebruiksverantwoordelijke te vertegenwoordigen. Lid 6 bepaalt dat de Commissie voor de databank de verwerkingsverantwoordelijke is, adequate technische en administratieve ondersteuning ter beschikking stelt van aanbieders, potentiele aanbieders en gebruiksverantwoordelijken, en dat de databank voldoet aan de toepasselijke toegankelijkheidseisen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 71, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Bijlage VIII bepaalt welke informatie bij de registratie wordt verstrekt en daarna wordt bijgehouden. Afdeling A, voor aanbieders die overeenkomstig artikel 49, lid 1, registreren, telt dertien punten, waaronder naam, adres en contactgegevens van de aanbieder en van de gemachtigde, de handelsnaam en een ondubbelzinnige verwijzing waarmee het systeem te identificeren en te traceren is, een beschrijving van het beoogde doel en van de ondersteunde componenten en functies, een beknopte beschrijving van de gebruikte informatie en van de werkingslogica, de status van het systeem, gegevens en een scan van het certificaat van de aangemelde instantie voor zover van toepassing, de lidstaten waar het systeem beschikbaar is, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring van artikel 47 en de elektronische gebruiksaanwijzing, die niet wordt verstrekt voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer van de punten 1, 6 en 7 van bijlage III. Afdeling C, voor gebruiksverantwoordelijken die overeenkomstig artikel 49, lid 3, registreren, telt vijf punten: naam, adres en contactgegevens van de gebruiksverantwoordelijke, dezelfde gegevens van de persoon die namens hem informatie indient, de URL van de invoer van het systeem in de databank door de aanbieder, een samenvatting van de bevindingen van de grondrechteneffectbeoordeling van artikel 27, en voor zover van toepassing een samenvatting van de gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Beide afdelingen zijn door Verordening (EU) 2026/1744 niet gewijzigd.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Bijlage VIII, afdelingen A en C","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Afdeling B van bijlage VIII, voor registraties overeenkomstig artikel 49, lid 2, is wel gewijzigd. Artikel 1, punt 42, van Verordening (EU) 2026/1744 luidt: \"in bijlage VIII, afdeling B, worden de punten 7 en 9 geschrapt\". Geschrapt zijn daarmee punt 7, de korte samenvatting van de gronden waarop het AI-systeem met toepassing van de procedure van artikel 6, lid 3, niet als hoog risico wordt beschouwd, en punt 9, de opgave van de lidstaten waar het systeem in de Unie in de handel is gebracht, in gebruik is gesteld of beschikbaar is gesteld. De verordening hernummert de overblijvende punten niet. Afdeling B telt dus nu zeven punten, met de nummers 1 tot en met 6 en 8: naam, adres en contactgegevens van de aanbieder; dezelfde gegevens van een ander die namens de aanbieder informatie indient; dezelfde gegevens van de gemachtigde voor zover van toepassing; de handelsnaam en een ondubbelzinnige verwijzing waarmee het systeem te identificeren en te traceren is; een beschrijving van het beoogde doel; de voorwaarde of voorwaarden van artikel 6, lid 3, op grond waarvan het systeem niet als hoog risico wordt beschouwd; en de status van het systeem. Overweging 22 van 2026/1744 licht toe dat de registratie hiermee eenvoudiger en evenrediger wordt gemaakt, en houdt daarbij uitdrukkelijk vast dat de aanbieder die artikel 6, lid 3, toepast zijn beoordeling moet documenteren voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, en dat de nationale bevoegde autoriteiten om die beoordeling kunnen verzoeken.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Bijlage VIII, afdeling B","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Afdeling B van bijlage VIII, voor registraties overeenkomstig artikel 49, lid 2, is wel gewijzigd. Artikel 1, punt 42, van Verordening (EU) 2026/1744 luidt: \"in bijlage VIII, afdeling B, worden de punten 7 en 9 geschrapt\". Geschrapt zijn daarmee punt 7, de korte samenvatting van de gronden waarop het AI-systeem met toepassing van de procedure van artikel 6, lid 3, niet als hoog risico wordt beschouwd, en punt 9, de opgave van de lidstaten waar het systeem in de Unie in de handel is gebracht, in gebruik is gesteld of beschikbaar is gesteld. De verordening hernummert de overblijvende punten niet. Afdeling B telt dus nu zeven punten, met de nummers 1 tot en met 6 en 8: naam, adres en contactgegevens van de aanbieder; dezelfde gegevens van een ander die namens de aanbieder informatie indient; dezelfde gegevens van de gemachtigde voor zover van toepassing; de handelsnaam en een ondubbelzinnige verwijzing waarmee het systeem te identificeren en te traceren is; een beschrijving van het beoogde doel; de voorwaarde of voorwaarden van artikel 6, lid 3, op grond waarvan het systeem niet als hoog risico wordt beschouwd; en de status van het systeem. Overweging 22 van 2026/1744 licht toe dat de registratie hiermee eenvoudiger en evenrediger wordt gemaakt, en houdt daarbij uitdrukkelijk vast dat de aanbieder die artikel 6, lid 3, toepast zijn beoordeling moet documenteren voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, en dat de nationale bevoegde autoriteiten om die beoordeling kunnen verzoeken.