Ga naar de hoofdinhoud
Praxikon
Alle verplichtingen
Komendv1.0.0

Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III

De aanbieder of, in voorkomend geval, de gemachtigde voert de gegevens van de afdelingen A en B van bijlage VIII in de EU-databank in; de gebruiksverantwoordelijke die een overheidsinstantie, agentschap of orgaan is of namens hen optreedt, voert de gegevens van afdeling C in. Wat overeenkomstig artikel 49 is geregistreerd, is op gebruikersvriendelijke wijze openbaar toegankelijk en machineleesbaar, behalve het beveiligde gedeelte voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer en de registratie van tests onder reele omstandigheden. Het opzetten en onderhouden van de databank zelf is een taak van de Commissie en geen plicht van u.

Lid 1 bepaalt dat de Commissie in samenwerking met de lidstaten zorgt voor het opzetten en onderhouden van een EU-databank met de in de leden 2 en 3 bedoelde informatie betreffende in artikel 6, lid 2, bedoelde AI-systemen met een hoog risico die overeenkomstig de artikelen 49 en 60 zijn geregistreerd, en AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 3, niet als hoog risico worden beschouwd en die zijn geregistreerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, en artikel 49.

Praxikon houdt Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III uit de EU AI Act bij, getoetst aan de officiële bron op 14 augustus 2026, met per uitspraak de vindplaats erbij.

Status
Komend
Toepassingsmoment
2 december 2027
Versie
1.0.0
Laatst gecontroleerd
14 augustus 2026

Reviewstatus: tegen de officiële bron gelegd (14 augustus 2026). Volgende controle uiterlijk 10 februari 2027. De controledatum is de kennisdatum van deze versie; een latere hercontrole is niet vastgelegd.

Van bron naar bewijs

Waarom deze verplichting geldt, wat zij van u vraagt en waarmee u dat aantoont.

Geldt

Komend · 2 december 2027

Voor wie

  • Gemachtigde
  • Aanbieder van een AI-systeem
  • Publiekrechtelijke instantie

Wat u doet

Voer uw gegevens in de EU-databank in en houd ze actueel

Wat u vastlegt

Registratiedossier EU-databank

Voor wie dit relevant is

Wanneer dit geldt

  • Gemachtigde

    De gemachtigde is de in de Unie gevestigde partij die op basis van een schriftelijke machtiging namens een aanbieder van buiten de EU de verplichtingen en procedures van de verordening nakomt en uitvoert. De definitie van artikel 3, punt 5, geldt nu al, zodat u de rol vandaag al kunt vaststellen. De aanwijsplicht zelf gaat gelden op 2 december 2027 voor de standalone-route van bijlage III en op 2 augustus 2028 voor de ingebedde route van bijlage I. Vanaf die data mag een aanbieder uit een derde land zonder aangewezen gemachtigde geen hoog-risico AI-systeem in de Unie in de handel brengen.

  • Aanbieder van een AI-systeem

    Een partij die een AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en het onder eigen naam aanbiedt.

  • Publiekrechtelijke instantie

    Een gebruiksverantwoordelijke die een publiekrechtelijke instantie is.

  1. 1Van toepassing wanneer een aanbieder of gemachtigde een in bijlage III vermeld hoog-risico AI-systeem in de handel brengt of in gebruik stelt en zichzelf en dat systeem overeenkomstig artikel 49 registreert, wanneer diezelfde partij een systeem registreert dat op grond van artikel 6, lid 3, niet als hoog-risico wordt beschouwd, of wanneer een gebruiksverantwoordelijke die een overheidsinstantie, agentschap of orgaan is of namens hen optreedt, zichzelf registreert, het systeem selecteert en het gebruik ervan registreert.

