{"meta":{"dataset_id":"praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph","dataset_version":"2.2.2","schema_version":"1.5.0","lang":"nl","effective_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","known_at":"2026-10-20T00:00:00.000Z","count":9,"filters":{"id":null,"type":"obligation","role":"gpai-model-provider","duty_holder":null,"topic":null},"identifiers":{"canonical_namespace":"praxikon","canonical_form":"praxikon:<jurisdiction>:<regulation>:<type>:<slug>","legacy_namespace":"raip","legacy_resolution":"permanent","resolved":{"id":null,"role":null,"duty_holder":null}}},"data":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications","legacy_id":"raip:obligation:article-40-42-standards-and-specifications","type":"obligation","slug":"article-40-42-standards-and-specifications","version":"1.0.0","effective_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"5ed867d4d391f1d4f1bd452fb12e1a85d2b504978e3ac431460b7871eb18c51c","label":"Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit","summary":"Wie een geharmoniseerde norm toepast waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt geacht te voldoen aan de eisen van afdeling 2 of aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die norm ze dekt. Zolang zo een norm er niet is, kan de Commissie bij uitvoeringshandeling gemeenschappelijke specificaties vaststellen, en die dragen hetzelfde vermoeden. Past u zo een gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat u technische oplossingen heeft gekozen die minstens gelijkwaardig zijn. Artikel 42 voegt daar drie smalle vermoedens aan toe, en zij ontstaan niet alle op dezelfde manier. Lid 1 geeft het vermoeden van overeenstemming met artikel 10, lid 4, aan systemen die zijn getraind en getest op data die de specifieke geografische, gedrags-, contextuele of functionele omgeving weerspiegelen waarin zij zullen worden gebruikt; daaraan is geen bekendmaking in het Publicatieblad verbonden. Lid 2 stelt die voorwaarde wel: het vermoeden van overeenstemming met de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 geldt voor systemen die zijn gecertificeerd onder een regeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Het bij artikel 1, punt 18, van Verordening (EU) 2026/1744 toegevoegde lid 3 geeft datzelfde vermoeden aan systemen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen en aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, daarvan voldoen. Elk van deze vermoedens is weerlegbaar en reikt niet verder dan wat de norm, de specificatie of de certificering dekt.","topics":["conformity","standards"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"preliminary","interpretation_note":"Open is de verankering van de plichtdrager. Van de drie artikelen bevat alleen artikel 41, lid 5, een gedragsnorm die zich tot een rol richt die deze graph kent: de aanbieders van AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden moeten naar behoren rechtvaardigen dat zij minstens gelijkwaardige technische oplossingen hebben gekozen wanneer zij een gemeenschappelijke specificatie niet toepassen. Op dat lid is dit object verankerd. Een verdedigbare andere lezing behandelt de artikelen 40 tot en met 42 als volledig institutioneel, met een lege plichtdrager en `out_of_scope`, en hangt de rechtvaardiging aan artikel 11 en bijlage IV, waar de technische documentatie wordt beschreven. Wie die lezing aanhoudt, verplaatst de aanbevolen actie en het dossier hieronder naar het object over artikel 11; de inhoud verandert daarmee niet, de grondslag wel. Open is ook waar de rechtvaardiging moet worden vastgelegd. Artikel 41, lid 5, schrijft geen vorm, geen plaats en geen ontvanger voor. Wij lezen daarin dat zij thuishoort in de technische documentatie, omdat dat het enige dossier is dat een markttoezichtautoriteit op grond van artikel 21 kan opvragen; dat is een gevolgtrekking en geen tekst. Niet open is de datering: de artikelen 40, 41 en 42 staan in hoofdstuk III, afdeling 5, en die afdeling wordt in de derde alinea van artikel 113 niet uitgezonderd, dus geldt de algemene toepassingsdatum uit de tweede alinea, 2 augustus 2026.","obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:justify-standards-and-specification-choices"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:standards-conformity-justification-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:official-journal-citation-watch"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-40-42-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-40-42-publication-condition","operator":"all","description":"Het vermoeden van artikel 40, lid 1, ontstaat pas wanneer de referenties van de geharmoniseerde norm overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en het reikt slechts voor zover die normen die eisen of verplichtingen dekken. Hetzelfde geldt voor de cyberbeveiligingscertificering van artikel 42, lid 2, waarvan de referenties eveneens in het Publicatieblad moeten zijn bekendgemaakt."},{"id":"article-40-42-justification-condition","operator":"all","description":"De rechtvaardigingsplicht van artikel 41, lid 5, ontstaat alleen wanneer er voor de betrokken eis daadwerkelijk een gemeenschappelijke specificatie bij uitvoeringshandeling is vastgesteld en de aanbieder die niet toepast. Bestaat die specificatie niet, dan is er niets om van af te wijken en toont u de conformiteit langs de gewone weg aan."}],"exceptions":[{"id":"article-40-42-presumption-is-rebuttable","operator":"not","description":"Een vermoeden van conformiteit is geen vaststelling van naleving. De tekst zegt dat het systeem wordt geacht in overeenstemming te zijn, en uitsluitend voor zover de norm of de specificatie de betrokken eisen of verplichtingen dekt. Buiten die dekking blijft de bewijslast onverkort bij de aanbieder, en een markttoezichtautoriteit kan het vermoeden weerleggen wanneer het systeem in werkelijkheid niet aan de eisen voldoet."},{"id":"article-40-42-specification-withdrawn","operator":"not","description":"Artikel 41, lid 4, laat een gemeenschappelijke specificatie vervallen zodra de norm er is: wanneer de referentie van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, trekt de Commissie de uitvoeringshandelingen of delen daarvan die dezelfde eisen of verplichtingen dekken in. Een dossier dat op een ingetrokken specificatie leunt, verliest daarmee zijn grondslag."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"De slotalinea van artikel 40, lid 2, zoals toegevoegd bij artikel 1, punt 17, van Verordening (EU) 2026/1744, bepaalt: de Commissie verzoekt de Europese normalisatieorganisaties overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 en zonder onnodige vertraging normalisatieproducten te ontwikkelen, met inbegrip van, waar passend, geharmoniseerde normen, om gezamenlijke naleving en het vermoeden van conformiteit met de eisen of verplichtingen die zijn vastgesteld in hoofdstuk III, afdelingen 2 en 3, van deze verordening, en met de desbetreffende eisen en verplichtingen die zijn vastgesteld in de in bijlage I bij deze verordening vermelde harmonisatiewetgeving van de Unie te vergemakkelijken. Het bij artikel 1, punt 18, toegevoegde artikel 42, lid 3, bepaalt: wanneer AI-systemen met een hoog risico binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen en aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, van die verordening is voldaan, worden die systemen geacht te voldoen aan de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 van deze verordening.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punten 17 en 18, tot wijziging van artikel 40, lid 2, en artikel 42","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 40, lid 1, bepaalt: AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012, worden geacht in overeenstemming te zijn met de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven eisen, of, naargelang het geval, de in hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van deze verordening beschreven verplichtingen, voor zover die eisen of verplichtingen door die normen worden gedekt. Lid 2 bepaalt: Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 dient de Commissie zonder onnodige vertraging normalisatieverzoeken in die betrekking hebben op alle eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk en, in voorkomend geval, normalisatieverzoeken die betrekking hebben op verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van deze verordening. In het normalisatieverzoek wordt ook gevraagd om producten met betrekking tot rapporterings- en documentatieprocessen om de prestaties van hulpbronnen van AI-systemen te verbeteren, zoals het verminderen van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen van AI-systemen met een hoog risico tijdens de levenscyclus ervan, en met betrekking tot de energie-efficiënte ontwikkeling van AI-modellen voor algemene doeleinden. Bij het opstellen van een normalisatieverzoek raadpleegt de Commissie de AI-board en de relevante belanghebbenden, met inbegrip van het adviesforum. Bij het richten van een normalisatieverzoek aan Europese normalisatie-instellingen specificeert de Commissie dat normen duidelijk en consistent moeten zijn, met inbegrip van de normen die in de verschillende sectoren ontwikkeld zijn voor producten die onder de in bijlage I vermelde bestaande harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, en tot doel hebben ervoor te zorgen dat AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in de Unie in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld, voldoen aan de relevante eisen of verplichtingen van deze verordening. Lid 3 bepaalt: De deelnemers aan het normalisatieproces streven naar het bevorderen van investeringen en innovatie in AI, onder andere door voor meer rechtszekerheid te zorgen, en het concurrentievermogen en de groei van de markt van de Unie, naar het bijdragen aan de versterking van de wereldwijde samenwerking op het gebied van normalisatie, rekening houdend met bestaande internationale normen op het gebied van AI die in overeenstemming zijn met de waarden, grondrechten en belangen van de Unie, en naar het verbeteren van de multistakeholdergovernance door te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen en de effectieve deelname van alle relevante belanghebbenden overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 1025/2012.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 40, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 41, lid 1, bepaalt: De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) de Commissie heeft op grond van artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 een of meer Europese normalisatieorganisaties verzocht een geharmoniseerde norm op te stellen voor de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven eisen, of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, en: i) het verzoek is door geen enkele van de Europese normalisatieorganisaties aanvaard, of ii) de geharmoniseerde normen waarop dat verzoek betrekking heeft, worden niet binnen de overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde termijn geleverd, of iii) in de relevante geharmoniseerde normen wordt onvoldoende rekening gehouden met problemen op het gebied van de grondrechten, of iv) de geharmoniseerde normen voldoen niet aan het verzoek, en b) er is geen referentie van geharmoniseerde normen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie voor de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, en een dergelijke referentie zal naar verwachting niet binnen een redelijke termijn worden bekendgemaakt. Bij het opstellen van de gemeenschappelijke specificaties raadpleegt de Commissie het in artikel 67 bedoelde adviesforum. Lid 2 bepaalt: Alvorens een ontwerpuitvoeringshandeling op te stellen, stelt de Commissie het in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 bedoelde comité ervan in kennis dat zij van oordeel is dat aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel is voldaan. Lid 3 bepaalt: AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in overeenstemming zijn met de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of delen daarvan worden geacht in overeenstemming te zijn met de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven voorschriften, of, in voorkomend geval, met de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die voorschriften of die verplichtingen door die gemeenschappelijke specificaties worden bestreken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 41, lid 4, bepaalt: Wanneer een Europese normalisatieorganisatie een geharmoniseerde norm vaststelt en deze aan de Commissie voorstelt met het oog op de bekendmaking van de referentie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, beoordeelt de Commissie de geharmoniseerde norm overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012. Wanneer de referentie van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, trekt de Commissie de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen of delen daarvan die dezelfde in afdeling 2 van dit hoofdstuk vermelde eisen of, in voorkomend geval, dezelfde verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, dekken, in. Lid 5 bepaalt: Wanneer aanbieders van AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden niet voldoen aan de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, moeten zij naar behoren rechtvaardigen dat zij technische oplossingen hebben gekozen die voldoen aan de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven voorschriften of, in voorkomend geval, aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, in een mate die minstens gelijkwaardig daarmee is. Lid 6 bepaalt: Wanneer een lidstaat van oordeel is dat een gemeenschappelijke specificatie niet volledig aan de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voldoet, stelt deze lidstaat de Commissie daarvan in kennis met een gedetailleerde toelichting. De Commissie beoordeelt die informatie en wijzigt de uitvoeringshandeling tot vaststelling van de betrokken gemeenschappelijke specificatie zo nodig.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 4, 5 en 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 42, lid 1, bepaalt: AI-systemen met een hoog risico die zijn getraind en getest op data die overeenkomen met de specifieke geografische, gedragsgerelateerde, contextuele of functionele omgeving waarin zij zullen worden gebruikt, geacht te voldoen de in artikel 10, lid 4, beschreven relevante eisen. Lid 2 bepaalt: AI-systemen met een hoog risico die zijn gecertificeerd of waarvoor een conformiteitsverklaring is verstrekt volgens een cyberbeveiligingsregeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 en waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht te voldoen aan de in artikel 15 van deze verordening beschreven cyberbeveiligingseisen, voor zover die eisen door het cyberbeveiligingscertificaat of de conformiteitsverklaring of delen daarvan worden bestreken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 42, leden 1 en 2","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Het woord waar alles om draait is vermoeden. Een vermoeden van conformiteit is geen bewijs van naleving en het is weerlegbaar: het verschuift wie wat moet aantonen, meer niet. Toont een markttoezichtautoriteit aan dat uw systeem in werkelijkheid niet aan een eis van afdeling 2 voldoet, dan houdt de toegepaste norm dat niet tegen. Daar komen twee grenzen bij die in de tekst zelf staan. De eerste is de dekkingsgrens: het vermoeden werkt uitsluitend voor zover de norm of de specificatie de betrokken eisen of verplichtingen dekt. EN 18286 laat precies zien wat dat betekent, want de dekkingsverklaring bij die norm sluit artikel 17, leden 2 tot en met 4, en artikel 72 uitdrukkelijk uit; wat buiten de dekking valt, onderbouwt u zelf. De tweede is de bekendmakingsgrens: zonder referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie ontstaat er geen vermoeden, hoe compleet de norm ook is. De twaalf normobjecten in data/ai-act/graph/standards.ts staan er om die reden allemaal op guidance en niet op applicable. Wie een leverancier hoort zeggen dat zijn product aan de Europese norm voldoet en daarom AI Act-conform is, hoort dus twee sprongen tegelijk: van dekking naar volledigheid, en van norm naar rechtsgevolg.