{"meta":{"dataset_id":"praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph","dataset_version":"2.2.2","schema_version":"1.5.0","lang":"nl","effective_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","known_at":"2026-10-20T00:00:00.000Z","count":6,"filters":{"id":null,"type":null,"role":null,"duty_holder":"gpai-model-provider","topic":null},"identifiers":{"canonical_namespace":"praxikon","canonical_form":"praxikon:<jurisdiction>:<regulation>:<type>:<slug>","legacy_namespace":"raip","legacy_resolution":"permanent","resolved":{"id":null,"role":null,"duty_holder":null}}},"data":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications","legacy_id":"raip:obligation:article-40-42-standards-and-specifications","type":"obligation","slug":"article-40-42-standards-and-specifications","version":"1.0.0","effective_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"5ed867d4d391f1d4f1bd452fb12e1a85d2b504978e3ac431460b7871eb18c51c","label":"Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit","summary":"Wie een geharmoniseerde norm toepast waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt geacht te voldoen aan de eisen van afdeling 2 of aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die norm ze dekt. Zolang zo een norm er niet is, kan de Commissie bij uitvoeringshandeling gemeenschappelijke specificaties vaststellen, en die dragen hetzelfde vermoeden. Past u zo een gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat u technische oplossingen heeft gekozen die minstens gelijkwaardig zijn. Artikel 42 voegt daar drie smalle vermoedens aan toe, en zij ontstaan niet alle op dezelfde manier. Lid 1 geeft het vermoeden van overeenstemming met artikel 10, lid 4, aan systemen die zijn getraind en getest op data die de specifieke geografische, gedrags-, contextuele of functionele omgeving weerspiegelen waarin zij zullen worden gebruikt; daaraan is geen bekendmaking in het Publicatieblad verbonden. Lid 2 stelt die voorwaarde wel: het vermoeden van overeenstemming met de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 geldt voor systemen die zijn gecertificeerd onder een regeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Het bij artikel 1, punt 18, van Verordening (EU) 2026/1744 toegevoegde lid 3 geeft datzelfde vermoeden aan systemen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen en aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, daarvan voldoen. Elk van deze vermoedens is weerlegbaar en reikt niet verder dan wat de norm, de specificatie of de certificering dekt.","topics":["conformity","standards"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"preliminary","interpretation_note":"Open is de verankering van de plichtdrager. Van de drie artikelen bevat alleen artikel 41, lid 5, een gedragsnorm die zich tot een rol richt die deze graph kent: de aanbieders van AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden moeten naar behoren rechtvaardigen dat zij minstens gelijkwaardige technische oplossingen hebben gekozen wanneer zij een gemeenschappelijke specificatie niet toepassen. Op dat lid is dit object verankerd. Een verdedigbare andere lezing behandelt de artikelen 40 tot en met 42 als volledig institutioneel, met een lege plichtdrager en `out_of_scope`, en hangt de rechtvaardiging aan artikel 11 en bijlage IV, waar de technische documentatie wordt beschreven. Wie die lezing aanhoudt, verplaatst de aanbevolen actie en het dossier hieronder naar het object over artikel 11; de inhoud verandert daarmee niet, de grondslag wel. Open is ook waar de rechtvaardiging moet worden vastgelegd. Artikel 41, lid 5, schrijft geen vorm, geen plaats en geen ontvanger voor. Wij lezen daarin dat zij thuishoort in de technische documentatie, omdat dat het enige dossier is dat een markttoezichtautoriteit op grond van artikel 21 kan opvragen; dat is een gevolgtrekking en geen tekst. Niet open is de datering: de artikelen 40, 41 en 42 staan in hoofdstuk III, afdeling 5, en die afdeling wordt in de derde alinea van artikel 113 niet uitgezonderd, dus geldt de algemene toepassingsdatum uit de tweede alinea, 2 augustus 2026.","obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:justify-standards-and-specification-choices"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:standards-conformity-justification-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:official-journal-citation-watch"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-40-42-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-40-42-publication-condition","operator":"all","description":"Het vermoeden van artikel 40, lid 1, ontstaat pas wanneer de referenties van de geharmoniseerde norm overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en het reikt slechts voor zover die normen die eisen of verplichtingen dekken. Hetzelfde geldt voor de cyberbeveiligingscertificering van artikel 42, lid 2, waarvan de referenties eveneens in het Publicatieblad moeten zijn bekendgemaakt."},{"id":"article-40-42-justification-condition","operator":"all","description":"De rechtvaardigingsplicht van artikel 41, lid 5, ontstaat alleen wanneer er voor de betrokken eis daadwerkelijk een gemeenschappelijke specificatie bij uitvoeringshandeling is vastgesteld en de aanbieder die niet toepast. Bestaat die specificatie niet, dan is er niets om van af te wijken en toont u de conformiteit langs de gewone weg aan."}],"exceptions":[{"id":"article-40-42-presumption-is-rebuttable","operator":"not","description":"Een vermoeden van conformiteit is geen vaststelling van naleving. De tekst zegt dat het systeem wordt geacht in overeenstemming te zijn, en uitsluitend voor zover de norm of de specificatie de betrokken eisen of verplichtingen dekt. Buiten die dekking blijft de bewijslast onverkort bij de aanbieder, en een markttoezichtautoriteit kan het vermoeden weerleggen wanneer het systeem in werkelijkheid niet aan de eisen voldoet."},{"id":"article-40-42-specification-withdrawn","operator":"not","description":"Artikel 41, lid 4, laat een gemeenschappelijke specificatie vervallen zodra de norm er is: wanneer de referentie van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, trekt de Commissie de uitvoeringshandelingen of delen daarvan die dezelfde eisen of verplichtingen dekken in. Een dossier dat op een ingetrokken specificatie leunt, verliest daarmee zijn grondslag."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"De slotalinea van artikel 40, lid 2, zoals toegevoegd bij artikel 1, punt 17, van Verordening (EU) 2026/1744, bepaalt: de Commissie verzoekt de Europese normalisatieorganisaties overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 en zonder onnodige vertraging normalisatieproducten te ontwikkelen, met inbegrip van, waar passend, geharmoniseerde normen, om gezamenlijke naleving en het vermoeden van conformiteit met de eisen of verplichtingen die zijn vastgesteld in hoofdstuk III, afdelingen 2 en 3, van deze verordening, en met de desbetreffende eisen en verplichtingen die zijn vastgesteld in de in bijlage I bij deze verordening vermelde harmonisatiewetgeving van de Unie te vergemakkelijken. Het bij artikel 1, punt 18, toegevoegde artikel 42, lid 3, bepaalt: wanneer AI-systemen met een hoog risico binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen en aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van die verordening is voldaan, worden die systemen geacht te voldoen aan de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 van deze verordening.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punten 17 en 18, tot wijziging van artikel 40, lid 2, en artikel 42","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 40, lid 1, bepaalt: AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012, worden geacht in overeenstemming te zijn met de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven eisen, of, naargelang het geval, de in hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van deze verordening beschreven verplichtingen, voor zover die eisen of verplichtingen door die normen worden gedekt. Lid 2 bepaalt: Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 dient de Commissie zonder onnodige vertraging normalisatieverzoeken in die betrekking hebben op alle eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk en, in voorkomend geval, normalisatieverzoeken die betrekking hebben op verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van deze verordening. In het normalisatieverzoek wordt ook gevraagd om producten met betrekking tot rapporterings- en documentatieprocessen om de prestaties van hulpbronnen van AI-systemen te verbeteren, zoals het verminderen van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen van AI-systemen met een hoog risico tijdens de levenscyclus ervan, en met betrekking tot de energie-efficiënte ontwikkeling van AI-modellen voor algemene doeleinden. Bij het opstellen van een normalisatieverzoek raadpleegt de Commissie de AI-board en de relevante belanghebbenden, met inbegrip van het adviesforum. Bij het richten van een normalisatieverzoek aan Europese normalisatie-instellingen specificeert de Commissie dat normen duidelijk en consistent moeten zijn, met inbegrip van de normen die in de verschillende sectoren ontwikkeld zijn voor producten die onder de in bijlage I vermelde bestaande harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, en tot doel hebben ervoor te zorgen dat AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in de Unie in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld, voldoen aan de relevante eisen of verplichtingen van deze verordening. Lid 3 bepaalt: De deelnemers aan het normalisatieproces streven naar het bevorderen van investeringen en innovatie in AI, onder andere door voor meer rechtszekerheid te zorgen, en het concurrentievermogen en de groei van de markt van de Unie, naar het bijdragen aan de versterking van de wereldwijde samenwerking op het gebied van normalisatie, rekening houdend met bestaande internationale normen op het gebied van AI die in overeenstemming zijn met de waarden, grondrechten en belangen van de Unie, en naar het verbeteren van de multistakeholdergovernance door te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen en de effectieve deelname van alle relevante belanghebbenden overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 1025/2012.