Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting
De verordening kent geen enkel boetebedrag. Voor operatoren hangen drie plafonds aan verschillende bepalingen van artikel 99, daarnaast beboet de Commissie zelf aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden op grond van artikel 101, kan het AI-bureau sinds de wijziging van 2026 zelf beboeten, en gelden voor instellingen en organen van de Unie de eigen bedragen van artikel 100. Welk plafond geldt, hangt af van welke bepaling is geschonden en wie handhaaft, en niet van hoe ernstig de gevolgen zijn.
Lid 1, zoals vervangen bij Verordening (EU) 2026/1744, draagt de lidstaten op de voorschriften vast te stellen voor sancties en andere handhavingsmaatregelen, die ook administratieve boeten, waarschuwingen en niet-monetaire maatregelen kunnen omvatten, die van toepassing zijn op elke inbreuk op deze verordening door operatoren, bepaalt dat die sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, en verplicht de lidstaten bij het opleggen van sancties rekening te houden met de belangen van kmo's, met inbegrip van start-ups, en kleine midcapondernemingen, en met hun economische levensvatbaarheid.
Praxikon houdt Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting uit de EU AI Act bij, getoetst aan de officiële bron op 14 augustus 2026, met per uitspraak de vindplaats erbij.
- Status
- Van toepassing
- Toepassingsmoment
- Niet vastgelegd
- Versie
- 1.0.0
- Laatst gecontroleerd
- 14 augustus 2026
Reviewstatus: tegen de officiële bron gelegd (14 augustus 2026). Volgende controle uiterlijk 10 februari 2027. De controledatum is de kennisdatum van deze versie; een latere hercontrole is niet vastgelegd.
Van bron naar bewijs
Waarom deze verplichting geldt, wat zij van u vraagt en waarmee u dat aantoont.
Geldt
Van toepassing · Niet vastgelegd
Voor wie
- Gemachtigde
- Gebruiksverantwoordelijke
- Distributeur
- en nog 3
Wat u doet
Wijs per verplichting het boeteplafond aan dat erbij hoort
Wat u vastlegt
Register van boeteplafonds per verplichting
Officiële bron
Voor wie dit relevant is
Wanneer dit geldt
Gemachtigde
De gemachtigde is de in de Unie gevestigde partij die op basis van een schriftelijke machtiging namens een aanbieder van buiten de EU de verplichtingen en procedures van de verordening nakomt en uitvoert. De definitie van artikel 3, punt 5, geldt nu al, zodat u de rol vandaag al kunt vaststellen. De aanwijsplicht zelf gaat gelden op 2 december 2027 voor de standalone-route van bijlage III en op 2 augustus 2028 voor de ingebedde route van bijlage I. Vanaf die data mag een aanbieder uit een derde land zonder aangewezen gemachtigde geen hoog-risico AI-systeem in de Unie in de handel brengen.
Gebruiksverantwoordelijke
Een organisatie die een AI-systeem onder haar gezag gebruikt, buiten persoonlijk niet-professioneel gebruik.
Distributeur
U bent distributeur als u een AI-systeem op de Uniemarkt aanbiedt zonder aanbieder of importeur te zijn. Dit raakt resellers, systeemintegratoren en managed service providers die andermans AI doorleveren.
Aanbieder van een GPAI-model
Een partij die een AI-model voor algemene doeleinden op de Uniemarkt aanbiedt.
Importeur
U bent importeur zodra u vanuit de EU een AI-systeem voor het eerst op de Uniemarkt aanbiedt dat de naam of het merk draagt van een partij buiten de EU. Niet uw inkooprol telt, maar wiens merk erop staat en wie het systeem als eerste de markt op brengt.
Aanbieder van een AI-systeem
Een partij die een AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en het onder eigen naam aanbiedt.
- 1Relevant zodra u operator bent in de zin van de verordening, dus aanbieder, productfabrikant, gebruiksverantwoordelijke, gemachtigde, importeur of distributeur, en een van de bepalingen raakt die in artikel 99 lid 3, lid 4 of lid 5 worden genoemd. Het regime van artikel 101 is daarnaast relevant wanneer u aanbieder bent van een AI-model voor algemene doeleinden, want daar beboet de Commissie zelf. Valt u onder de bevoegdheid van het AI-bureau op grond van artikel 75 lid 1, dan komt artikel 75 quater erbij.
