Direct antwoord
Wij overwegen gezichtsherkenning of andere biometrie. Mag dat?
Dit valt onder Bijlage III: hoog-risico AI. Die verplichting geldt vanaf 2 december 2027. Er is één uitzondering die u zelf moet toetsen.
Hier kan het anders liggen
- Een in Bijlage III genoemd systeem kan onder strikte voorwaarden buiten hoog-risico vallen via Artikel 6 lid 3, behalve wanneer het profileert. De beoordeling en registratie moeten worden vastgelegd.
Eerste stap: Motiveer de Artikel 6 lid 3-uitzondering per afzonderlijke voorwaarde.
U beschrijft: Biometrische identificatie of categorisering van personen, zoals gezichtsherkenning bij toegang of in de publieke ruimte. Waarschijnlijke rol: gebruiksverantwoordelijke (u zet het systeem in).
Dit geldt nu
- Artikel 5: verboden praktijkenVan toepassing
- Artikel 50: transparantieVan toepassing
- Artikel 4: AI-geletterdheidVan toepassing
Komt eraan
- Bijlage III: hoog-risico AIper 2 december 2027
Dan bent u gebruiksverantwoordelijke. Uw leverancier bouwt het systeem conform, u gebruikt het conform: volgens de gebruiksinstructies, met menselijk toezicht dat werkelijk kan ingrijpen, en met de stukken die u van hem moet krijgen. Vraag de technische documentatie en de conformiteitsverklaring nu al op; zonder die stukken kunt u uw eigen plichten later niet aantonen, en dat is een contractvraag die u vóór ondertekening moet stellen.
Uw eerste acties
- Motiveer de Artikel 6 lid 3-uitzondering per afzonderlijke voorwaarde. Benoem welke van de vier voorwaarden van Artikel 6 lid 3 u inroept, met feiten, en onderbouw apart waarom het systeem geen significant risico op schade voor gezondheid, veiligheid of grondrechten oplevert en de uitkomst van besluitvorming niet wezenlijk beïnvloedt.
- Toets elke usecase eerst aan Artikel 5. Controleer vóór inkoop, bouw of ingebruikname of de toepassing onder een verboden praktijk valt en staak of herontwerp bij twijfel niet pas achteraf.
- Implementeer de toepasselijke melding, markering of label. Bepaal eerst welk lid van Artikel 50 geldt en implementeer daarna de specifieke transparantiemaatregel.
Leg dit vast
- Registratiedossier onder Artikel 49 lid 2 voor het als niet-hoog-risico beoordeelde systeem
- Artikel 5-toetsingsdossier
- Testrapport per contactmoment: melding zichtbaar, tijdig en toegankelijk
biometrie en identificatie
Gezichtsvergelijking bij de grenspoort: verificatie of identificatie
Een geautomatiseerde grenspoort gebruikt biometrische gezichtsherkenning om het gezicht van een reiziger te vergelijken met de foto in de chip van het paspoort. Dezelfde camera kan technisch ook tegen een opsporingsdatabank vergelijken, en juist dat verschil bepaalt of deze biometrie hoog risico is.
Herkomst: De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 stellen dat biometrische verificatie buiten de hoog-risicoclassificatie valt: het een-op-een vergelijken van aangeboden biometrie met eerder vastgelegde biometrie, uitsluitend om te bevestigen dat iemand is wie hij zegt te zijn. Wordt dezelfde opname daarnaast tegen een opsporingsdatabank vergeleken, dan is het wel biometrische identificatie op afstand. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.
Toets uw biometrische toepassing op het doel en niet op de techniek: dezelfde camera en hetzelfde model vallen buiten de hoog-risicoroute zolang de vergelijking een-op-een is en alleen de identiteit bevestigt, en vallen erbinnen zodra dezelfde opname ook tegen een databank wordt gehouden. Leg daarom per toepassing vast waartegen wordt vergeleken, want die ene ontwerpkeuze verplaatst het hele regime.
Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III, randnummer (136)
biometrie en identificatie
Gezichtsherkenning bij toegangscontrole: de beveiliger achter de camera telt mee
Een organisatie beveiligt de ingang van haar panden met gezichtsherkenning en gebruikt die biometrische toegangscontrole ook om bezoekers te registreren. Geeft het systeem geen match, dan beoordeelt een beveiliger de beelden van de camera en beslist hij zelf of iemand naar binnen mag. De vraag is wiens maatregelen die beveiliger moeten bereiken: die van de leverancier van het model, die van de afdeling die het systeem inzet, of allebei.
Herkomst: Artikel 4, lid 1 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken te ondersteunen. Zij houden daarbij rekening met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Dezelfde bepaling stelt dat deze verplichting niet inhoudt dat aanbieders of gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moeten waarborgen.
