{"meta":{"dataset_id":"praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph","dataset_version":"2.2.0","schema_version":"1.5.0","lang":"nl","effective_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","known_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","count":1,"filters":{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","type":"obligation","role":null,"duty_holder":null,"topic":null},"identifiers":{"canonical_namespace":"praxikon","canonical_form":"praxikon:<jurisdiction>:<regulation>:<type>:<slug>","legacy_namespace":"raip","legacy_resolution":"permanent","resolved":{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","role":null,"duty_holder":null}}},"data":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","legacy_id":"raip:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","type":"obligation","slug":"article-4a-bias-testing-legal-basis","version":"1.0.0","effective_at":"2026-07-27T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"ffee7eb28c48cc8a2586f097f3abec38cbe7590c73e15b9845f9295f8f095d4c","label":"Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens","summary":"Artikel 4a geeft geen opdracht maar toestemming, en aan twee verschillende kringen. Lid 1 laat alleen de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens verwerken, voor zover strikt noodzakelijk voor biasopsporing en biascorrectie in de zin van artikel 10, lid 2, punten f) en g), en alleen wanneer alle zes voorwaarden a) tot en met f) zijn vervuld. Lid 2 opent dezelfde ruimte voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, maar alleen bij vertekening die de gezondheid en veiligheid waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, en met dezelfde zes voorwaarden. De grondslag stond tot 27 juli 2026 in artikel 10, lid 5.","topics":["fundamental-rights","high-risk-requirements"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"preliminary","interpretation_note":"Twee dingen staan hier open, en de risicorichting is bij dit artikel de omgekeerde van die bij een recht als artikel 86: een ruime lezing komt hier de verwerkingsverantwoordelijke ten goede en de betrokkene niet, want het gaat om gegevens over etniciteit, gezondheid, geloof, vakbondslidmaatschap en seksuele gerichtheid. Bij twijfel is de nauwe lezing daarom de veilige. Ten eerste de reikwijdte van \"andere AI-systemen en modellen\" in lid 2, die naar de letter elk AI-systeem en elk model omvat en waarvoor geen afbakening bestaat. Wij lezen haar naar de letter, maar met de drempel van lid 2, punt a), als de echte begrenzing: zonder gevolg voor gezondheid en veiligheid, grondrechten of verboden discriminatie is er geen grondslag. Een verdedigbare andere lezing is dat lid 2 beperkt is tot systemen die vergelijkbaar zijn met de voorbeelden in overweging 9, zoals scoringsinstrumenten voor vergunningen en publieke diensten. Ten tweede de verhouding tot artikel 9 van de AVG. Overweging 9 zegt dat de uitbreiding onder dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen valt en daarmee de naleving van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679 verzekert, en wij lezen artikel 4a dus als de Unierechtelijke maatregel die dat punt vereist, met de waarborgen in de zes voorwaarden zelf. Het tegenargument staat er tegenover en is niet verdwenen, maar het is sinds 27 juli 2026 wel smaller geworden: die verankering staat in een overweging en niet in het artikel, en het artikel wijst zelf geen grond uit artikel 9, lid 2, aan. Wat dat tegenargument niet langer schraagt is artikel 2, lid 7. Dat lid liet de AVG tot 27 juli 2026 zonder voorbehoud onverlet, maar het is door artikel 1, punt 2, onder b), van Verordening (EU) 2026/1744 vervangen en luidt nu: \"Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet.\" De Uniewetgever heeft het voorbehoud dus precies voor artikel 4a gemaakt, en dat wijst naar de lezing dat artikel 4a zelf de Unierechtelijke maatregel is en niet slechts naar de AVG doorverwijst. Wie dit object citeert en daarbij de oude formulering van artikel 2, lid 7, aanhaalt, citeert een vervangen bepaling. Een verdedigbare andere lezing blijft dat er nog een nationale of Unierechtelijke maatregel met specifieke waarborgen bij hoort, maar zij steunt nu alleen nog op het ontbreken van een uitdrukkelijke aanwijzing in het artikel zelf. Over de ingangsdatum staat een deel vast en een deel niet. Wat vaststaat is wat overweging 9 zegt, namelijk dat de grondslag moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689; dat is nagelezen en geen huislezing. Wat wel open blijft is welke datum dit object daarom draagt. Wij houden 27 juli 2026 aan, de dag waarop artikel 4a in de tekst kwam, omdat een grondslag die er nog niet stond feitelijk niet beschikbaar was. De andere lezing volgt overweging 9 letterlijk en laat de grondslag terugwerken tot de toepassingsdatum van de basisverordening. Dat verschil is niet academisch voor wie een verwerking uit die periode moet onderbouwen. De redactionele uitspraak hieronder markeert die keuze als onze gevolgtrekking.","obligation_ids":[],"change_ids":["praxikon:eu:ai-act:change:2026-07-27-article-4a-inserted"],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:record-bias-testing-legal-basis"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:bias-testing-necessity-record"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:bias-testing-data-deletion"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-4a-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-4a-paragraph-1-high-risk-provider-only","operator":"all","description":"Lid 1 staat uitsluitend open voor de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem, en alleen voor zover de verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g). De gebruiksverantwoordelijke kan zich niet op dit lid beroepen, ook niet bij een hoog-risico systeem; voor hem loopt de weg via lid 2."},{"id":"article-4a-paragraph-2-wider-circle-with-harm-threshold","operator":"all","description":"Lid 2 staat open voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen, maar met een eigen materiele drempel: de verwerking moet strikt noodzakelijk zijn met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt. Vertekening zonder een van die gevolgen valt er niet onder."},{"id":"article-4a-cumulative-conditions","operator":"all","description":"De zes voorwaarden van lid 1 gelden cumulatief en, via lid 2, punt b), ook voor de ruimere kring: a) andere gegevens, waaronder synthetische of geanonimiseerde, volstaan aantoonbaar niet; b) er gelden technische beperkingen op hergebruik plus beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) er is strikte toegangscontrole met documentatie en geheimhouding; d) de gegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) zij worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de bewaartermijn verstrijkt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; f) het register van verwerkingsactiviteiten vermeldt waarom de verwerking strikt noodzakelijk was en waarom het doel niet met andere gegevens kon worden bereikt."}],"exceptions":[{"id":"article-4a-no-duty-to-test","operator":"not","description":"Lid 2 sluit af met de bepaling dat het geen verplichting schept om vertekening op te sporen en te corrigeren. Artikel 4a is dus een grondslag en geen opdracht: zonder die verwerking te doen valt er onder dit artikel niets na te leven, er is geen datum waarop iets af moet zijn, en buiten het doel van biasopsporing en biascorrectie geeft het geen enkele ruimte."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt dat aanbieders van hoog-risico AI-systemen, voor zover strikt noodzakelijk om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g), van deze verordening, bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken, met passende waarborgen voor de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen. Naast het bepaalde in Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2018/1725 en Richtlijn (EU) 2016/680, naargelang van toepassing, moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan om die verwerking te laten plaatsvinden: a) de opsporing en correctie van vertekening kunnen niet doeltreffend worden verricht door andere gegevens te verwerken, waaronder synthetische of geanonimiseerde gegevens; b) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens zijn onderworpen aan technische beperkingen op het hergebruik van persoonsgegevens en aan beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens zijn onderworpen aan maatregelen die waarborgen dat de verwerkte persoonsgegevens beveiligd en beschermd zijn, met passende waarborgen, waaronder strikte controle op en documentatie van de toegang, om misbruik te voorkomen en te verzekeren dat