Wat de officiële bron vastlegt
Artikel 101 lid 1 bepaalt dat de Commissie aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldboeten kan opleggen van ten hoogste 3 % van hun jaarlijkse totale wereldwijde omzet in het voorgaande boekjaar of 15 000 000 EUR, indien dat hoger is, wanneer zij vaststelt dat de aanbieder opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk heeft gepleegd op de desbetreffende bepalingen van deze verordening, niet heeft voldaan aan een verzoek om een document of om informatie op grond van artikel 91 of daarbij onjuiste, onvolledige of misleidende informatie heeft verstrekt, een op grond van artikel 93 gevraagde maatregel niet heeft nageleefd, of de Commissie geen toegang tot het model heeft gegeven met het oog op een evaluatie op grond van artikel 92. Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete of dwangsom wordt rekening gehouden met de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, met inachtneming van de beginselen van evenredigheid en redelijkheid, en houdt de Commissie ook rekening met verbintenissen die zijn aangegaan overeenkomstig artikel 93, lid 3, of in relevante praktijkcodes overeenkomstig artikel 56. Lid 2 verplicht de Commissie haar voorlopige bevindingen mee te delen aan de aanbieder en hem in de gelegenheid te stellen te worden gehoord voordat zij het besluit vaststelt. Lid 3 bepaalt dat de opgelegde geldboeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Lid 4 bepaalt dat informatie over opgelegde geldboeten in voorkomend geval ook aan de AI-board wordt meegedeeld. Lid 5 geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie volledige rechtsmacht ter zake van beroep tegen een besluit waarbij de Commissie een geldboete vaststelt en bepaalt dat het Hof die boete kan vernietigen, verlagen of verhogen. Lid 6 draagt de Commissie op uitvoeringshandelingen vast te stellen met nadere regelingen en procedurele waarborgen voor de procedures die tot een besluit op grond van lid 1 kunnen leiden. Artikel 101 is uitgezonderd van de vervroegde toepassing van hoofdstuk XII en geldt daarom sinds 2 augustus 2026. Naast dit regime kent artikel 100 een eigen stelsel voor instellingen, organen en instanties van de Unie: de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kan hun administratieve geldboeten opleggen tot 1 500 000 EUR voor niet-naleving van het verbod van artikel 5 en tot 750 000 EUR voor niet-naleving van andere eisen of verplichtingen uit deze verordening. Verordening (EU) 2026/1744 heeft de artikelen 100 en 101 niet gewijzigd.
Het bij Verordening (EU) 2026/1744 ingevoegde artikel 75 quater, lid 4, bepaalt dat een besluit van het AI-bureau vergezeld kan gaan van het opleggen van sancties overeenkomstig artikel 99, leden 3 tot en met 7, waarvan de bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn op het bureau bij de uitvoering van zijn toezichts- en handhavingstaken als bedoeld in artikel 75, lid 1. Met name is aan administratieve geldboeten als bedoeld in artikel 99, lid 4, onderworpen: inbreuken op toepasselijke bepalingen van deze verordening, met inbegrip van die welke niet in artikel 99, lid 4, zijn vermeld; niet-naleving van besluiten of maatregelen op grond van artikel 14, lid 4, of artikel 16, lid 3, van Verordening (EU) 2019/1020 en van de in artikel 75 bis genoemde bevoegdheden; en het nalaten een op grond van artikel 75 ter bindend verklaarde toezegging na te komen. Voor onjuiste, onvolledige of misleidende informatie aan het bureau gelden de geldboeten van artikel 99, lid 5. Lid 5 laat het bureau daarnaast dwangsommen opleggen om onder meer een onderzoek, een informatieverzoek, een inspectie of een bindende toezegging af te dwingen; die dwangsommen bedragen ten hoogste 5 % van het gemiddelde dagelijkse inkomen of van de wereldwijde jaaromzet in het voorafgaande boekjaar per dag. Lid 6 geeft het Hof van Justitie volledige rechtsmacht over besluiten waarbij het bureau een geldboete of dwangsom vaststelt, en lid 8 onderwerpt de bevoegdheden van het bureau aan een verjaringstermijn van drie jaar, met eenzelfde termijn voor de bevoegdheid om genomen besluiten ten uitvoer te leggen. Let op: de twee authentieke taaluitgaven van Verordening (EU) 2026/1744 lopen hier uiteen. De Nederlandse uitgave noemt in beide alinea’s van artikel 75 quater, lid 8, drie jaar; de Engelse noemt in beide alinea’s van artikel 75c(8) vijf jaar. Deze uitspraak geeft per taal weer wat de uitgave in die taal zegt en kiest niet stilzwijgend. De uitvoeringshandeling van artikel 75 quinquies, lid 3, moet beide alinea’s nader bepalen, met inbegrip van de omstandigheden waarin de verjaringstermijnen worden gestuit; zolang die er niet is, blijft de divergentie een openstaande uitleggingsvraag.