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 40, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","source_locator":"EN 18286:2026, CEN/CLC/JTC 21 onder normalisatieverzoek M/613","source_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Artikel 41 wordt vaak weggezet als een noodklep die wel nooit zal worden gebruikt, en dat is de verkeerde inschatting. De Europese normen onder normalisatieverzoek M/613 zijn nog niet alle beschikbaar: de normalisatielaag in data/ai-act/graph/standards.ts laat één afgeronde EN zien en zes deliverables die nog in ontwerp of enquete zijn. Precies dat is de toestand die de voorwaarden van artikel 41, lid 1, punt a), ii), en punt b), beschrijven, en dus blijft de route van de gemeenschappelijke specificatie praktisch relevant. Voor u betekent dat twee dingen. Ten eerste kan er voor een eis van afdeling 2 een uitvoeringshandeling komen die u niet zelf heeft zien aankomen en die uw ontwerpkeuzes raakt; die handelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure van artikel 98, lid 2, en niet in overleg met individuele aanbieders. Ten tweede is er dan een lid dat rechtstreeks van u iets vraagt: lid 5. Past u de gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat uw technische oplossing minstens gelijkwaardig is. Dat is de enige plek in deze drie artikelen waar u zelf iets moet opschrijven, en de tekst zegt niet waar. In de praktijk hoort die rechtvaardiging in de technische documentatie, want dat is het dossier dat op een met redenen omkleed verzoek moet worden overgelegd. Artikel 42 is smaller dan het lijkt en wordt om die reden overschat. Lid 1 raakt uitsluitend artikel 10, lid 4, en niet de rest van de datagovernance van artikel 10; lid 2 raakt uitsluitend de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 en alleen wanneer de referenties van de regeling onder Verordening (EU) 2019/881 in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Een certificaat onder een nog niet bekendgemaakte regeling levert geen vermoeden op, en een vermoeden op artikel 15 zegt niets over uw artikel 9, 11, 12, 13 of 14.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 4, 5 en 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 42, leden 1 en 2","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","source_locator":"EN 18286:2026, CEN/CLC/JTC 21 onder normalisatieverzoek M/613","source_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","source_locator":"prEN 18228 (ontwerpnorm), CEN/CLC/JTC 21 onder M/613","source_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Maak per hoog-risicosysteem en per AI-model voor algemene doeleinden een dekkingsmatrix: zet in de linkerkolom elke eis van afdeling 2 die op u drukt, en zet ernaast welke geharmoniseerde norm, welke gemeenschappelijke specificatie of welk eigen document die eis afdekt. Noteer per regel of de referentie van die norm in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, want alleen die regels dragen een vermoeden; de overige regels vragen om eigen bewijs. Schrijf voor elke eis waarvoor een gemeenschappelijke specificatie bestaat die u niet toepast een rechtvaardiging op grond van artikel 41, lid 5: welke technische oplossing u heeft gekozen, waarom die minstens gelijkwaardig is aan wat de specificatie verlangt, en welke test dat laat zien. Neem die rechtvaardiging op in de technische documentatie, zodat zij op een met redenen omkleed verzoek meteen mee kan. Zet daarnaast een vaste controle op de bekendmakingen in het Publicatieblad: een nieuwe referentie zet een vermoeden aan, en trekt op grond van artikel 41, lid 4, een bestaande gemeenschappelijke specificatie in, wat de grondslag onder een regel van uw matrix kan wegnemen. Wilt u leunen op artikel 42, leg dan vast waarom uw trainings- en testdata overeenkomen met de geografische, gedragsgerelateerde, contextuele of functionele omgeving waarin het systeem zal worden gebruikt, en beperk de conclusie tot artikel 10, lid 4. Voor de cyberbeveiligingsroute controleert u eerst of de referenties van de regeling onder Verordening (EU) 2019/881 in het Publicatieblad staan; zonder die bekendmaking is het certificaat een goed document zonder rechtsgevolg onder artikel 15.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 41, leden 4, 5 en 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 10, lid 4; artikel 15; artikel 43, lid 1; hoofdstuk III, afdeling 5, en artikel 113, tweede alinea","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-40-42-standards-and-specifications","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"De artikelen 40 tot en met 42 in EUR-Lex"},{"relation":"public_page","href":"/nl/ai-act/artikel/40","label":"Lees artikel 40 in de AI Act Explorer"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-03-05T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","legacy_id":"raip:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis","type":"obligation","slug":"article-4a-bias-testing-legal-basis","version":"1.0.0","effective_at":"2026-07-27T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"ffee7eb28c48cc8a2586f097f3abec38cbe7590c73e15b9845f9295f8f095d4c","label":"Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens","summary":"Artikel 4a geeft geen opdracht maar toestemming, en aan twee verschillende kringen. Lid 1 laat alleen de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens verwerken, voor zover strikt noodzakelijk voor biasopsporing en biascorrectie in de zin van artikel 10, lid 2, punten f) en g), en alleen wanneer alle zes voorwaarden a) tot en met f) zijn vervuld. Lid 2 opent dezelfde ruimte voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, maar alleen bij vertekening die de gezondheid en veiligheid waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, en met dezelfde zes voorwaarden. De grondslag stond tot 27 juli 2026 in artikel 10, lid 5.","topics":["fundamental-rights","high-risk-requirements"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"preliminary","interpretation_note":"Twee dingen staan hier open, en de risicorichting is bij dit artikel de omgekeerde van die bij een recht als artikel 86: een ruime lezing komt hier de verwerkingsverantwoordelijke ten goede en de betrokkene niet, want het gaat om gegevens over etniciteit, gezondheid, geloof, vakbondslidmaatschap en seksuele gerichtheid. Bij twijfel is de nauwe lezing daarom de veilige. Ten eerste de reikwijdte van \"andere AI-systemen en modellen\" in lid 2, die naar de letter elk AI-systeem en elk model omvat en waarvoor geen afbakening bestaat. Wij lezen haar naar de letter, maar met de drempel van lid 2, punt a), als de echte begrenzing: zonder gevolg voor gezondheid en veiligheid, grondrechten of verboden discriminatie is er geen grondslag. Een verdedigbare andere lezing is dat lid 2 beperkt is tot systemen die vergelijkbaar zijn met de voorbeelden in overweging 9, zoals scoringsinstrumenten voor vergunningen en publieke diensten. Ten tweede de verhouding tot artikel 9 van de AVG. Overweging 9 zegt dat de uitbreiding onder dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen valt en daarmee de naleving van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679 verzekert, en wij lezen artikel 4a dus als de Unierechtelijke maatregel die dat punt vereist, met de waarborgen in de zes voorwaarden zelf. Het tegenargument staat er tegenover en is niet verdwenen, maar het is sinds 27 juli 2026 wel smaller geworden: die verankering staat in een overweging en niet in het artikel, en het artikel wijst zelf geen grond uit artikel 9, lid 2, aan. Wat dat tegenargument niet langer schraagt is artikel 2, lid 7. Dat lid liet de AVG tot 27 juli 2026 zonder voorbehoud onverlet, maar het is door artikel 1, punt 2, onder b), van Verordening (EU) 2026/1744 vervangen en luidt nu: \"Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet.\" De Uniewetgever heeft het voorbehoud dus precies voor artikel 4a gemaakt, en dat wijst naar de lezing dat artikel 4a zelf de Unierechtelijke maatregel is en niet slechts naar de AVG doorverwijst. Wie dit object citeert en daarbij de oude formulering van artikel 2, lid 7, aanhaalt, citeert een vervangen bepaling. Een verdedigbare andere lezing blijft dat er nog een nationale of Unierechtelijke maatregel met specifieke waarborgen bij hoort, maar zij steunt nu alleen nog op het ontbreken van een uitdrukkelijke aanwijzing in het artikel zelf. Over de ingangsdatum staat een deel vast en een deel niet. Wat vaststaat is wat overweging 9 zegt, namelijk dat de grondslag moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689; dat is nagelezen en geen huislezing. Wat wel open blijft is welke datum dit object daarom draagt. Wij houden 27 juli 2026 aan, de dag waarop artikel 4a in de tekst kwam, omdat een grondslag die er nog niet stond feitelijk niet beschikbaar was. De andere lezing volgt overweging 9 letterlijk en laat de grondslag terugwerken tot de toepassingsdatum van de basisverordening. Dat verschil is niet academisch voor wie een verwerking uit die periode moet onderbouwen. De redactionele uitspraak hieronder markeert die keuze als onze gevolgtrekking.","obligation_ids":[],"change_ids":["praxikon:eu:ai-act:change:2026-07-27-article-4a-inserted"],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:record-bias-testing-legal-basis"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:bias-testing-necessity-record"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:bias-testing-data-deletion"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-4a-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-4a-paragraph-1-high-risk-provider-only","operator":"all","description":"Lid 1 staat uitsluitend open voor de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem, en alleen voor zover de verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g). De gebruiksverantwoordelijke kan zich niet op dit lid beroepen, ook niet bij een hoog-risico systeem; voor hem loopt de weg via lid 2."},{"id":"article-4a-paragraph-2-wider-circle-with-harm-threshold","operator":"all","description":"Lid 2 staat open voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen, maar met een eigen materiele drempel: de verwerking moet strikt noodzakelijk zijn met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt. Vertekening zonder een van die gevolgen valt er niet onder."},{"id":"article-4a-cumulative-conditions","operator":"all","description":"De zes voorwaarden van lid 1 gelden cumulatief en, via lid 2, punt b), ook voor de ruimere kring: a) andere gegevens, waaronder synthetische of geanonimiseerde, volstaan aantoonbaar niet; b) er gelden technische beperkingen op hergebruik plus beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) er is strikte toegangscontrole met documentatie en geheimhouding; d) de gegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) zij worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de bewaartermijn verstrijkt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; f) het register van verwerkingsactiviteiten vermeldt waarom de verwerking strikt noodzakelijk was en waarom het doel niet met andere gegevens kon worden bereikt."}],"exceptions":[{"id":"article-4a-no-duty-to-test","operator":"not","description":"Lid 2 sluit af met de bepaling dat het geen verplichting schept om vertekening op te sporen en te corrigeren. Artikel 4a is dus een grondslag en geen opdracht: zonder die verwerking te doen valt er onder dit artikel niets na te leven, er is geen datum waarop iets af moet zijn, en buiten het doel van biasopsporing en biascorrectie geeft het geen enkele ruimte."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt dat aanbieders van hoog-risico AI-systemen, voor zover strikt noodzakelijk om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g), van deze verordening, bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken, met passende waarborgen voor de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen. Naast het bepaalde in Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2018/1725 en Richtlijn (EU) 2016/680, naargelang van toepassing, moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan om die verwerking te laten plaatsvinden: a) de opsporing en correctie van vertekening kunnen niet doeltreffend worden verricht door andere gegevens te verwerken, waaronder synthetische of geanonimiseerde gegevens; b) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens zijn onderworpen aan technische beperkingen op het hergebruik van persoonsgegevens en aan beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens zijn onderworpen aan maatregelen die waarborgen dat de verwerkte persoonsgegevens beveiligd en beschermd zijn, met passende waarborgen, waaronder strikte controle op en documentatie van de toegang, om misbruik te voorkomen en te verzekeren dat alleen bevoegde personen met passende geheimhoudingsverplichtingen toegang hebben tot die persoonsgegevens; d) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) de bijzondere categorieen van persoonsgegevens worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de persoonsgegevens het einde van hun bewaartermijn hebben bereikt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; en f) de registers van verwerkingsactiviteiten op grond van Verordening (EU) 2016/679, Verordening (EU) 2018/1725 en Richtlijn (EU) 2016/680 vermelden waarom de verwerking van bijzondere categorieen van persoonsgegevens strikt noodzakelijk was om vertekening op te sporen en te corrigeren, en waarom dat doel niet kon worden bereikt door andere gegevens te verwerken.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 2 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken voor zover: a) die verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt; en b) alle voorwaarden en waarborgen van lid 1 worden toegepast. Lid 2 sluit af met een afzonderlijke alinea: dit lid schept geen enkele verplichting om die opsporing en correctie van vertekening uit te voeren. Artikel 4a kent geen lid 3.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Verordening (EU) 2026/1744 voegt in artikel 1, punt 6, artikel 4a in Verordening (EU) 2024/1689 in en schrapt in artikel 1, punt 9, onder b), artikel 10, lid 5. Dezelfde punt 9 vervangt artikel 10, lid 1, en artikel 10, lid 6, zodat die nu naar de kwaliteitscriteria van artikel 4a, lid 1, verwijzen. De grondslag staat daarmee niet langer bij de eisen aan hoog-risico systemen in hoofdstuk III, maar als zelfstandig artikel in hoofdstuk I, direct na artikel 4, terwijl artikel 10 er van buitenaf naar terugverwijst. In de Nederlandse taalversie van het Publicatieblad heet dit ingevoegde artikel \"artikel 4 bis\"; \"artikel 4a\" is de Engelse nummering van dezelfde bepaling.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6 (invoeging) en punt 9 (artikel 10 gewijzigd, lid 5 geschrapt)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Dezelfde wijzigingsverordening vervangt in artikel 1, punt 2, onder b), artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1689. Dat lid luidt sinds 27 juli 2026: \"Het Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens, de privacy en de vertrouwelijkheid van communicatie is van toepassing op persoonsgegevens die worden verwerkt in verband met de rechten en verplichtingen die in deze verordening zijn vastgelegd. Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet.\" De vorige versie van dit lid kende dat voorbehoud voor artikel 4a niet.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Overweging 9 van Verordening (EU) 2026/1744 bepaalt dat het opsporen en corrigeren van vertekening een zwaarwegend algemeen belang vormt, dat de uitgebreide grondslag onderworpen is aan dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen als het bestaande artikel 10, lid 5, en dat daarmee de naleving wordt verzekerd van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679, artikel 10, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2018/1725 en artikel 10, punt a), van Richtlijn (EU) 2016/680. Dezelfde overweging bepaalt dat de door artikel 4a gevestigde grondslag, om aanbieders van hoog-risico AI-systemen in staat te stellen rechtmatig biasopsporing en biascorrectie te verrichten ter voorbereiding op de naleving van de eisen voor hoog-risico systemen, van toepassing moet zijn vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Artikel 4 van de wijzigingsverordening regelt uitsluitend de inwerkingtreding op de derde dag na bekendmaking en kent geen uitgestelde toepassing; het gewijzigde artikel 113, derde alinea, punt a), bepaalt dat de hoofdstukken I en II van toepassing zijn vanaf 2 februari 2025, met uitzondering van artikel 5, lid 1, eerste alinea, punten b bis) en b ter), en artikel 5, leden 1 bis en 1 ter, die vanaf 2 december 2026 gelden. Artikel 4a staat in hoofdstuk I en valt niet onder die uitzondering.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Drie dingen zijn hier in de praktijk belangrijker dan de verplaatsing zelf. Het eerste is dat dit artikel u niets opdraagt. Lid 2 zegt dat met zoveel woorden, en er hoort dus ook geen datum bij waarop iets af moet zijn. Het tweede, en het gevaarlijkere misverstand, is dat de verplaatsing naar hoofdstuk I zou betekenen dat u nu gevoelige kenmerken mag gaan verzamelen omdat u aan eerlijkheidsmetingen wilt doen. Wat is verruimd is de kring van partijen, niet de ruimte binnen de grondslag: overweging 9 zegt uitdrukkelijk dat dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen gelden als onder het oude artikel 10, lid 5. Praktisch begint het daarom bij een schriftelijke onderbouwing waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, en niet bij het aanleggen van een gegevensverzameling. Het derde is de voorwaarde die het meeste opbreekt en die in geen enkele samenvatting terugkomt: punt d) bepaalt dat de gegevens niet aan andere partijen worden doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt. Dat is feitelijk een uitbestedingsverbod. Een externe fairness-leverancier, een biastoetsingsbureau, een onderzoekspartner of een cloudpartij die bij de gegevens zelf kan, past niet binnen deze grondslag, hoe goed het contract ook is. Wie zijn biastoetsing had willen inkopen, moet haar hier zelf uitvoeren of met gegevens werken die geen bijzondere categorie zijn. Let ten slotte op uw eigen documentatie: verwerkingsregisters, gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en AI-beleidsstukken die naar artikel 10, lid 5, verwijzen, verwijzen sinds 27 juli 2026 naar een geschrapte bepaling. Dat geldt ook voor stukken die artikel 2, lid 7, aanhalen om te betogen dat de AVG onverkort voorgaat: ook dat lid is vervangen en maakt nu uitdrukkelijk een voorbehoud voor artikel 4a. Twee dateringen tot slot, en de tweede is onze gevolgtrekking en geen brontekst. Artikel 4a staat in hoofdstuk I, dat volgens artikel 113, derde alinea, punt a), sinds 2 februari 2025 van toepassing is, maar de bepaling kwam pas op 27 juli 2026 in de tekst; wij houden daarom 27 juli 2026 aan als de dag waarop de grondslag feitelijk beschikbaar kwam, terwijl overweging 9 zegt dat zij moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Let er ten slotte op dat de eisen van artikel 10, lid 2, punten f) en g), waar lid 1 naar verwijst, zelf pas van toepassing worden op 2 december 2027 voor bijlage III-systemen en op 2 augustus 2028 voor bijlage I-systemen. De grondslag loopt dus bewust voor op de plicht waarvoor u haar gebruikt, precies zoals overweging 9 beoogt.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Doe de gegevensbeschermingseffectbeoordeling voordat u begint. Bijzondere categorieen op schaal verwerken voor biastoetsing raakt artikel 35 van de AVG vrijwel altijd, en artikel 4a neemt die beoordeling niet weg: het levert de grondslag en niet de risicoafweging. Leg daarna per verwerking vast op welk lid van artikel 4a u zich beroept, voor welk systeem of model, waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, welke technische en organisatorische waarborgen gelden, wie toegang heeft en op welk moment de gegevens worden gewist. Loop in dezelfde beweging uw verwerkingsregister, uw effectbeoordelingen en uw AI-beleidsstukken na op verwijzingen naar artikel 10, lid 5, en vervang die door artikel 4a. Zet het wismoment als bewaakte termijn in plaats van als voornemen, controleer of geen enkele externe partij bij de gegevens kan, en stem de onderbouwing af met uw functionaris voor gegevensbescherming.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4a-bias-testing-legal-basis","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","label":"Ingevoegd artikel 4a in EUR-Lex"},{"relation":"related","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Verordening (EU) 2024/1689 in EUR-Lex"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-52-systemic-risk-classification","legacy_id":"raip:obligation:article-52-systemic-risk-classification","type":"obligation","slug":"article-52-systemic-risk-classification","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"fda72f0c021ed141ad0881c569a2e4d7e59aefdcec7c95a562b9f547352a974e","label":"Artikel 52: kennisgeving van een GPAI-model met systeemrisico","summary":"De aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden dat voldoet aan de voorwaarde van artikel 51, lid 1, punt a), stelt de Commissie daarvan onverwijld in kennis en in ieder geval binnen twee weken, met de informatie die nodig is om aan te tonen dat aan die eis is voldaan. Bij die kennisgeving mag hij onderbouwde argumenten aanvoeren dat het model bij wijze van uitzondering toch geen systeemrisico vertoont.","topics":["gpai-systemic-risk"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":"settled","interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":["praxikon:eu:ai-act:change:2026-08-02-gpai-enforcement","praxikon:eu:ai-act:change:2027-08-02-legacy-gpai-models-comply"],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:notify-systemic-risk-threshold","praxikon:eu:ai-act:action:request-systemic-risk-reassessment"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:systemic-risk-notification-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:systemic-risk-notification-deadline"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-52-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-52-notification-trigger","operator":"all","description":"Van toepassing op de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden zodra dat model voldoet aan de voorwaarde van artikel 51, lid 1, punt a): capaciteiten met een grote impact, die op grond van artikel 51, lid 2, worden vermoed wanneer de cumulatieve hoeveelheid rekenkracht die voor de training is gebruikt, gemeten in zwevendekommabewerkingen, groter is dan 10^25. De termijn van twee weken loopt vanaf het moment waarop aan die eis is voldaan of waarop bekend is geworden dat eraan zal worden voldaan. De tweede route naar systeemrisico, een aanwijzing door de Commissie op grond van artikel 51, lid 1, punt b), of artikel 52, lid 4, valt hier niet onder: artikel 52, lid 1, verwijst uitsluitend naar punt a)."}],"exceptions":[{"id":"article-52-legacy-models-transitional","operator":"not","description":"Voor AI-modellen voor algemene doeleinden die voor 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht bepaalt artikel 111, lid 3, dat de aanbieder de nodige stappen onderneemt om uiterlijk op 2 augustus 2027 aan de verplichtingen van deze verordening te voldoen. Voor die modellen is de bepalende datum dus 2 augustus 2027 en niet de termijn van twee weken."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Artikel 51, lid 1, punt a), classificeert een AI-model voor algemene doeleinden als een model met een systeemrisico wanneer het beschikt over capaciteiten met een grote impact die worden beoordeeld op basis van passende technische instrumenten en methoden, met inbegrip van indicatoren en benchmarks; artikel 51, lid 2, bepaalt dat een model wordt geacht die capaciteiten te hebben wanneer de cumulatieve hoeveelheid berekeningen die wordt gebruikt om het te trainen, gemeten in zwevendekommabewerkingen, groter is dan 10^25. Artikel 51, lid 1, punt b), luidt voluit: op grond van een besluit van de Commissie, ambtshalve of naar aanleiding van een gekwalificeerde waarschuwing van het wetenschappelijk panel, heeft het AI-model vergelijkbare capaciteiten of een vergelijkbare impact als beschreven in punt a), met inachtneming van de criteria in bijlage XIII. De eis van vergelijkbare capaciteiten of impact en de verankering in bijlage XIII zijn dus onderdeel van de norm en niet alleen van de procedure. Artikel 51, lid 3, bepaalt daarnaast: de Commissie stelt overeenkomstig artikel 97 gedelegeerde handelingen vast om de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde drempelwaarden te wijzigen en benchmarks en indicatoren zo nodig aan te vullen in het licht van veranderende technologische ontwikkelingen, zoals algoritmische verbeteringen of verhoogde efficientie van de hardware, zodat deze drempels de stand van de techniek weerspiegelen. De drempel van 10^25 hierboven is dus verplaatsbaar; zolang die handeling er niet is, geldt de drempel zoals hij in lid 2 staat. Zie data/ai-act/delegated-acts.json, sleutel praxikon:eu:ai-act:delegated-act:article-51-3-thresholds. Artikel 52, lid 1, verwijst uitsluitend naar punt a) en bepaalt dat de betrokken aanbieder de Commissie onverwijld in kennis stelt, doch in ieder geval binnen twee weken nadat aan die eis is voldaan of nadat bekend is geworden dat aan die eis zal worden voldaan, en dat die kennisgeving de informatie bevat die nodig is om aan te tonen dat aan de desbetreffende eis is voldaan. Krijgt de Commissie kennis van een model dat systeemrisico vertoont waarvan zij niet in kennis is gesteld, dan kan zij besluiten dit model aan te wijzen als een model met een systeemrisico. Lid 2 laat de aanbieder toe bij zijn kennisgeving voldoende onderbouwde argumenten aan te voeren dat het model, hoewel het aan die eis voldoet, bij wijze van uitzondering vanwege zijn specifieke kenmerken geen systeemrisico vertoont en derhalve niet zou mogen worden geclassificeerd als een model met een systeemrisico. Lid 3 bepaalt dat de Commissie die argumenten verwerpt indien zij concludeert dat zij niet voldoende onderbouwd zijn en de aanbieder niet heeft kunnen aantonen dat het model vanwege zijn specifieke kenmerken geen systeemrisico vertoont, waarna het model wordt beschouwd als een AI-model voor algemene doeleinden met een systeemrisico. Lid 4 geeft de Commissie de bevoegdheid een model ambtshalve of na een gekwalificeerde waarschuwing van het wetenschappelijk panel op grond van artikel 90, lid 1, punt a), aan te wijzen op basis van de in bijlage XIII vastgestelde criteria, en machtigt haar overeenkomstig artikel 97 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage XIII te wijzigen door de in die bijlage beschreven criteria te specificeren en te actualiseren. Lid 5 bepaalt dat de Commissie op een met redenen omkleed verzoek van een aanbieder wiens model op grond van lid 4 is aangewezen, dat verzoek in overweging neemt en kan besluiten opnieuw te beoordelen of het model op basis van de criteria van bijlage XIII nog steeds wordt beschouwd als een model dat systeemrisico vertoont, dat een dergelijk verzoek objectieve, gedetailleerde en nieuwe redenen moet bevatten die na het aanwijzingsbesluit aan het licht zijn gekomen, dat aanbieders ten vroegste zes maanden na het aanwijzingsbesluit om een herbeoordeling kunnen verzoeken, en dat na een besluit om de aanwijzing te handhaven opnieuw zes maanden moeten verstrijken. Lid 6 bepaalt dat de Commissie ervoor zorgt dat een lijst van AI-modellen voor algemene doeleinden met een systeemrisico wordt gepubliceerd en actueel wordt gehouden, onverminderd de noodzaak om intellectuele-eigendomsrechten en vertrouwelijke bedrijfsinformatie of bedrijfsgeheimen te eerbiedigen en te beschermen overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 52, leden 1 tot en met 6, met artikel 51, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Overweging 111 vermeldt dat de voor het trainen gebruikte cumulatieve rekeninput het totaal bevat aan rekeninput die voorafgaand aan het inzetten van het model is gebruikt voor de activiteiten en methoden ter verbetering van de capaciteiten ervan, zoals pre-training, het genereren van synthetische gegevens en verfijning. Overweging 112 vermeldt dat de aanbieder het AI-bureau uiterlijk twee weken nadat aan de vereisten is voldaan of nadat bekend is geworden dat een model aan de vereisten voldoet die tot het vermoeden leiden, daarvan in kennis behoort te stellen, en dat dit met name relevant is met betrekking tot de drempel van zwevendekommabewerkingen, omdat de training uitgebreide planning vergt met onder meer voorafgaande toewijzing van rekeninputmiddelen, waardoor aanbieders reeds voor voltooiing van de training weten kunnen of hun model aan de drempel zal voldoen. Dezelfde overweging vermeldt dat de aanbieder in het kader van die kennisgeving moet kunnen aantonen dat het model bij wijze van uitzondering geen systeemrisico meebrengt, dat het AI-bureau dankzij die informatie kan anticiperen op het in de handel brengen van modellen met systeemrisico, en dat die informatie met name van belang is voor modellen die als open source zullen worden vrijgegeven. Overweging 113 vermeldt dat de Commissie de bevoegdheid moet hebben een model alsnog aan te merken wanneer zij kennis krijgt van het feit dat het aan de vereisten voldoet terwijl dat eerder niet bekend was of de aanbieder haar geen kennisgeving had gedaan, en dat er naast de monitoringactiviteiten van het AI-bureau een systeem van gekwalificeerde waarschuwingen door het wetenschappelijk panel moet komen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overwegingen 111 tot en met 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 111, lid 3, bepaalt dat aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die voor 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht, de nodige stappen ondernemen om uiterlijk op 2 augustus 2027 aan de verplichtingen van deze verordening te voldoen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"De richtsnoeren van de Commissie van 18 juli 2025 (C(2025) 5045 final) vermelden in punt (63) dat een downstream-partij wordt geacht aanbieder van het aangepaste model te zijn wanneer de voor de aanpassing gebruikte trainingscompute groter is dan een derde van de trainingscompute van het oorspronkelijke model, en in punt (64) dat die drempel, wanneer de downstream-partij de waarde van het oorspronkelijke model niet kan kennen en evenmin kan schatten, wordt vervangen door een derde van 10^25 FLOP bij een oorspronkelijk model met systeemrisico en anders door een derde van 10^23 FLOP. Punt (70) vermeldt dat wanneer een downstream-partij een als systeemrisicomodel geclassificeerd model zodanig aanpast dat zij aanbieder van het aangepaste model wordt, het resulterende model eveneens wordt vermoed capaciteiten met grote impact te hebben, en punt (71) vermeldt dat die partij dan moet voldoen aan de verplichtingen voor aanbieders van modellen met systeemrisico en de Commissie moet informeren overeenkomstig artikel 52, lid 1. De richtsnoeren zijn niet bindend.