alleen bevoegde personen met passende geheimhoudingsverplichtingen toegang hebben tot die persoonsgegevens; d) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de persoonsgegevens het einde van hun bewaartermijn hebben bereikt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; en f) de registers van verwerkingsactiviteiten op grond van Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2018/1725 en Richtlijn (EU) 2016/680 vermelden waarom de verwerking van bijzondere categorieen van persoonsgegevens strikt noodzakelijk was om vertekening op te sporen en te corrigeren, en waarom dat doel niet kon worden bereikt door andere gegevens te verwerken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 2 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken voor zover: a) die verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt; en b) alle voorwaarden en waarborgen van lid 1 worden toegepast. Lid 2 sluit af met een afzonderlijke alinea: dit lid schept geen enkele verplichting om die opsporing en correctie van vertekening uit te voeren. Artikel 4a kent geen lid 3.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Verordening (EU) 2026/1744 voegt in artikel 1, punt 6, artikel 4a in Verordening (EU) 2024/1689 in en schrapt in artikel 1, punt 9, onder b), artikel 10, lid 5. Dezelfde punt 9 vervangt artikel 10, lid 1, en artikel 10, lid 6, zodat die nu naar de kwaliteitscriteria van artikel 4a, lid 1, verwijzen. De grondslag staat daarmee niet langer bij de eisen aan hoog-risico systemen in hoofdstuk III, maar als zelfstandig artikel in hoofdstuk I, direct na artikel 4, terwijl artikel 10 er van buitenaf naar terugverwijst. In de Nederlandse taalversie van het Publicatieblad heet dit ingevoegde artikel \"artikel 4 bis\"; \"artikel 4a\" is de Engelse nummering van dezelfde bepaling.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6 (invoeging) en punt 9 (artikel 10 gewijzigd, lid 5 geschrapt)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Dezelfde wijzigingsverordening vervangt in artikel 1, punt 2, onder b), artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1689. Dat lid luidt sinds 27 juli 2026: \"Het Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens, de privacy en de vertrouwelijkheid van communicatie is van toepassing op persoonsgegevens die worden verwerkt in verband met de rechten en verplichtingen die in deze verordening zijn vastgelegd. Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet.\" De vorige versie van dit lid kende dat voorbehoud voor artikel 4a niet.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Overweging 9 van Verordening (EU) 2026/1744 bepaalt dat het opsporen en corrigeren van vertekening een zwaarwegend algemeen belang vormt, dat de uitgebreide grondslag onderworpen is aan dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen als het bestaande artikel 10, lid 5, en dat daarmee de naleving wordt verzekerd van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679, artikel 10, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2018/1725 en artikel 10, punt a), van Richtlijn (EU) 2016/680. Dezelfde overweging bepaalt dat de door artikel 4a gevestigde grondslag, om aanbieders van hoog-risico AI-systemen in staat te stellen rechtmatig biasopsporing en biascorrectie te verrichten ter voorbereiding op de naleving van de eisen voor hoog-risico systemen, van toepassing moet zijn vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Artikel 4 van de wijzigingsverordening regelt uitsluitend de inwerkingtreding op de derde dag na bekendmaking en kent geen uitgestelde toepassing; het gewijzigde artikel 113, derde alinea, punt a), bepaalt dat de hoofdstukken I en II van toepassing zijn vanaf 2 februari 2025, met uitzondering van artikel 5, lid 1, eerste alinea, punten b bis) en b ter), en artikel 5, leden 1 bis en 1 ter, die vanaf 2 december 2026 gelden. Artikel 4a staat in hoofdstuk I en valt niet onder die uitzondering.