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 42, tot schrapping van Bijlage VIII, afdeling B, punten 7 en 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Afdeling B van bijlage VIII, voor registraties overeenkomstig artikel 49, lid 2, is wel gewijzigd. Artikel 1, punt 42, van Verordening (EU) 2026/1744 luidt: \"in bijlage VIII, afdeling B, worden de punten 7 en 9 geschrapt\". Geschrapt zijn daarmee punt 7, de korte samenvatting van de gronden waarop het AI-systeem met toepassing van de procedure van artikel 6, lid 3, niet als hoog risico wordt beschouwd, en punt 9, de opgave van de lidstaten waar het systeem in de Unie in de handel is gebracht, in gebruik is gesteld of beschikbaar is gesteld. De verordening hernummert de overblijvende punten niet. Afdeling B telt dus nu zeven punten, met de nummers 1 tot en met 6 en 8: naam, adres en contactgegevens van de aanbieder; dezelfde gegevens van een ander die namens de aanbieder informatie indient; dezelfde gegevens van de gemachtigde voor zover van toepassing; de handelsnaam en een ondubbelzinnige verwijzing waarmee het systeem te identificeren en te traceren is; een beschrijving van het beoogde doel; de voorwaarde of voorwaarden van artikel 6, lid 3, op grond waarvan het systeem niet als hoog risico wordt beschouwd; en de status van het systeem. Overweging 22 van 2026/1744 licht toe dat de registratie hiermee eenvoudiger en evenrediger wordt gemaakt, en houdt daarbij uitdrukkelijk vast dat de aanbieder die artikel 6, lid 3, toepast zijn beoordeling moet documenteren voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, en dat de nationale bevoegde autoriteiten om die beoordeling kunnen verzoeken.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 22 van Verordening (EU) 2026/1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 49, lid 4, somt limitatief op wat er in het beveiligde niet-openbare gedeelte gaat en dat is minder dan de volledige afdelingen: afdeling A, punten 1 tot en met 10 met uitzondering van de punten 6, 8 en 9; afdeling B, punten 1 tot en met 5 en de punten 8 en 9; afdeling C, de punten 1, 2 en 3; en de punten 1, 2, 3 en 5 van bijlage IX. De slotalinea bepaalt dat alleen de Commissie en de in artikel 74, lid 8, bedoelde nationale autoriteiten toegang hebben tot de respectieve beperkt toegankelijke gedeelten. Bijlage IX draagt de informatie die bij de registratie van tests onder reele omstandigheden wordt verstrekt en daarna wordt bijgehouden, en telt vijf punten: een Uniebreed uniek identificatienummer van de tests, naam en contactgegevens van de aanbieder of potentiele aanbieder en van de betrokken gebruiksverantwoordelijken, een korte beschrijving van het AI-systeem en het beoogde doel ervan met de informatie die nodig is voor de identificatie ervan, een samenvatting van de voornaamste kenmerken van het plan voor de tests, en informatie over het opschorten of beeindigen van de tests.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 49, lid 4 en Bijlage IX","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 60, lid 4, punt c), bepaalt dat de aanbieder of potentiele aanbieder het testen onder reele omstandigheden heeft geregistreerd overeenkomstig artikel 71, lid 4, met een Uniebreed uniek identificatienummer en de in bijlage IX gespecificeerde informatie. Voor de in de punten 1, 6 en 7 van bijlage III bedoelde systemen op de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer gebeurt die registratie in het beveiligde niet-openbare gedeelte overeenkomstig artikel 49, lid 4, punt d), en voor de in punt 2 van bijlage III bedoelde systemen overeenkomstig artikel 49, lid 5. Artikel 60 staat in hoofdstuk VI van de verordening, over maatregelen ter ondersteuning van innovatie. Dit punt c) is door Verordening (EU) 2026/1744 niet gewijzigd.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 60, lid 4, punt c), artikel 49, leden 4 en 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"De reikwijdte van artikel 60 zelf is wel gewijzigd. Artikel 1, punt 24, van Verordening (EU) 2026/1744 vervangt de eerste alinea van artikel 60, lid 1, en artikel 60, lid 2: het testen onder reele omstandigheden buiten AI-testomgevingen voor regelgeving staat nu ook open voor aanbieders en potentiele aanbieders van hoog-risico AI-systemen die vallen onder de harmonisatiewetgeving van de Unie in afdeling A van bijlage I, naast de in bijlage III vermelde systemen. Artikel 1, punt 25, voegt een artikel 60 bis in voor hoog-risico AI-systemen die vallen onder de harmonisatiewetgeving in afdeling B van bijlage I: lidstaten mogen daarvoor kaders voor testen onder reele omstandigheden vaststellen, moeten die kaders voor de uitvoering ervan bij de Commissie aanmelden, en die kaders moeten onder meer naleving waarborgen van artikel 60, leden 2 en 3, lid 4, punten d) tot en met j), en de leden 5 tot en met 9. De registratieplicht van artikel 60, lid 4, punt c), die naar artikel 71, lid 4, verwijst, valt buiten die opsomming.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punten 24 en 25, tot vervanging van artikel 60, lid 1, eerste alinea, en artikel 60, lid 2 en tot invoeging van artikel 60 bis","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 1, punt 40, van Verordening (EU) 2026/1744 wijzigt de DERDE alinea van artikel 113, waar de punten a) tot en met d) staan. Punt 40, onder b), vervangt punt c) door: hoofdstuk III, de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5, is van toepassing met ingang van 2 december 2027 voor AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 2, en bijlage III als hoog risico zijn aangemerkt, en met ingang van 2 augustus 2028 voor AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 1, en bijlage I als hoog risico zijn aangemerkt. Twee dingen horen daarbij en worden vaak weggelaten: de uitzondering voor artikel 6, lid 5, valt buiten dit uitstel, en punt 40, onder c), voegt een punt d) toe waarin de artikelen 102 tot en met 110 van toepassing worden met ingang van 27 juli 2026.