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","source_locator":"Commission Guidelines C(2025) 5045 final, 18.7.2025, sectie 3.2, randnummers (60) tot en met (67), en secties 3.2.1 en 3.2.2, randnummers (68) tot en met (71)","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"De handhavingsbevoegdheden van de Commissie voor AI-modellen voor algemene doeleinden en het boeteregime van artikel 101 zijn sinds 2 augustus 2026 actief. Artikel 101, lid 1, bepaalt dat de Commissie aan aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten kan opleggen van ten hoogste 3 procent van hun jaarlijkse totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar of 15 000 000 EUR, indien dat hoger is, wanneer zij vaststelt dat de aanbieder opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk heeft gepleegd op de desbetreffende bepalingen van de verordening.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikelen 91 tot en met 93, 101 en 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Dit is de enige plicht in dit hoofdstuk met een genummerde termijn, en twee weken is kort. Andere plichten hangen ook aan een klok, alleen zonder getal: artikel 55, lid 1, punt c), vraagt onverwijlde melding van ernstige incidenten aan het AI-bureau. De vraag hier is daarom niet of u kunt melden, maar of u het passeren van de drempel op tijd ziet. Overweging 112 laat weinig ruimte om dat naar achteren te schuiven: de wetgever gaat er uitdrukkelijk van uit dat u door de voorafgaande toewijzing van rekenkracht al voor het einde van de training weet dat u de drempel haalt. De randvraag die overblijft is hoe hard dat weten is bij een run die nog niet is toegewezen, en die vraag is klein vergeleken met de plicht zelf. Vier dingen worden in de praktijk gemist. Het eerste is het overgangsrecht: staat uw model al voor 2 augustus 2025 op de markt, dan geeft artikel 111, lid 3, u tot 2 augustus 2027, en dat is het verschil tussen twee weken en twee jaar. Het tweede is de reikwijdte van de trigger: alleen de drempelroute van artikel 51, lid 1, punt a), zet deze klok aan. Wordt uw model door de Commissie aangewezen op grond van artikel 51, lid 1, punt b), of artikel 52, lid 4, dan begint artikel 55 zonder dat artikel 52 iets van u vraagt. Het derde is de omkering in de laatste zin van lid 1: krijgt de Commissie zelf kennis van een model waarvan zij niet in kennis is gesteld, dan kan zij het aanwijzen, en dan voert u het gesprek vanuit een aanwijzing in plaats van vanuit uw eigen dossier. Sinds 2 augustus 2026 staat daar bovendien het boeteregime van artikel 101 achter. Het vierde is het weerleggingsspoor van lid 2: die argumenten horen bij de kennisgeving en niet erna, dus zij moeten al klaarliggen op het moment dat u meldt. Wie eenmaal is aangewezen, houdt alleen lid 5 over, en dat spoor loopt traag: op zijn vroegst zes maanden na het besluit, en alleen met objectieve, gedetailleerde en nieuwe redenen die na het besluit aan het licht zijn gekomen. De tekst noemt de Commissie als geadresseerde; overweging 112 en artikel 55, lid 1, punt c), noemen het AI-bureau, dat deze taak binnen de Commissie uitvoert. Voor een organisatie die alleen een extern model gebruikt speelt dit artikel niet: het richt zich tot de aanbieder van het model. Dat wil niet zeggen dat doorontwikkeling buiten schot blijft: volgens punt (71) van de richtsnoeren C(2025) 5045 final moet een partij die door een aanpassing zelf aanbieder van een systeemrisicomodel wordt, de Commissie overeenkomstig artikel 52, lid 1, informeren.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 52, leden 1 tot en met 6, met artikel 51, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overwegingen 111 tot en met 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","source_locator":"Commission Guidelines C(2025) 5045 final, 18.7.2025, sectie 3.2, randnummers (60) tot en met (67), en secties 3.2.1 en 3.2.2, randnummers (68) tot en met (71)","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Bepaal eerst of u aanbieder van het model bent en niet alleen gebruiker, en of uw model al voor 2 augustus 2025 op de markt stond, want dan geldt de datum van artikel 111, lid 3, en niet de termijn van twee weken. Bent u aanbieder van een nieuw model, leg dan per trainingsrun de geplande en de verbruikte rekenkracht vast, inclusief de pre-training, het genereren van synthetische gegevens en de verfijning, want overweging 111 rekent die alle drie mee. Spreek af wie meldt zodra de drempel in zicht komt, zodat de termijn van twee weken niet opgaat aan het vinden van een eigenaar, en koppel dat aan het moment van toewijzing van rekenkracht en niet aan het einde van de run. Houd de onderbouwing waarmee u zou willen betogen dat het model geen systeemrisico vertoont klaar voordat u meldt, want die hoort bij de kennisgeving. Bent u al aangewezen op grond van lid 4, bouw dan gericht aan objectieve, gedetailleerde en nieuwe redenen die na het aanwijzingsbesluit aan het licht zijn gekomen, want alleen daarmee komt u na zes maanden aan een herbeoordeling toe. Bewaar de kennisgeving, de meegestuurde onderbouwing, een eventueel herbeoordelingsverzoek en het antwoord van de Commissie als een lopend dossier per modelversie.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 52, leden 1 tot en met 6, met artikel 51, leden 1 tot en met 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Overwegingen 111 tot en met 113","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-52-systemic-risk-classification","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 52 in EUR-Lex"},{"relation":"related","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","label":"Richtsnoeren C(2025) 5045 final over de reikwijdte van de GPAI-plichten"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-53-gpai","legacy_id":"raip:obligation:article-53-gpai","type":"obligation","slug":"article-53-gpai","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"55f22a1c21f936ec956fc61f7db4f29defb4524294046799c13af57745cd8b36","label":"Artikel 53: GPAI-modelaanbieders","summary":"Documentatie-, informatie-, auteursrechten- en transparantieplichten voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden.","topics":["gpai"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":[],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:gpai-document"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:gpai-compliance-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:gpai-documentation-change-control"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:gpai-guide"],"conditions":[{"id":"gpai-union-market","operator":"all","description":"De partij is aanbieder van een GPAI-model dat op de Uniemarkt wordt aangeboden."},{"id":"gpai-market-date-transition","operator":"any","description":"Voor modellen die vanaf 2 augustus 2025 op de markt zijn gebracht gelden de plichten vanaf dat moment. Modellen die vóór 2 augustus 2025 op de markt waren moeten uiterlijk 2 augustus 2027 voldoen."}],"exceptions":[{"id":"gpai-open-source-limited-exception","operator":"not","description":"De open-source-uitzondering is beperkt en laat onder meer het auteursrechtenbeleid en de publieke samenvatting van trainingsinhoud in stand. Voor modellen met systeemrisico gelden aanvullende plichten."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Artikel 53 geldt sinds 2 augustus 2025 voor nieuwe GPAI-modellen. Aanbieders onderhouden technische documentatie, geven informatie aan downstream-aanbieders, voeren een Unierechtelijk auteursrechtenbeleid en publiceren een voldoende gedetailleerde samenvatting van trainingsinhoud.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 53, lid 1, Bijlage XI en Bijlage XII","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Aanbieders van GPAI-modellen die vóór 2 augustus 2025 op de markt waren, moeten uiterlijk 2 augustus 2027 aan de toepasselijke verplichtingen voldoen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Een organisatie die alleen een extern GPAI-model gebruikt is niet daardoor automatisch GPAI-modelaanbieder. De rol in de waardeketen moet eerst worden vastgesteld.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","source_locator":"Aanwijzingen over reikwijdte en kwalificatie als aanbieder","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Leg modelversies, rolkwalificatie, documentatie-eigenaren, downstream-informatie, auteursrechtenbeleid en trainingssamenvatting in één wijzigingsgestuurd dossier vast.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 53 en de Bijlagen XI en XII","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-53-gpai","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","label":"Richtsnoeren voor GPAI-modelaanbieders"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-04T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-54-gpai-authorised-representative","legacy_id":"raip:obligation:article-54-gpai-authorised-representative","type":"obligation","slug":"article-54-gpai-authorised-representative","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"0c470c29e8f0c2ad222dc0517b6a9437615474bfc6429e9c37b90eb35572d5c5","label":"Artikel 54: gemachtigde van een aanbieder van een GPAI-model","summary":"Een aanbieder die in een derde land is gevestigd, wijst bij schriftelijke machtiging een in de Unie gevestigde gemachtigde aan voordat hij een AI-model voor algemene doeleinden in de Unie in de handel brengt. De gemachtigde voert de taken uit die het mandaat hem opdraagt en legt op verzoek een kopie van dat mandaat over aan het AI-bureau. Het mandaat geeft hem ten minste de bevoegdheid om de documentatie te controleren, een kopie tien jaar beschikbaar te houden, informatie te verstrekken en samen te werken, en stelt hem aan als aanspreekpunt naast of in plaats van de aanbieder.","topics":["gpai","value-chain"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":["praxikon:eu:ai-act:obligation:article-53-gpai","praxikon:eu:ai-act:obligation:article-55-gpai-systemic-risk"],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:appoint-gpai-authorised-representative"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:gpai-representative-mandate-file"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:gpai-mandate-review"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-54-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-54-scope","operator":"all","description":"Van toepassing wanneer het model kwalificeert als AI-model voor algemene doeleinden in de zin van artikel 3, punt 63, de aanbieder ervan in een derde land is gevestigd, en dat model in de Unie in de handel wordt gebracht. De aanwijzing gebeurt bij schriftelijke machtiging in de zin van artikel 3, punt 5, die niet alleen is gegeven maar ook aanvaard, en zij gebeurt voordat het model in de handel wordt gebracht. Het moment waarop dat laatste zich voordoet is voor een model minder scherp bepaald dan voor een systeem; zie de redactionele duiding."},{"id":"article-54-market-date-transition","operator":"any","description":"Voor modellen die vanaf 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht geldt de aanwijsplicht vanaf dat moment. Aanbieders van modellen die voor 2 augustus 2025 in de handel waren, nemen op grond van artikel 111, lid 3, de nodige stappen om uiterlijk 2 augustus 2027 aan de verplichtingen van de verordening te voldoen."}],"exceptions":[{"id":"article-54-open-source-exception","operator":"not","description":"Lid 6 sluit de verplichting uit voor aanbieders van AI-modellen die worden vrijgegeven onder een vrije en opensource licentie die raadpleging, gebruik, wijziging en distributie mogelijk maakt en waarvan de parameters, met inbegrip van de wegingen, de informatie over de modelarchitectuur en de informatie over het gebruik van het model openbaar worden gemaakt. Die uitzondering vervalt zodra het model een systeemrisico vertoont. Of een concrete uitgave eronder valt, is een feitelijke toets die nergens is uitgemaakt; wij lezen haar eng, zodat een gedeeltelijk openbare uitgave niet kwalificeert."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt dat aanbieders die in derde landen zijn gevestigd, voordat zij een AI-model voor algemene doeleinden in de Unie in de handel brengen, middels een schriftelijke machtiging een gemachtigde aanwijzen die is gevestigd in de Unie. Lid 2 bepaalt dat de aanbieder zijn gemachtigde in staat stelt de taken uit te voeren die staan gespecificeerd in het mandaat dat hij van de aanbieder heeft ontvangen. Lid 3 bepaalt dat de gemachtigde de taken uitvoert die staan gespecificeerd in het mandaat dat hij van de aanbieder heeft ontvangen, dat hij op verzoek een kopie van het mandaat overlegt aan het AI-bureau in een van de officiele talen van de instellingen van de Unie, en dat het mandaat de gemachtigde voor de toepassing van de verordening de bevoegdheid geeft om de volgende taken te verrichten: a) controleren of de aanbieder de in bijlage XI gespecificeerde technische documentatie heeft opgesteld en aan alle in artikel 53 en, indien van toepassing, artikel 55 bedoelde verplichtingen heeft voldaan; b) een kopie van de in bijlage XI gespecificeerde technische documentatie beschikbaar houden voor het AI-bureau en de nationale autoriteiten gedurende een periode van tien jaar nadat het AI-model voor algemene doeleinden in de handel is gebracht, en de contactgegevens van de aanbieder door wie de gemachtigde is aangewezen; c) het verstrekken aan het AI-bureau, na een met redenen omkleed verzoek, van alle informatie en documentatie, waaronder die in punt b, die nodig is om aan te tonen dat de verplichtingen van dit hoofdstuk worden nageleefd; d) samenwerken met het AI-bureau en de bevoegde autoriteiten, na een met redenen omkleed verzoek, bij alle maatregelen die de autoriteiten nemen in verband met het AI-model voor algemene doeleinden, ook indien het model wordt geintegreerd in AI-systemen die in de Unie in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Lid 4 bepaalt dat door het mandaat de gemachtigde wordt aangesteld als aanspreekpunt, naast of in plaats van de aanbieder, voor het AI-bureau of de bevoegde autoriteiten, met betrekking tot alle vraagstukken die verband houden met het waarborgen van de naleving van de verordening. Lid 5 bepaalt dat de gemachtigde het mandaat beeindigt indien hij van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat de aanbieder in strijd met zijn verplichtingen op grond van de verordening handelt, en dat hij in dat geval het AI-bureau onmiddellijk in kennis stelt van de beeindiging van het mandaat en de redenen daarvoor. Lid 6 bepaalt dat de in dit artikel genoemde verplichting niet geldt voor aanbieders van AI-modellen die worden vrijgegeven in het kader van een vrije en opensource licentie die de raadpleging, het gebruik, de wijziging en distributie van het model mogelijk maakt en waarvan de parameters, met inbegrip van de wegingen, de informatie over de modelarchitectuur en de informatie over het gebruik van het model, openbaar worden gemaakt, tenzij de AI-modellen voor algemene doeleinden systeemrisico’s vertonen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 3, punt 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 113, lid 3, punt b, bepaalt dat hoofdstuk III, afdeling 4, hoofdstuk V, hoofdstuk VII en hoofdstuk XII en artikel 78 van toepassing zijn met ingang van 2 augustus 2025, met uitzondering van artikel 101. Artikel 54 staat in hoofdstuk V en is dus van toepassing sinds 2 augustus 2025.