Ga naar de hoofdinhoud
Praxikon
Alle verplichtingen
Van toepassingv1.0.0

Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit

Wie een geharmoniseerde norm toepast waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt geacht te voldoen aan de eisen van afdeling 2 of aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die norm ze dekt. Zolang zo een norm er niet is, kan de Commissie bij uitvoeringshandeling gemeenschappelijke specificaties vaststellen, en die dragen hetzelfde vermoeden. Past u zo een gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat u technische oplossingen heeft gekozen die minstens gelijkwaardig zijn. Artikel 42 voegt daar drie smalle vermoedens aan toe, en zij ontstaan niet alle op dezelfde manier. Lid 1 geeft het vermoeden van overeenstemming met artikel 10, lid 4, aan systemen die zijn getraind en getest op data die de specifieke geografische, gedrags-, contextuele of functionele omgeving weerspiegelen waarin zij zullen worden gebruikt; daaraan is geen bekendmaking in het Publicatieblad verbonden. Lid 2 stelt die voorwaarde wel: het vermoeden van overeenstemming met de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 geldt voor systemen die zijn gecertificeerd onder een regeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Het bij artikel 1, punt 18, van Verordening (EU) 2026/1744 toegevoegde lid 3 geeft datzelfde vermoeden aan systemen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen en aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, daarvan voldoen. Elk van deze vermoedens is weerlegbaar en reikt niet verder dan wat de norm, de specificatie of de certificering dekt.

De slotalinea van artikel 40, lid 2, zoals toegevoegd bij artikel 1, punt 17, van Verordening (EU) 2026/1744, bepaalt: de Commissie verzoekt de Europese normalisatieorganisaties overeenkomstig Verordening (EU) nr.

Praxikon houdt Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit uit de EU AI Act bij, getoetst aan de officiële bron op 6 september 2026, met per uitspraak de vindplaats erbij.

Status
Van toepassing
Toepassingsmoment
Niet vastgelegd
Versie
1.0.0
Laatst gecontroleerd
6 september 2026

Reviewstatus: tegen de officiële bron gelegd (6 september 2026). Volgende controle uiterlijk 5 maart 2027. De controledatum is de kennisdatum van deze versie; een latere hercontrole is niet vastgelegd.

Van bron naar bewijs

Waarom deze verplichting geldt, wat zij van u vraagt en waarmee u dat aantoont.

Geldt

Van toepassing · Niet vastgelegd

Voor wie

  • Aanbieder van een GPAI-model
  • Aanbieder van een AI-systeem

Wat u doet

Leg per eis vast op welke norm of specificatie u leunt, en rechtvaardig elke afwijking

Wat u vastlegt

Dekkingsmatrix en rechtvaardiging bij normen en specificaties

Voor wie dit relevant is

Wanneer dit geldt

  • Aanbieder van een GPAI-model

    Een partij die een AI-model voor algemene doeleinden op de Uniemarkt aanbiedt.

  • Aanbieder van een AI-systeem

    Een partij die een AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en het onder eigen naam aanbiedt.

  1. 1Het vermoeden van artikel 40, lid 1, ontstaat pas wanneer de referenties van de geharmoniseerde norm overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en het reikt slechts voor zover die normen die eisen of verplichtingen dekken. Hetzelfde geldt voor de cyberbeveiligingscertificering van artikel 42, lid 2, waarvan de referenties eveneens in het Publicatieblad moeten zijn bekendgemaakt.
  2. 2De rechtvaardigingsplicht van artikel 41, lid 5, ontstaat alleen wanneer er voor de betrokken eis daadwerkelijk een gemeenschappelijke specificatie bij uitvoeringshandeling is vastgesteld en de aanbieder die niet toepast. Bestaat die specificatie niet, dan is er niets om van af te wijken en toont u de conformiteit langs de gewone weg aan.