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Drie dingen zijn hier in de praktijk belangrijker dan de verplaatsing zelf. Het eerste is dat dit artikel u niets opdraagt. Lid 2 zegt dat met zoveel woorden, en er hoort dus ook geen datum bij waarop iets af moet zijn. Het tweede, en het gevaarlijkere misverstand, is dat de verplaatsing naar hoofdstuk I zou betekenen dat u nu gevoelige kenmerken mag gaan verzamelen omdat u aan eerlijkheidsmetingen wilt doen. Wat is verruimd is de kring van partijen, niet de ruimte binnen de grondslag: overweging 9 zegt uitdrukkelijk dat dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen gelden als onder het oude artikel 10, lid 5. Praktisch begint het daarom bij een schriftelijke onderbouwing waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, en niet bij het aanleggen van een gegevensverzameling. Het derde is de voorwaarde die het meeste opbreekt en die in geen enkele samenvatting terugkomt: punt d) bepaalt dat de gegevens niet aan andere partijen worden doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt. Dat is feitelijk een uitbestedingsverbod. Een externe fairness-leverancier, een biastoetsingsbureau, een onderzoekspartner of een cloudpartij die bij de gegevens zelf kan, past niet binnen deze grondslag, hoe goed het contract ook is. Wie zijn biastoetsing had willen inkopen, moet haar hier zelf uitvoeren of met gegevens werken die geen bijzondere categorie zijn. Let ten slotte op uw eigen documentatie: verwerkingsregisters, gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en AI-beleidsstukken die naar artikel 10, lid 5, verwijzen, verwijzen sinds 27 juli 2026 naar een geschrapte bepaling. Dat geldt ook voor stukken die artikel 2, lid 7, aanhalen om te betogen dat de AVG onverkort voorgaat: ook dat lid is vervangen en maakt nu uitdrukkelijk een voorbehoud voor artikel 4a. Twee dateringen tot slot, en de tweede is onze gevolgtrekking en geen brontekst. Artikel 4a staat in hoofdstuk I, dat volgens artikel 113, derde alinea, punt a), sinds 2 februari 2025 van toepassing is, maar de bepaling kwam pas op 27 juli 2026 in de tekst; wij houden daarom 27 juli 2026 aan als de dag waarop de grondslag feitelijk beschikbaar kwam, terwijl overweging 9 zegt dat zij moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Let er ten slotte op dat de eisen van artikel 10, lid 2, punten f) en g), waar lid 1 naar verwijst, zelf pas van toepassing worden op 2 december 2027 voor bijlage III-systemen en op 2 augustus 2028 voor bijlage I-systemen. De grondslag loopt dus bewust voor op de plicht waarvoor u haar gebruikt, precies zoals overweging 9 beoogt.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Doe de gegevensbeschermingseffectbeoordeling voordat u begint. Bijzondere categorieen op schaal verwerken voor biastoetsing raakt artikel 35 van de AVG vrijwel altijd, en artikel 4a neemt die beoordeling niet weg: het levert de grondslag en niet de risicoafweging. Leg daarna per verwerking vast op welk lid van artikel 4a u zich beroept, voor welk systeem of model, waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, welke technische en organisatorische waarborgen gelden, wie toegang heeft en op welk moment de gegevens worden gewist. Loop in dezelfde beweging uw verwerkingsregister, uw effectbeoordelingen en uw AI-beleidsstukken na op verwijzingen naar artikel 10, lid 5, en vervang die door artikel 4a. Zet het wismoment als bewaakte termijn in plaats van als voornemen, controleer of geen enkele externe partij bij de gegevens kan, en stem de onderbouwing af met uw functionaris voor gegevensbescherming.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4a-bias-testing-legal-basis","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","label":"Ingevoegd artikel 4a in EUR-Lex"},{"relation":"related","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Verordening (EU) 2024/1689 in EUR-Lex"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}}],"included":{"sources":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","title":{"nl":"Digital Omnibus over AI 2026/1744","en":"Digital Omnibus on AI 2026/1744"},"publisher":{"nl":"Europees Parlement en Raad","en":"European Parliament and Council"},"canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_version":"official-journal-2026-07-24","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"17f108dc4eb93b8ff3abf091ab8a6a6e3095ae112229f27ca9a59ded886c7864","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:reg-eu-2026-1744"}]},"links":{"self":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-4a-bias-testing-legal-basis&lang=nl","alternate":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-4a-bias-testing-legal-basis&lang=nl&format=jsonld","licence":"https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"}}