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 101, lid 1, bepaalt dat de Commissie aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten kan opleggen van ten hoogste 3 procent van hun jaarlijkse totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar of 15 000 000 EUR, indien dat hoger is. Artikel 101 is door artikel 113, lid 3, punt b, uitgezonderd van de vervroegde toepassing van hoofdstuk XII en geldt daarom sinds 2 augustus 2026. De verplichting van artikel 54 loopt dus sinds 2 augustus 2025, terwijl de boetebevoegdheid van de Commissie daarvoor sinds 2 augustus 2026 bestaat.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 101, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die voor 2 augustus 2025 in de handel zijn gebracht, nemen de nodige stappen om uiterlijk 2 augustus 2027 aan de in de verordening vastgelegde verplichtingen te voldoen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 111, lid 3","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Dit artikel raakt twee partijen die zichzelf zelden zo zien. De eerste is de modelaanbieder buiten de Unie die denkt dat hij pas iets moet wanneer een Europese klant hem aanspreekt: lid 1 zet de aanwijzing voor het in de handel brengen, dus de gemachtigde hoort er te zijn voordat de eerste gebruiker in de Unie het model kan raadplegen. De tweede is de Europese partij die het mandaat aanneemt. Die stapt niet in een postadresrol, maar let op hoe lid 3 is gebouwd: de eerste volzin verplicht haar de taken uit te voeren die het mandaat haar opdraagt, en pas daarna somt het artikel op waartoe het mandaat haar de bevoegdheid geeft. De punten a tot en met d zijn dus mandaatinhoud en bevoegdheid, en haar plicht loopt daar doorheen. Daar zit de scherpste onbeantwoorde vraag van dit artikel: is een gemachtigde die een mandaat aanvaardt waarin taak a of b niet is opgenomen daarmee zelf in overtreding, of rust de tekortkoming volledig bij de aanbieder die het mandaat opstelde. Wij lezen lid 3 zo dat de opsomming dwingende minimuminhoud is en dat een mandaat dat haar mist niet aan het artikel voldoet, wat de aanbieder aanspreekbaar maakt op lid 1 en de gemachtigde op wat zij wel heeft aanvaard. Een verdedigbare andere lezing is dat de gemachtigde die tekent zonder die bevoegdheden een taak op zich neemt die zij niet kan waarmaken en daarmee zelf tekortschiet. Neem daarom niet aan dat de tienjaarsbewaring van punt b vanzelf op u rust of vanzelf niet; schrijf haar uit. Lid 5 sluit dit af op een manier die vaak wordt gemist: wie meent of redenen heeft om aan te nemen dat de aanbieder zijn plichten schendt, beeindigt het mandaat en meldt dat onmiddellijk aan het AI-bureau. Dat is geen bevoegdheid maar een plicht, en zij vraagt om vooraf afgesproken toegang tot de documentatie en om een moment waarop die toegang wordt getoetst.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Drie dingen over de tijdlijn en de reikwijdte. Ten eerste het verschil tussen plicht en handhaving: de plicht loopt sinds 2 augustus 2025, maar artikel 101 is van de vervroegde toepassing uitgezonderd, zodat de Commissie pas sinds 2 augustus 2026 kan beboeten. Voor een aanbieder buiten de Unie die vandaag ontdekt dat hij geen gemachtigde heeft, betekent dat: al ruim een jaar in overtreding, en inmiddels ook beboetbaar. Ten tweede de verhouding tot artikel 22. Dat artikel kent dezelfde figuur voor hoog-risico AI-systemen, met aanvangsdata 2 december 2027 en 2 augustus 2028; artikel 54 is de eigen route voor AI-modellen voor algemene doeleinden en loopt sinds 2 augustus 2025. Wie de rol van gemachtigde opzoekt, vindt beide en moet weten welke route hem raakt. Ten derde het aanknopingspunt van lid 1. De verordening bepaalt het moment van in de handel brengen voor een model minder scherp dan voor een systeem, en voor een model dat uitsluitend via een interface vanuit een derde land beschikbaar wordt gesteld is er geen rechtspraak. Wij lezen de plicht als aangevangen zodra het model in het kader van een handelsactiviteit aan gebruikers in de Unie beschikbaar wordt gesteld, omdat lid 1 aanknoopt bij het in de handel brengen en niet bij een vestiging in de Unie. Een verdedigbare andere lezing is dat het beschikbaar stellen via een interface geen in de handel brengen van het model zelf is, waardoor de plicht pas ontstaat bij een echte levering van het model.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 113, lid 3, punt b","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 40, onder b) en c), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt c) en tot toevoeging van punt d)","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Stel eerst vast of u aanbieder van het model bent of alleen gebruiker, want alleen de aanbieder wijst aan. Bent u buiten de Unie gevestigd, leg het mandaat dan schriftelijk vast voordat het model hier beschikbaar komt, en schrijf de vier taken van lid 3 er met zoveel woorden in, samen met de toegang tot de documentatie van bijlage XI en het aanspreekpunt uit lid 4. Was uw model al voor 2 augustus 2025 in de handel, reken dan met 2 augustus 2027 en niet met vandaag. Ontdekt u nu pas dat er geen gemachtigde is, ga er dan van uit dat de plicht sinds 2 augustus 2025 liep en dat de Commissie er sinds 2 augustus 2026 een boete aan kan verbinden; herstel eerst en documenteer wanneer u dat deed. Neemt u een mandaat aan, spreek dan vooraf af hoe u de controle van lid 3 punt a uitvoert, wie de kopie tien jaar bewaart, en op welk moment u toetst of beeindiging op grond van lid 5 aan de orde is.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 54, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 101, leden 1 tot en met 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-54-gpai-authorised-representative","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 54 in EUR-Lex"},{"relation":"public_page","href":"/nl/ai-act/artikel/54","label":"Lees artikel 54 in de AI Act Explorer"},{"relation":"related","href":"/nl/ai-act/artikel/53","label":"Artikel 53: de plichten die de gemachtigde controleert"},{"relation":"related","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","label":"Richtsnoeren voor GPAI-modelaanbieders"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-55-gpai-systemic-risk","legacy_id":"raip:obligation:article-55-gpai-systemic-risk","type":"obligation","slug":"article-55-gpai-systemic-risk","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"112ee62609020ed4f49362f4910ee0bdb9155a472914dad7870a887141a5f589","label":"Artikel 55: GPAI-modellen met systeemrisico","summary":"Aanvullende plichten voor de zwaarste AI-modellen voor algemene doeleinden, bovenop Artikel 53.","topics":["gpai-systemic-risk"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"affected_actor_ids":[],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider"],"duty_holder_uncertainty_status":null,"interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:article-55-gpai-systemic-risk-act"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:article-55-gpai-systemic-risk-record"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:article-55-gpai-systemic-risk-control"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-55-gpai-systemic-risk-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-55-gpai-systemic-risk-scope","operator":"all","description":"Het GPAI-model heeft capaciteiten met grote impact, vermoed bij cumulatieve trainingsrekenkracht boven 10^25 FLOPs, of is door de Commissie aangewezen."}],"exceptions":[{"id":"article-55-gpai-systemic-risk-exception","operator":"not","description":"De GPAI Code of Practice kan na de adequaatheidsbeoordeling dienen als middel om naleving aan te tonen."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Artikel 55 verplicht aanbieders van GPAI-modellen met systeemrisico tot modelevaluaties met adversarial testen, beoordeling en mitigatie van systeemrisico’s op Unieniveau, registratie en melding van ernstige incidenten, en passende cyberbeveiliging van model en infrastructuur. De verplichtingen gelden sinds 2 augustus 2025; de handhaving door het AI Office is sinds 2 augustus 2026 actief.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 55, leden 1 en 2, in samenhang met artikel 51 en artikel 52","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"De 10^25 FLOPs-drempel is een vermoeden, geen grens waar u zich achter kunt verschuilen: de Commissie kan modellen ook op capaciteiten aanwijzen, en finetuning bovenop een bestaand model kan onder omstandigheden een eigen kwalificatie opleveren.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 55, leden 1 en 2, in samenhang met artikel 51 en artikel 52","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Modelaanbieders in de buurt van de drempel: richt de drempelbewaking nu in en sluit aan bij de Code of Practice om de bewijslast te dragen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 55, leden 1 en 2, in samenhang met artikel 51 en artikel 52","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-55-gpai-systemic-risk","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 55 in EUR-Lex"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-04T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-56-gpai-codes-of-practice","legacy_id":"raip:obligation:article-56-gpai-codes-of-practice","type":"obligation","slug":"article-56-gpai-codes-of-practice","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"f6e6afc9742736b52408f8c38c9435fc8be751641392f5d0b5d57a34afee4c1c","label":"Artikel 56: praktijkcodes voor AI-modellen voor algemene doeleinden","summary":"Het AI-bureau stimuleert en faciliteert de opstelling van praktijkcodes op Unieniveau, en het AI-bureau en de AI-board zien erop toe dat die codes ten minste de verplichtingen van de artikelen 53 en 55 omvatten. Aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden en nationale bevoegde autoriteiten kunnen worden uitgenodigd om aan het opstellen deel te nemen; maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, de academische wereld en andere belanghebbenden kunnen het proces ondersteunen. Tot 27 juli 2026 kon de Commissie een praktijkcode bij uitvoeringshandeling goedkeuren en haar binnen de Unie algemene geldigheid verlenen; artikel 1, punt 21, van Verordening (EU) 2026/1744 heeft lid 6 vervangen en die bevoegdheid geschrapt. Sindsdien beoordeelt de Commissie of de codes de verplichtingen van de artikelen 53 en 55 dekken en publiceert zij die beoordeling. De codes moesten uiterlijk op 2 mei 2025 gereed zijn; was er op 2 augustus 2025 geen code, of acht het AI-bureau haar ontoereikend, dan kan de Commissie bij uitvoeringshandelingen gemeenschappelijke regels vaststellen voor de uitvoering van de artikelen 53 en 55. Voor u is dit dus geen zelfstandige plicht maar een route: een code is een vrijwillig instrument waarmee u naleving kunt aantonen.","topics":["governance","gpai","gpai-systemic-risk"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":[],"affected_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office"],"evidence_owner_ids":[],"duty_holder_uncertainty_status":"out_of_scope","interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:decide-and-record-gpai-code-adherence"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:article-56-code-adherence-decision-record"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:article-56-code-commitment-review"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-56-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-56-scope-gpai-provider","operator":"any","description":"Aan de orde voor de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden: hij kan op grond van lid 3 worden uitgenodigd om aan het opstellen van een praktijkcode deel te nemen, en op grond van lid 7 om zich aan een praktijkcode te houden."},{"id":"article-56-scope-value-chain","operator":"any","description":"Aan de orde voor andere belanghebbenden: lid 3 noemt maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, de academische wereld en andere relevante belanghebbenden, zoals aanbieders verder in de AI-waardeketen en onafhankelijke deskundigen, die het proces kunnen ondersteunen."}],"exceptions":[{"id":"article-56-limited-adherence-without-systemic-risk","operator":"not","description":"Lid 7 bepaalt dat voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die geen systeemrisico inhouden, de naleving kan worden beperkt tot de verplichtingen van artikel 53, tenzij zij uitdrukkelijk verklaren dat zij belangstelling hebben om zich bij de volledige code aan te sluiten. Wie geen systeemrisicomodel aanbiedt, hoeft het hoofdstuk over systeemrisico dus niet te onderschrijven om zich op de code te kunnen beroepen."},{"id":"article-56-voluntary-instrument","operator":"not","description":"Artikel 56 legt de aanbieder geen zelfstandige verplichting op. De leden 3 en 7 spreken van uitnodigen, niet van verplichten, en de verplichtingen zelf blijven die van de artikelen 53 en 55. Niet ondertekenen is dus geen inbreuk op artikel 56."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt: het AI-bureau stimuleert en faciliteert de opstelling van praktijkcodes op Unieniveau als bijdrage aan de correcte toepassing van deze verordening, rekening houdend met internationale benaderingen. Lid 2 bepaalt: het AI-bureau en de AI-board streven ernaar ervoor te zorgen dat de praktijkcodes ten minste de verplichtingen omvatten die zijn bepaald in de artikelen 53 en 55, waaronder de volgende zaken: a) de middelen om ervoor te zorgen dat de in artikel 53, lid 1, punten a) en b), bedoelde informatie up-to-date wordt gehouden in het licht van markt- en technologische ontwikkelingen; b) de mate van gedetailleerdheid van de samenvatting over de voor het trainen van het AI-model gebruikte content; c) het in kaart brengen van het type en de aard van de systeemrisico’s op Unieniveau, met inbegrip van de bronnen ervan, indien van toepassing; d) de maatregelen, procedures en modaliteiten voor de beoordeling en het beheer van de systeemrisico’s op Unieniveau, met inbegrip van de documentatie daarvan, die in verhouding moeten staan tot de risico’s, rekening houden met de ernst en waarschijnlijkheid ervan en met de specifieke uitdagingen om die risico’s aan te pakken in het licht van de mogelijke manieren waarop dergelijke risico’s in de AI-waardeketen kunnen ontstaan en zich voordoen. Lid 3 bepaalt: het AI-bureau kan alle aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden en relevante nationale bevoegde autoriteiten uitnodigen om deel te nemen aan het opstellen van praktijkcodes. Maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, de academische wereld en andere relevante belanghebbenden, zoals aanbieders verder in de AI-waardeketen en onafhankelijke deskundigen, kunnen het proces ondersteunen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 56, leden 1 tot en met 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 4 bepaalt: het AI-bureau en de AI-board streven ernaar ervoor te zorgen dat hun specifieke doelstellingen in de praktijkcodes duidelijk uiteen worden gezet en toezeggingen of maatregelen bevatten, met inbegrip van, waar passend, kernprestatie-indicatoren, om ervoor te zorgen dat die doelstellingen worden verwezenlijkt, en dat de praktijkcodes naar behoren rekening houden met de behoeften en belangen van alle belanghebbenden, met inbegrip van betrokken personen, op Unieniveau. Lid 5 bepaalt: het AI-bureau streeft ernaar ervoor te zorgen dat de deelnemers aan de praktijkcodes regelmatig verslag uitbrengen aan het AI-bureau over de uitvoering van de verbintenissen en de genomen maatregelen en de resultaten daarvan, onder meer waar nodig gemeten aan de hand van de kernprestatie-indicatoren. De kernprestatie-indicatoren en rapportageverplichtingen weerspiegelen de verschillen in omvang en capaciteit tussen de verschillende deelnemers. Lid 6, zoals vervangen bij artikel 1, punt 21, van Verordening (EU) 2026/1744, bepaalt: de Commissie en de AI-board monitoren en evalueren regelmatig of de deelnemers de doelstellingen van de praktijkcodes verwezenlijken en bijdragen aan de correcte toepassing van deze verordening. De Commissie, die zoveel mogelijk rekening houdt met het advies van de AI-board, beoordeelt of de praktijkcodes betrekking hebben op de verplichtingen van de artikelen 53 en 55, en monitort en evalueert regelmatig of de doelstellingen daarvan worden verwezenlijkt. De Commissie publiceert haar beoordeling of de praktijkcodes toereikend zijn. De bevoegdheid om een praktijkcode bij uitvoeringshandeling goed te keuren en daaraan algemene geldigheid in de Unie te verlenen, die tot 27 juli 2026 in de tweede alinea van lid 6 stond, is met die vervanging vervallen. Lid 7 bepaalt: het AI-bureau kan alle aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden uitnodigen zich aan de praktijkcodes te houden. Voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden die geen systeemrisico’s inhouden, kan deze naleving worden beperkt tot de verplichtingen van artikel 53, tenzij zij uitdrukkelijk verklaren dat zij belangstelling hebben om zich bij de volledige code aan te sluiten.