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 40, onder b) en c), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt c) en tot toevoeging van punt d)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Overweging 131 licht toe waarom de databank er is en hoe ver de openbaarheid reikt. Zij noemt als doel het vergemakkelijken van de werkzaamheden van de Commissie en de lidstaten en het vergroten van de transparantie voor het publiek, stelt dat dit deel van de databank voor het publiek toegankelijk en kosteloos moet zijn en dat de informatie gemakkelijk te doorzoeken, begrijpelijk en machineleesbaar moet zijn, en dat de databank gebruiksvriendelijk moet zijn, bijvoorbeeld met zoekfuncties op trefwoord, zodat het grote publiek de registratie-informatie kan vinden. Zij voegt toe dat ook alle substantiele wijzigingen van hoog-risico AI-systemen in de databank moeten worden geregistreerd, dat de toegang tot het beveiligde niet-openbare deel strikt beperkt moet zijn tot de Commissie en, voor hun nationale deel, tot markttoezichtautoriteiten, en dat de databank moet voldoen aan de eisen van Richtlijn (EU) 2019/882.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overweging 131","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Dit is een van de weinige verplichtingen uit de verordening waarvan het resultaat een openbare pagina over uw organisatie is. Artikel 53, lid 1, punt d), is de andere: de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden maakt een samenvatting van de gebruikte trainingscontent openbaar. Het verschil is dat de databank uw eigen vermelding is en niet een document op uw site. De rest van uw dossier gaat pas open wanneer een toezichthouder erom vraagt; dit gaat open voor iedereen die kan zoeken. Over de machineleesbaarheid past een voorbehoud: de Nederlandse tekst van lid 4 zegt dat de informatie machineleesbaar moet zijn, de Engelse zegt should, en overweging 131 spreekt eveneens in aanbevelende vorm. Reken er dus op dat uw tekst wordt gelezen, maar bouw geen aanname op geautomatiseerde uitleesbaarheid als harde eis. Dat verandert wie uw tekst leest. De beknopte beschrijving van de werkingslogica uit afdeling A wordt door concurrenten, journalisten en gemeenteraden gelezen, en de samenvatting van uw grondrechteneffectbeoordeling uit afdeling C wordt gelezen door precies de mensen over wie die beoordeling ging, met een belangrijke uitzondering: voor de punten 1, 6 en 7 van bijlage III staat afdeling C maar tot en met punt 3 in het beveiligde gedeelte, zodat juist die samenvatting daar niet wordt ingevoerd. Twee dingen volgen daaruit. Ten eerste dat de vermelding redactiewerk vraagt en geen invulwerk: wie de samenvatting als formaliteit schrijft, publiceert een formaliteit. Ten tweede dat het bijhouden geen bijzaak is, want bijlage VIII vraagt dat de informatie daarna wordt bijgehouden en overweging 131 noemt ook substantiele wijzigingen, en een vermelding die de status van een teruggeroepen systeem nog op in gebruik laat staan, is zichtbaar onjuist.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Bijlage VIII, afdelingen A en C","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Dit is een van de weinige verplichtingen uit de verordening waarvan het resultaat een openbare pagina over uw organisatie is. Artikel 53, lid 1, punt d), is de andere: de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden maakt een samenvatting van de gebruikte trainingscontent openbaar. Het verschil is dat de databank uw eigen vermelding is en niet een document op uw site. De rest van uw dossier gaat pas open wanneer een toezichthouder erom vraagt; dit gaat open voor iedereen die kan zoeken. Over de machineleesbaarheid past een voorbehoud: de Nederlandse tekst van lid 4 zegt dat de informatie machineleesbaar moet zijn, de Engelse zegt should, en overweging 131 spreekt eveneens in aanbevelende vorm. Reken er dus op dat uw tekst wordt gelezen, maar bouw geen aanname op geautomatiseerde uitleesbaarheid als harde eis. Dat verandert wie uw tekst leest. De beknopte beschrijving van de werkingslogica uit afdeling A wordt door concurrenten, journalisten en gemeenteraden gelezen, en de samenvatting van uw grondrechteneffectbeoordeling uit afdeling C wordt gelezen door precies de mensen over wie die beoordeling ging, met een belangrijke uitzondering: voor de punten 1, 6 en 7 van bijlage III staat afdeling C maar tot en met punt 3 in het beveiligde gedeelte, zodat juist die samenvatting daar niet wordt ingevoerd. Twee dingen volgen daaruit. Ten eerste dat de vermelding redactiewerk vraagt en geen invulwerk: wie de samenvatting als formaliteit schrijft, publiceert een formaliteit. Ten tweede dat het bijhouden geen bijzaak is, want bijlage VIII vraagt dat de informatie daarna wordt bijgehouden en overweging 131 noemt ook substantiele wijzigingen, en een vermelding die de status van een teruggeroepen systeem nog op in gebruik laat staan, is zichtbaar onjuist.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 49, lid 4 en Bijlage IX","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Dit is een van de weinige verplichtingen uit de verordening waarvan het resultaat een openbare pagina over uw organisatie is. Artikel 53, lid 1, punt d), is de andere: de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden maakt een samenvatting van de gebruikte trainingscontent openbaar. Het verschil is dat de databank uw eigen vermelding is en niet een document op uw site. De rest van uw dossier gaat pas open wanneer een toezichthouder erom vraagt; dit gaat open voor iedereen die kan zoeken. Over de machineleesbaarheid past een voorbehoud: de Nederlandse tekst van lid 4 zegt dat de informatie machineleesbaar moet zijn, de Engelse zegt should, en overweging 131 spreekt eveneens in aanbevelende vorm. Reken er dus op dat uw tekst wordt gelezen, maar bouw geen aanname op geautomatiseerde uitleesbaarheid als harde eis. Dat verandert wie uw tekst leest. De beknopte beschrijving van de werkingslogica uit afdeling A wordt door concurrenten, journalisten en gemeenteraden gelezen, en de samenvatting van uw grondrechteneffectbeoordeling uit afdeling C wordt gelezen door precies de mensen over wie die beoordeling ging, met een belangrijke uitzondering: voor de punten 1, 6 en 7 van bijlage III staat afdeling C maar tot en met punt 3 in het beveiligde gedeelte, zodat juist die samenvatting daar niet wordt ingevoerd. Twee dingen volgen daaruit. Ten eerste dat de vermelding redactiewerk vraagt en geen invulwerk: wie de samenvatting als formaliteit schrijft, publiceert een formaliteit. Ten tweede dat het bijhouden geen bijzaak is, want bijlage VIII vraagt dat de informatie daarna wordt bijgehouden en overweging 131 noemt ook substantiele wijzigingen, en een vermelding die de status van een teruggeroepen systeem nog op in gebruik laat staan, is zichtbaar onjuist.