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 40, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 41, lid 1, bepaalt: De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) de Commissie heeft op grond van artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 een of meer Europese normalisatieorganisaties verzocht een geharmoniseerde norm op te stellen voor de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven eisen, of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, en: i) het verzoek is door geen enkele van de Europese normalisatieorganisaties aanvaard, of ii) de geharmoniseerde normen waarop dat verzoek betrekking heeft, worden niet binnen de overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde termijn geleverd, of iii) in de relevante geharmoniseerde normen wordt onvoldoende rekening gehouden met problemen op het gebied van de grondrechten, of iv) de geharmoniseerde normen voldoen niet aan het verzoek, en b) er is geen referentie van geharmoniseerde normen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie voor de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, en een dergelijke referentie zal naar verwachting niet binnen een redelijke termijn worden bekendgemaakt. Bij het opstellen van de gemeenschappelijke specificaties raadpleegt de Commissie het in artikel 67 bedoelde adviesforum. Lid 2 bepaalt: Alvorens een ontwerpuitvoeringshandeling op te stellen, stelt de Commissie het in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 bedoelde comité ervan in kennis dat zij van oordeel is dat aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel is voldaan. Lid 3 bepaalt: AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in overeenstemming zijn met de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of delen daarvan worden geacht in overeenstemming te zijn met de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven voorschriften, of, in voorkomend geval, met de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die voorschriften of die verplichtingen door die gemeenschappelijke specificaties worden bestreken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 41, lid 4, bepaalt: Wanneer een Europese normalisatieorganisatie een geharmoniseerde norm vaststelt en deze aan de Commissie voorstelt met het oog op de bekendmaking van de referentie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, beoordeelt de Commissie de geharmoniseerde norm overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012. Wanneer de referentie van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, trekt de Commissie de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen of delen daarvan die dezelfde in afdeling 2 van dit hoofdstuk vermelde eisen of, in voorkomend geval, dezelfde verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, dekken, in. Lid 5 bepaalt: Wanneer aanbieders van AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden niet voldoen aan de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, moeten zij naar behoren rechtvaardigen dat zij technische oplossingen hebben gekozen die voldoen aan de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven voorschriften of, in voorkomend geval, aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, in een mate die minstens gelijkwaardig daarmee is. Lid 6 bepaalt: Wanneer een lidstaat van oordeel is dat een gemeenschappelijke specificatie niet volledig aan de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voldoet, stelt deze lidstaat de Commissie daarvan in kennis met een gedetailleerde toelichting. De Commissie beoordeelt die informatie en wijzigt de uitvoeringshandeling tot vaststelling van de betrokken gemeenschappelijke specificatie zo nodig.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 4, 5 en 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 42, lid 1, bepaalt: AI-systemen met een hoog risico die zijn getraind en getest op data die overeenkomen met de specifieke geografische, gedragsgerelateerde, contextuele of functionele omgeving waarin zij zullen worden gebruikt, geacht te voldoen de in artikel 10, lid 4, beschreven relevante eisen. Lid 2 bepaalt: AI-systemen met een hoog risico die zijn gecertificeerd of waarvoor een conformiteitsverklaring is verstrekt volgens een cyberbeveiligingsregeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 en waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht te voldoen aan de in artikel 15 van deze verordening beschreven cyberbeveiligingseisen, voor zover die eisen door het cyberbeveiligingscertificaat of de conformiteitsverklaring of delen daarvan worden bestreken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 42, leden 1 en 2","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Het woord waar alles om draait is vermoeden. Een vermoeden van conformiteit is geen bewijs van naleving en het is weerlegbaar: het verschuift wie wat moet aantonen, meer niet. Toont een markttoezichtautoriteit aan dat uw systeem in werkelijkheid niet aan een eis van afdeling 2 voldoet, dan houdt de toegepaste norm dat niet tegen. Daar komen twee grenzen bij die in de tekst zelf staan. De eerste is de dekkingsgrens: het vermoeden werkt uitsluitend voor zover de norm of de specificatie de betrokken eisen of verplichtingen dekt. EN 18286 laat precies zien wat dat betekent, want de dekkingsverklaring bij die norm sluit artikel 17, leden 2 tot en met 4, en artikel 72 uitdrukkelijk uit; wat buiten de dekking valt, onderbouwt u zelf. De tweede is de bekendmakingsgrens: zonder referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie ontstaat er geen vermoeden, hoe compleet de norm ook is. De twaalf normobjecten in data/ai-act/graph/standards.ts staan er om die reden allemaal op guidance en niet op applicable. Wie een leverancier hoort zeggen dat zijn product aan de Europese norm voldoet en daarom AI Act-conform is, hoort dus twee sprongen tegelijk: van dekking naar volledigheid, en van norm naar rechtsgevolg.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 40, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","source_locator":"EN 18286:2026, CEN/CLC/JTC 21 onder normalisatieverzoek M/613","source_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Artikel 41 wordt vaak weggezet als een noodklep die wel nooit zal worden gebruikt, en dat is de verkeerde inschatting. De Europese normen onder normalisatieverzoek M/613 zijn nog niet alle beschikbaar: de normalisatielaag in data/ai-act/graph/standards.ts laat één afgeronde EN zien en zes deliverables die nog in ontwerp of enquete zijn. Precies dat is de toestand die de voorwaarden van artikel 41, lid 1, punt a), ii), en punt b), beschrijven, en dus blijft de route van de gemeenschappelijke specificatie praktisch relevant. Voor u betekent dat twee dingen. Ten eerste kan er voor een eis van afdeling 2 een uitvoeringshandeling komen die u niet zelf heeft zien aankomen en die uw ontwerpkeuzes raakt; die handelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure van artikel 98, lid 2, en niet in overleg met individuele aanbieders. Ten tweede is er dan een lid dat rechtstreeks van u iets vraagt: lid 5. Past u de gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat uw technische oplossing minstens gelijkwaardig is. Dat is de enige plek in deze drie artikelen waar u zelf iets moet opschrijven, en de tekst zegt niet waar. In de praktijk hoort die rechtvaardiging in de technische documentatie, want dat is het dossier dat op een met redenen omkleed verzoek moet worden overgelegd. Artikel 42 is smaller dan het lijkt en wordt om die reden overschat. Lid 1 raakt uitsluitend artikel 10, lid 4, en niet de rest van de datagovernance van artikel 10; lid 2 raakt uitsluitend de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 en alleen wanneer de referenties van de regeling onder Verordening (EU) 2019/881 in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Een certificaat onder een nog niet bekendgemaakte regeling levert geen vermoeden op, en een vermoeden op artikel 15 zegt niets over uw artikel 9, 11, 12, 13 of 14.