Wij lezen de zinsnede over de personen ten aanzien van wie het systeem wordt gebruikt als het zwaartepunt bij biometrie: wie voor de camera staat ondergaat de uitkomst en heeft daar zelf weinig tegenwicht tegen. Dat pleit ervoor de beveiliger die na een uitblijvende match zelf beslist inhoudelijker toe te rusten dan de collega die het systeem alleen aan- en uitzet. Het artikel zegt zelf niet welk niveau volstaat en bepaalt uitdrukkelijk dat u geen niveau hoeft te waarborgen, dus waar de ondergrens per rol ligt blijft open. Naar onze inschatting is een dossier per rol, met de gemaakte keuze en de reden daarvoor, beter verdedigbaar dan een organisatiebrede sessie met alleen een aanwezigheidslijst.
Redactioneel voorbeeld. De regel hierboven staat in de verordening. De situatie is door ons geschreven om te laten zien hoe die regel in deze sector uitpakt, en is niet ontleend aan een uitgewerkt geval uit officiële richtsnoeren.
Artikel 4, lid 1
biometrie en identificatie
Camera bij de ingang: toegangscontrole versus biometrische categorisatie
Een organisatie laat medewerkers binnen via gezichtsherkenning bij de toegangscontrole en gebruikt in de bezoekersruimte daarnaast een camera die gezichten in leeftijdsgroepen indeelt. Beide toepassingen draaien op dezelfde biometrische infrastructuur en dezelfde beelden. De vraag is bij welke van de twee de betrokken personen actief geinformeerd moeten worden.
Herkomst: De richtsnoeren van de Commissie van 20 juli 2026 rekenen geautomatiseerde toegangscontrole met gezichtsherkenning tot de systemen die alleen passief gegevens verzamelen en niet tot een uitwisseling met natuurlijke personen in staat zijn, en dus niet interageren in de zin van artikel 50 lid 1. Voor artikel 50 lid 3 stellen zij dat de informatieplicht, behoudens gebruik dat op grond van artikel 5, lid 1, punt g, verboden is, geldt voor elk systeem voor biometrische categorisering, ook buiten hoog risico, en noemen zij indeling naar leeftijd of geslacht op basis van biometrische gegevens als voorbeeld. Artikel 50 lid 3 zelf kent daarnaast een eigen uitzondering voor systemen die bij wet zijn toegestaan om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen of te onderzoeken. Als wijze van informeren noemen de richtsnoeren een zichtbare mededeling bij elke mogelijke ingang van een tentoonstellingsruimte dat gezichtsopnamen worden gemaakt om bezoekers aan een leeftijdsgroep toe te wijzen, uiterlijk op het moment van de eerste blootstelling.
Onze lezing is dat u niet per camera maar per verwerkingsdoel moet inventariseren: dezelfde lens die bij de toegangscontrole buiten lid 1 valt, brengt u binnen lid 3 zodra dezelfde beelden mensen in een categorie plaatsen. Leg daarom per opstelling vast wat er met de opname gebeurt en wie de gebruiksverantwoordelijke is, want dat bepaalt of er een bordje bij de ingang hoort te hangen. De richtsnoeren schrijven geen vaste vorm voor, maar zij binden wel het moment: de mededeling moet er zijn voordat iemand het beeld in loopt, en een verwijzing in het privacystatement haalt dat moment in onze lezing zelden.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, 20.7.2026, randnummer (30) en randnummers (104) tot en met (108)
biometrie en identificatie
Politieke voorkeur afleiden uit geuploade foto's
Een platform analyseert de biometrische gegevens uit foto's die gebruikers hebben geupload om hun vermoedelijke politieke voorkeur af te leiden en hen gerichte politieke boodschappen te sturen. Een vergelijkbaar systeem leidt de vermoedelijke seksuele gerichtheid af om advertenties te tonen.
Herkomst: De richtsnoeren van de Commissie over verboden AI-praktijken behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij artikel 5. Het document is niet bindend: de uiteindelijke uitleg is aan het Hof van Justitie.
Beroept u zich op de uitzondering voor een nevenfunctie, dan moet die functie ook technisch strikt noodzakelijk zijn voor de hoofddienst, want beide voorwaarden gelden samen en advertentiedoelen halen die drempel niet.