Onze duiding
De officiële bron blijft leidend. Deze algemene duiding is geen juridisch advies.
Het plafond volgt de bepaling en niet de schade. Dat is het punt dat in bestuurskamers stelselmatig wordt gemist: men begroot een bedrag voor "de AI Act-boete", terwijl er voor operatoren drie banden in artikel 99 staan en daarnaast nog eigen regimes voor instellingen van de Unie en voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden. De hoogste band, 35 miljoen of 7 procent, hoort uitsluitend bij artikel 5. Dat was tot voor kort een lijst praktijken die u ofwel doet ofwel niet doet, maar sinds de wijziging van artikel 5 is dat niet meer waar: bij de nieuwe verboden op seksueel beeldmateriaal is het in de handel brengen ook verboden wanneer het voortbrengen daarvan een redelijkerwijs te voorzien en reproduceerbaar resultaat is en het systeem geen redelijke en passende technische maatregelen en waarborgen heeft. Dat is een maatregelenplicht binnen de hoogste band, en zij geldt vanaf 2 december 2026. De middelste band, 15 miljoen of 3 procent, hoort bij de opsomming in lid 4: de rolplichten van de aanbieder, de gemachtigde, de importeur, de distributeur en de gebruiksverantwoordelijke, sinds 27 juli 2026 ook artikel 25, leden 2 en 4, plus artikel 50. Wat er niet met zoveel woorden in staat is minstens zo interessant: artikel 4 en artikel 27 worden niet genoemd, en de eisen van hoofdstuk III bereiken het plafond hooguit langs artikel 16 en artikel 26. Let op dat artikel 72 en artikel 73 voor de gebruiksverantwoordelijke wel binnen bereik komen, want artikel 26 lid 5 verplicht hem overeenkomstig artikel 72 te informeren en verklaart artikel 73 mutatis mutandis van toepassing, en artikel 26 staat wel in lid 4. Twee dingen daarnaast. Lid 5 maakt van het slecht beantwoorden van een informatieverzoek een eigen boetecategorie van 1 procent, los van de onderliggende inbreuk. En lid 7 is geen kortingsregeling: het werkt naar twee kanten, want de aanhef spreekt van het besluit om al dan niet een boete op te leggen en punt e) noemt uitdrukkelijk verzwarende factoren zoals behaald financieel voordeel. Wat u kunt sturen zijn de factoren die u kunt aantonen: uw technische en organisatorische maatregelen, uw meldgedrag, uw samenwerking, en wat u na een incident hebt gedaan om de schade voor getroffen personen te beperken. Twee dateringen die in de praktijk verschil maken: het verbod van artikel 5 geldt sinds 2 februari 2025, maar hoofdstuk XII pas sinds 2 augustus 2025, zodat voor gedrag daartussen geen administratieve geldboete op grond van artikel 99 lid 3 bestaat. Bij de nieuwe artikel 5-verboden van 2 december 2026 keert die lacune niet terug: hoofdstuk XII loopt dan al ruim een jaar, dus het boeteregime bestaat op de dag dat die verboden gaan gelden. En wie onder de bevoegdheid van het AI-bureau valt, moet de gedachte dat de opsomming van lid 4 gesloten is loslaten: artikel 75 quater, lid 4, brengt daar inbreuk op elke toepasselijke bepaling in de band van 15 miljoen of 3 procent, uitdrukkelijk ook bepalingen die niet in lid 4 staan.