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 4, 5 en 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 42, leden 1 en 2","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","source_locator":"EN 18286:2026, CEN/CLC/JTC 21 onder normalisatieverzoek M/613","source_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","source_locator":"prEN 18228 (ontwerpnorm), CEN/CLC/JTC 21 onder M/613","source_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Maak per hoog-risicosysteem en per AI-model voor algemene doeleinden een dekkingsmatrix: zet in de linkerkolom elke eis van afdeling 2 die op u drukt, en zet ernaast welke geharmoniseerde norm, welke gemeenschappelijke specificatie of welk eigen document die eis afdekt. Noteer per regel of de referentie van die norm in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, want alleen die regels dragen een vermoeden; de overige regels vragen om eigen bewijs. Schrijf voor elke eis waarvoor een gemeenschappelijke specificatie bestaat die u niet toepast een rechtvaardiging op grond van artikel 41, lid 5: welke technische oplossing u heeft gekozen, waarom die minstens gelijkwaardig is aan wat de specificatie verlangt, en welke test dat laat zien. Neem die rechtvaardiging op in de technische documentatie, zodat zij op een met redenen omkleed verzoek meteen mee kan. Zet daarnaast een vaste controle op de bekendmakingen in het Publicatieblad: een nieuwe referentie zet een vermoeden aan, en trekt op grond van artikel 41, lid 4, een bestaande gemeenschappelijke specificatie in, wat de grondslag onder een regel van uw matrix kan wegnemen. Wilt u leunen op artikel 42, leg dan vast waarom uw trainings- en testdata overeenkomen met de geografische, gedragsgerelateerde, contextuele of functionele omgeving waarin het systeem zal worden gebruikt, en beperk de conclusie tot artikel 10, lid 4. Voor de cyberbeveiligingsroute controleert u eerst of de referenties van de regeling onder Verordening (EU) 2019/881 in het Publicatieblad staan; zonder die bekendmaking is het certificaat een goed document zonder rechtsgevolg onder artikel 15.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 4, 5 en 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 10, lid 4; artikel 15; artikel 43, lid 1; hoofdstuk III, afdeling 5, en artikel 113, tweede alinea","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-40-42-standards-and-specifications","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"De artikelen 40 tot en met 42 in EUR-Lex"},{"relation":"public_page","href":"/nl/ai-act/artikel/40","label":"Lees artikel 40 in de AI Act Explorer"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-03-05T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","legacy_id":"raip:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","type":"obligation","slug":"article-4a-bias-testing-legal-basis","version":"1.0.0","effective_at":"2026-07-27T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"ffee7eb28c48cc8a2586f097f3abec38cbe7590c73e15b9845f9295f8f095d4c","label":"Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens","summary":"Artikel 4a geeft geen opdracht maar toestemming, en aan twee verschillende kringen. Lid 1 laat alleen de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens verwerken, voor zover strikt noodzakelijk voor biasopsporing en biascorrectie in de zin van artikel 10, lid 2, punten f) en g), en alleen wanneer alle zes voorwaarden a) tot en met f) zijn vervuld. Lid 2 opent dezelfde ruimte voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, maar alleen bij vertekening die de gezondheid en veiligheid waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, en met dezelfde zes voorwaarden. De grondslag stond tot 27 juli 2026 in artikel 10, lid 5.","topics":["fundamental-rights","high-risk-requirements"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"preliminary","interpretation_note":"Twee dingen staan hier open, en de risicorichting is bij dit artikel de omgekeerde van die bij een recht als artikel 86: een ruime lezing komt hier de verwerkingsverantwoordelijke ten goede en de betrokkene niet, want het gaat om gegevens over etniciteit, gezondheid, geloof, vakbondslidmaatschap en seksuele gerichtheid. Bij twijfel is de nauwe lezing daarom de veilige. Ten eerste de reikwijdte van \"andere AI-systemen en modellen\" in lid 2, die naar de letter elk AI-systeem en elk model omvat en waarvoor geen afbakening bestaat. Wij lezen haar naar de letter, maar met de drempel van lid 2, punt a), als de echte begrenzing: zonder gevolg voor gezondheid en veiligheid, grondrechten of verboden discriminatie is er geen grondslag. Een verdedigbare andere lezing is dat lid 2 beperkt is tot systemen die vergelijkbaar zijn met de voorbeelden in overweging 9, zoals scoringsinstrumenten voor vergunningen en publieke diensten. Ten tweede de verhouding tot artikel 9 van de AVG. Overweging 9 zegt dat de uitbreiding onder dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen valt en daarmee de naleving van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679 verzekert, en wij lezen artikel 4a dus als de Unierechtelijke maatregel die dat punt vereist, met de waarborgen in de zes voorwaarden zelf. Het tegenargument staat er tegenover en is niet verdwenen, maar het is sinds 27 juli 2026 wel smaller geworden: die verankering staat in een overweging en niet in het artikel, en het artikel wijst zelf geen grond uit artikel 9, lid 2, aan. Wat dat tegenargument niet langer schraagt is artikel 2, lid 7. Dat lid liet de AVG tot 27 juli 2026 zonder voorbehoud onverlet, maar het is door artikel 1, punt 2, onder b), van Verordening (EU) 2026/1744 vervangen en luidt nu: \"Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet.\" De Uniewetgever heeft het voorbehoud dus precies voor artikel 4a gemaakt, en dat wijst naar de lezing dat artikel 4a zelf de Unierechtelijke maatregel is en niet slechts naar de AVG doorverwijst. Wie dit object citeert en daarbij de oude formulering van artikel 2, lid 7, aanhaalt, citeert een vervangen bepaling. Een verdedigbare andere lezing blijft dat er nog een nationale of Unierechtelijke maatregel met specifieke waarborgen bij hoort, maar zij steunt nu alleen nog op het ontbreken van een uitdrukkelijke aanwijzing in het artikel zelf. Over de ingangsdatum staat een deel vast en een deel niet. Wat vaststaat is wat overweging 9 zegt, namelijk dat de grondslag moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689; dat is nagelezen en geen huislezing. Wat wel open blijft is welke datum dit object daarom draagt. Wij houden 27 juli 2026 aan, de dag waarop artikel 4a in de tekst kwam, omdat een grondslag die er nog niet stond feitelijk niet beschikbaar was. De andere lezing volgt overweging 9 letterlijk en laat de grondslag terugwerken tot de toepassingsdatum van de basisverordening. Dat verschil is niet academisch voor wie een verwerking uit die periode moet onderbouwen. De redactionele uitspraak hieronder markeert die keuze als onze gevolgtrekking.","obligation_ids":[],"change_ids":["praxikon:eu:ai-act:change:2026-07-27-article-4a-inserted"],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:record-bias-testing-legal-basis"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:bias-testing-necessity-record"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:bias-testing-data-deletion"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-4a-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-4a-paragraph-1-high-risk-provider-only","operator":"all","description":"Lid 1 staat uitsluitend open voor de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem, en alleen voor zover de verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g). De gebruiksverantwoordelijke kan zich niet op dit lid beroepen, ook niet bij een hoog-risico systeem; voor hem loopt de weg via lid 2."},{"id":"article-4a-paragraph-2-wider-circle-with-harm-threshold","operator":"all","description":"Lid 2 staat open voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen, maar met een eigen materiele drempel: de verwerking moet strikt noodzakelijk zijn met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt. Vertekening zonder een van die gevolgen valt er niet onder."},{"id":"article-4a-cumulative-conditions","operator":"all","description":"De zes voorwaarden van lid 1 gelden cumulatief en, via lid 2, punt b), ook voor de ruimere kring: a) andere gegevens, waaronder synthetische of geanonimiseerde, volstaan aantoonbaar niet; b) er gelden technische beperkingen op hergebruik plus beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) er is strikte toegangscontrole met documentatie en geheimhouding; d) de gegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) zij worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de bewaartermijn verstrijkt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; f) het register van verwerkingsactiviteiten vermeldt waarom de verwerking strikt noodzakelijk was en waarom het doel niet met andere gegevens kon worden bereikt."}],"exceptions":[{"id":"article-4a-no-duty-to-test","operator":"not","description":"Lid 2 sluit af met de bepaling dat het geen verplichting schept om vertekening op te sporen en te corrigeren. Artikel 4a is dus een grondslag en geen opdracht: zonder die verwerking te doen valt er onder dit artikel niets na te leven, er is geen datum waarop iets af moet zijn, en buiten het doel van biasopsporing en biascorrectie geeft het geen enkele ruimte."