Direct antwoord
Onze medewerkers gebruiken ChatGPT of Copilot. Wat moeten wij regelen?
Dit valt onder Artikel 4: AI-geletterdheid. Die verplichting geldt nu. Er is één uitzondering die u zelf moet toetsen.
Hier kan het anders liggen
- De bepaling verlangt niet dat een specifiek individueel niveau wordt gegarandeerd.
Eerste stap: Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen.
U beschrijft: Medewerkers gebruiken generatieve AI-tools in hun werk, met of zonder formeel beleid. Waarschijnlijke rol: gebruiksverantwoordelijke (de organisatie).
Dit geldt nu
- Artikel 4: AI-geletterdheidVan toepassing
- Artikel 50: transparantieVan toepassing
Dan is uw leverancier zelf rechtstreeks aanspreekbaar onder de verordening en kunt u de vereiste documentatie bij hem opvragen. Leg in het contract vast welke stukken u krijgt en binnen welke termijn: technische documentatie, gebruiksinstructies en de conformiteitsverklaring zijn de drie waarmee u uw eigen dossier vult.
Uw eerste acties
- Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen. Bepaal per rol, systeem en gebruikscontext welke combinatie van instructie, begeleiding, oefening of training passend is.
- Implementeer de toepasselijke melding, markering of label. Bepaal eerst welk lid van Artikel 50 geldt en implementeer daarna de specifieke transparantiemaatregel.
Leg dit vast
- Dossier AI-geletterdheidsmaatregelen
- Testrapport per contactmoment: melding zichtbaar, tijdig en toegankelijk
werkvloer en personeel
Uitlegsessie bij de klant op het moment van ingebruikname
Asimov AI is een micro-organisatie met maximaal vijftien medewerkers die AI-diensten levert voor wetgevingswerk aan overheidsinstellingen en bedrijven. Bij elk nieuw contract organiseert het bedrijf een of meer inductiecalls met de teamleiders en ambtenaren die het platform gaan gebruiken, waarin het uitlegt hoe het platform en de onderliggende modellen werken en hoe hallucinaties in dit domein ontstaan en beperkt kunnen worden.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Deze praktijk legt de geletterdheid waar het risico ontstaat: bij de mensen die het systeem straks gebruiken, op het moment dat zij ermee beginnen. Voor een kleine aanbieder is dat ook het enige haalbare moment, omdat er geen opleidingsafdeling is om het later over te doen. Wie dit overneemt, moet wel vastleggen wie erbij was en wat er is uitgelegd, want anders bestaat de inspanning na een jaar alleen nog in de herinnering van de deelnemers.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
werkvloer en personeel
Drie kennisniveaus en interne vakscholen bij een verzekeraar
Generali biedt alle medewerkers basiscursussen aan over wat AI is en hoe de groep het gebruikt, verdiepende modules voor wie AI-systemen dagelijks gebruikt, en gevorderde sessies met externe experts voor wie ze bouwt of onderhoudt. Daarnaast bestaan interne vakscholen voor rollen als data scientist, actuaris en accountant, opgezet met universiteiten en onderzoeksinstellingen.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Hang gelaagde AI-scholing aan een bestaand opleidingsprogramma en leerplatform, zodat u niveaus en doelgroepen kunt uitbreiden zonder eerst een nieuwe leerinfrastructuur te moeten bouwen.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
werkvloer en personeel
AI-geletterdheid in werving en onboarding bij een verzekeraar
Gjensidige Forsikring geeft alle medewerkers een verplichte e-learning als basisniveau en bouwt daarop rolgerichte verdieping: analisten krijgen modelrisico en datagovernance, medewerkers in schadebehandeling krijgen training over de systemen die zij zelf bedienen. Waar relevant wordt AI-geletterdheid al bij de werving getoetst en maakt training over AI-systemen deel uit van de onboarding.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Bepaal wie u opleidt aan de hand van de tekst die het document citeert: artikel 4 noemt naast het eigen personeel ook iedereen die de systemen namens u gebruikt.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
werkvloer en personeel
Bewustwording die uitmondt in een harde gebruiksregel
INECO, een groot Spaans ingenieursbedrijf dat voor overheden werkt aan spoor, luchthavens en digitalisering, hield in 2024 ruim twintig AI-trainingen met meer dan vierhonderd deelnemers en zette een AI Master Classroom op het intranet met korte modules, audio en ondertiteling. Nadat medewerkers bewust waren gemaakt van het risico op datalekken, beperkte de organisatie het gebruik van publieke taalmodellen en stapte zij over op een beveiligde chatbotoplossing.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Combineer korte online modules met echte sessies, want de Commissie beschrijft de verzamelde initiatieven als een mix van e-learningplatforms en trainingen op locatie in plaats van een vaste vorm.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.
Commission Q&A on AI literacy, sections on required level, training formats, certificates, assessment of knowledge and governance structures (consulted 9 August 2026)
Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.