Wat de officiële bron vastlegt

Bijlage VIII bepaalt welke informatie bij de registratie wordt verstrekt en daarna wordt bijgehouden. Afdeling A, voor aanbieders die overeenkomstig artikel 49, lid 1, registreren, telt dertien punten, waaronder naam, adres en contactgegevens van de aanbieder en van de gemachtigde, de handelsnaam en een ondubbelzinnige verwijzing waarmee het systeem te identificeren en te traceren is, een beschrijving van het beoogde doel en van de ondersteunde componenten en functies, een beknopte beschrijving van de gebruikte informatie en van de werkingslogica, de status van het systeem, gegevens en een scan van het certificaat van de aangemelde instantie voor zover van toepassing, de lidstaten waar het systeem beschikbaar is, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring van artikel 47 en de elektronische gebruiksaanwijzing, die niet wordt verstrekt voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer van de punten 1, 6 en 7 van bijlage III. Afdeling C, voor gebruiksverantwoordelijken die overeenkomstig artikel 49, lid 3, registreren, telt vijf punten: naam, adres en contactgegevens van de gebruiksverantwoordelijke, dezelfde gegevens van de persoon die namens hem informatie indient, de URL van de invoer van het systeem in de databank door de aanbieder, een samenvatting van de bevindingen van de grondrechteneffectbeoordeling van artikel 27, en voor zover van toepassing een samenvatting van de gegevensbeschermingseffectbeoordeling. Beide afdelingen zijn door Verordening (EU) 2026/1744 niet gewijzigd.

Afdeling B van bijlage VIII, voor registraties overeenkomstig artikel 49, lid 2, is wel gewijzigd. Artikel 1, punt 42, van Verordening (EU) 2026/1744 luidt: "in bijlage VIII, afdeling B, worden de punten 7 en 9 geschrapt". Geschrapt zijn daarmee punt 7, de korte samenvatting van de gronden waarop het AI-systeem met toepassing van de procedure van artikel 6, lid 3, niet als hoog risico wordt beschouwd, en punt 9, de opgave van de lidstaten waar het systeem in de Unie in de handel is gebracht, in gebruik is gesteld of beschikbaar is gesteld. De verordening hernummert de overblijvende punten niet. Afdeling B telt dus nu zeven punten, met de nummers 1 tot en met 6 en 8: naam, adres en contactgegevens van de aanbieder; dezelfde gegevens van een ander die namens de aanbieder informatie indient; dezelfde gegevens van de gemachtigde voor zover van toepassing; de handelsnaam en een ondubbelzinnige verwijzing waarmee het systeem te identificeren en te traceren is; een beschrijving van het beoogde doel; de voorwaarde of voorwaarden van artikel 6, lid 3, op grond waarvan het systeem niet als hoog risico wordt beschouwd; en de status van het systeem. Overweging 22 van 2026/1744 licht toe dat de registratie hiermee eenvoudiger en evenrediger wordt gemaakt, en houdt daarbij uitdrukkelijk vast dat de aanbieder die artikel 6, lid 3, toepast zijn beoordeling moet documenteren voordat het systeem in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt gesteld, en dat de nationale bevoegde autoriteiten om die beoordeling kunnen verzoeken.

Artikel 49, lid 4, somt limitatief op wat er in het beveiligde niet-openbare gedeelte gaat en dat is minder dan de volledige afdelingen: afdeling A, punten 1 tot en met 10 met uitzondering van de punten 6, 8 en 9; afdeling B, punten 1 tot en met 5 en de punten 8 en 9; afdeling C, de punten 1, 2 en 3; en de punten 1, 2, 3 en 5 van bijlage IX. De slotalinea bepaalt dat alleen de Commissie en de in artikel 74, lid 8, bedoelde nationale autoriteiten toegang hebben tot de respectieve beperkt toegankelijke gedeelten. Bijlage IX draagt de informatie die bij de registratie van tests onder reele omstandigheden wordt verstrekt en daarna wordt bijgehouden, en telt vijf punten: een Uniebreed uniek identificatienummer van de tests, naam en contactgegevens van de aanbieder of potentiele aanbieder en van de betrokken gebruiksverantwoordelijken, een korte beschrijving van het AI-systeem en het beoogde doel ervan met de informatie die nodig is voor de identificatie ervan, een samenvatting van de voornaamste kenmerken van het plan voor de tests, en informatie over het opschorten of beeindigen van de tests.