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overweging 131","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Behandel de vermelding als publicatie en niet als formulier. Wijs per systeem de natuurlijke persoon aan die wettelijk gemachtigd is te registreren, want lid 5 bepaalt dat zijn naam en contactgegevens in de databank komen. Schrijf de beschrijving van het beoogde doel, van de werkingslogica en, voor een publieke gebruiksverantwoordelijke, de samenvatting van de grondrechteneffectbeoordeling zo dat u ze zonder toelichting kunt laten lezen. Regel de volgorde in uw inkoopcontract: punt 3 van afdeling C vraagt de URL van de invoer van het systeem in de databank door de aanbieder, dus een gemeente kan haar afdeling C pas afmaken nadat haar leverancier afdeling A heeft ingevoerd. Leg vast binnen welke termijn de leverancier die URL aanlevert en wat er gebeurt als hij dat niet doet. Leg daarnaast vast wanneer de vermelding voor het laatst tegen de werkelijkheid is gelegd en koppel dat aan uw wijzigings- en uitfaseringsproces, zodat status, lidstaten en conformiteitsverklaring meebewegen. Controleer bij inkoop of het systeem in de databank staat voordat u het in gebruik neemt: staat het er niet, dan mag een gebruiksverantwoordelijke het op grond van artikel 26, lid 8, niet gebruiken en moet hij de aanbieder of distributeur daarvan in kennis stellen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Bijlage VIII, afdelingen A en C","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Behandel de vermelding als publicatie en niet als formulier. Wijs per systeem de natuurlijke persoon aan die wettelijk gemachtigd is te registreren, want lid 5 bepaalt dat zijn naam en contactgegevens in de databank komen. Schrijf de beschrijving van het beoogde doel, van de werkingslogica en, voor een publieke gebruiksverantwoordelijke, de samenvatting van de grondrechteneffectbeoordeling zo dat u ze zonder toelichting kunt laten lezen. Regel de volgorde in uw inkoopcontract: punt 3 van afdeling C vraagt de URL van de invoer van het systeem in de databank door de aanbieder, dus een gemeente kan haar afdeling C pas afmaken nadat haar leverancier afdeling A heeft ingevoerd. Leg vast binnen welke termijn de leverancier die URL aanlevert en wat er gebeurt als hij dat niet doet. Leg daarnaast vast wanneer de vermelding voor het laatst tegen de werkelijkheid is gelegd en koppel dat aan uw wijzigings- en uitfaseringsproces, zodat status, lidstaten en conformiteitsverklaring meebewegen. Controleer bij inkoop of het systeem in de databank staat voordat u het in gebruik neemt: staat het er niet, dan mag een gebruiksverantwoordelijke het op grond van artikel 26, lid 8, niet gebruiken en moet hij de aanbieder of distributeur daarvan in kennis stellen.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 26, leden 1 tot en met 12","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]},{"slug":"conformity-ce-registration","label":"Artikel 43-49: conformiteitsbeoordeling, CE en registratie","summary":"De route van beoordeling naar CE-markering en registratie in de EU-databank vóór marktintroductie van hoog-risico AI.","legal_status":"applicable","deadline_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","high_risk_regime_from":"2027-12-02T00:00:00.000Z","human_page":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/conformity-ce-registration","api":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl","official_source":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","citations":[{"kind":"official_fact","statement":"Artikel 43 regelt de conformiteitsbeoordeling, Artikel 47 de EU-conformiteitsverklaring, Artikel 48 de CE-markering en Artikel 49 de registratie in de EU-databank vóór marktintroductie of ingebruikname, inclusief registratie van de Artikel 6 lid 3-beoordeling.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikelen 43, 47, 48 en 49","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Deze bepaling wordt in geen van de drie punten van artikel 113, derde alinea, genoemd en valt daarmee onder de algemene toepassingsdatum van de tweede alinea: 2 augustus 2026. De verschuiving naar 2 december 2027 en 2 augustus 2028 in punt c) betreft uitsluitend hoofdstuk III, de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5. Wanneer er praktisch een AI-systeem met een hoog risico kan bestaan waarop deze bepaling ziet, is een tweede vraag: via artikel 6, lid 2, en bijlage III is dat 2 december 2027 en via artikel 6, lid 1, en bijlage I 2 augustus 2028. Die praktische datum staat in high_risk_regime_from en niet in deadline_at. Zo is besluit D1 van 6 september 2026 vastgelegd; zie data/ai-act/review/decision-d1-application-dates.json.