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 56, leden 1 tot en met 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_locator":"Artikel 1, punt 21, tot vervanging van artikel 56, lid 6","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 8 bepaalt: het AI-bureau stimuleert en faciliteert in voorkomend geval ook de evaluatie en aanpassing van de praktijkcodes, met name wanneer er nieuwe normen worden ingesteld. Het AI-bureau helpt bij de beoordeling van de beschikbare normen. Lid 9 bepaalt: de praktijkcodes moeten uiterlijk op 2 mei 2025 gereed zijn. Het AI-bureau neemt de nodige stappen, met inbegrip van het uitnodigen van aanbieders op grond van lid 7. De tweede alinea van lid 9 bepaalt: als er uiterlijk op 2 augustus 2025 nog geen praktijkcode tot stand is gebracht, of indien het AI-bureau deze na zijn beoordeling uit hoofde van lid 6 van dit artikel ontoereikend acht, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen gemeenschappelijke regels vaststellen voor de uitvoering van de verplichtingen waarin de artikelen 53 en 55 voorzien, met inbegrip van de in lid 2 van dit artikel genoemde zaken. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 98, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 56, leden 1 tot en met 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Een praktijkcode is een vrijwillig instrument, en dat woord doet hier al het werk. Ondertekenen schept geen nieuwe verplichting: uw verplichtingen blijven die van de artikelen 53 en 55, en artikel 56 verandert daar niets aan. Niet ondertekenen is evenmin een inbreuk, want de leden 3 en 7 spreken van uitnodigen en niet van verplichten. Wat wel verschuift is de bewijslast. Wie zich aan een code houdt, kan naar een gedeelde, door het AI-bureau en de AI-board beoordeelde uitwerking wijzen wanneer een toezichthouder vraagt hoe hij zijn documentatie actueel houdt, hoe gedetailleerd zijn samenvatting over de trainingscontent is, of hoe hij systeemrisico beoordeelt en beheert. Wie niet tekent, moet die uitwerking zelf schrijven en zelf verdedigen, tot en met de vraag waarom zijn eigen aanpak minstens zo goed is. Dat is geen juridisch verschil in de norm, maar wel een groot verschil in wat er op tafel ligt als er iets wordt gevraagd. Twee dingen daarbij die vaak door elkaar lopen. Ten eerste: lid 7 laat een aanbieder zonder systeemrisicomodel toe zich te beperken tot de verplichtingen van artikel 53, tenzij hij uitdrukkelijk verklaart belangstelling te hebben voor de volledige code. Gedeeltelijk meedoen is dus een uitdrukkelijk voorziene keuze en geen halfslachtigheid. Ten tweede: lid 9 zet er een stok achter de deur die niet op u rust maar u wel raakt. Komt er geen code, of acht het AI-bureau haar ontoereikend, dan kan de Commissie bij uitvoeringshandelingen gemeenschappelijke regels vaststellen voor de uitvoering van de artikelen 53 en 55. Die regels zijn, anders dan een code, niet vrijwillig.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 56, leden 1 tot en met 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Over de stand van zaken past precisie, want hier wordt in de markt het meest overdreven. Vaststaand is dat de Praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden op 10 juli 2025 is gepubliceerd; die code staat in deze repository gearchiveerd als drie hoofdstuk-PDF bestanden, over transparantie, auteursrecht en veiligheid en beveiliging, en zij staat als bronrecord in deze kennisbank. Of daarop nog een goedkeurende uitvoeringshandeling is gevolgd, is voor de periode tot 27 juli 2026 niet vastgesteld, en na die datum is het niet langer de juiste vraag: lid 6 kent die bevoegdheid niet meer. De vraag is sindsdien of de Commissie haar beoordeling van de toereikendheid heeft gepubliceerd. Ook dat is hier niet vastgesteld, en zolang dat zo is mag u nergens lezen dat de code is goedgekeurd of binnen de Unie algemene geldigheid heeft. Dat onderscheid is geen formaliteit: een gepubliceerde code is een tekst waaraan u zich vrijwillig kunt houden, een bij uitvoeringshandeling goedgekeurde code is daarbovenop een instrument met algemene geldigheid in de Unie. Wie het eerste voor het tweede aanziet, overschat wat een handtekening hem oplevert en onderschat wat hij zelf nog moet vastleggen. Ook de inhoud van de drie hoofdstukken is bij deze bouw niet nagelezen, en niets in dit object zegt dus iets over wat er precies in staat. Praktisch betekent dat het volgende. Controleer de goedkeuringsstatus zelf en op datum voordat u zich in een gesprek met een toezichthouder of een klant op de code beroept, en leg vast op welke versie van de code en op welk hoofdstuk uw naleving ziet. Een code kan op grond van lid 8 worden geevalueerd en aangepast, met name wanneer er nieuwe normen komen, dus een beroep op de code zonder versievermelding veroudert vanzelf.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 56, leden 1 tot en met 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:gpai-code-of-practice","source_locator":"Praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden, 10 juli 2025","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/contents-code-gpai","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Behandel de vraag of u zich aan een praktijkcode houdt als een besluit dat wordt genomen en vastgelegd, en niet als iets dat vanzelf gaat. Leg per model vast: houdt u zich aan een code, aan welke versie en aan welk hoofdstuk, en zo nee, welke eigen uitwerking u in plaats daarvan hanteert voor de onderwerpen die lid 2 noemt, namelijk het actueel houden van de informatie van artikel 53, lid 1, punten a) en b), de mate van gedetailleerdheid van de samenvatting over de trainingscontent, en, waar u een systeemrisicomodel aanbiedt, het in kaart brengen en beheren van systeemrisico. Bepaal daarbij expliciet of u onder lid 7 met de verplichtingen van artikel 53 volstaat of dat u zich bij de volledige code aansluit, en noteer die keuze met een datum en een tekenbevoegde. Controleer voordat u zich extern op een code beroept of de Commissie haar beoordeling van de toereikendheid op grond van het gewijzigde lid 6 heeft gepubliceerd, en beweer niet meer dan u op dat moment kunt aanwijzen. Vraag niet naar een goedkeurende uitvoeringshandeling: die bevoegdheid bestaat sinds 27 juli 2026 niet meer, en wie er toch naar vraagt, vraagt om een besluit dat niemand meer kan nemen. Zet ten slotte een herzieningsmoment in uw eigen kalender: lid 8 voorziet in evaluatie en aanpassing van codes wanneer er nieuwe normen komen, en lid 9 laat de Commissie gemeenschappelijke regels vaststellen wanneer een code uitblijft of ontoereikend wordt geacht, en beide veranderen waar u zich op baseert zonder dat iemand u belt.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 56, leden 1 tot en met 9","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:gpai-code-of-practice","source_locator":"Praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden, 10 juli 2025","source_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/contents-code-gpai","eli":null}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-56-gpai-codes-of-practice","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 56 in EUR-Lex"},{"relation":"public_page","href":"/nl/ai-act/artikel/56","label":"Lees artikel 56 in de AI Act Explorer"},{"relation":"related","href":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/contents-code-gpai","label":"Praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden bij de Europese Commissie"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-03-05T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-78-confidentiality","legacy_id":"raip:obligation:article-78-confidentiality","type":"obligation","slug":"article-78-confidentiality","version":"1.0.0","effective_at":"2025-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"fe3d73fa9cc874bc4fc12b0f664ff4e60e68de553dfc7bf0c64c38bc1350c8e3","label":"Artikel 78: vertrouwelijkheid van wat u aan een autoriteit overlegt","summary":"De Commissie, de markttoezichtautoriteiten, de aangemelde instanties en iedereen die bij de toepassing van de verordening betrokken is, eerbiedigen de vertrouwelijke aard van wat zij bij hun taken verkrijgen, en beschermen daarbij uitdrukkelijk de intellectuele-eigendomsrechten, de vertrouwelijke bedrijfsinformatie en de bedrijfsgeheimen van een natuurlijke of rechtspersoon, waaronder de broncode. Zij mogen alleen vragen om gegevens die strikt noodzakelijk zijn, moeten die beveiligen en moeten die wissen zodra zij niet langer nodig zijn. Voor u is dit dus geen plicht maar een bescherming, met een grens: de uitzondering van artikel 5 van Richtlijn (EU) 2016/943 blijft staan, en de bepaling laat de uitwisseling van informatie en het verspreiden van waarschuwingen tussen autoriteiten onverlet.","topics":["enforcement","governance"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":[],"affected_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:market-surveillance-authority"],"evidence_owner_ids":[],"duty_holder_uncertainty_status":"out_of_scope","interpretation_status":null,"interpretation_note":null,"obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:mark-confidential-material-on-submission"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:article-78-submission-register"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:article-78-disclosure-review"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-78-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-78-scope","operator":"all","description":"Van toepassing op alle informatie en gegevens die de Commissie, de markttoezichtautoriteiten, de aangemelde instanties en alle andere natuurlijke of rechtspersonen die bij de toepassing van deze verordening betrokken zijn, tijdens het uitvoeren van hun taken en activiteiten verkrijgen. De bescherming werkt overeenkomstig het Unierecht of het nationale recht en niet zelfstandig."},{"id":"article-78-strict-necessity","operator":"all","description":"Lid 2 begrenst wat een autoriteit mag vragen: alleen gegevens die strikt noodzakelijk zijn ter beoordeling van het risico van AI-systemen en ter uitoefening van haar bevoegdheden overeenkomstig deze verordening en Verordening (EU) 2019/1020. Daar hangen twee vervolgplichten aan: adequate en doeltreffende cyberbeveiligingsmaatregelen, en wissen zodra de gegevens niet langer nodig zijn voor het doel waarvoor zij zijn verkregen."}],"exceptions":[{"id":"article-78-trade-secrets-directive-carve-out","operator":"not","description":"De bescherming van intellectuele eigendom, vertrouwelijke bedrijfsinformatie en bedrijfsgeheimen, waaronder de broncode, geldt uitgezonderd de gevallen bedoeld in artikel 5 van Richtlijn (EU) 2016/943. Punt a) van lid 1 zegt dat met zoveel woorden."},{"id":"article-78-information-exchange-unaffected","operator":"not","description":"Lid 4 bepaalt dat de leden 1, 2 en 3 de rechten en verplichtingen van de Commissie, de lidstaten en hun bevoegde autoriteiten en die van de aangemelde instanties met betrekking tot de uitwisseling van informatie en de verspreiding van waarschuwingen, ook in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, onverlet laten, evenals de verplichtingen van de betrokken partijen om in het kader van het strafrecht van de lidstaten informatie te verstrekken. Vertrouwelijkheid onder dit artikel is dus geen zwijgplicht tussen autoriteiten onderling."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1 bepaalt dat de Commissie, de markttoezichtautoriteiten en de aangemelde instanties, en alle andere natuurlijke of rechtspersonen die bij de toepassing van deze verordening betrokken zijn, overeenkomstig het Unierecht of het nationale recht de vertrouwelijke aard eerbiedigen van informatie en gegevens die zij hebben verkregen tijdens het uitvoeren van hun taken en activiteiten, met name ter bescherming van: a) de intellectuele-eigendomsrechten, en vertrouwelijke bedrijfsinformatie of bedrijfsgeheimen van een natuurlijke of rechtspersoon, waaronder de broncode, uitgezonderd de gevallen bedoeld in artikel 5 van Richtlijn (EU) 2016/943; b) de doeltreffende uitvoering van deze verordening, met name in verband met inspecties, onderzoeken of audits; c) publieke en nationale veiligheidsbelangen; d) het voeren van strafrechtelijke of administratieve procedures; e) informatie die op grond van het Unierecht of het nationale recht gerubriceerd is. Lid 2 bepaalt dat de autoriteiten die op grond van lid 1 bij de toepassing van deze verordening betrokken zijn, alleen verzoeken om gegevens die strikt noodzakelijk zijn ter beoordeling van het risico van AI-systemen en ter uitoefening van hun bevoegdheden in overeenstemming met deze verordening en met Verordening (EU) 2019/1020, dat zij adequate en doeltreffende cyberbeveiligingsmaatregelen treffen ter bescherming van de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie en gegevens, en dat zij de verzamelde gegevens wissen zodra die niet langer nodig zijn voor het doel waarvoor zij zijn verkregen, overeenkomstig het toepasselijke Unierecht of nationale recht.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 78, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 3 bepaalt dat, onverminderd de leden 1 en 2, op vertrouwelijke basis tussen de nationale bevoegde autoriteiten of tussen nationale bevoegde autoriteiten en de Commissie uitgewisselde informatie niet openbaar mag worden gemaakt zonder voorafgaande raadpleging van de nationale bevoegde autoriteit waarvan de informatie afkomstig is en de gebruiksverantwoordelijke, wanneer in punt 1, 6 of 7 van bijlage III vermelde AI-systemen met een hoog risico worden gebruikt door rechtshandhavingsinstanties en grenstoezichts-, immigratie- of asielautoriteiten, en wanneer die openbaarmaking openbare en nationale veiligheidsbelangen in gevaar zou brengen. Die informatie-uitwisseling behelst geen gevoelige operationele gegevens in verband met de activiteiten van rechtshandhavings-, grenstoezichts-, immigratie- of asielautoriteiten. De tweede alinea van lid 3 bepaalt dat, indien de rechtshandhavingsinstanties of immigratie- of asielautoriteiten aanbieders van in punt 1, 6 of 7 van bijlage III bedoelde AI-systemen met een hoog risico zijn, de in bijlage IV vermelde technische documentatie in de gebouwen van die autoriteiten blijft, dat die autoriteiten waarborgen dat de in artikel 74, leden 8 en 9, bedoelde markttoezichtautoriteiten zo nodig op verzoek onmiddellijk toegang tot de documentatie kunnen krijgen of een kopie ervan kunnen ontvangen, en dat alleen personeel van de markttoezichtautoriteit met een passende veiligheidsmachtiging die documentatie of kopieen ervan mag inzien.