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt dat aanbieders van hoog-risico AI-systemen, voor zover strikt noodzakelijk om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g), van deze verordening, bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken, met passende waarborgen voor de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen. Naast het bepaalde in Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2018/1725 en Richtlijn (EU) 2016/680, naargelang van toepassing, moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan om die verwerking te laten plaatsvinden: a) de opsporing en correctie van vertekening kunnen niet doeltreffend worden verricht door andere gegevens te verwerken, waaronder synthetische of geanonimiseerde gegevens; b) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens zijn onderworpen aan technische beperkingen op het hergebruik van persoonsgegevens en aan beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens zijn onderworpen aan maatregelen die waarborgen dat de verwerkte persoonsgegevens beveiligd en beschermd zijn, met passende waarborgen, waaronder strikte controle op en documentatie van de toegang, om misbruik te voorkomen en te verzekeren dat alleen bevoegde personen met passende geheimhoudingsverplichtingen toegang hebben tot die persoonsgegevens; d) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de persoonsgegevens het einde van hun bewaartermijn hebben bereikt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; en f) de registers van verwerkingsactiviteiten op grond van Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2018/1725 en Richtlijn (EU) 2016/680 vermelden waarom de verwerking van bijzondere categorieen van persoonsgegevens strikt noodzakelijk was om vertekening op te sporen en te corrigeren, en waarom dat doel niet kon worden bereikt door andere gegevens te verwerken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 2 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken voor zover: a) die verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt; en b) alle voorwaarden en waarborgen van lid 1 worden toegepast. Lid 2 sluit af met een afzonderlijke alinea: dit lid schept geen enkele verplichting om die opsporing en correctie van vertekening uit te voeren. Artikel 4a kent geen lid 3.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Verordening (EU) 2026/1744 voegt in artikel 1, punt 6, artikel 4a in Verordening (EU) 2024/1689 in en schrapt in artikel 1, punt 9, onder b), artikel 10, lid 5. Dezelfde punt 9 vervangt artikel 10, lid 1, en artikel 10, lid 6, zodat die nu naar de kwaliteitscriteria van artikel 4a, lid 1, verwijzen. De grondslag staat daarmee niet langer bij de eisen aan hoog-risico systemen in hoofdstuk III, maar als zelfstandig artikel in hoofdstuk I, direct na artikel 4, terwijl artikel 10 er van buitenaf naar terugverwijst. In de Nederlandse taalversie van het Publicatieblad heet dit ingevoegde artikel \"artikel 4 bis\"; \"artikel 4a\" is de Engelse nummering van dezelfde bepaling.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6 (invoeging) en punt 9 (artikel 10 gewijzigd, lid 5 geschrapt)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Dezelfde wijzigingsverordening vervangt in artikel 1, punt 2, onder b), artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1689. Dat lid luidt sinds 27 juli 2026: \"Het Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens, de privacy en de vertrouwelijkheid van communicatie is van toepassing op persoonsgegevens die worden verwerkt in verband met de rechten en verplichtingen die in deze verordening zijn vastgelegd. Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet.\" De vorige versie van dit lid kende dat voorbehoud voor artikel 4a niet.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Overweging 9 van Verordening (EU) 2026/1744 bepaalt dat het opsporen en corrigeren van vertekening een zwaarwegend algemeen belang vormt, dat de uitgebreide grondslag onderworpen is aan dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen als het bestaande artikel 10, lid 5, en dat daarmee de naleving wordt verzekerd van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679, artikel 10, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2018/1725 en artikel 10, punt a), van Richtlijn (EU) 2016/680. Dezelfde overweging bepaalt dat de door artikel 4a gevestigde grondslag, om aanbieders van hoog-risico AI-systemen in staat te stellen rechtmatig biasopsporing en biascorrectie te verrichten ter voorbereiding op de naleving van de eisen voor hoog-risico systemen, van toepassing moet zijn vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Artikel 4 van de wijzigingsverordening regelt uitsluitend de inwerkingtreding op de derde dag na bekendmaking en kent geen uitgestelde toepassing; het gewijzigde artikel 113, derde alinea, punt a), bepaalt dat de hoofdstukken I en II van toepassing zijn vanaf 2 februari 2025, met uitzondering van artikel 5, lid 1, eerste alinea, punten b bis) en b ter), en artikel 5, leden 1 bis en 1 ter, die vanaf 2 december 2026 gelden. Artikel 4a staat in hoofdstuk I en valt niet onder die uitzondering.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Drie dingen zijn hier in de praktijk belangrijker dan de verplaatsing zelf. Het eerste is dat dit artikel u niets opdraagt. Lid 2 zegt dat met zoveel woorden, en er hoort dus ook geen datum bij waarop iets af moet zijn. Het tweede, en het gevaarlijkere misverstand, is dat de verplaatsing naar hoofdstuk I zou betekenen dat u nu gevoelige kenmerken mag gaan verzamelen omdat u aan eerlijkheidsmetingen wilt doen. Wat is verruimd is de kring van partijen, niet de ruimte binnen de grondslag: overweging 9 zegt uitdrukkelijk dat dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen gelden als onder het oude artikel 10, lid 5. Praktisch begint het daarom bij een schriftelijke onderbouwing waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, en niet bij het aanleggen van een gegevensverzameling. Het derde is de voorwaarde die het meeste opbreekt en die in geen enkele samenvatting terugkomt: punt d) bepaalt dat de gegevens niet aan andere partijen worden doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt. Dat is feitelijk een uitbestedingsverbod. Een externe fairness-leverancier, een biastoetsingsbureau, een onderzoekspartner of een cloudpartij die bij de gegevens zelf kan, past niet binnen deze grondslag, hoe goed het contract ook is. Wie zijn biastoetsing had willen inkopen, moet haar hier zelf uitvoeren of met gegevens werken die geen bijzondere categorie zijn. Let ten slotte op uw eigen documentatie: verwerkingsregisters, gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en AI-beleidsstukken die naar artikel 10, lid 5, verwijzen, verwijzen sinds 27 juli 2026 naar een geschrapte bepaling. Dat geldt ook voor stukken die artikel 2, lid 7, aanhalen om te betogen dat de AVG onverkort voorgaat: ook dat lid is vervangen en maakt nu uitdrukkelijk een voorbehoud voor artikel 4a. Twee dateringen tot slot, en de tweede is onze gevolgtrekking en geen brontekst. Artikel 4a staat in hoofdstuk I, dat volgens artikel 113, derde alinea, punt a), sinds 2 februari 2025 van toepassing is, maar de bepaling kwam pas op 27 juli 2026 in de tekst; wij houden daarom 27 juli 2026 aan als de dag waarop de grondslag feitelijk beschikbaar kwam, terwijl overweging 9 zegt dat zij moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Let er ten slotte op dat de eisen van artikel 10, lid 2, punten f) en g), waar lid 1 naar verwijst, zelf pas van toepassing worden op 2 december 2027 voor bijlage III-systemen en op 2 augustus 2028 voor bijlage I-systemen. De grondslag loopt dus bewust voor op de plicht waarvoor u haar gebruikt, precies zoals overweging 9 beoogt.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Doe de gegevensbeschermingseffectbeoordeling voordat u begint. Bijzondere categorieen op schaal verwerken voor biastoetsing raakt artikel 35 van de AVG vrijwel altijd, en artikel 4a neemt die beoordeling niet weg: het levert de grondslag en niet de risicoafweging. Leg daarna per verwerking vast op welk lid van artikel 4a u zich beroept, voor welk systeem of model, waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, welke technische en organisatorische waarborgen gelden, wie toegang heeft en op welk moment de gegevens worden gewist. Loop in dezelfde beweging uw verwerkingsregister, uw effectbeoordelingen en uw AI-beleidsstukken na op verwijzingen naar artikel 10, lid 5, en vervang die door artikel 4a. Zet het wismoment als bewaakte termijn in plaats van als voornemen, controleer of geen enkele externe partij bij de gegevens kan, en stem de onderbouwing af met uw functionaris voor gegevensbescherming.