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, tweede alinea","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"official_fact","statement":"Deze bepaling wordt in geen van de drie punten van artikel 113, derde alinea, genoemd en valt daarmee onder de algemene toepassingsdatum van de tweede alinea: 2 augustus 2026. De verschuiving naar 2 december 2027 en 2 augustus 2028 in punt c) betreft uitsluitend hoofdstuk III, de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5. Wanneer er praktisch een AI-systeem met een hoog risico kan bestaan waarop deze bepaling ziet, is een tweede vraag: via artikel 6, lid 2, en bijlage III is dat 2 december 2027 en via artikel 6, lid 1, en bijlage I 2 augustus 2028. Die praktische datum staat in high_risk_regime_from en niet in deadline_at. Zo is besluit D1 van 6 september 2026 vastgelegd; zie data/ai-act/review/decision-d1-application-dates.json.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 40, onder b), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt c)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"kind":"editorial_interpretation","statement":"Voor inkopers is dit de eenvoudigste leverancierscheck die er bestaat: vraag naar de conformiteitsverklaring en het registratienummer. Geen verklaring betekent dat het systeem er per 2 december 2027 niet mag zijn.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikelen 43, 47, 48 en 49","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"kind":"recommended_action","statement":"Plan de conformiteitsroute terug vanaf 2 december 2027: normkeuze, beoordeling, verklaring en registratie kosten samen maanden, geen weken.","source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikelen 43, 47, 48 en 49","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}]}],"conditional":[],"sources":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","title":"EU AI-verordening 2024/1689","publisher":"Europees Parlement en Raad","canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_version":"original-oj-2024-07-12","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","title":"Digital Omnibus over AI 2026/1744","publisher":"Europees Parlement en Raad","canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_version":"official-journal-2026-07-24","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-draft-high-risk-classification-guidelines","title":"Ontwerprichtsnoeren over de classificatie van hoog-risico AI-systemen","publisher":"Europese Commissie (AI Office)","canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/draft-commission-guidelines-classification-high-risk-ai-systems","eli":null,"source_version":"draft-for-consultation-2026-05-19","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","title":"CEN-CENELEC JTC 21: Europese normen onder normalisatieverzoek M/613","publisher":"CEN-CENELEC JTC 21","canonical_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null,"source_version":"work-programme-checked-2026-08-08","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z"}],"first_actions":[{"label":"Wijs het menselijk toezicht toe en geef die personen mandaat","summary":"Benoem per hoog-risico systeem met naam wie toezicht houdt, en zorg dat die persoon bekwaamheid, opleiding, autoriteit en ondersteuning heeft om de uitkomst daadwerkelijk terzijde te kunnen schuiven."},{"label":"Breng de geraakte groepen en hun specifieke schaderisico's in kaart","summary":"Benoem de categorieën natuurlijke personen en groepen die door het gebruik in deze concrete context waarschijnlijk worden geraakt, en werk per categorie de specifieke schaderisico's uit, met gebruik van de informatie die de aanbieder op grond van Artikel 13 heeft verstrekt."},{"label":"Registreer uzelf en het systeem voordat het de markt op gaat of in gebruik wordt gesteld","summary":"Bepaal per systeem welke van de vier routes van artikel 49 geldt, de gewone bijlage III-route, de artikel 6, lid 3-route, het beveiligde gedeelte voor rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer, of de nationale route voor punt 2 van bijlage III, en voer de registratie uit voordat het systeem in de handel wordt gebracht, in gebruik wordt gesteld of wordt gebruikt."}],"evidence":[{"label":"Gebruiksdossier: logs, informatie aan werknemers en informatie aan betrokken personen","summary":"Het dossier waarmee u laat zien dat u de logs bewaart, dat u werknemers en hun vertegenwoordigers tijdig hebt geïnformeerd en dat de personen over wie beslissingen worden genomen dat weten.","url":null},{"label":"Kennisgeving aan de markttoezichtautoriteit met het ingevulde sjabloon","summary":"Het verzonden bericht waarmee u de resultaten van de beoordeling aan de markttoezichtautoriteit meldt, met het ingevulde sjabloon als bijlage, plus verzenddatum en ontvangstbevestiging.","url":null},{"label":"Registratiedossier onder artikel 49","summary":"Per systeem: welke route van artikel 49 is gevolgd, het registratienummer, de datum van registratie, de naam van de indiener, de systeemversie waarop de vermelding ziet, en bij het beveiligde gedeelte de opgave welke beperkte velden uit bijlage VIII en bijlage IX zijn ingevuld.","url":"https://www.praxikon.com/nl/ai-act/artikel/49"}],"guidance":[{"label":"Bijlage I somt wetgeving op, geen producten","statement":"De concept-richtsnoeren van 19 mei 2026, gepubliceerd voor consultatie en uitdrukkelijk niet bindend, verduidelijken dat Bijlage I AI Act geen individuele producten opsomt die als hoog-risico moeten worden aangemerkt, maar harmonisatiewetgeving van de Unie die de veiligheidsaspecten van bepaalde producten regelt. Of een AI-systeem binnen de reikwijdte van Bijlage I valt hangt dus af van de vraag of het systeem, of het product waarvan het systeem een veiligheidscomponent is, binnen het materiele toepassingsgebied van een van de opgesomde wetgevingshandelingen valt. De lijst in Bijlage I is volgens de concept-richtsnoeren uitputtend; producten kunnen alleen worden toegevoegd of verwijderd door de reikwijdte van de harmonisatiewetgeving zelf te wijzigen of door nieuwe harmonisatiewetgeving aan Bijlage I toe te voegen. De concept-richtsnoeren stellen tevens dat de AI Act via artikel 6 lid 1 de reikwijdte van de harmonisatiewetgeving