Wat de officiële bron vastlegt

Artikel 40, lid 1, bepaalt: AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012, worden geacht in overeenstemming te zijn met de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven eisen, of, naargelang het geval, de in hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van deze verordening beschreven verplichtingen, voor zover die eisen of verplichtingen door die normen worden gedekt. Lid 2 bepaalt: Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 dient de Commissie zonder onnodige vertraging normalisatieverzoeken in die betrekking hebben op alle eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk en, in voorkomend geval, normalisatieverzoeken die betrekking hebben op verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, van deze verordening. In het normalisatieverzoek wordt ook gevraagd om producten met betrekking tot rapporterings- en documentatieprocessen om de prestaties van hulpbronnen van AI-systemen te verbeteren, zoals het verminderen van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen van AI-systemen met een hoog risico tijdens de levenscyclus ervan, en met betrekking tot de energie-efficiënte ontwikkeling van AI-modellen voor algemene doeleinden. Bij het opstellen van een normalisatieverzoek raadpleegt de Commissie de AI-board en de relevante belanghebbenden, met inbegrip van het adviesforum. Bij het richten van een normalisatieverzoek aan Europese normalisatie-instellingen specificeert de Commissie dat normen duidelijk en consistent moeten zijn, met inbegrip van de normen die in de verschillende sectoren ontwikkeld zijn voor producten die onder de in bijlage I vermelde bestaande harmonisatiewetgeving van de Unie vallen, en tot doel hebben ervoor te zorgen dat AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in de Unie in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld, voldoen aan de relevante eisen of verplichtingen van deze verordening. Lid 3 bepaalt: De deelnemers aan het normalisatieproces streven naar het bevorderen van investeringen en innovatie in AI, onder andere door voor meer rechtszekerheid te zorgen, en het concurrentievermogen en de groei van de markt van de Unie, naar het bijdragen aan de versterking van de wereldwijde samenwerking op het gebied van normalisatie, rekening houdend met bestaande internationale normen op het gebied van AI die in overeenstemming zijn met de waarden, grondrechten en belangen van de Unie, en naar het verbeteren van de multistakeholdergovernance door te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de belangen en de effectieve deelname van alle relevante belanghebbenden overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 van Verordening (EU) nr. 1025/2012.

Artikel 41, lid 1, bepaalt: De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) de Commissie heeft op grond van artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 een of meer Europese normalisatieorganisaties verzocht een geharmoniseerde norm op te stellen voor de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven eisen, of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, en: i) het verzoek is door geen enkele van de Europese normalisatieorganisaties aanvaard, of ii) de geharmoniseerde normen waarop dat verzoek betrekking heeft, worden niet binnen de overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde termijn geleverd, of iii) in de relevante geharmoniseerde normen wordt onvoldoende rekening gehouden met problemen op het gebied van de grondrechten, of iv) de geharmoniseerde normen voldoen niet aan het verzoek, en b) er is geen referentie van geharmoniseerde normen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie voor de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, voor de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, en een dergelijke referentie zal naar verwachting niet binnen een redelijke termijn worden bekendgemaakt. Bij het opstellen van de gemeenschappelijke specificaties raadpleegt de Commissie het in artikel 67 bedoelde adviesforum. Lid 2 bepaalt: Alvorens een ontwerpuitvoeringshandeling op te stellen, stelt de Commissie het in artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 bedoelde comité ervan in kennis dat zij van oordeel is dat aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel is voldaan. Lid 3 bepaalt: AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden die in overeenstemming zijn met de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of delen daarvan worden geacht in overeenstemming te zijn met de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven voorschriften, of, in voorkomend geval, met de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die voorschriften of die verplichtingen door die gemeenschappelijke specificaties worden bestreken.

Artikel 41, lid 4, bepaalt: Wanneer een Europese normalisatieorganisatie een geharmoniseerde norm vaststelt en deze aan de Commissie voorstelt met het oog op de bekendmaking van de referentie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, beoordeelt de Commissie de geharmoniseerde norm overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012. Wanneer de referentie van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, trekt de Commissie de in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen of delen daarvan die dezelfde in afdeling 2 van dit hoofdstuk vermelde eisen of, in voorkomend geval, dezelfde verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, dekken, in. Lid 5 bepaalt: Wanneer aanbieders van AI-systemen met een hoog risico of AI-modellen voor algemene doeleinden niet voldoen aan de in lid 1 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, moeten zij naar behoren rechtvaardigen dat zij technische oplossingen hebben gekozen die voldoen aan de in afdeling 2 van dit hoofdstuk beschreven voorschriften of, in voorkomend geval, aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, in een mate die minstens gelijkwaardig daarmee is. Lid 6 bepaalt: Wanneer een lidstaat van oordeel is dat een gemeenschappelijke specificatie niet volledig aan de eisen van afdeling 2 van dit hoofdstuk of, in voorkomend geval, de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voldoet, stelt deze lidstaat de Commissie daarvan in kennis met een gedetailleerde toelichting. De Commissie beoordeelt die informatie en wijzigt de uitvoeringshandeling tot vaststelling van de betrokken gemeenschappelijke specificatie zo nodig.