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4a-bias-testing-legal-basis","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","label":"Ingevoegd artikel 4a in EUR-Lex"},{"relation":"related","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Verordening (EU) 2024/1689 in EUR-Lex"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-52-systemic-risk-classification","legacy_id":"raip:obligation:article-52-systemic-risk-classification","type":"obligation","slug":"article-52-systemic-risk-classification","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"fda72f0c021ed141ad0881c569a2e4d7e59aefdcec7c95a562b9f547352a974e","label":"Artikel 52: kennisgeving van een GPAI-model met systeemrisico","summary":"De aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden dat voldoet aan de voorwaarde van artikel 51, lid 1, punt a), stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis en in ieder geval binnen twee weken, met de informatie die nodig is om aan te tonen dat aan die eis is voldaan. Bij die kennisgeving mag hij onderbouwde argumenten aanvoeren dat het model bij wijze van uitzondering toch geen systeemrisico vertoont.","topics":["gpai-systemic-risk"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"settled","interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":["praxikon:eu:ai-act:change:2026-08-02-gpai-enforcement","praxikon:eu:ai-act:change:2027-08-02-legacy-gpai-models-comply"],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:notify-systemic-risk-threshold","praxikon:eu:ai-act:action:request-systemic-risk-reassessment"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:systemic-risk-notification-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:systemic-risk-notification-deadline"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-52-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-52-notification-trigger","operator":"all","description":"Van toepassing op de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden zodra dat model voldoet aan de voorwaarde van artikel 51, lid 1, punt a): capaciteiten met een grote impact, die op grond van artikel 51, lid 2, worden vermoed wanneer de cumulatieve hoeveelheid rekenkracht die voor de training is gebruikt, gemeten in zwevendekommabewerkingen, groter is dan 10^25. De termijn van twee weken loopt vanaf het moment waarop aan die eis is voldaan of waarop bekend is geworden dat eraan zal worden voldaan. De tweede route naar systeemrisico, een aanwijzing door de Commissie op grond van artikel 51, lid 1, punt b), of artikel 52, lid 4, valt hier niet onder: artikel 52, lid 1, verwijst uitsluitend naar punt a)."}],"exceptions":[{"id":"article-52-legacy-models-transitional","operator":"not","description":"Voor AI-modellen voor algemene doeleinden die voor 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht bepaalt artikel 111, lid 3, dat de aanbieder de nodige stappen onderneemt om uiterlijk op 2 augustus 2027 aan de verplichtingen van deze verordening te voldoen. Voor die modellen is de bepalende datum dus 2 augustus 2027 en niet de termijn van twee weken."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Artikel 51, lid 1, punt a), classificeert een AI-model voor algemene doeleinden als een model met een systeemrisico wanneer het beschikt over capaciteiten met een grote impact die worden beoordeeld op basis van passende technische instrumenten en methoden, met inbegrip van indicatoren en benchmarks; artikel 51, lid 2, bepaalt dat een model wordt geacht die capaciteiten te hebben wanneer de cumulatieve hoeveelheid berekeningen die wordt gebruikt om het te trainen, gemeten in zwevendekommabewerkingen, groter is dan 10^25. Artikel 51, lid 1, punt b), luidt voluit: op grond van een besluit van de Commissie, ambtshalve of naar aanleiding van een gekwalificeerde waarschuwing van het wetenschappelijk panel, heeft het AI-model vergelijkbare capaciteiten of een vergelijkbare impact als beschreven in punt a), met inachtneming van de criteria in bijlage XIII. De eis van vergelijkbare capaciteiten of impact en de verankering in bijlage XIII zijn dus onderdeel van de norm en niet alleen van de procedure. Artikel 51, lid 3, bepaalt daarnaast: de Commissie stelt overeenkomstig artikel 97 gedelegeerde handelingen vast om de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde drempelwaarden te wijzigen en benchmarks en indicatoren zo nodig aan te vullen in het licht van veranderende technologische ontwikkelingen, zoals algoritmische verbeteringen of verhoogde efficientie van de hardware, zodat deze drempels de stand van de techniek weerspiegelen. De drempel van 10^25 hierboven is dus verplaatsbaar; zolang die handeling er niet is, geldt de drempel zoals hij in lid 2 staat. Zie data/ai-act/delegated-acts.json, sleutel praxikon:eu:ai-act:delegated-act:article-51-3-thresholds. Artikel 52, lid 1, verwijst uitsluitend naar punt a) en bepaalt dat de betrokken aanbieder de Commissie onverwijld in kennis stelt, doch in ieder geval binnen twee weken nadat aan die eis is voldaan of nadat bekend is geworden dat aan die eis zal worden voldaan, en dat die kennisgeving de informatie bevat die nodig is om aan te tonen dat aan de desbetreffende eis is voldaan. Krijgt de Commissie kennis van een model dat systeemrisico vertoont waarvan zij niet in kennis is gesteld, dan kan zij besluiten dit model aan te wijzen als een model met een systeemrisico. Lid 2 laat de aanbieder toe bij zijn kennisgeving voldoende onderbouwde argumenten aan te voeren dat het model, hoewel het aan die eis voldoet, bij wijze van uitzondering vanwege zijn specifieke kenmerken geen systeemrisico vertoont en derhalve niet zou mogen worden geclassificeerd als een model met een systeemrisico. Lid 3 bepaalt dat de Commissie die argumenten verwerpt indien zij concludeert dat zij niet voldoende onderbouwd zijn en de aanbieder niet heeft kunnen aantonen dat het model vanwege zijn specifieke kenmerken geen systeemrisico vertoont, waarna het model wordt beschouwd als een AI-model voor algemene doeleinden met een systeemrisico. Lid 4 geeft de Commissie de bevoegdheid een model ambtshalve of na een gekwalificeerde waarschuwing van het wetenschappelijk panel op grond van artikel 90, lid 1, punt a), aan te wijzen op basis van de in bijlage XIII vastgestelde criteria, en machtigt haar overeenkomstig artikel 97 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage XIII te wijzigen door de in die bijlage beschreven criteria te specificeren en te actualiseren. Lid 5 bepaalt dat de Commissie op een met redenen omkleed verzoek van een aanbieder wiens model op grond van lid 4 is aangewezen, dat verzoek in overweging neemt en kan besluiten opnieuw te beoordelen of het model op basis van de criteria van bijlage XIII nog steeds wordt beschouwd als een model dat systeemrisico vertoont, dat een dergelijk verzoek objectieve, gedetailleerde en nieuwe redenen moet bevatten die na het aanwijzingsbesluit aan het licht zijn gekomen, dat aanbieders ten vroegste zes maanden na het aanwijzingsbesluit om een herbeoordeling kunnen verzoeken, en dat na een besluit om de aanwijzing te handhaven opnieuw zes maanden moeten verstrijken. Lid 6 bepaalt dat de Commissie ervoor zorgt dat een lijst van AI-modellen voor algemene doeleinden met een systeemrisico wordt gepubliceerd en actueel wordt gehouden, onverminderd de noodzaak om intellectuele-eigendomsrechten en vertrouwelijke bedrijfsinformatie of bedrijfsgeheimen te eerbiedigen en te beschermen overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 52, leden 1 tot en met 6, met artikel 51, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Overweging 111 vermeldt dat de voor het trainen gebruikte cumulatieve rekeninput het totaal bevat aan rekeninput die voorafgaand aan het inzetten van het model is gebruikt voor de activiteiten en methoden ter verbetering van de capaciteiten ervan, zoals pre-training, het genereren van synthetische gegevens en verfijning. Overweging 112 vermeldt dat de aanbieder het AI-bureau uiterlijk twee weken nadat aan de vereisten is voldaan of nadat bekend is geworden dat een model aan de vereisten voldoet die tot het vermoeden leiden, daarvan in kennis behoort te stellen, en dat dit met name relevant is met betrekking tot de drempel van zwevendekommabewerkingen, omdat de training uitgebreide planning vergt met onder meer voorafgaande toewijzing van rekeninputmiddelen, waardoor aanbieders reeds voor voltooiing van de training weten kunnen of hun model aan de drempel zal voldoen. Dezelfde overweging vermeldt dat de aanbieder in het kader van die kennisgeving moet kunnen aantonen dat het model bij wijze van uitzondering geen systeemrisico meebrengt, dat het AI-bureau dankzij die informatie kan anticiperen op het in de handel brengen van modellen met systeemrisico, en dat die informatie met name van belang is voor modellen die als open source zullen worden vrijgegeven. Overweging 113 vermeldt dat de Commissie de bevoegdheid moet hebben een model alsnog aan te merken wanneer zij kennis krijgt van het feit dat het aan de vereisten voldoet terwijl dat eerder niet bekend was of de aanbieder haar geen kennisgeving had gedaan, en dat er naast de monitoringactiviteiten van het AI-bureau een systeem van gekwalificeerde waarschuwingen door het wetenschappelijk panel moet komen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overwegingen 111 tot en met 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 111, lid 3, bepaalt dat aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die voor 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht, de nodige stappen ondernemen om uiterlijk op 2 augustus 2027 aan de verplichtingen van deze verordening te voldoen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"De richtsnoeren van de Commissie van 18 juli 2025 (C(2025) 5045 final) vermelden in punt (63) dat een downstream-partij wordt geacht aanbieder van het aangepaste model te zijn wanneer de voor de aanpassing gebruikte trainingscompute groter is dan een derde van de trainingscompute van het oorspronkelijke model, en in punt (64) dat die drempel, wanneer de downstream-partij de waarde van het oorspronkelijke model niet kan kennen en evenmin kan schatten, wordt vervangen door een derde van 10^25 FLOP bij een oorspronkelijk model met systeemrisico en anders door een derde van 10^23 FLOP. Punt (70) vermeldt dat wanneer een downstream-partij een als systeemrisicomodel geclassificeerd model zodanig aanpast dat zij aanbieder van het aangepaste model wordt, het resulterende model eveneens wordt vermoed capaciteiten met grote impact te hebben, en punt (71) vermeldt dat die partij dan moet voldoen aan de verplichtingen voor aanbieders van modellen met systeemrisico en de Commissie moet informeren overeenkomstig artikel 52, lid 1. De richtsnoeren zijn niet bindend.