niet uitbreidt naar nieuwe of aanvullende producten, en dat de AI Act het risicoprofiel van een product niet bepaalt of wijzigt maar voortbouwt op de sectorale risicoclassificatie. Genoemd worden onder meer machines, speelgoed, liften, apparatuur en beveiligingssystemen voor plaatsen met ontploffingsgevaar, radioapparatuur, drukapparatuur, pleziervaartuigen, kabelbaaninstallaties, gasverbrandingstoestellen, medische hulpmiddelen, medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek, en producten in de automobiel- en luchtvaartsector.","source_locator":"Concept-richtsnoeren Annex I, punten (23) tot en met (26)"},{"label":"Sectie A en Sectie B van Bijlage I geven een ander eisenpakket","statement":"De concept-richtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026, die niet bindend zijn zolang de definitieve versie niet is vastgesteld, maken een onderscheid dat in de praktijk vaak wordt gemist. AI-systemen die als hoog-risico zijn aangemerkt onder artikel 6 lid 1 voor producten die vallen onder de harmonisatiewetgeving in Sectie A van Bijlage I zijn onderworpen aan de eisen voor hoog-risico systemen van afdeling 2 van hoofdstuk III AI Act. Daarentegen gelden voor AI-systemen die als hoog-risico zijn aangemerkt onder artikel 6 lid 1 voor producten die vallen onder de harmonisatiewetgeving in Sectie B van Bijlage I alleen artikel 6 lid 1, de artikelen 102 tot en met 109 en artikel 112 AI Act. De concept-richtsnoeren verwijzen hiervoor naar artikel 2 lid 2 AI Act. Sectie A bevat de harmonisatiewetgeving die is gebaseerd op het nieuwe wetgevingskader, Sectie B de overige harmonisatiewetgeving van de Unie.","source_locator":"Concept-richtsnoeren Annex I, punt (60), met verwijzing naar artikel 2 lid 2 AI Act"},{"label":"Twee cumulatieve voorwaarden voor hoog-risico onder Bijlage I","statement":"De concept-richtsnoeren van de Europese Commissie van 19 mei 2026, die uitdrukkelijk niet bindend en niet definitief zijn, lezen artikel 6 lid 1 als twee cumulatieve voorwaarden. Ten eerste moet het AI-systeem bestemd zijn om te worden gebruikt als veiligheidscomponent van een product, of moet het AI-systeem zelf een product zijn, dat valt onder de harmonisatiewetgeving van de Unie die in Bijlage I is opgesomd. Ten tweede moet dat product, of het AI-systeem zelf wanneer dat het product is, verplicht een conformiteitsbeoordeling door een derde partij ondergaan. De concept-richtsnoeren stellen daarbij uitdrukkelijk dat niet alle AI-systemen die onderdeel zijn van gereguleerde producten hoog-risico zijn, maar alleen een deelverzameling die aan beide criteria voldoet.","source_locator":"Concept-richtsnoeren Annex I, punten (27) en (21)"},{"label":"Het filter van artikel 6 lid 3: vier limitatieve gronden, eng uit te leggen","statement":"Volgens de niet-bindende concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 over de classificatie van hoog-risico AI kent artikel 6 lid 3 vier gronden waarop een aanbieder een systeem van hoog-risico kan uitzonderen: een enge procedurele taak, het verbeteren van het resultaat van een eerder afgeronde menselijke activiteit, het detecteren van besluitvormingspatronen of afwijkingen daarvan zonder de eerdere menselijke beoordeling te vervangen of te beïnvloeden zonder deugdelijke menselijke toetsing, en het verrichten van een voorbereidende taak. Randnummer (88) van dit concept stelt dat deze gronden limitatief maar alternatief zijn, dat er geen zelfstandige aanvullende risicotoets bestaat, en dat de gronden eng moeten worden uitgelegd omdat artikel 6 lid 3 een uitzondering vormt op regels die mede grondrechten beschermen. Randnummer (87) stelt dat het filter alleen geldt voor systemen onder artikel 6 lid 2 en niet voor systemen onder artikel 6 lid 1. Randnummer (89) stelt dat een systeem altijd hoog-risico blijft wanneer het profilering verricht. Randnummer (90) voegt toe dat het filter niet geldt wanneer het systeem deel uitmaakt van een complex systeem waarvan het gecombineerde beoogde doel of de gezamenlijke output een individueel besluit wezenlijk beïnvloedt, ook bij agentic AI. De randnummers (113) tot en met (116) van dit concept beschrijven dat het om een zelfbeoordeling door de aanbieder gaat, dat artikel 6 lid 4 verplicht tot documentatie van die beoordeling vóór het in de handel brengen en tot registratie in de EU-databank van artikel 71, en dat de beoordeling ten minste het beoogde doel, de reden waarom het systeem onder artikel 6 lid 2 valt, welke grond van artikel 6 lid 3 van toepassing is en waarom, en waarom er geen profilering plaatsvindt moet bevatten. Randnummer (117) van deze concept-richtsnoeren wijst op artikel 80 en artikel 99 wanneer een autoriteit vaststelt dat een systeem ten onrechte als niet hoog-risico is ingedeeld om de regels te omzeilen.","source_locator":"Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Bijlage III, secties 2.7, 2.7.1, 2.7.3 en 2.7.4, randnummers (84) tot en met (90) en (113) tot en met (117)"}],"examples":[{"label":"Toekenning van bijstand door een gemeente: de FRIA en de kennisgeving","situation":"Een gemeente wil een AI-systeem in gebruik nemen dat aanvragen voor een uitkering uit de bijstand ordent en aangeeft welke dossiers extra onderzoek verdienen voordat een klantmanager beslist. De toepassing staat al in het algoritmeregister. De vraag is wat er geregeld moet zijn voordat de eerste burger door dit systeem gaat.","outcome":"Artikel 27, lid 1 verlangt van gebruiksverantwoordelijken die publiekrechtelijke organen zijn of particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen, dat zij voor de ingebruikname van een hoog-risico AI-systeem als bedoeld in artikel 6, lid 2 een beoordeling uitvoeren van de gevolgen die het gebruik voor de grondrechten kan opleveren, met uitzondering van systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt op het in punt 2 van bijlage III vermelde gebied. Die beoordeling omvat onder meer de categorieen natuurlijke personen en groepen die naar verwachting gevolgen ondervinden, de specifieke risico's op schade voor die categorieen, de uitvoering van maatregelen voor menselijk toezicht en de maatregelen die moeten worden genomen wanneer die risico's zich voordoen, met inbegrip van de regelingen voor interne governance en klachtenregelingen. Lid 3 bepaalt dat de gebruiksverantwoordelijke, zodra de beoordeling is uitgevoerd, de markttoezichtautoriteit in kennis stelt van de resultaten en als onderdeel van die kennisgeving het in lid 5 bedoelde ingevulde sjabloon indient, en dat in het in artikel 46, lid 1, bedoelde geval vrijstelling van de kennisgevingsplicht kan gelden. Lid 5 bepaalt dat het AI-bureau een sjabloon voor een vragenlijst ontwikkelt, onder meer via een geautomatiseerd instrument, om gebruiksverantwoordelijken te helpen hun verplichtingen uit hoofde van dit artikel op vereenvoudigde wijze na te komen.","lesson":"Wij lezen artikel 27 zo dat een gemeente hier de meest voor de hand liggende gebruiksverantwoordelijke is en dat de beoordeling af moet zijn voordat de eerste aanvraag door het systeem loopt, niet als verantwoording achteraf. Die plicht hangt wel eerst aan de vraag of dit systeem hoog risico is: beoordeelt het de aanspraak op bijstand mede, of blijft het bij een voorbereidende of eng procedurele taak in de zin van artikel 6, lid 3, dat zijn eigen uitzondering weer sluit zodra het systeem burgers profileert? Die vraag beantwoordt u voordat u aan lid 1 begint. Een vermelding in het algoritmeregister is in onze lezing iets anders dan de beoordeling van lid 1, en zij vervangt de kennisgeving van de resultaten aan de markttoezichtautoriteit niet. Praktisch loont het om de klachtenroute voor de burger en de ruimte van de klantmanager om van het signaal af te wijken in hetzelfde dossier vast te leggen, omdat lid 1 juist naar die twee onderdelen vraagt.","source_locator":"Artikel 27, leden 1, 3 en 5","provenance":"editorial"},{"label":"Inschatting van recidive bij de politie: wanneer de beoordeling opnieuw moet","situation":"Een politiedienst neemt een AI-systeem in gebruik dat bij een verdachte een inschatting van recidive maakt, als hulpmiddel bij de afweging die het openbaar ministerie en de rechter later maken. Later wordt het model hertraind op nieuwere opsporingsgegevens en breidt de dienst het gebruik uit naar een tweede regio. De vraag is of de beoordeling van het eerste gebruik daarmee toereikend blijft.","outcome":"Artikel 27, lid 1 verlangt dat gebruiksverantwoordelijken die publiekrechtelijke organen zijn, voor de ingebruikname van een hoog-risico AI-systeem als bedoeld in artikel 6, lid 2 een beoordeling uitvoeren van de gevolgen die het gebruik voor de grondrechten kan opleveren, met uitzondering van systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt op het in punt 2 van bijlage III vermelde gebied. Die beoordeling bestaat uit een beschrijving van de processen waarin het systeem wordt gebruikt, van de periode en de frequentie van gebruik, van de categorieen natuurlijke personen en groepen die naar verwachting gevolgen ondervinden, van de specifieke risico's op schade waarbij rekening wordt gehouden met de door de aanbieder op grond van artikel 13 verstrekte informatie, van de uitvoering van maatregelen voor menselijk toezicht overeenkomstig de gebruiksaanwijzing, en van de maatregelen bij het intreden van die risico's. Lid 2 bepaalt dat de verplichting van toepassing is op het eerste gebruik, dat in soortgelijke gevallen eerder uitgevoerde effectbeoordelingen of bestaande effectbeoordelingen van de aanbieder kunnen worden gebruikt, en dat de gebruiksverantwoordelijke die tijdens het gebruik ziet dat een van de in lid 1 vermelde elementen is gewijzigd of niet langer actueel is, de nodige maatregelen neemt om de informatie te actualiseren. Lid 3 bepaalt dat de resultaten met het ingevulde sjabloon aan de markttoezichtautoriteit worden gemeld en dat in het in artikel 46, lid 1, bedoelde geval vrijstelling van die kennisgevingsplicht kan gelden.","lesson":"Wij lezen artikel 27 zo dat een politiedienst als publiekrechtelijk orgaan onder lid 1 valt en dat de beoordeling niet aan het eerste gebruik blijft hangen: hertrainen op nieuwere opsporingsgegevens of uitbreiden naar een tweede regio raakt de elementen van lid 1 en vraagt in onze lezing om actualisering van het dossier. Bij dat hertrainen speelt bovendien een vraag die artikel 27 zelf niet beantwoordt, namelijk of die ingreep zo ver gaat dat zij een substantiele wijziging is en u op grond van artikel 25 zelf als aanbieder wordt aangemerkt. Houd daarnaast in de gaten dat de uitzondering van lid 3 in onze lezing over de kennisgeving gaat en niet over de beoordeling zelf. Begin ten slotte pas aan die beoordeling nadat u hebt vastgesteld dat de inzet als zodanig is toegestaan, want artikel 5 sluit bepaalde voorspellende toepassingen in de opsporing uit.","source_locator":"Artikel 27, leden 1 tot en met 3","provenance":"editorial"},{"label":"Selectie bij de inschrijving van studenten: een DPIA is nog geen FRIA","situation":"Een hogeschool laat een AI-systeem de aanmeldingen voor een beroepsopleiding rangschikken en gebruikt daarbij de toetsresultaten van eerdere studenten om die rangorde te ijken. Voor deze verwerking ligt er al een gegevensbeschermingseffectbeoordeling. De vraag die de school stelt is of daarmee ook de grondrechtenkant van de inschrijving is afgedekt.","outcome":"Artikel 27, lid 1 bepaalt dat gebruiksverantwoordelijken die publiekrechtelijke organen zijn of particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen, en gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen als bedoeld in bijlage III, punt 