Artikel 42, lid 1, bepaalt: AI-systemen met een hoog risico die zijn getraind en getest op data die overeenkomen met de specifieke geografische, gedragsgerelateerde, contextuele of functionele omgeving waarin zij zullen worden gebruikt, geacht te voldoen de in artikel 10, lid 4, beschreven relevante eisen. Lid 2 bepaalt: AI-systemen met een hoog risico die zijn gecertificeerd of waarvoor een conformiteitsverklaring is verstrekt volgens een cyberbeveiligingsregeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 en waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, worden geacht te voldoen aan de in artikel 15 van deze verordening beschreven cyberbeveiligingseisen, voor zover die eisen door het cyberbeveiligingscertificaat of de conformiteitsverklaring of delen daarvan worden bestreken.

Onze duiding

De officiële bron blijft leidend. Deze algemene duiding is geen juridisch advies.

Het woord waar alles om draait is vermoeden. Een vermoeden van conformiteit is geen bewijs van naleving en het is weerlegbaar: het verschuift wie wat moet aantonen, meer niet. Toont een markttoezichtautoriteit aan dat uw systeem in werkelijkheid niet aan een eis van afdeling 2 voldoet, dan houdt de toegepaste norm dat niet tegen. Daar komen twee grenzen bij die in de tekst zelf staan. De eerste is de dekkingsgrens: het vermoeden werkt uitsluitend voor zover de norm of de specificatie de betrokken eisen of verplichtingen dekt. EN 18286 laat precies zien wat dat betekent, want de dekkingsverklaring bij die norm sluit artikel 17, leden 2 tot en met 4, en artikel 72 uitdrukkelijk uit; wat buiten de dekking valt, onderbouwt u zelf. De tweede is de bekendmakingsgrens: zonder referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie ontstaat er geen vermoeden, hoe compleet de norm ook is. De twaalf normobjecten in data/ai-act/graph/standards.ts staan er om die reden allemaal op guidance en niet op applicable. Wie een leverancier hoort zeggen dat zijn product aan de Europese norm voldoet en daarom AI Act-conform is, hoort dus twee sprongen tegelijk: van dekking naar volledigheid, en van norm naar rechtsgevolg.

Artikel 41 wordt vaak weggezet als een noodklep die wel nooit zal worden gebruikt, en dat is de verkeerde inschatting. De Europese normen onder normalisatieverzoek M/613 zijn nog niet alle beschikbaar: de normalisatielaag in data/ai-act/graph/standards.ts laat één afgeronde EN zien en zes deliverables die nog in ontwerp of enquete zijn. Precies dat is de toestand die de voorwaarden van artikel 41, lid 1, punt a), ii), en punt b), beschrijven, en dus blijft de route van de gemeenschappelijke specificatie praktisch relevant. Voor u betekent dat twee dingen. Ten eerste kan er voor een eis van afdeling 2 een uitvoeringshandeling komen die u niet zelf heeft zien aankomen en die uw ontwerpkeuzes raakt; die handelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure van artikel 98, lid 2, en niet in overleg met individuele aanbieders. Ten tweede is er dan een lid dat rechtstreeks van u iets vraagt: lid 5. Past u de gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat uw technische oplossing minstens gelijkwaardig is. Dat is de enige plek in deze drie artikelen waar u zelf iets moet opschrijven, en de tekst zegt niet waar. In de praktijk hoort die rechtvaardiging in de technische documentatie, want dat is het dossier dat op een met redenen omkleed verzoek moet worden overgelegd. Artikel 42 is smaller dan het lijkt en wordt om die reden overschat. Lid 1 raakt uitsluitend artikel 10, lid 4, en niet de rest van de datagovernance van artikel 10; lid 2 raakt uitsluitend de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 en alleen wanneer de referenties van de regeling onder Verordening (EU) 2019/881 in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Een certificaat onder een nog niet bekendgemaakte regeling levert geen vermoeden op, en een vermoeden op artikel 15 zegt niets over uw artikel 9, 11, 12, 13 of 14.