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","source_locator":"Commission Guidelines C(2025) 5045 final, 18.7.2025, sectie 3.2, randnummers (60) tot en met (67), en secties 3.2.1 en 3.2.2, randnummers (68) tot en met (71)","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"De handhavingsbevoegdheden van de Commissie voor AI-modellen voor algemene doeleinden en het boeteregime van artikel 101 zijn sinds 2 augustus 2026 actief. Artikel 101, lid 1, bepaalt dat de Commissie aan aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten kan opleggen van ten hoogste 3 procent van hun jaarlijkse totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar of 15 000 000 EUR, indien dat hoger is, wanneer zij vaststelt dat de aanbieder opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk heeft gepleegd op de desbetreffende bepalingen van de verordening.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikelen 91 tot en met 93, 101 en 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Dit is de enige plicht in dit hoofdstuk met een genummerde termijn, en twee weken is kort. Andere plichten hangen ook aan een klok, alleen zonder getal: artikel 55, lid 1, punt c), vraagt onverwijlde melding van ernstige incidenten aan het AI-bureau. De vraag hier is daarom niet of u kunt melden, maar of u het passeren van de drempel op tijd ziet. Overweging 112 laat weinig ruimte om dat naar achteren te schuiven: de wetgever gaat er uitdrukkelijk van uit dat u door de voorafgaande toewijzing van rekenkracht al voor het einde van de training weet dat u de drempel haalt. De randvraag die overblijft is hoe hard dat weten is bij een run die nog niet is toegewezen, en die vraag is klein vergeleken met de plicht zelf. Vier dingen worden in de praktijk gemist. Het eerste is het overgangsrecht: staat uw model al voor 2 augustus 2025 op de markt, dan geeft artikel 111, lid 3, u tot 2 augustus 2027, en dat is het verschil tussen twee weken en twee jaar. Het tweede is de reikwijdte van de trigger: alleen de drempelroute van artikel 51, lid 1, punt a), zet deze klok aan. Wordt uw model door de Commissie aangewezen op grond van artikel 51, lid 1, punt b), of artikel 52, lid 4, dan begint artikel 55 zonder dat artikel 52 iets van u vraagt. Het derde is de omkering in de laatste zin van lid 1: krijgt de Commissie zelf kennis van een model waarvan zij niet in kennis is gesteld, dan kan zij het aanwijzen, en dan voert u het gesprek vanuit een aanwijzing in plaats van vanuit uw eigen dossier. Sinds 2 augustus 2026 staat daar bovendien het boeteregime van artikel 101 achter. Het vierde is het weerleggingsspoor van lid 2: die argumenten horen bij de kennisgeving en niet erna, dus zij moeten al klaarliggen op het moment dat u meldt. Wie eenmaal is aangewezen, houdt alleen lid 5 over, en dat spoor loopt traag: op zijn vroegst zes maanden na het besluit, en alleen met objectieve, gedetailleerde en nieuwe redenen die na het besluit aan het licht zijn gekomen. De tekst noemt de Commissie als geadresseerde; overweging 112 en artikel 55, lid 1, punt c), noemen het AI-bureau, dat deze taak binnen de Commissie uitvoert. Voor een organisatie die alleen een extern model gebruikt speelt dit artikel niet: het richt zich tot de aanbieder van het model. Dat wil niet zeggen dat doorontwikkeling buiten schot blijft: volgens punt (71) van de richtsnoeren C(2025) 5045 final moet een partij die door een aanpassing zelf aanbieder van een systeemrisicomodel wordt, de Commissie overeenkomstig artikel 52, lid 1, informeren.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 52, leden 1 tot en met 6, met artikel 51, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overwegingen 111 tot en met 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","source_locator":"Commission Guidelines C(2025) 5045 final, 18.7.2025, sectie 3.2, randnummers (60) tot en met (67), en secties 3.2.1 en 3.2.2, randnummers (68) tot en met (71)","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Bepaal eerst of u aanbieder van het model bent en niet alleen gebruiker, en of uw model al voor 2 augustus 2025 op de markt stond, want dan geldt de datum van artikel 111, lid 3, en niet de termijn van twee weken. Bent u aanbieder van een nieuw model, leg dan per trainingsrun de geplande en de verbruikte rekenkracht vast, inclusief de pre-training, het genereren van synthetische gegevens en de verfijning, want overweging 111 rekent die alle drie mee. Spreek af wie meldt zodra de drempel in zicht komt, zodat de termijn van twee weken niet opgaat aan het vinden van een eigenaar, en koppel dat aan het moment van toewijzing van rekenkracht en niet aan het einde van de run. Houd de onderbouwing waarmee u zou willen betogen dat het model geen systeemrisico vertoont klaar voordat u meldt, want die hoort bij de kennisgeving. Bent u al aangewezen op grond van lid 4, bouw dan gericht aan objectieve, gedetailleerde en nieuwe redenen die na het aanwijzingsbesluit aan het licht zijn gekomen, want alleen daarmee komt u na zes maanden aan een herbeoordeling toe. Bewaar de kennisgeving, de meegestuurde onderbouwing, een eventueel herbeoordelingsverzoek en het antwoord van de Commissie als een lopend dossier per modelversie.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 52, leden 1 tot en met 6, met artikel 51, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overwegingen 111 tot en met 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-52-systemic-risk-classification","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 52 in EUR-Lex"},{"relation":"related","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","label":"Richtsnoeren C(2025) 5045 final over de reikwijdte van de GPAI-plichten"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-53-gpai","legacy_id":"raip:obligation:article-53-gpai","type":"obligation","slug":"article-53-gpai","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"55f22a1c21f936ec956fc61f7db4f29defb4524294046799c13af57745cd8b36","label":"Artikel 53: GPAI-modelaanbieders","summary":"Documentatie-, informatie-, auteursrechten- en transparantieplichten voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden.","topics":["gpai"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:gpai-document"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:gpai-compliance-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:gpai-documentation-change-control"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:gpai-guide"],"conditions":[{"id":"gpai-union-market","operator":"all","description":"De partij is aanbieder van een GPAI-model dat op de Uniemarkt wordt aangeboden."},{"id":"gpai-market-date-transition","operator":"any","description":"Voor modellen die vanaf 2 augustus 2025 op de markt zijn gebracht gelden de plichten vanaf dat moment. Modellen die vóór 2 augustus 2025 op de markt waren moeten uiterlijk 2 augustus 2027 voldoen."}],"exceptions":[{"id":"gpai-open-source-limited-exception","operator":"not","description":"De open-source-uitzondering is beperkt en laat onder meer het auteursrechtenbeleid en de publieke samenvatting van trainingsinhoud in stand. Voor modellen met systeemrisico gelden aanvullende plichten."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Artikel 53 geldt sinds 2 augustus 2025 voor nieuwe GPAI-modellen. Aanbieders onderhouden technische documentatie, geven informatie aan downstream-aanbieders, voeren een Unierechtelijk auteursrechtenbeleid en publiceren een voldoende gedetailleerde samenvatting van trainingsinhoud.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 53, lid 1, Bijlage XI en Bijlage XII","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Aanbieders van GPAI-modellen die vóór 2 augustus 2025 op de markt waren, moeten uiterlijk 2 augustus 2027 aan de toepasselijke verplichtingen voldoen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Een organisatie die alleen een extern GPAI-model gebruikt is niet daardoor automatisch GPAI-modelaanbieder. De rol in de waardeketen moet eerst worden vastgesteld.