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 78, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Lid 4 bepaalt dat de leden 1, 2 en 3 de rechten en verplichtingen van de Commissie, de lidstaten en hun bevoegde autoriteiten, alsmede die van de aangemelde instanties, met betrekking tot de uitwisseling van informatie en de verspreiding van waarschuwingen, ook in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, evenals de verplichtingen van de betrokken partijen om in het kader van het strafrecht van de lidstaten informatie te verstrekken, onverlet laten. Lid 5 bepaalt dat de Commissie en de lidstaten zo nodig en met inachtneming van de relevante bepalingen van internationale overeenkomsten en handelsakkoorden vertrouwelijke informatie kunnen uitwisselen met regelgevingsinstanties van derde landen waarmee zij bilaterale of multilaterale vertrouwelijkheidsovereenkomsten hebben gesloten die een passend niveau van vertrouwelijkheid waarborgen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 78, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Lees dit artikel als het antwoord op de vraag die uw leverancier stelt en die u zelf stelt zodra u iets moet inleveren. De bescherming is echt en zij noemt de broncode bij name, wat in het Unierecht ongebruikelijk expliciet is. Maar zij is een plicht van de ontvanger en geen weigeringsrecht van de indiener. Artikel 21, lid 1, verplicht de aanbieder om op een met redenen omkleed verzoek alle informatie en documentatie te verstrekken die nodig is om de overeenstemming aan te tonen; artikel 78 zegt niet dat u iets mag achterhouden, maar wat de ontvanger daarna moet doen. Wie dat omdraait en op basis van vertrouwelijkheid weigert, staat juridisch met lege handen. Twee grenzen erbij, want zij worden in de praktijk gemist. De eerste is artikel 5 van Richtlijn (EU) 2016/943: die uitzondering staat woordelijk in punt a) en zij dekt onder meer het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie en het onthullen van wangedrag in het algemeen belang. De tweede is lid 4: tussen autoriteiten onderling, en bij het verspreiden van waarschuwingen, werkt de vertrouwelijkheid niet als slot. Uw dossier kan dus bij een andere lidstaat terechtkomen zonder dat dit een schending is. Wat wel uw kant op werkt, is lid 2. Dat is een strikte noodzakelijkheidstoets op het verzoek zelf, met een bewaartermijn eraan vast: wissen zodra de gegevens niet langer nodig zijn voor het doel waarvoor zij zijn verkregen. Dat is een vraag die u aan een autoriteit kunt stellen en waarvan u het antwoord kunt vastleggen.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 78, leden 1 tot en met 5","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Er zit een asymmetrie in dit artikel die zelden wordt opgemerkt. Lid 3 geeft een van de partijen een zware extra bescherming: wordt een hoog-risicosysteem uit punt 1, 6 of 7 van bijlage III gebruikt door een rechtshandhavingsinstantie of een grenstoezichts-, immigratie- of asielautoriteit, dan mag op vertrouwelijke basis uitgewisselde informatie niet openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande raadpleging van de bronautoriteit en van de gebruiksverantwoordelijke, en de technische documentatie blijft fysiek in de gebouwen van die autoriteit wanneer zij zelf aanbieder is. Voor een commerciele aanbieder in exact dezelfde bijlage III-gebieden geldt die regeling niet. De praktische gevolgtrekking is niet dat de een beter beschermd is dan de ander, maar dat u moet weten aan welke kant u staat: levert u aan zo een autoriteit, dan loopt uw documentatie een ander pad dan uw eigen archief, en dat pad legt u vast in het contract en niet achteraf. Merk daarnaast op wat dit artikel niet regelt. Het zegt niets over de openbaarheid van de EU-databank van artikel 71, waarvan het openbare deel juist bedoeld is om gevonden te worden, en het zegt niets over wat een gebruiksverantwoordelijke aan een geraakte persoon moet uitleggen op grond van artikel 86. Vertrouwelijkheid tegenover een toezichthouder en transparantie tegenover een burger zijn in deze verordening twee losse sporen, en het is een vergissing om het ene met het andere te willen dichtzetten.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 21, lid 1; artikel 74, leden 8 en 9; artikel 113, tweede alinea","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Markeer bij elke indiening welk deel u als vertrouwelijke bedrijfsinformatie, bedrijfsgeheim of broncode beschouwt, en waarom, en houd een register bij van wat u aan wie op welke datum hebt overgelegd. Dat register is uw enige uitgangspunt wanneer u later wilt weten of iets buiten de kring is gekomen. Vraag bij een verzoek om aanvullende gegevens naar de noodzaak in de zin van lid 2 en naar het doel waarvoor de gegevens worden verkregen, en leg het antwoord vast; dat is geen weigering en het is de enige manier om de bewaartermijn van lid 2 later te kunnen aanspreken. Neem in leverancierscontracten op wie een verzoek van een autoriteit aanneemt, wie beslist wat wordt overgelegd, en dat de andere partij binnen een afgesproken termijn wordt geinformeerd. Levert u aan een rechtshandhavingsinstantie of aan een grenstoezichts-, immigratie- of asielautoriteit, leg dan vast waar de technische documentatie fysiek blijft en wie er toegang toe heeft. Ga er tot slot niet van uit dat vertrouwelijkheid u van artikel 21 ontslaat: de plicht om op verzoek te leveren staat los van de plicht van de ontvanger om zorgvuldig met het geleverde om te gaan.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_locator":"Artikel 21, lid 1; artikel 74, leden 8 en 9; artikel 113, tweede alinea","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-78-confidentiality","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 78 in EUR-Lex"},{"relation":"public_page","href":"/nl/ai-act/artikel/78","label":"Lees artikel 78 in de AI Act Explorer"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-09-06T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-03-05T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}},{"id":"praxikon:eu:ai-act:obligation:article-99-101-penalties","legacy_id":"raip:obligation:article-99-101-penalties","type":"obligation","slug":"article-99-101-penalties","version":"1.0.0","effective_at":"2026-08-02T00:00:00.000Z","known_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","valid_until":null,"payload_hash_sha256":"eebb183c9d9b58597388256d80ac73dc95eca9b9c98dd975ed907b55791e6905","label":"Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting","summary":"De verordening kent geen enkel boetebedrag. Voor operatoren hangen drie plafonds aan verschillende bepalingen van artikel 99, daarnaast beboet de Commissie zelf aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden op grond van artikel 101, kan het AI-bureau sinds de wijziging van 2026 zelf beboeten, en gelden voor instellingen en organen van de Unie de eigen bedragen van artikel 100. Welk plafond geldt, hangt af van welke bepaling is geschonden en wie handhaaft, en niet van hoe ernstig de gevolgen zijn.","topics":["enforcement","prohibited-practices"],"actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:distributor","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:importer","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"duty_holder_ids":[],"affected_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:authorised-representative","praxikon:eu:ai-act:actor:deployer","praxikon:eu:ai-act:actor:distributor","praxikon:eu:ai-act:actor:gpai-model-provider","praxikon:eu:ai-act:actor:importer","praxikon:eu:ai-act:actor:provider"],"oversight_actor_ids":["praxikon:eu:ai-act:actor:ai-office","praxikon:eu:ai-act:actor:market-surveillance-authority"],"evidence_owner_ids":[],"duty_holder_uncertainty_status":"out_of_scope","interpretation_status":"preliminary","interpretation_note":"Drie dingen staan hier niet vast. Ten eerste of een plicht die niet in artikel 99 lid 3 tot en met 5 wordt genoemd een plafond uit de verordening zelf kent. Wij lezen artikel 16, punt a), dat de aanbieder verplicht te waarborgen dat zijn hoog-risico systemen aan de eisen van hoofdstuk III, afdeling 2, voldoen, zo dat niet-naleving van de artikelen 9 tot en met 15 door een aanbieder tegelijk niet-naleving van artikel 16 oplevert en dus binnen het plafond van 3 procent valt, en langs artikel 26 op dezelfde manier voor de gebruiksverantwoordelijke, inclusief de plichten die artikel 26 lid 5 via artikel 72 en artikel 73 binnenhaalt. Een verdedigbare andere lezing is dat de opsomming in lid 4 strikt is bedoeld en alleen de in artikel 16 en artikel 26 zelf geschreven plichten dekt, waardoor de hoogte voor de artikelen 9 tot en met 15 volledig uit het nationale recht volgt dat lid 1 van de lidstaten vraagt. Ten tweede wat onderneming en totale wereldwijde jaarlijkse omzet in de leden 3 tot en met 5 omvatten: de verordening definieert dat niet, en het verschil tussen de omzet van de beboete rechtspersoon en die van de groep waartoe zij behoort scheelt in de praktijk een orde van grootte. Wij houden de groepslezing aan omdat onderneming in het mededingingsrecht van de Unie zo wordt uitgelegd, maar die herkomst is precies het zwakke punt: de verordening verwijst daar nergens naar, en de lezing dat het om de beboete rechtspersoon gaat is even verdedigbaar zolang er geen rechtspraak onder deze verordening is. Ten derde hoe ver artikel 75 quater, lid 4, de opsomming van lid 4 opzij zet: die bepaling geldt naar haar tekst voor handhaving door het AI-bureau over de operatoren van artikel 75 lid 1, en of daaruit ook iets volgt voor de nationale route is niet uitgemaakt. Wij lezen haar smal, dus alleen voor het bureau, en dat is een lezing en geen vaststaand recht.","obligation_ids":[],"change_ids":[],"action_ids":["praxikon:eu:ai-act:action:article-99-101-map-penalty-tiers"],"evidence_ids":["praxikon:eu:ai-act:evidence:article-99-101-penalty-exposure-register"],"control_ids":["praxikon:eu:ai-act:control:article-99-101-mitigating-factor-record"],"template_ids":["praxikon:eu:ai-act:template:article-99-101-legal-text"],"conditions":[{"id":"article-99-101-penalties-scope","operator":"all","description":"Relevant zodra u operator bent in de zin van de verordening, dus aanbieder, productfabrikant, gebruiksverantwoordelijke, gemachtigde, importeur of distributeur, en een van de bepalingen raakt die in artikel 99 lid 3, lid 4 of lid 5 worden genoemd. Het regime van artikel 101 is daarnaast relevant wanneer u aanbieder bent van een AI-model voor algemene doeleinden, want daar beboet de Commissie zelf. Valt u onder de bevoegdheid van het AI-bureau op grond van artikel 75 lid 1, dan komt artikel 75 quater erbij."}],"exceptions":[{"id":"article-99-101-penalties-exception","operator":"not","description":"Lid 6 keert de rekenwijze om voor kmo's, met inbegrip van start-ups: voor hen geldt het laagste van het percentage en het bedrag, waar het voor andere ondernemingen juist het hoogste van beide is, en dat geldt voor elke in artikel 99 bedoelde boete. Het ingevoegde lid 6 bis doet hetzelfde voor kleine midcapondernemingen, maar uitdrukkelijk alleen voor de leden 4 en 5, zodat de band van artikel 5 voor hen niet wordt omgekeerd. Lid 8 laat aan elke lidstaat over in hoeverre administratieve geldboeten kunnen worden opgelegd aan in die lidstaat gevestigde overheidsinstanties of -organen, zodat het plafond voor een publieke organisatie niet uit de verordening volgt. Lid 9 laat toe dat de boete in sommige lidstaten door de bevoegde nationale rechter of door andere organen wordt opgelegd en niet door de autoriteit."}],"statements":[{"kind":"official_fact","text":"Lid 1, zoals vervangen bij Verordening (EU) 2026/1744, draagt de lidstaten op de voorschriften vast te stellen voor sancties en andere handhavingsmaatregelen, die ook administratieve boeten, waarschuwingen en niet-monetaire maatregelen kunnen omvatten, die van toepassing zijn op elke inbreuk op deze verordening door operatoren, bepaalt dat die sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, en verplicht de lidstaten bij het opleggen van sancties rekening te houden met de belangen van kmo's, met inbegrip van start-ups, en kleine midcapondernemingen, en met hun economische levensvatbaarheid. Lid 2 verplicht de lidstaten die voorschriften onverwijld en uiterlijk op de datum van toepassing aan de Commissie te melden, en elke latere wijziging ervan. Lid 3 stelt voor de niet-naleving van het verbod op de in artikel 5 bedoelde AI-praktijken administratieve geldboeten vast tot 35 000 000 EUR of, indien de overtreder een onderneming is, tot 7 % van haar totale wereldwijde jaarlijkse omzet voor het voorafgaande boekjaar, indien dat hoger is. Lid 4 stelt voor de niet-naleving van bepalingen in verband met operatoren of aangemelde instanties, uitgezonderd artikel 5, geldboeten vast tot 15 000 000 EUR of, indien de overtreder een onderneming is, tot 3 % van diezelfde omzet, indien dat hoger is, en somt daarbij op: verplichtingen voor aanbieders op grond van artikel 16, voor gemachtigden op grond van artikel 22, voor importeurs op grond van artikel 23, voor distributeurs op grond van artikel 24, punt d bis), ingevoegd bij Verordening (EU) 2026/1744, verplichtingen voor aanbieders en operatoren op grond van artikel 25, leden 2 en 4, verplichtingen voor gebruiksverantwoordelijken op grond van artikel 26, eisen en verplichtingen voor aangemelde instanties op grond van artikel 31, artikel 33, lid 1, 3 of 4, of artikel 34, en transparantieverplichtingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken op grond van artikel 50. Lid 5 stelt voor het verstrekken van onjuiste, onvolledige of misleidende informatie aan aangemelde instanties of nationale bevoegde autoriteiten naar aanleiding van een verzoek geldboeten vast tot 7 500 000 EUR of, indien de overtreder een onderneming is, tot 1 % van diezelfde omzet, indien dat hoger is. Lid 6 bepaalt dat elke in dit artikel bedoelde boete voor kmo's, met inbegrip van start-ups, neerkomt op de percentages of, indien dat lager is, het bedrag als bedoeld in de leden 3, 4 en 5. Het bij Verordening (EU) 2026/1744 ingevoegde lid 6 bis bepaalt dat elke in de leden 4 en 5 bedoelde geldboete voor kleine midcapondernemingen ten hoogste de daarin bedoelde percentages of bedragen bedraagt, indien deze lager zijn. Lid 7 somt op waarmee bij het besluit om al dan niet een boete op te leggen en bij het bepalen van het bedrag rekening wordt gehouden: de aard, ernst en duur van de inbreuk en de gevolgen ervan, of andere markttoezichtautoriteiten dezelfde operator voor dezelfde inbreuk al hebben beboet, of andere autoriteiten hem al hebben beboet voor inbreuken op ander Unie- of nationaal recht die voortkomen uit dezelfde handeling of nalatigheid, de omvang, jaaromzet en het marktaandeel van de operator, elke andere verzwarende of verzachtende factor, zoals behaald financieel voordeel of vermeden verlies, de mate van samenwerking met de nationale bevoegde autoriteiten, de mate waarin de operator verantwoordelijk is gelet op de door hem genomen technische en organisatorische maatregelen, de wijze waarop de autoriteiten kennis hebben gekregen van de inbreuk en of de operator die zelf heeft gemeld, de opzettelijke of nalatige aard van de inbreuk, en door de operator genomen maatregelen om de door de getroffen personen geleden schade te beperken. Lid 8 bepaalt dat elke lidstaat regels vaststelt over de vraag in hoeverre administratieve geldboeten kunnen worden opgelegd aan in die lidstaat gevestigde overheidsinstanties of -organen. Lid 9 bepaalt dat de regels afhankelijk van het rechtsstelsel van de lidstaat zo kunnen worden toegepast dat de boeten door de bevoegde nationale rechter of door andere organen worden opgelegd, met gelijkwaardig effect. Lid 10 onderwerpt de uitoefening van deze bevoegdheden aan passende procedurele waarborgen overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht, met inbegrip van doeltreffende voorzieningen in rechte en een eerlijke rechtsbedeling. Lid 11 verplicht de lidstaten jaarlijks aan de Commissie verslag uit te brengen over de opgelegde administratieve geldboeten en over de daarmee samenhangende geschillen of gerechtelijke procedures. Hoofdstuk XII, waartoe artikel 99 behoort, is van toepassing sinds 2 augustus 2025, met uitzondering van artikel 101; de wijzigingen van artikel 99 gelden sinds 27 juli 2026.