Wat u nu kunt doen

Maak per hoog-risicosysteem en per AI-model voor algemene doeleinden een dekkingsmatrix: zet in de linkerkolom elke eis van afdeling 2 die op u drukt, en zet ernaast welke geharmoniseerde norm, welke gemeenschappelijke specificatie of welk eigen document die eis afdekt. Noteer per regel of de referentie van die norm in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, want alleen die regels dragen een vermoeden; de overige regels vragen om eigen bewijs. Schrijf voor elke eis waarvoor een gemeenschappelijke specificatie bestaat die u niet toepast een rechtvaardiging op grond van artikel 41, lid 5: welke technische oplossing u heeft gekozen, waarom die minstens gelijkwaardig is aan wat de specificatie verlangt, en welke test dat laat zien. Neem die rechtvaardiging op in de technische documentatie, zodat zij op een met redenen omkleed verzoek meteen mee kan. Zet daarnaast een vaste controle op de bekendmakingen in het Publicatieblad: een nieuwe referentie zet een vermoeden aan, en trekt op grond van artikel 41, lid 4, een bestaande gemeenschappelijke specificatie in, wat de grondslag onder een regel van uw matrix kan wegnemen. Wilt u leunen op artikel 42, leg dan vast waarom uw trainings- en testdata overeenkomen met de geografische, gedragsgerelateerde, contextuele of functionele omgeving waarin het systeem zal worden gebruikt, en beperk de conclusie tot artikel 10, lid 4. Voor de cyberbeveiligingsroute controleert u eerst of de referenties van de regeling onder Verordening (EU) 2019/881 in het Publicatieblad staan; zonder die bekendmaking is het certificaat een goed document zonder rechtsgevolg onder artikel 15.

  1. 01

    Leg per eis vast op welke norm of specificatie u leunt, en rechtvaardig elke afwijking

    Houd een dekkingsmatrix bij van de eisen van afdeling 2 tegen de toegepaste geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties en eigen documenten, met per regel de bekendmakingsstatus in het Publicatieblad, en schrijf voor elke niet toegepaste gemeenschappelijke specificatie de rechtvaardiging van artikel 41, lid 5, uit.

Wat u moet vastleggen

Dekkingsmatrix en rechtvaardiging bij normen en specificaties

Per eis van afdeling 2: de toegepaste geharmoniseerde norm of gemeenschappelijke specificatie met versie, de bekendmakingsstatus van de referentie in het Publicatieblad, wat de norm of specificatie wel en niet dekt, en bij afwijking de rechtvaardiging van artikel 41, lid 5, met de gekozen technische oplossing en de test die de gelijkwaardigheid laat zien.

Borging en hercontrole

  • Bewaking van bekendmakingen in het Publicatieblad

    De borging die de dekkingsmatrix actueel houdt: een vaste controle op nieuwe referenties van geharmoniseerde normen, op nieuwe of gewijzigde gemeenschappelijke specificaties, en op de intrekking die artikel 41, lid 4, voorschrijft zodra een norm wordt bekendgemaakt, met een benoemde eigenaar die de matrix daarna bijwerkt.

Openbare hulpmiddelen

Voorwaarden en uitzonderingen

  • Een vermoeden van conformiteit is geen vaststelling van naleving. De tekst zegt dat het systeem wordt geacht in overeenstemming te zijn, en uitsluitend voor zover de norm of de specificatie de betrokken eisen of verplichtingen dekt. Buiten die dekking blijft de bewijslast onverkort bij de aanbieder, en een markttoezichtautoriteit kan het vermoeden weerleggen wanneer het systeem in werkelijkheid niet aan de eisen voldoet.
  • Artikel 41, lid 4, laat een gemeenschappelijke specificatie vervallen zodra de norm er is: wanneer de referentie van een geharmoniseerde norm in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, trekt de Commissie de uitvoeringshandelingen of delen daarvan die dezelfde eisen of verplichtingen dekken in. Een dossier dat op een ingetrokken specificatie leunt, verliest daarmee zijn grondslag.

Officiële bronnen en locators

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punten 17 en 18, tot wijziging van artikel 40, lid 2, en artikel 42

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 40, leden 1 tot en met 3

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 41, leden 1 tot en met 3

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 41, leden 4, 5 en 6

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 42, leden 1 en 2

  • CEN-CENELEC JTC 21: Europese normen onder normalisatieverzoek M/613

    CEN-CENELEC JTC 21 | work-programme-checked-2026-08-08

    Bronlocator: EN 18286:2026, CEN/CLC/JTC 21 onder normalisatieverzoek M/613

  • CEN-CENELEC JTC 21: Europese normen onder normalisatieverzoek M/613

    CEN-CENELEC JTC 21 | work-programme-checked-2026-08-08

    Bronlocator: prEN 18228 (ontwerpnorm), CEN/CLC/JTC 21 onder M/613

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 10, lid 4; artikel 15; artikel 43, lid 1; hoofdstuk III, afdeling 5, en artikel 113, tweede alinea

Verwijzen naar dit object

Citeerblok

Neem deze verwijzing over in uw advies, artikel of dossier. De identifier, de versie en de hash maken de uitspraak later terugvindbaar, ook wanneer de dataset intussen verder is gegaan.