Artikel 60, lid 4, punt c), bepaalt dat de aanbieder of potentiele aanbieder het testen onder reele omstandigheden heeft geregistreerd overeenkomstig artikel 71, lid 4, met een Uniebreed uniek identificatienummer en de in bijlage IX gespecificeerde informatie. Voor de in de punten 1, 6 en 7 van bijlage III bedoelde systemen op de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer gebeurt die registratie in het beveiligde niet-openbare gedeelte overeenkomstig artikel 49, lid 4, punt d), en voor de in punt 2 van bijlage III bedoelde systemen overeenkomstig artikel 49, lid 5. Artikel 60 staat in hoofdstuk VI van de verordening, over maatregelen ter ondersteuning van innovatie. Dit punt c) is door Verordening (EU) 2026/1744 niet gewijzigd.

De reikwijdte van artikel 60 zelf is wel gewijzigd. Artikel 1, punt 24, van Verordening (EU) 2026/1744 vervangt de eerste alinea van artikel 60, lid 1, en artikel 60, lid 2: het testen onder reele omstandigheden buiten AI-testomgevingen voor regelgeving staat nu ook open voor aanbieders en potentiele aanbieders van hoog-risico AI-systemen die vallen onder de harmonisatiewetgeving van de Unie in afdeling A van bijlage I, naast de in bijlage III vermelde systemen. Artikel 1, punt 25, voegt een artikel 60 bis in voor hoog-risico AI-systemen die vallen onder de harmonisatiewetgeving in afdeling B van bijlage I: lidstaten mogen daarvoor kaders voor testen onder reele omstandigheden vaststellen, moeten die kaders voor de uitvoering ervan bij de Commissie aanmelden, en die kaders moeten onder meer naleving waarborgen van artikel 60, leden 2 en 3, lid 4, punten d) tot en met j), en de leden 5 tot en met 9. De registratieplicht van artikel 60, lid 4, punt c), die naar artikel 71, lid 4, verwijst, valt buiten die opsomming.

Artikel 1, punt 40, van Verordening (EU) 2026/1744 wijzigt de DERDE alinea van artikel 113, waar de punten a) tot en met d) staan. Punt 40, onder b), vervangt punt c) door: hoofdstuk III, de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5, is van toepassing met ingang van 2 december 2027 voor AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 2, en bijlage III als hoog risico zijn aangemerkt, en met ingang van 2 augustus 2028 voor AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 1, en bijlage I als hoog risico zijn aangemerkt. Twee dingen horen daarbij en worden vaak weggelaten: de uitzondering voor artikel 6, lid 5, valt buiten dit uitstel, en punt 40, onder c), voegt een punt d) toe waarin de artikelen 102 tot en met 110 van toepassing worden met ingang van 27 juli 2026.

Overweging 131 licht toe waarom de databank er is en hoe ver de openbaarheid reikt. Zij noemt als doel het vergemakkelijken van de werkzaamheden van de Commissie en de lidstaten en het vergroten van de transparantie voor het publiek, stelt dat dit deel van de databank voor het publiek toegankelijk en kosteloos moet zijn en dat de informatie gemakkelijk te doorzoeken, begrijpelijk en machineleesbaar moet zijn, en dat de databank gebruiksvriendelijk moet zijn, bijvoorbeeld met zoekfuncties op trefwoord, zodat het grote publiek de registratie-informatie kan vinden. Zij voegt toe dat ook alle substantiele wijzigingen van hoog-risico AI-systemen in de databank moeten worden geregistreerd, dat de toegang tot het beveiligde niet-openbare deel strikt beperkt moet zijn tot de Commissie en, voor hun nationale deel, tot markttoezichtautoriteiten, en dat de databank moet voldoen aan de eisen van Richtlijn (EU) 2019/882.

Onze duiding

De officiële bron blijft leidend. Deze algemene duiding is geen juridisch advies.