Wat u nu kunt doen
Zet naast uw verplichtingenregister een kolom met het plafond dat erbij hoort, met drie waarden: artikel 99 lid 3, artikel 99 lid 4, of nationaal recht op grond van artikel 99 lid 1. Bepaal per AI-model voor algemene doeleinden dat u zelf aanbiedt of het artikel 101-regime van de Commissie erbij komt, en bepaal of u onder artikel 75 lid 1 valt, want dan geldt het regime van artikel 75 quater met dwangsommen erbij. Leg daarnaast per verplichting vast welke van de factoren uit artikel 99 lid 7 u zou kunnen laten zien, in het bijzonder de genomen technische en organisatorische maatregelen, uw meldgedrag, uw samenwerking met de toezichthouder en de maatregelen die u neemt om schade bij getroffen personen te beperken, want dat is het deel van de boetehoogte waar u zelf invloed op heeft. Dit is onze aanbeveling en geen plicht uit de verordening: artikel 99 richt zich tot de lidstaten en legt een operator geen enkele termijn op.
- 01
Wijs per verplichting het boeteplafond aan dat erbij hoort
Loop uw verplichtingenregister af en zet per regel welk plafond geldt: artikel 99 lid 3 voor artikel 5, artikel 99 lid 4 voor de daarin genoemde rolplichten, artikel 25, leden 2 en 4, en artikel 50, artikel 99 lid 5 voor het beantwoorden van informatieverzoeken, en anders het nationale sanctiestelsel op grond van artikel 99 lid 1. Voeg het artikel 101-regime toe waar u zelf een AI-model voor algemene doeleinden aanbiedt, en het regime van artikel 75 quater waar het AI-bureau bevoegd is.
Wat u moet vastleggen
Register van boeteplafonds per verplichting
Per verplichting: welk plafond eraan hangt en op welke bepaling dat berust, of de hoogte uit het nationale recht volgt en zo ja uit welk, en of het regime van artikel 101 of van artikel 75 quater erbij komt. Dit is het stuk waarmee u een bestuur laat zien dat er geen enkel bedrag is, en waarmee u onderbouwt waar u uw beheersmaatregelen zwaarder maakt.
Borging en hercontrole
Vastlegging van de factoren uit artikel 99 lid 7
De borging dat de factoren die de hoogte van een boete bepalen op het moment zelf worden vastgelegd en niet achteraf gereconstrueerd: welke technische en organisatorische maatregelen er waren, wanneer u een inbreuk zelf hebt gemeld, hoe u op verzoeken van de toezichthouder hebt gereageerd, en welke maatregelen u hebt genomen om de schade voor getroffen personen te beperken. Die factoren werken naar twee kanten, dus dezelfde vastlegging kan ook tegen u werken; dat is een reden om haar juist te doen en niet om haar te laten.
Openbare hulpmiddelen
Volledige tekst van artikel 99, 100 en 101
De volledige wettekst in de publieke AI Act Explorer. Let op: de explorer toont de oorspronkelijke tekst van 2024, dus voor lid 1, punt d bis) en lid 6 bis van artikel 99 is daarnaast Verordening (EU) 2026/1744 nodig, waarnaar de tweede bronlink verwijst.
Voorwaarden en uitzonderingen
- Lid 6 keert de rekenwijze om voor kmo's, met inbegrip van start-ups: voor hen geldt het laagste van het percentage en het bedrag, waar het voor andere ondernemingen juist het hoogste van beide is, en dat geldt voor elke in artikel 99 bedoelde boete. Het ingevoegde lid 6 bis doet hetzelfde voor kleine midcapondernemingen, maar uitdrukkelijk alleen voor de leden 4 en 5, zodat de band van artikel 5 voor hen niet wordt omgekeerd. Lid 8 laat aan elke lidstaat over in hoeverre administratieve geldboeten kunnen worden opgelegd aan in die lidstaat gevestigde overheidsinstanties of -organen, zodat het plafond voor een publieke organisatie niet uit de verordening volgt. Lid 9 laat toe dat de boete in sommige lidstaten door de bevoegde nationale rechter of door andere organen wordt opgelegd en niet door de autoriteit.