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","source_locator":"Aanwijzingen over reikwijdte en kwalificatie als aanbieder","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Leg modelversies, rolkwalificatie, documentatie-eigenaren, downstream-informatie, auteursrechtenbeleid en trainingssamenvatting in één wijzigingsgestuurd dossier vast.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 53 en de Bijlagen XI en XII","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-53-gpai","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","label":"Richtsnoeren voor GPAI-modelaanbieders"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-04T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-54-gpai-authorised-representative","legacy_id":"raip:obligation:article-54-gpai-authorised-representative","type":"obligation","slug":"article-54-gpai-authorised-representative","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"0c470c29e8f0c2ad222dc0517b6a9437615474bfc6429e9c37b90eb35572d5c5","label":"Artikel 54: gemachtigde van een aanbieder van een GPAI-model","summary":"Een aanbieder die in een derde land is gevestigd, wijst bij schriftelijke machtiging een in de Unie gevestigde gemachtigde aan voordat hij een AI-model voor algemene doeleinden in de Unie in de handel brengt. De gemachtigde voert de taken uit die het mandaat hem opdraagt en legt op verzoek een kopie van dat mandaat over aan het AI-bureau. Het mandaat geeft hem ten minste de bevoegdheid om de documentatie te controleren, een kopie tien jaar beschikbaar te houden, informatie te verstrekken en samen te werken, en stelt hem aan als aanspreekpunt naast of in plaats van de aanbieder.","topics":["gpai","value-chain"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":["praxikon:eu:ai-act:obligation:article-53-gpai","praxikon:eu:ai-act:obligation:article-55-gpai-systemic-risk"],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:appoint-gpai-authorised-representative"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:gpai-representative-mandate-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:gpai-mandate-review"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-54-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-54-scope","operator":"all","description":"Van toepassing wanneer het model kwalificeert als AI-model voor algemene doeleinden in de zin van artikel 3, punt 63, de aanbieder ervan in een derde land is gevestigd, en dat model in de Unie in de handel wordt gebracht. De aanwijzing gebeurt bij schriftelijke machtiging in de zin van artikel 3, punt 5, die niet alleen is gegeven maar ook aanvaard, en zij gebeurt voordat het model in de handel wordt gebracht. Het moment waarop dat laatste zich voordoet is voor een model minder scherp bepaald dan voor een systeem; zie de redactionele duiding."},{"id":"article-54-market-date-transition","operator":"any","description":"Voor modellen die vanaf 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht geldt de aanwijsplicht vanaf dat moment. Aanbieders van modellen die voor 2 augustus 2025 in de handel waren, nemen op grond van artikel 111, lid 3, de nodige stappen om uiterlijk 2 augustus 2027 aan de verplichtingen van de verordening te voldoen."}],"exceptions":[{"id":"article-54-open-source-exception","operator":"not","description":"Lid 6 sluit de verplichting uit voor aanbieders van AI-modellen die worden vrijgegeven onder een vrije en opensource licentie die raadpleging, gebruik, wijziging en distributie mogelijk maakt en waarvan de parameters, met inbegrip van de wegingen, de informatie over de modelarchitectuur en de informatie over het gebruik van het model openbaar worden gemaakt. Die uitzondering vervalt zodra het model een systeemrisico vertoont. Of een concrete uitgave eronder valt, is een feitelijke toets die nergens is uitgemaakt; wij lezen haar eng, zodat een gedeeltelijk openbare uitgave niet kwalificeert."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt dat aanbieders die in derde landen zijn gevestigd, voordat zij een AI-model voor algemene doeleinden in de Unie in de handel brengen, middels een schriftelijke machtiging een gemachtigde aanwijzen die is gevestigd in de Unie. Lid 2 bepaalt dat de aanbieder zijn gemachtigde in staat stelt de taken uit te voeren die staan gespecificeerd in het mandaat dat hij van de aanbieder heeft ontvangen. Lid 3 bepaalt dat de gemachtigde de taken uitvoert die staan gespecificeerd in het mandaat dat hij van de aanbieder heeft ontvangen, dat hij op verzoek een kopie van het mandaat overlegt aan het AI-bureau in een van de officiele talen van de instellingen van de Unie, en dat het mandaat de gemachtigde voor de toepassing van de verordening de bevoegdheid geeft om de volgende taken te verrichten: a) controleren of de aanbieder de in bijlage XI gespecificeerde technische documentatie heeft opgesteld en aan alle in artikel 53 en, indien van toepassing, artikel 55 bedoelde verplichtingen heeft voldaan; b) een kopie van de in bijlage XI gespecificeerde technische documentatie beschikbaar houden voor het AI-bureau en de nationale autoriteiten gedurende een periode van tien jaar nadat het AI-model voor algemene doeleinden in de handel is gebracht, en de contactgegevens van de aanbieder door wie de gemachtigde is aangewezen; c) het verstrekken aan het AI-bureau, na een met redenen omkleed verzoek, van alle informatie en documentatie, waaronder die in punt b, die nodig is om aan te tonen dat de verplichtingen van dit hoofdstuk worden nageleefd; d) samenwerken met het AI-bureau en de bevoegde autoriteiten, na een met redenen omkleed verzoek, bij alle maatregelen die de autoriteiten nemen in verband met het AI-model voor algemene doeleinden, ook indien het model wordt geintegreerd in AI-systemen die in de Unie in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Lid 4 bepaalt dat door het mandaat de gemachtigde wordt aangesteld als aanspreekpunt, naast of in plaats van de aanbieder, voor het AI-bureau of de bevoegde autoriteiten, met betrekking tot alle vraagstukken die verband houden met het waarborgen van de naleving van de verordening. Lid 5 bepaalt dat de gemachtigde het mandaat beeindigt indien hij van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat de aanbieder in strijd met zijn verplichtingen op grond van de verordening handelt, en dat hij in dat geval het AI-bureau onmiddellijk in kennis stelt van de beeindiging van het mandaat en de redenen daarvoor. Lid 6 bepaalt dat de in dit artikel genoemde verplichting niet geldt voor aanbieders van AI-modellen die worden vrijgegeven in het kader van een vrije en opensource licentie die de raadpleging, het gebruik, de wijziging en distributie van het model mogelijk maakt en waarvan de parameters, met inbegrip van de wegingen, de informatie over de modelarchitectuur en de informatie over het gebruik van het model, openbaar worden gemaakt, tenzij de AI-modellen voor algemene doeleinden systeemrisico’s vertonen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 3, punt 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 113, lid 3, punt b, bepaalt dat hoofdstuk III, afdeling 4, hoofdstuk V, hoofdstuk VII en hoofdstuk XII en artikel 78 van toepassing zijn met ingang van 2 augustus 2025, met uitzondering van artikel 101. Artikel 54 staat in hoofdstuk V en is dus van toepassing sinds 2 augustus 2025.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 101, lid 1, bepaalt dat de Commissie aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten kan opleggen van ten hoogste 3 procent van hun jaarlijkse totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar of 15 000 000 EUR, indien dat hoger is. Artikel 101 is door artikel 113, lid 3, punt b, uitgezonderd van de vervroegde toepassing van hoofdstuk XII en geldt daarom sinds 2 augustus 2026. De verplichting van artikel 54 loopt dus sinds 2 augustus 2025, terwijl de boetebevoegdheid van de Commissie daarvoor sinds 2 augustus 2026 bestaat.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 101, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die voor 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht, nemen de nodige stappen om uiterlijk 2 augustus 2027 aan de in de verordening vastgelegde verplichtingen te voldoen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Dit artikel raakt twee partijen die zichzelf zelden zo zien. De eerste is de modelaanbieder buiten de Unie die denkt dat hij pas iets moet wanneer een Europese klant hem aanspreekt: lid 1 zet de aanwijzing voor het in de handel brengen, dus de gemachtigde hoort er te zijn voordat de eerste gebruiker in de Unie het model kan raadplegen. De tweede is de Europese partij die het mandaat aanneemt. Die stapt niet in een postadresrol, maar let op hoe lid 3 is gebouwd: de eerste volzin verplicht haar de taken uit te voeren die het mandaat haar opdraagt, en pas daarna somt het artikel op waartoe het mandaat haar de bevoegdheid geeft. De punten a tot en met d zijn dus mandaatinhoud en bevoegdheid, en haar plicht loopt daar doorheen. Daar zit de scherpste onbeantwoorde vraag van dit artikel: is een gemachtigde die een mandaat aanvaardt waarin taak a of b niet is opgenomen daarmee zelf in overtreding, of rust de tekortkoming volledig bij de aanbieder die het mandaat opstelde. Wij lezen lid 3 zo dat de opsomming dwingende minimuminhoud is en dat een mandaat dat haar mist niet aan het artikel voldoet, wat de aanbieder aanspreekbaar maakt op lid 1 en de gemachtigde op wat zij wel heeft aanvaard. Een verdedigbare andere lezing is dat de gemachtigde die tekent zonder die bevoegdheden een taak op zich neemt die zij niet kan waarmaken en daarmee zelf tekortschiet. Neem daarom niet aan dat de tienjaarsbewaring van punt b vanzelf op u rust of vanzelf niet; schrijf haar uit. Lid 5 sluit dit af op een manier die vaak wordt gemist: wie meent of redenen heeft om aan te nemen dat de aanbieder zijn plichten schendt, beeindigt het mandaat en meldt dat onmiddellijk aan het AI-bureau. Dat is geen bevoegdheid maar een plicht, en zij vraagt om vooraf afgesproken toegang tot de documentatie en om een moment waarop die toegang wordt getoetst.