Commission Guidelines C(2025) 5052 final, 29.7.2025, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 5
Artikel 6 kent twee gescheiden routes naar hoog-risico
De concept-richtsnoeren van de Europese Commissie over de classificatie van hoog-risico AI van 19 mei 2026, die uitdrukkelijk niet bindend zijn, stellen in randnummer (7) dat een AI-systeem in twee scenario's als hoog-risico geldt: ten eerste wanneer het bedoeld is om te worden gebruikt als veiligheidscomponent van een product, of zelf een product is, dat onder de in Bijlage I genoemde harmonisatiewetgeving van de Unie valt en waarvoor een conformiteitsbeoordeling door een derde partij is vereist, en ten tweede wanneer het valt onder een van de gebruikssituaties in de gebieden van Bijlage III. Randnummer (448) van diezelfde concept-richtsnoeren vermeldt dat de toepassingsdatums van artikel 113 met de AI Omnibus zijn verschoven naar 2 december 2027 voor de route van artikel 6 lid 2 en 2 augustus 2028 voor de route van artikel 6 lid 1.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II, randnummer (7); sectie V, randnummer (448)
Breed gepositioneerde en general purpose AI-systemen: een disclaimer is niet genoeg
Volgens de niet-bindende concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 over de classificatie van hoog-risico AI geldt, blijkens randnummer (12), dat wanneer de gebruiksaanwijzing, contractuele afspraken, gebruiksvoorwaarden, gebruiksbeleid, promotie- en verkoopmateriaal of technische documentatie het AI-systeem presenteren als breed toepasbaar over een veelheid van contexten en functies, en de toepassing niet consequent beperken of hoog-risico gebruik niet uitsluiten, het beoogde doel van het systeem geacht wordt ook hoog-risico gebruikssituaties te omvatten, waardoor het systeem als hoog-risico kwalificeert. Dat geldt volgens deze concept-richtsnoeren in het bijzonder wanneer dergelijk gebruik haalbaar en redelijkerwijs te voorzien is gezien de functionaliteiten en capaciteiten van het systeem. Hetzelfde randnummer stelt dat het enkel beweren, bijvoorbeeld in de gebruiksvoorwaarden, dat hoog-risico gebruik is uitgesloten, onvoldoende is wanneer de algehele presentatie, voorbeelden of productpositionering van de aanbieder dat gebruik feitelijk mogelijk maakt of bevordert, en dat beperkingen duidelijk, concreet en coherent in al het materiaal moeten worden beschreven.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II.2, randnummer (12)
Hoog-risico betekent niet verboden, en niet hoog-risico betekent niet toegestaan
De concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 over de classificatie van hoog-risico AI, die niet bindend zijn, stellen in randnummer (3) dat het feit dat een AI-systeem in deze richtsnoeren als voorbeeld is opgenomen niet betekent dat het gebruik ervan automatisch als rechtmatig moet worden beschouwd, aangezien dat gebruik nog steeds moet voldoen aan andere toepasselijke wetgeving, en in randnummer (4) dat het bereik van deze richtsnoeren beperkt is tot de vraag of een systeem hoog-risico is of niet. In het Bijlage III-hoofdstuk van dit concept stelt randnummer (68) dat het als hoog-risico kwalificeren onder artikel 6 lid 2 niet betekent dat het gebruik verboden is, maar dat die systemen aan passende vereisten zijn onderworpen. De randnummers (82) en (83) van dit concept lichten de woorden voor zover het gebruik is toegestaan op grond van toepasselijk Unierecht of nationaal recht toe en stellen dat het vallen onder een gebruikssituatie niet automatisch betekent dat het systeem rechtmatig in dat geval kan worden gebruikt, dat naast de verboden ook andere bepalingen van Unierecht of nationaal recht het gebruik kunnen beperken, en dat de AI-verordening op grond van artikel 2 lid 9 geldt onverminderd regels over consumentenbescherming, productveiligheid en gegevensbescherming.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, randnummers (3) en (4); hoofdstuk Bijlage III, randnummer (68) en sectie 2.6, randnummers (82) en (83)
Opgeknipte en agentische architecturen worden als geheel beoordeeld
De niet-bindende concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 bepalen in randnummers 75, 76 en 90 dat wanneer meerdere AI-systemen deel uitmaken van een complexer geheel en hun gecombineerde beoogde doel of gezamenlijke output een individuele beslissing wezenlijk beïnvloedt, die configuratie voor de classificatie als één AI-systeem wordt behandeld. Het concept stelt uitdrukkelijk dat opgeknipte architecturen als geheel worden beoordeeld om omzeiling door systeemontwerp te voorkomen, dat vrijstellingen voor afzonderlijke modules niet gelden wanneer de totale configuratie kernaspecten van de beslissing beïnvloedt, en dat dit ook geldt voor complexe onderling verbonden opstellingen zoals agentische AI-systemen waarvan de gekoppelde handelingen samen een hoog-risicodoel dienen. Volgens hetzelfde concept blijven strikt procedurele of voorbereidende functies wel vrijstelbaar wanneer zij werkelijk scheidbaar zijn van het systeem en geen output structureren of aanleveren die het onderzoek van een individueel geval wezenlijk beïnvloedt.
Sectie IV.2.3, randnummers 75 en 76, en sectie IV.2.7.1 randnummer 90
Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.
Volledige kaart voor uw situatieUitvoering
Leg de classificatie vast in een AI-register
Een classificatie zonder register en eigenaarschap is niet aantoonbaar. Embed AI begeleidt classificatie, register en herbeoordeling in een vaste aanpak.
Bekijk de aanpak van Embed AI