Dit is een van de weinige verplichtingen uit de verordening waarvan het resultaat een openbare pagina over uw organisatie is. Artikel 53, lid 1, punt d), is de andere: de aanbieder van een AI-model voor algemene doeleinden maakt een samenvatting van de gebruikte trainingscontent openbaar. Het verschil is dat de databank uw eigen vermelding is en niet een document op uw site. De rest van uw dossier gaat pas open wanneer een toezichthouder erom vraagt; dit gaat open voor iedereen die kan zoeken. Over de machineleesbaarheid past een voorbehoud: de Nederlandse tekst van lid 4 zegt dat de informatie machineleesbaar moet zijn, de Engelse zegt should, en overweging 131 spreekt eveneens in aanbevelende vorm. Reken er dus op dat uw tekst wordt gelezen, maar bouw geen aanname op geautomatiseerde uitleesbaarheid als harde eis. Dat verandert wie uw tekst leest. De beknopte beschrijving van de werkingslogica uit afdeling A wordt door concurrenten, journalisten en gemeenteraden gelezen, en de samenvatting van uw grondrechteneffectbeoordeling uit afdeling C wordt gelezen door precies de mensen over wie die beoordeling ging, met een belangrijke uitzondering: voor de punten 1, 6 en 7 van bijlage III staat afdeling C maar tot en met punt 3 in het beveiligde gedeelte, zodat juist die samenvatting daar niet wordt ingevoerd. Twee dingen volgen daaruit. Ten eerste dat de vermelding redactiewerk vraagt en geen invulwerk: wie de samenvatting als formaliteit schrijft, publiceert een formaliteit. Ten tweede dat het bijhouden geen bijzaak is, want bijlage VIII vraagt dat de informatie daarna wordt bijgehouden en overweging 131 noemt ook substantiele wijzigingen, en een vermelding die de status van een teruggeroepen systeem nog op in gebruik laat staan, is zichtbaar onjuist.

Wat u nu kunt doen

Behandel de vermelding als publicatie en niet als formulier. Wijs per systeem de natuurlijke persoon aan die wettelijk gemachtigd is te registreren, want lid 5 bepaalt dat zijn naam en contactgegevens in de databank komen. Schrijf de beschrijving van het beoogde doel, van de werkingslogica en, voor een publieke gebruiksverantwoordelijke, de samenvatting van de grondrechteneffectbeoordeling zo dat u ze zonder toelichting kunt laten lezen. Regel de volgorde in uw inkoopcontract: punt 3 van afdeling C vraagt de URL van de invoer van het systeem in de databank door de aanbieder, dus een gemeente kan haar afdeling C pas afmaken nadat haar leverancier afdeling A heeft ingevoerd. Leg vast binnen welke termijn de leverancier die URL aanlevert en wat er gebeurt als hij dat niet doet. Leg daarnaast vast wanneer de vermelding voor het laatst tegen de werkelijkheid is gelegd en koppel dat aan uw wijzigings- en uitfaseringsproces, zodat status, lidstaten en conformiteitsverklaring meebewegen. Controleer bij inkoop of het systeem in de databank staat voordat u het in gebruik neemt: staat het er niet, dan mag een gebruiksverantwoordelijke het op grond van artikel 26, lid 8, niet gebruiken en moet hij de aanbieder of distributeur daarvan in kennis stellen.

  1. 01

    Voer uw gegevens in de EU-databank in en houd ze actueel

    Stel per systeem de gegevens van de afdelingen A en B van bijlage VIII samen, of afdeling C wanneer u een publieke gebruiksverantwoordelijke bent, wijs de wettelijk gemachtigde natuurlijke persoon aan die registreert, en zorg dat de vermelding blijft kloppen wanneer de status, de lidstaten of de conformiteitsverklaring wijzigen. Afdeling C kan pas af nadat de aanbieder afdeling A heeft ingevoerd, want punt 3 vraagt de URL van diens invoer.