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 99, leden 1 tot en met 11"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_locator":"Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 38"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 113, derde alinea, punt b)"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_locator":"Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 40"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Artikel 101 lid 1 bepaalt dat de Commissie aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten kan opleggen van ten hoogste 3 % van hun jaarlijkse totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar of 15 000 000 EUR, indien dat hoger is, wanneer zij vaststelt dat de aanbieder opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk heeft gepleegd op de desbetreffende bepalingen van deze verordening, niet heeft voldaan aan een verzoek om een document of om informatie op grond van artikel 91 of daarbij onjuiste, onvolledige of misleidende informatie heeft verstrekt, een op grond van artikel 93 gevraagde maatregel niet heeft nageleefd, of de Commissie geen toegang tot het model heeft gegeven met het oog op een evaluatie op grond van artikel 92. Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete of dwangsom wordt rekening gehouden met de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, met inachtneming van de beginselen van evenredigheid en redelijkheid, en houdt de Commissie ook rekening met verbintenissen die zijn aangegaan overeenkomstig artikel 93, lid 3, of in relevante praktijkcodes overeenkomstig artikel 56. Lid 2 verplicht de Commissie haar voorlopige bevindingen mee te delen aan de aanbieder en hem in de gelegenheid te stellen te worden gehoord voordat zij het besluit vaststelt. Lid 3 bepaalt dat de opgelegde geldboeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Lid 4 bepaalt dat informatie over opgelegde geldboeten in voorkomend geval ook aan de AI-board wordt meegedeeld. Lid 5 geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen een besluit waarbij de Commissie een geldboete vaststelt en bepaalt dat het Hof die boete kan vernietigen, verlagen of verhogen. Lid 6 draagt de Commissie op uitvoeringshandelingen vast te stellen met nadere regelingen en procedurele waarborgen voor de procedures die tot een besluit op grond van lid 1 kunnen leiden. Artikel 101 is uitgezonderd van de vervroegde toepassing van hoofdstuk XII en geldt daarom sinds 2 augustus 2026. Naast dit regime kent artikel 100 een eigen stelsel voor instellingen, organen en instanties van de Unie: de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kan hun administratieve geldboeten opleggen tot 1 500 000 EUR voor niet-naleving van het verbod van artikel 5 en tot 750 000 EUR voor niet-naleving van andere eisen of verplichtingen uit deze verordening. Verordening (EU) 2026/1744 heeft de artikelen 100 en 101 niet gewijzigd.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 101, leden 1 tot en met 6"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 100, leden 1 tot en met 3"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 113, derde alinea, punt b)"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"official_fact","text":"Het bij Verordening (EU) 2026/1744 ingevoegde artikel 75 quater, lid 4, bepaalt dat een besluit van het AI-bureau vergezeld kan gaan van het opleggen van sancties overeenkomstig artikel 99, leden 3 tot en met 7, waarvan de bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn op het bureau bij de uitvoering van zijn toezichts- en handhavingstaken als bedoeld in artikel 75, lid 1. Met name is aan administratieve geldboeten als bedoeld in artikel 99, lid 4, onderworpen: inbreuken op toepasselijke bepalingen van deze verordening, met inbegrip van die welke niet in artikel 99, lid 4, zijn vermeld; niet-naleving van besluiten of maatregelen op grond van artikel 14, lid 4, of artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1020 en van de in artikel 75 bis genoemde bevoegdheden; en het nalaten een op grond van artikel 75 ter bindend verklaarde toezegging na te komen. Voor onjuiste, onvolledige of misleidende informatie aan het bureau gelden de geldboeten van artikel 99, lid 5. Lid 5 laat het bureau daarnaast dwangsommen opleggen om onder meer een onderzoek, een informatieverzoek, een inspectie of een bindende toezegging af te dwingen; die dwangsommen bedragen ten hoogste 5 % van het gemiddelde dagelijkse inkomen of van de wereldwijde jaaromzet in het voorafgaande boekjaar per dag. Lid 6 geeft het Hof van Justitie volledige rechtsmacht over besluiten waarbij het bureau een geldboete of dwangsom vaststelt, en lid 8 onderwerpt de bevoegdheden van het bureau aan een verjaringstermijn van drie jaar, met eenzelfde termijn voor de bevoegdheid om genomen besluiten ten uitvoer te leggen. Let op: de twee authentieke taaluitgaven van Verordening (EU) 2026/1744 lopen hier uiteen. De Nederlandse uitgave noemt in beide alinea’s van artikel 75 quater, lid 8, drie jaar; de Engelse noemt in beide alinea’s van artikel 75c(8) vijf jaar. Deze uitspraak geeft per taal weer wat de uitgave in die taal zegt en kiest niet stilzwijgend. De uitvoeringshandeling van artikel 75 quinquies, lid 3, moet beide alinea’s nader bepalen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verjaringstermijnen worden gestuit; zolang die er niet is, blijft de divergentie een openstaande uitleggingsvraag.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_locator":"Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 32"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"}},{"kind":"editorial_interpretation","text":"Het plafond volgt de bepaling en niet de schade. Dat is het punt dat in bestuurskamers stelselmatig wordt gemist: men begroot een bedrag voor \"de AI Act-boete\", terwijl er voor operatoren drie banden in artikel 99 staan en daarnaast nog eigen regimes voor instellingen van de Unie en voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden. De hoogste band, 35 miljoen of 7 procent, hoort uitsluitend bij artikel 5. Dat was tot voor kort een lijst praktijken die u ofwel doet ofwel niet doet, maar sinds de wijziging van artikel 5 is dat niet meer waar: bij de nieuwe verboden op seksueel beeldmateriaal is het in de handel brengen ook verboden wanneer het voortbrengen daarvan een redelijkerwijs te voorzien en reproduceerbaar resultaat is en het systeem geen redelijke en passende technische maatregelen en waarborgen heeft. Dat is een maatregelenplicht binnen de hoogste band, en zij geldt vanaf 2 december 2026. De middelste band, 15 miljoen of 3 procent, hoort bij de opsomming in lid 4: de rolplichten van de aanbieder, de gemachtigde, de importeur, de distributeur en de gebruiksverantwoordelijke, sinds 27 juli 2026 ook artikel 25, leden 2 en 4, plus artikel 50. Wat er niet met zoveel woorden in staat is minstens zo interessant: artikel 4 en artikel 27 worden niet genoemd, en de eisen van hoofdstuk III bereiken het plafond hooguit langs artikel 16 en artikel 26. Let op dat artikel 72 en artikel 73 voor de gebruiksverantwoordelijke wel binnen bereik komen, want artikel 26 lid 5 verplicht hem overeenkomstig artikel 72 te informeren en verklaart artikel 73 mutatis mutandis van toepassing, en artikel 26 staat wel in lid 4. Twee dingen daarnaast. Lid 5 maakt van het slecht beantwoorden van een informatieverzoek een eigen boetecategorie van 1 procent, los van de onderliggende inbreuk. En lid 7 is geen kortingsregeling: het werkt naar twee kanten, want de aanhef spreekt van het besluit om al dan niet een boete op te leggen en punt e) noemt uitdrukkelijk verzwarende factoren zoals behaald financieel voordeel. Wat u kunt sturen zijn de factoren die u kunt aantonen: uw technische en organisatorische maatregelen, uw meldgedrag, uw samenwerking, en wat u na een incident hebt gedaan om de schade voor getroffen personen te beperken. Twee dateringen die in de praktijk verschil maken: het verbod van artikel 5 geldt sinds 2 februari 2025, maar hoofdstuk XII pas sinds 2 augustus 2025, zodat voor gedrag daartussen geen administratieve geldboete op grond van artikel 99 lid 3 bestaat. Bij de nieuwe artikel 5-verboden van 2 december 2026 keert die lacune niet terug: hoofdstuk XII loopt dan al ruim een jaar, dus het boeteregime bestaat op de dag dat die verboden gaan gelden. En wie onder de bevoegdheid van het AI-bureau valt, moet de gedachte dat de opsomming van lid 4 gesloten is loslaten: artikel 75 quater, lid 4, brengt daar inbreuk op elke toepasselijke bepaling in de band van 15 miljoen of 3 procent, uitdrukkelijk ook bepalingen die niet in lid 4 staan.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 99, leden 1 tot en met 11"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_locator":"Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 7"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_locator":"Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 32"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 113, derde alinea, punt b)"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}},{"kind":"recommended_action","text":"Zet naast uw verplichtingenregister een kolom met het plafond dat erbij hoort, met drie waarden: artikel 99 lid 3, artikel 99 lid 4, of nationaal recht op grond van artikel 99 lid 1. Bepaal per AI-model voor algemene doeleinden dat u zelf aanbiedt of het artikel 101-regime van de Commissie erbij komt, en bepaal of u onder artikel 75 lid 1 valt, want dan geldt het regime van artikel 75 quater met dwangsommen erbij. Leg daarnaast per verplichting vast welke van de factoren uit artikel 99 lid 7 u zou kunnen laten zien, in het bijzonder de genomen technische en organisatorische maatregelen, uw meldgedrag, uw samenwerking met de toezichthouder en de maatregelen die u neemt om schade bij getroffen personen te beperken, want dat is het deel van de boetehoogte waar u zelf invloed op heeft. Dit is onze aanbeveling en geen plicht uit de verordening: artikel 99 richt zich tot de lidstaten en legt een operator geen enkele termijn op.","citations":[{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 99, leden 1 tot en met 11"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_locator":"Artikel 101, leden 1 tot en met 6"},{"source_id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","source_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_locator":"Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 32"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"editorial"}}],"legal_status":"applicable","deadline_at":null,"timing_basis":null,"high_risk_regime_from":null,"links":[{"relation":"public_page","href":"https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-99-101-penalties","label":"Open de menselijke uitleg"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","label":"Artikel 99, 100 en 101 in EUR-Lex"},{"relation":"official_source","href":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","label":"Verordening (EU) 2026/1744, de wijziging van artikel 99"}],"review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"source_review":{"level":"source_verified","last_checked_at":"2026-08-14T00:00:00.000Z","next_review_due_at":"2027-02-10T00:00:00.000Z","date_basis":"first_publication"}}],"included":{"sources":[{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:cen-cenelec-jtc21","title":{"nl":"CEN-CENELEC JTC 21: Europese normen onder normalisatieverzoek M/613","en":"CEN-CENELEC JTC 21: European standards under standardisation request M/613"},"publisher":{"nl":"CEN-CENELEC JTC 21","en":"CEN-CENELEC JTC 21"},"canonical_url":"https://www.cencenelec.eu/areas-of-work/cen-cenelec-topics/artificial-intelligence/","eli":null,"source_version":"work-programme-checked-2026-08-08","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"952a677040f5a8facb59fc7e89676b9127e1c9e4a36e191112c7f7c1dcd45a94","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:cen-cenelec-jtc21"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:commission-gpai-guidelines","title":{"nl":"Richtsnoeren voor GPAI-modelaanbieders","en":"Guidelines for GPAI model providers"},"publisher":{"nl":"Europese Commissie","en":"European Commission"},"canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/guidelines-gpai-providers","eli":null,"source_version":"checked-2026-08-08","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"b3691c417d2ea106c7767e1b78bf30f045b0172a4292cb44ba76ff45109de497","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:commission-gpai-guidelines"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:gpai-code-of-practice","title":{"nl":"Praktijkcode voor AI voor algemene doeleinden","en":"General-Purpose AI Code of Practice"},"publisher":{"nl":"Europese Commissie / AI Office","en":"European Commission / AI Office"},"canonical_url":"https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/contents-code-gpai","eli":null,"source_version":"published-2025-07-10","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"c5c59097f402c229249c30efeda4e895ca79c2617adcdf954c890c5456cd4123","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:gpai-code-of-practice"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2024-1689","title":{"nl":"EU AI-verordening 2024/1689","en":"EU Artificial Intelligence Act 2024/1689"},"publisher":{"nl":"Europees Parlement en Raad","en":"European Parliament and Council"},"canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj","source_version":"original-oj-2024-07-12","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"bf0fca3e1fb47ce58924f6e736d572bb5db3812c3276c0b2891fbf328c42a5c6","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:reg-eu-2024-1689"},{"id":"praxikon:eu:ai-act:source:reg-eu-2026-1744","title":{"nl":"Digital Omnibus over AI 2026/1744","en":"Digital Omnibus on AI 2026/1744"},"publisher":{"nl":"Europees Parlement en Raad","en":"European Parliament and Council"},"canonical_url":"https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","eli":"http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj","source_version":"official-journal-2026-07-24","verified_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","fingerprint_basis":"canonical_url|source_version|verified_at","source_record_hash_sha256":"17f108dc4eb93b8ff3abf091ab8a6a6e3095ae112229f27ca9a59ded886c7864","review":{"reviewed_at":"2026-08-08T00:00:00.000Z","reviewer":"Praxikon release validation","review_method":"source_link_and_rule_validation","legal_status":"source_checked"},"legacy_id":"raip:source:reg-eu-2026-1744"}]},"links":{"self":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl&role=gpai-model-provider","alternate":"https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?lang=nl&role=gpai-model-provider&format=jsonld","licence":"https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"}}