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Drie dingen over de tijdlijn en de reikwijdte. Ten eerste het verschil tussen plicht en handhaving: de plicht loopt sinds 2 augustus 2025, maar artikel 101 is van de vervroegde toepassing uitgezonderd, zodat de Commissie pas sinds 2 augustus 2026 kan beboeten. Voor een aanbieder buiten de Unie die vandaag ontdekt dat hij geen gemachtigde heeft, betekent dat: al ruim een jaar in overtreding, en inmiddels ook beboetbaar. Ten tweede de verhouding tot artikel 22. Dat artikel kent dezelfde figuur voor hoog-risico AI-systemen, met aanvangsdata 2 december 2027 en 2 augustus 2028; artikel 54 is de eigen route voor AI-modellen voor algemene doeleinden en loopt sinds 2 augustus 2025. Wie de rol van gemachtigde opzoekt, vindt beide en moet weten welke route hem raakt. Ten derde het aanknopingspunt van lid 1. De verordening bepaalt het moment van in de handel brengen voor een model minder scherp dan voor een systeem, en voor een model dat uitsluitend via een interface vanuit een derde land beschikbaar wordt gesteld is er geen rechtspraak. Wij lezen de plicht als aangevangen zodra het model in het kader van een handelsactiviteit aan gebruikers in de Unie beschikbaar wordt gesteld, omdat lid 1 aanknoopt bij het in de handel brengen en niet bij een vestiging in de Unie. Een verdedigbare andere lezing is dat het beschikbaar stellen via een interface geen in de handel brengen van het model zelf is, waardoor de plicht pas ontstaat bij een echte levering van het model.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 40, onder b) en c), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt c) en tot toevoeging van punt d)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Stel eerst vast of u aanbieder van het model bent of alleen gebruiker, want alleen de aanbieder wijst aan. Bent u buiten de Unie gevestigd, leg het mandaat dan schriftelijk vast voordat het model hier beschikbaar komt, en schrijf de vier taken van lid 3 er met zoveel woorden in, samen met de toegang tot de documentatie van bijlage XI en het aanspreekpunt uit lid 4. Was uw model al voor 2 augustus 2025 in de handel, reken dan met 2 augustus 2027 en niet met vandaag. Ontdekt u nu pas dat er geen gemachtigde is, ga er dan van uit dat de plicht sinds 2 augustus 2025 liep en dat de Commissie er sinds 2 augustus 2026 een boete aan kan verbinden; herstel eerst en documenteer wanneer u dat deed. Neemt u een mandaat aan, spreek dan vooraf af hoe u de controle van lid 3 punt a uitvoert, wie de kopie tien jaar bewaart, en op welk moment u toetst of beeindiging op grond van lid 5 aan de orde is.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 101, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-54-gpai-authorised-representative","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 54 in EUR-Lex"},{"relation":"public_page","href":"/nl/ai-act/artikel/54","label":"Lees artikel 54 in de AI Act Explorer"},{"relation":"related","href":"/nl/ai-act/artikel/53","label":"Artikel 53: de plichten die de gemachtigde controleert"},{"relation":"related","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","label":"Richtsnoeren voor GPAI-modelaanbieders"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-55-gpai-systemic-risk","legacy_id":"raip:obligation:article-55-gpai-systemic-risk","type":"obligation","slug":"article-55-gpai-systemic-risk","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"112ee62609020ed4f49362f4910ee0bdb9155a472914dad7870a887141a5f589","label":"Artikel 55: GPAI-modellen met systeemrisico","summary":"Aanvullende plichten voor de zwaarste AI-modellen voor algemene doeleinden, bovenop Artikel 53.","topics":["gpai-systemic-risk"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:article-55-gpai-systemic-risk-act"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:article-55-gpai-systemic-risk-record"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:article-55-gpai-systemic-risk-control"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-55-gpai-systemic-risk-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-55-gpai-systemic-risk-scope","operator":"all","description":"Het GPAI-model heeft capaciteiten met grote impact, vermoed bij cumulatieve trainingsrekenkracht boven 10^25 FLOPs, of is door de Commissie aangewezen."}],"exceptions":[{"id":"article-55-gpai-systemic-risk-exception","operator":"not","description":"De GPAI Code of Practice kan na de adequaatheidsbeoordeling dienen als middel om naleving aan te tonen."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Artikel 55 verplicht aanbieders van GPAI-modellen met systeemrisico tot modelevaluaties met adversarial testen, beoordeling en mitigatie van systeemrisico’s op Unieniveau, registratie en melding van ernstige incidenten, en passende cyberbeveiliging van model en infrastructuur. De verplichtingen gelden sinds 2 augustus 2025; de handhaving door het AI Office is sinds 2 augustus 2026 actief.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 55, leden 1 en 2, in samenhang met artikel 51 en artikel 52","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"De 10^25 FLOPs-drempel is een vermoeden, geen grens waar u zich achter kunt verschuilen: de Commissie kan modellen ook op capaciteiten aanwijzen, en finetuning bovenop een bestaand model kan onder omstandigheden een eigen kwalificatie opleveren.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 55, leden 1 en 2, in samenhang met artikel 51 en artikel 52","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Modelaanbieders in de buurt van de drempel: richt de drempelbewaking nu in en sluit aan bij de Code of Practice om de bewijslast te dragen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 55, leden 1 en 2, in samenhang met artikel 51 en artikel 52","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-55-gpai-systemic-risk","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 55 in EUR-Lex"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-04T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}}],"included":{"sources":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","title":{"nl":"CEN-CENELEC JTC 21: Europese normen onder normalisatieverzoek M/613","en":"CEN-CENELEC JTC 21: European standards under standardisation request M/613"},"publisher":{"nl":"CEN-CENELEC JTC 21","en":"CEN-CENELEC JTC 21"},"canonical_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null,"source_version":"work-programme-checked-2026-08-08","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"952a677040f5a8facb59fc7e89676b9127e1c9e4a36e191112c7f7c1dcd45a94","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:cen-cenelec-jtc21"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","title":{"nl":"Richtsnoeren voor GPAI-modelaanbieders","en":"Guidelines for GPAI model providers"},"publisher":{"nl":"Europese Commissie","en":"European Commission"},"canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null,"source_version":"checked-2026-08-08","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"b3691c417d2ea106c7767e1b78bf30f045b0172a4292cb44ba76ff45109de497","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:commission-gpai-guidelines"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","title":{"nl":"EU AI-verordening 2024/1689","en":"EU Artificial Intelligence Act 2024/1689"},"publisher":{"nl":"Europees Parlement en Raad","en":"European Parliament and Council"},"canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_version":"original-oj-2024-07-12","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"bf0fca3e1fb47ce58924f6e736d572bb5db3812c3276c0b2891fbf328c42a5c6","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:reg-eu-2024-1689"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","title":{"nl":"Digital Omnibus over AI 2026/1744","en":"Digital Omnibus on AI 2026/1744"},"publisher":{"nl":"Europees Parlement en Raad","en":"European Parliament and Council"},"canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_version":"official-journal-2026-07-24","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"17f108dc4eb93b8ff3abf091ab8a6a6e3095ae112229f27ca9a59ded886c7864","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:reg-eu-2026-1744"}]},"links":{"self":"https://www.praxikon.com/api/v1/entities?duty_holder=gpai-model-provider&lang=nl","alternate":"https://www.praxikon.com/api/v1/entities?duty_holder=gpai-model-provider&lang=nl&format=jsonld","licence":"https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"}}