Wat u moet vastleggen

Registratiedossier EU-databank

Per systeem: welke gegevens uit bijlage VIII zijn ingevoerd, door welke wettelijk gemachtigde natuurlijke persoon, op welke datum, in welke versie, wanneer de vermelding voor het laatst tegen de werkelijkheid is gelegd, en voor een publieke gebruiksverantwoordelijke de URL van de invoer door de aanbieder. Dit is ook het dossier waarmee u laat zien dat de openbare vermelding en uw interne stukken hetzelfde zeggen.

Borging en hercontrole

  • Actualiteitsbewaking van de databankvermelding

    De borging dat een wijziging van status, lidstaten, certificaat of conformiteitsverklaring binnen een vastgelegde termijn tot een bijgewerkte vermelding leidt, en dat een publieke gebruiksverantwoordelijke merkt wanneer de aanbieder zijn afdeling A niet of te laat invoert, in plaats van dat de openbare pagina stil achterblijft bij de werkelijkheid.

Openbare hulpmiddelen

  • Volledige tekst van artikel 71

    De volledige wettekst in de publieke AI Act Explorer.

Voorwaarden en uitzonderingen

  • Artikel 49, lid 5, bepaalt dat de in punt 2 van bijlage III bedoelde hoog-risico AI-systemen op nationaal niveau worden geregistreerd. Voor die systemen loopt de registratie dus niet via de EU-databank van artikel 71.
  • Lid 4 zondert het in artikel 49, lid 4, bedoelde deel uit van de openbare toegankelijkheid. Voor de in de punten 1, 6 en 7 van bijlage III bedoelde systemen op de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer vindt de registratie plaats in een beveiligd niet-openbaar gedeelte van de databank, met minder velden dan de volledige afdelingen: afdeling A, punten 1 tot en met 10 met uitzondering van de punten 6, 8 en 9; afdeling B, punten 1 tot en met 5 en de punten 8 en 9; afdeling C, de punten 1, 2 en 3; en de punten 1, 2, 3 en 5 van bijlage IX. Alleen de Commissie en de in artikel 74, lid 8, bedoelde nationale autoriteiten hebben toegang tot die gedeelten. Let op de kruisverwijzing: artikel 49, lid 4, is door Verordening (EU) 2026/1744 niet gewijzigd en noemt dus nog steeds punt 9 van afdeling B, terwijl dat punt door artikel 1, punt 42, van diezelfde verordening is geschrapt. Er valt daar dus niets meer in te vullen.
  • Lid 4 zondert daarnaast het in artikel 60, lid 4, punt c), bedoelde deel uit. De hoofdregel daar is niet een beveiligd gedeelte: de aanbieder of potentiele aanbieder registreert het testen onder reele omstandigheden overeenkomstig artikel 71, lid 4, met een Uniebreed uniek identificatienummer en de in bijlage IX gespecificeerde informatie. Die informatie is op grond van de derde volzin van lid 4 alleen toegankelijk voor markttoezichtautoriteiten en de Commissie, tenzij de aanbieder of potentiele aanbieder toestemming heeft gegeven om haar ook voor het publiek toegankelijk te maken. Alleen voor de punten 1, 6 en 7 van bijlage III gaat de testregistratie naar het beveiligde niet-openbare gedeelte op grond van artikel 49, lid 4, punt d), en voor punt 2 van bijlage III naar het nationale niveau op grond van artikel 49, lid 5.

Officiële bronnen en locators

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 71, leden 1 tot en met 6

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Bijlage VIII, afdelingen A en C

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Bijlage VIII, afdeling B

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punt 42, tot schrapping van Bijlage VIII, afdeling B, punten 7 en 9

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Overweging 22 van Verordening (EU) 2026/1744

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 49, lid 4 en Bijlage IX

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 60, lid 4, punt c), artikel 49, leden 4 en 5

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punten 24 en 25, tot vervanging van artikel 60, lid 1, eerste alinea, en artikel 60, lid 2 en tot invoeging van artikel 60 bis

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punt 40, onder b) en c), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt c) en tot toevoeging van punt d)

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Overweging 131

  • EU AI-verordening 2024/1689

    Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12

    Bronlocator: Artikel 26, leden 1 tot en met 12

Verwijzen naar dit object

Citeerblok

Neem deze verwijzing over in uw advies, artikel of dossier. De identifier, de versie en de hash maken de uitspraak later terugvindbaar, ook wanneer de dataset intussen verder is gegaan.