Bronvermelding

Praxikon, "Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit",
praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications@1.0.0,
dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0 (schema 1.5.0),
effective_at 2026-08-02T00:00:00.000Z, known_at 2026-09-06T00:00:00.000Z,
sha256 5ed867d4d391f1d4f1bd452fb12e1a85d2b504978e3ac431460b7871eb18c51c,
https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-40-42-standards-and-specifications
(https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-40-42-standards-and-specifications&effective_at=2026-08-02&known_at=2026-09-06&lang=nl, geraadpleegd 2026-09-15)

Korte vorm

praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications@1.0.0 (sha256 5ed867d4)

BibTeX

@misc{praxikon-eu-ai-act-obligation-article-40-42-standards-and-specifications-1-0-0,
  author       = {{Praxikon}},
  title        = {Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit},
  year         = {2026},
  version      = {1.0.0},
  number       = {praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications},
  howpublished = {AI Act Change \& Evidence Graph, dataset 2.2.0, schema 1.5.0},
  note         = {effective_at 2026-08-02T00:00:00.000Z; known_at 2026-09-06T00:00:00.000Z; sha256 5ed867d4d391f1d4f1bd452fb12e1a85d2b504978e3ac431460b7871eb18c51c},
  url          = {https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-40-42-standards-and-specifications},
  urldate      = {2026-09-15},
  language     = {nl}
}

CSL JSON

[
  {
    "id": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications@1.0.0",
    "type": "dataset",
    "title": "Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit",
    "container-title": "AI Act Change & Evidence Graph",
    "publisher": "Praxikon",
    "version": "1.0.0",
    "number": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-40-42-standards-and-specifications",
    "URL": "https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-40-42-standards-and-specifications",
    "language": "nl",
    "issued": {
      "date-parts": [
        [
          2026,
          9,
          6
        ]
      ]
    },
    "accessed": {
      "date-parts": [
        [
          2026,
          9,
          15
        ]
      ]
    },
    "note": "dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0; schema 1.5.0; effective_at 2026-08-02T00:00:00.000Z; known_at 2026-09-06T00:00:00.000Z; sha256 5ed867d4d391f1d4f1bd452fb12e1a85d2b504978e3ac431460b7871eb18c51c; retrieved_from https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-40-42-standards-and-specifications&effective_at=2026-08-02&known_at=2026-09-06&lang=nl; licence https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"
  }
]

Hoe u een verwijzing later controleert, staat in de methodologie. Voorwaarden

Versiehistorie

  1. v1.0.0

    2 augustus 2026

    Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteit

    Wie een geharmoniseerde norm toepast waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt geacht te voldoen aan de eisen van afdeling 2 of aan de verplichtingen van hoofdstuk V, afdelingen 2 en 3, voor zover die norm ze dekt. Zolang zo een norm er niet is, kan de Commissie bij uitvoeringshandeling gemeenschappelijke specificaties vaststellen, en die dragen hetzelfde vermoeden. Past u zo een gemeenschappelijke specificatie niet toe, dan moet u naar behoren rechtvaardigen dat u technische oplossingen heeft gekozen die minstens gelijkwaardig zijn. Artikel 42 voegt daar drie smalle vermoedens aan toe, en zij ontstaan niet alle op dezelfde manier. Lid 1 geeft het vermoeden van overeenstemming met artikel 10, lid 4, aan systemen die zijn getraind en getest op data die de specifieke geografische, gedrags-, contextuele of functionele omgeving weerspiegelen waarin zij zullen worden gebruikt; daaraan is geen bekendmaking in het Publicatieblad verbonden. Lid 2 stelt die voorwaarde wel: het vermoeden van overeenstemming met de cyberbeveiligingseisen van artikel 15 geldt voor systemen die zijn gecertificeerd onder een regeling krachtens Verordening (EU) 2019/881 waarvan de referenties in het Publicatieblad zijn bekendgemaakt. Het bij artikel 1, punt 18, van Verordening (EU) 2026/1744 toegevoegde lid 3 geeft datzelfde vermoeden aan systemen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen en aan de voorwaarden van artikel 12, lid 1, daarvan voldoen. Elk van deze vermoedens is weerlegbaar en reikt niet verder dan wat de norm, de specificatie of de certificering dekt.

Correcties op deze verplichting

Er is geen inhoudelijke correctie op dit object vastgelegd.

Open het correctielogboek
Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant

Achter deze pagina

Zahed Ashkara

Freelance AI & Privacy Consultant, jurist

Hulp bij de uitvoering

Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant, begeleidt via Embed AI de uitvoering met uw team.

Bekijk AI-governance via Embed AI

Voor AI-agents en integraties

Deze pagina en de machine-uitvoer komen uit hetzelfde versieerbare object. Gebruik de API voor deterministische filters op rol, onderwerp en tijd.