Officiële bronnen en locators
EU AI-verordening 2024/1689
Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12
Bronlocator: Artikel 99, leden 1 tot en met 11
Digital Omnibus over AI 2026/1744
Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24
Bronlocator: Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 38
EU AI-verordening 2024/1689
Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12
Bronlocator: Artikel 113, derde alinea, punt b)
Digital Omnibus over AI 2026/1744
Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24
Bronlocator: Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 40
EU AI-verordening 2024/1689
Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12
Bronlocator: Artikel 101, leden 1 tot en met 6
EU AI-verordening 2024/1689
Europees Parlement en Raad | original-oj-2024-07-12
Bronlocator: Artikel 100, leden 1 tot en met 3
Digital Omnibus over AI 2026/1744
Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24
Bronlocator: Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 32
Digital Omnibus over AI 2026/1744
Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24
Bronlocator: Verordening (EU) 2026/1744, artikel 1, punt 7
Verwijzen naar dit object
Citeerblok
Neem deze verwijzing over in uw advies, artikel of dossier. De identifier, de versie en de hash maken de uitspraak later terugvindbaar, ook wanneer de dataset intussen verder is gegaan.
Bronvermelding
Praxikon, "Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting", praxikon:eu:ai-act:obligation:article-99-101-penalties@1.0.0, dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0 (schema 1.5.0), effective_at 2026-08-02T00:00:00.000Z, known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z, sha256 eebb183c9d9b58597388256d80ac73dc95eca9b9c98dd975ed907b55791e6905, https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-99-101-penalties (https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-99-101-penalties&effective_at=2026-08-02&known_at=2026-08-14&lang=nl, geraadpleegd 2026-09-15)
Korte vorm
praxikon:eu:ai-act:obligation:article-99-101-penalties@1.0.0 (sha256 eebb183c)
BibTeX
@misc{praxikon-eu-ai-act-obligation-article-99-101-penalties-1-0-0,
author = {{Praxikon}},
title = {Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting},
year = {2026},
version = {1.0.0},
number = {praxikon:eu:ai-act:obligation:article-99-101-penalties},
howpublished = {AI Act Change \& Evidence Graph, dataset 2.2.0, schema 1.5.0},
note = {effective_at 2026-08-02T00:00:00.000Z; known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z; sha256 eebb183c9d9b58597388256d80ac73dc95eca9b9c98dd975ed907b55791e6905},
url = {https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-99-101-penalties},
urldate = {2026-09-15},
language = {nl}
}CSL JSON
[
{
"id": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-99-101-penalties@1.0.0",
"type": "dataset",
"title": "Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting",
"container-title": "AI Act Change & Evidence Graph",
"publisher": "Praxikon",
"version": "1.0.0",
"number": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-99-101-penalties",
"URL": "https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-99-101-penalties",
"language": "nl",
"issued": {
"date-parts": [
[
2026,
8,
14
]
]
},
"accessed": {
"date-parts": [
[
2026,
9,
15
]
]
},
"note": "dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0; schema 1.5.0; effective_at 2026-08-02T00:00:00.000Z; known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z; sha256 eebb183c9d9b58597388256d80ac73dc95eca9b9c98dd975ed907b55791e6905; retrieved_from https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-99-101-penalties&effective_at=2026-08-02&known_at=2026-08-14&lang=nl; licence https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"
}
]Hoe u een verwijzing later controleert, staat in de methodologie. Voorwaarden
Versiehistorie
v1.0.0
2 augustus 2026
Artikel 99, 100 en 101: de boetestructuur per verplichting
De verordening kent geen enkel boetebedrag. Voor operatoren hangen drie plafonds aan verschillende bepalingen van artikel 99, daarnaast beboet de Commissie zelf aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden op grond van artikel 101, kan het AI-bureau sinds de wijziging van 2026 zelf beboeten, en gelden voor instellingen en organen van de Unie de eigen bedragen van artikel 100. Welk plafond geldt, hangt af van welke bepaling is geschonden en wie handhaaft, en niet van hoe ernstig de gevolgen zijn.
Correcties op deze verplichting
Er is geen inhoudelijke correctie op dit object vastgelegd.
Open het correctielogboekHulp bij de uitvoering
Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant, begeleidt via Embed AI de uitvoering met uw team.
Bekijk AI-governance via Embed AIVoor AI-agents en integraties
Deze pagina en de machine-uitvoer komen uit hetzelfde versieerbare object. Gebruik de API voor deterministische filters op rol, onderwerp en tijd.