Bronvermelding

Praxikon, "Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III",
praxikon:eu:ai-act:obligation:article-71-eu-database@1.0.0,
dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0 (schema 1.5.0),
effective_at 2026-07-27T00:00:00.000Z, known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z,
sha256 ceaa3da5b4cb893e068c9cbe5094b7934da65e8a20cc7cf57546945c0b877c06,
https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-71-eu-database
(https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-71-eu-database&effective_at=2026-07-27&known_at=2026-08-14&lang=nl, geraadpleegd 2026-09-15)

Korte vorm

praxikon:eu:ai-act:obligation:article-71-eu-database@1.0.0 (sha256 ceaa3da5)

BibTeX

@misc{praxikon-eu-ai-act-obligation-article-71-eu-database-1-0-0,
  author       = {{Praxikon}},
  title        = {Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III},
  year         = {2026},
  version      = {1.0.0},
  number       = {praxikon:eu:ai-act:obligation:article-71-eu-database},
  howpublished = {AI Act Change \& Evidence Graph, dataset 2.2.0, schema 1.5.0},
  note         = {effective_at 2026-07-27T00:00:00.000Z; known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z; sha256 ceaa3da5b4cb893e068c9cbe5094b7934da65e8a20cc7cf57546945c0b877c06},
  url          = {https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-71-eu-database},
  urldate      = {2026-09-15},
  language     = {nl}
}

CSL JSON

[
  {
    "id": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-71-eu-database@1.0.0",
    "type": "dataset",
    "title": "Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III",
    "container-title": "AI Act Change & Evidence Graph",
    "publisher": "Praxikon",
    "version": "1.0.0",
    "number": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-71-eu-database",
    "URL": "https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-71-eu-database",
    "language": "nl",
    "issued": {
      "date-parts": [
        [
          2026,
          8,
          14
        ]
      ]
    },
    "accessed": {
      "date-parts": [
        [
          2026,
          9,
          15
        ]
      ]
    },
    "note": "dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0; schema 1.5.0; effective_at 2026-07-27T00:00:00.000Z; known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z; sha256 ceaa3da5b4cb893e068c9cbe5094b7934da65e8a20cc7cf57546945c0b877c06; retrieved_from https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-71-eu-database&effective_at=2026-07-27&known_at=2026-08-14&lang=nl; licence https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"
  }
]

Hoe u een verwijzing later controleert, staat in de methodologie. Voorwaarden

Versiehistorie

  1. v1.0.0

    27 juli 2026

    Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage III

    De aanbieder of, in voorkomend geval, de gemachtigde voert de gegevens van de afdelingen A en B van bijlage VIII in de EU-databank in; de gebruiksverantwoordelijke die een overheidsinstantie, agentschap of orgaan is of namens hen optreedt, voert de gegevens van afdeling C in. Wat overeenkomstig artikel 49 is geregistreerd, is op gebruikersvriendelijke wijze openbaar toegankelijk en machineleesbaar, behalve het beveiligde gedeelte voor de gebieden rechtshandhaving, migratie, asiel en grenstoezichtsbeheer en de registratie van tests onder reele omstandigheden. Het opzetten en onderhouden van de databank zelf is een taak van de Commissie en geen plicht van u.

Correcties op deze verplichting

Er is geen inhoudelijke correctie op dit object vastgelegd.

Open het correctielogboek
Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant

Achter deze pagina

Zahed Ashkara

Freelance AI & Privacy Consultant, jurist

Hulp bij de uitvoering

Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant, begeleidt via Embed AI de uitvoering met uw team.

Bekijk AI-governance via Embed AI

Voor AI-agents en integraties

Deze pagina en de machine-uitvoer komen uit hetzelfde versieerbare object. Gebruik de API voor deterministische filters op rol, onderwerp en tijd.