Commission Q&A on AI literacy, sections on target groups, geographic scope, supervision and enforcement, and sanctions (consulted 9 August 2026)
AI-agents moeten zowel hun AI-aard als hun opdrachtgever bekendmaken
Punt (31) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 bepaalt dat AI-agents onder artikel 50 lid 1 vallen wanneer zij kunnen communiceren met de personen die hen instrueren of met andere natuurlijke personen bij de uitvoering van hun taken, met als voorbeelden het maken van boekingen, het beheren van correspondentie, het onderhandelen over of sluiten van contracten en het uitvoeren van aankopen. Volgens datzelfde punt moeten AI-agents zo worden ontworpen en ontwikkeld dat zij zowel hun kunstmatige aard bekendmaken als de persoon namens wie zij handelen, gelet op de noodzaak van transparantie over de oorsprong en over de delegatie van bevoegdheid en verantwoording voor de gevolgen van hun handelen. Dit geldt ook in complexe multi-agentarchitecturen waarin andere agents rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren. Wanneer de aanbieder voor het in de handel brengen of in gebruik stellen niet betrouwbaar kan vaststellen of de agent rechtstreeks met een natuurlijke persoon zal communiceren, moet de agent op architectuurniveau zo worden ontworpen en geinstrueerd dat hij zich in elke situatie bekendmaakt waarin het redelijkerwijs waarschijnlijk is dat hij met een natuurlijke persoon in contact komt, ook wanneer die persoon een rechtspersoon vertegenwoordigt. Verder moeten agents zich ook bekendmaken aan de personen die hen instrueren, op belangrijke momenten zoals autorisatie, rapportage en validatie, mede wanneer de agent output verwerkt of gebruikt die door andere AI-systemen is voortgebracht in plaats van door een natuurlijke persoon, en bij iedere nieuwe interactie. Punt (63) voegt toe dat artikel 50 lid 2 op AI-agents van toepassing kan zijn wanneer de handeling van de agent leidt tot AI-gegenereerde of gemanipuleerde content die door natuurlijke personen waarneembaar is, terwijl tussenliggende verwerkingsstappen zoals redeneerketens en niet-waarneembare handelingen zoals een webverzoek of browseractie daarbuiten vallen.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, Section 3.1.1 point (31) and Section 4.1.2 point (63)
Artistiek of satirisch werk is niet vrijgesteld, alleen verlicht, en informatief wint altijd
Punt (119) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 spreekt van een verzwakte transparantieverplichting voor deepfakes die deel uitmaken van evident artistieke, creatieve, satirische, fictieve of vergelijkbare werken of programma's, waarbij de verplichting beperkt is tot bekendmaking op een passende wijze die de weergave of het genot van het werk niet belemmert. Punt (120) omschrijft de categorieen: artistieke werken zijn werken gemaakt met het oog op kunst, waaronder muziek, cinematografische werken en beeldende kunst; creatieve werken vergen creatieve keuzes, waarbij werken die vooral door functionele of technische overwegingen zijn ingegeven niet als creatief gelden; satirische werken beogen samenleving, politiek, bedrijfsleven of publieke figuren te bekritiseren met humoristische technieken; fictieve werken betreffen personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen in een verbeelde maar geloofwaardige setting; vergelijkbare werken delen kernkenmerken met die categorieen zonder er precies in te passen. Punt (122) bepaalt dat het voor de natuurlijke personen die eraan worden blootgesteld evident moet zijn dat de content in een van die categorieen valt, dat de categorieen daarom strikt moeten worden uitgelegd gelet op het lichtere bekendmakingsregime en de belangen van de vrijheid van meningsuiting en van kunst en wetenschap, en dat content waarvan de aard voor het publiek mogelijk onduidelijk of dubbelzinnig is buiten dit lichtere regime valt. Relevante factoren zijn volgens datzelfde punt of de content vormen of stijlen vertoont die kenmerkend zijn voor de categorie, de context waarin de content wordt gepresenteerd, en de verwachtingen van het publiek. Datzelfde punt sluit content uit waarvan de aard uitsluitend informatief of commercieel is en als zodanig herkenbaar is, met nieuwsverslaggeving als voorbeeld, merkt op dat advertenties of documentaires in bepaalde specifieke situaties wel en in andere niet als evident creatief of fictief kunnen gelden omdat de beoordeling per geval plaatsvindt, en bepaalt dat wanneer de deepfake meerdere karakters combineert, bijvoorbeeld informatief en creatief, het informatieve karakter altijd voorgaat en de gewone labelvereisten gelden. Punt (123) benadrukt dat deze deepfakes niet zijn uitgesloten van de verplichting: de gebruiksverantwoordelijke moet de AI-oorsprong of de manipulatie nog steeds bekendmaken, maar mag dat doen op een passende wijze, en moet in elk geval voldoen aan artikel 50 lid 5. Punt (124) bepaalt dat het beroep op de verlichte verplichting geen rechtvaardiging kan zijn om de grondrechten van individuen of de rechten van rechthebbenden op grond van het Unierecht inzake intellectuele eigendom of gegevensbescherming niet te eerbiedigen. Als voorbeelden binnen de categorieen noemt het document films met door AI verjongde bestaande acteurs of digitale replica's van overleden acteurs, door AI gegenereerde muziek in de stijl van bestaande artiesten, en een door AI gemanipuleerde afbeelding van een bestaande politicus in een scene die duidelijk bedoeld is als humoristische kritiek. Buiten de categorieen vallen volgens het document onder meer een door AI gemanipuleerde video in de stijl van een teleshoppingkanaal, door AI gegenereerde beelden van beroemdheden die suggereren dat zij betrokken waren bij activiteiten die nooit hebben plaatsgevonden, en een door AI gemanipuleerde video met een realistische synthetische influencer die uitsluitend de functionaliteiten van een gesponsord product toont.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, Section 6.1.3, points (119) to (124) and the accompanying example lists
Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.
Volledige kaart voor uw situatieUitvoering
Maak AI-geletterdheid aantoonbaar per rol
De maatregelenplicht van artikel 4 bewijst u met een dossier per rol: wie heeft welke training, guidance en toetsing gehad. LearnWize legt dat per medewerker vast, audit-klaar.
Bekijk LearnWize