5, b) en c), voor de ingebruikname van een hoog-risico AI-systeem als bedoeld in artikel 6, lid 2 een beoordeling uitvoeren van de gevolgen voor de grondrechten, met uitzondering van systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt op het in punt 2 van bijlage III vermelde gebied. Die beoordeling bestaat uit een beschrijving van de processen waarin het systeem overeenkomstig het beoogde doel wordt gebruikt, van de periode en de frequentie van gebruik, van de categorieen natuurlijke personen en groepen die naar verwachting gevolgen ondervinden, van de specifieke risico's op schade voor die categorieen, van de uitvoering van maatregelen voor menselijk toezicht en van de maatregelen bij het intreden van die risico's, met inbegrip van de regelingen voor interne governance en klachtenregelingen. Lid 2 bepaalt dat de verplichting van toepassing is op het eerste gebruik, dat de gebruiksverantwoordelijke in soortgelijke gevallen eerder uitgevoerde effectbeoordelingen of bestaande effectbeoordelingen van de aanbieder kan gebruiken, en dat de gebruiksverantwoordelijke die tijdens het gebruik ziet dat een van de in lid 1 vermelde elementen is gewijzigd of niet langer actueel is, de nodige maatregelen neemt om de informatie te actualiseren. Lid 4 bepaalt dat wanneer een van de verplichtingen uit dit artikel al is nagekomen door de gegevensbeschermingseffectbeoordeling op grond van artikel 35 van Verordening (EU) 2016/679 of artikel 27 van Richtlijn (EU) 2016/680, de beoordeling van lid 1 een aanvulling vormt op die gegevensbeschermingseffectbeoordeling.","lesson":"Wij lezen artikel 27 zo dat de onderwijsinstelling die deze selectie zelf inzet hier de gebruiksverantwoordelijke is, maar daarmee staat de plicht nog niet vast. Lid 1 wijst publiekrechtelijke organen aan en particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen, en of een bekostigde dan wel een private hogeschool onder een van die twee omschrijvingen valt, is de vraag die u eerst moet beantwoorden. Valt zij eronder, dan is een bestaande gegevensbeschermingseffectbeoordeling in onze lezing het vertrekpunt en niet het sluitstuk: lid 4 laat de grondrechtenbeoordeling ernaast staan, en sinds Verordening (EU) 2026/1744 mag zij relevante delen daarvan overnemen of daarnaar verwijzen, zodat de vraag vooral is welke onderdelen van lid 1 nog ontbreken. Voor u betekent dat vastleggen welke groepen studenten geraakt kunnen worden, hoe de toelatingscommissie of de docent een uitkomst kan corrigeren en waar een afgewezen aanmelder met een klacht terechtkan. Verandert de selectieregel of het toetsonderdeel waarop de rangorde steunt, dan is dat in onze lezing het moment om het dossier bij te werken, en niet het begin van het volgende studiejaar.","source_locator":"Artikel 27, leden 1, 2 en 4","provenance":"editorial"},{"label":"Zorgverzekeraar met AI voor risicobeoordeling: publiek of privaat maakt niet uit","situation":"Een zorgverzekeraar gebruikt AI voor risicobeoordeling en prijsstelling bij zorg- en levensverzekeringen. De vraag is of dit onder punt 5(c) van Bijlage III valt, en daarmee of de FRIA-plicht van artikel 27 in beeld komt.","outcome":"De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 stellen dat de zorg- en levensverzekering van punt 5(c) zowel privaat als publiekrechtelijk kan zijn: ook een publiekrechtelijke zorgverzekeraar valt eronder zolang het systeem is bedoeld voor risicobeoordeling of prijsstelling ten aanzien van natuurlijke personen. Private zorgverzekering geldt als essentiele private dienst, ook in een lidstaat met een publiek zorgstelsel. Anders dan punt 5(b) kent punt 5(c) geen uitzondering voor fraudedetectie. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.","lesson":"Voor de FRIA-vraag telt punt 5(c) dubbel: het maakt het systeem hoog risico en het maakt u als gebruiksverantwoordelijke tot een van de partijen die artikel 27 aanwijst. Een publiekrechtelijke vorm of een publiek zorgstelsel in uw lidstaat verandert daar niets aan. Reken uzelf ook niet rijk met de fraudedetectie-uitzondering van punt 5(b): die geldt hier niet, en een fraudefunctie naast risicobeoordeling haalt het systeem er niet uit.","source_locator":"Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III, randnummers (319) tot en met (321)","provenance":"official"}],"standards":[{"label":"prEN 18285: raamwerk voor conformiteitsbeoordeling van AI-systemen","summary":"De ontwerp-Europese norm die de conformiteitsbeoordelingsprocedure van artikel 43 en bijlage VII operationeel maakt.","statement":"prEN 18285 (Conformity assessment framework) is de JTC 21-deliverable onder M/613 die ziet op de conformiteitsbeoordeling van hoog-risico AI-systemen op grond van artikel 43 en bijlage VII AI-verordening. De deliverable bevond zich naar de stand van juni 2026 in het drafting-stadium. De norm is nog niet als EN gepubliceerd en is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt. Het standaardisatieverzoek M/613 is bij Uitvoeringsbesluit C(2025)3871 van 23 juni 2025 gewijzigd en loopt af op 28 februari 2027."}],"definitions":[],"answer_page":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/wanneer-publieke-organisatie-ai-act","follow_up_questions":[{"question":"Wij gebruiken AI voor het monitoren of beoordelen van werknemers. Wat geldt?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/werknemers-monitoren"},{"question":"Wij gebruiken AI in de zorg. Welke AI Act-regels gelden daar?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/zorg-medische-ai"},{"question":"Welke verplichtingen heeft een gebruiksverantwoordelijke onder artikel 26?","url":"https://www.praxikon.com/nl/antwoord/artikel-26-deployer-plichten"}],"disclaimer":"Algemene duiding, geen juridisch advies. De officiële bron blijft leidend.","methodology":"https://www.praxikon.com/nl/methodologie"}