Ga naar de hoofdinhoud
Praxikon
Alle verplichtingen
Van toepassingv1.0.0

Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens

Artikel 4a geeft geen opdracht maar toestemming, en aan twee verschillende kringen. Lid 1 laat alleen de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens verwerken, voor zover strikt noodzakelijk voor biasopsporing en biascorrectie in de zin van artikel 10, lid 2, punten f) en g), en alleen wanneer alle zes voorwaarden a) tot en met f) zijn vervuld. Lid 2 opent dezelfde ruimte voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, maar alleen bij vertekening die de gezondheid en veiligheid waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, en met dezelfde zes voorwaarden. De grondslag stond tot 27 juli 2026 in artikel 10, lid 5.

Lid 1 bepaalt dat aanbieders van hoog-risico AI-systemen, voor zover strikt noodzakelijk om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g), van deze verordening, bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken, met passende waarborgen voor de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen.

Praxikon houdt Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens uit de EU AI Act bij, getoetst aan de officiële bron op 14 augustus 2026, met per uitspraak de vindplaats erbij.

Status
Van toepassing
Toepassingsmoment
Niet vastgelegd
Versie
1.0.0
Laatst gecontroleerd
14 augustus 2026

Reviewstatus: tegen de officiële bron gelegd (14 augustus 2026). Volgende controle uiterlijk 10 februari 2027. De controledatum is de kennisdatum van deze versie; een latere hercontrole is niet vastgelegd.

Van bron naar bewijs

Waarom deze verplichting geldt, wat zij van u vraagt en waarmee u dat aantoont.

Geldt

Van toepassing · Niet vastgelegd

Voor wie

  • Gebruiksverantwoordelijke
  • Aanbieder van een GPAI-model
  • Aanbieder van een AI-systeem

Wat u doet

Onderbouw en registreer het beroep op artikel 4a

Wat u vastlegt

Noodzakelijkheidsdossier bij biastoetsing

Voor wie dit relevant is

Wanneer dit geldt

  • Gebruiksverantwoordelijke

    Een organisatie die een AI-systeem onder haar gezag gebruikt, buiten persoonlijk niet-professioneel gebruik.

  • Aanbieder van een GPAI-model

    Een partij die een AI-model voor algemene doeleinden op de Uniemarkt aanbiedt.

  • Aanbieder van een AI-systeem

    Een partij die een AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en het onder eigen naam aanbiedt.

  1. 1Lid 1 staat uitsluitend open voor de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem, en alleen voor zover de verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g). De gebruiksverantwoordelijke kan zich niet op dit lid beroepen, ook niet bij een hoog-risico systeem; voor hem loopt de weg via lid 2.
  2. 2Lid 2 staat open voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen, maar met een eigen materiele drempel: de verwerking moet strikt noodzakelijk zijn met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt. Vertekening zonder een van die gevolgen valt er niet onder.
  3. 3De zes voorwaarden van lid 1 gelden cumulatief en, via lid 2, punt b), ook voor de ruimere kring: a) andere gegevens, waaronder synthetische of geanonimiseerde, volstaan aantoonbaar niet; b) er gelden technische beperkingen op hergebruik plus beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) er is strikte toegangscontrole met documentatie en geheimhouding; d) de gegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) zij worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de bewaartermijn verstrijkt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; f) het register van verwerkingsactiviteiten vermeldt waarom de verwerking strikt noodzakelijk was en waarom het doel niet met andere gegevens kon worden bereikt.

Wat de officiële bron vastlegt

Lid 2 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens mogen verwerken voor zover: a) die verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt; en b) alle voorwaarden en waarborgen van lid 1 worden toegepast. Lid 2 sluit af met een afzonderlijke alinea: dit lid schept geen enkele verplichting om die opsporing en correctie van vertekening uit te voeren. Artikel 4a kent geen lid 3.

Verordening (EU) 2026/1744 voegt in artikel 1, punt 6, artikel 4a in Verordening (EU) 2024/1689 in en schrapt in artikel 1, punt 9, onder b), artikel 10, lid 5. Dezelfde punt 9 vervangt artikel 10, lid 1, en artikel 10, lid 6, zodat die nu naar de kwaliteitscriteria van artikel 4a, lid 1, verwijzen. De grondslag staat daarmee niet langer bij de eisen aan hoog-risico systemen in hoofdstuk III, maar als zelfstandig artikel in hoofdstuk I, direct na artikel 4, terwijl artikel 10 er van buitenaf naar terugverwijst. In de Nederlandse taalversie van het Publicatieblad heet dit ingevoegde artikel "artikel 4 bis"; "artikel 4a" is de Engelse nummering van dezelfde bepaling.

Dezelfde wijzigingsverordening vervangt in artikel 1, punt 2, onder b), artikel 2, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1689. Dat lid luidt sinds 27 juli 2026: "Het Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens, de privacy en de vertrouwelijkheid van communicatie is van toepassing op persoonsgegevens die worden verwerkt in verband met de rechten en verplichtingen die in deze verordening zijn vastgelegd. Onverminderd artikel 4 bis en artikel 59 van deze verordening laat deze verordening de Verordeningen (EU) 2016/679 of (EU) 2018/1725, of de Richtlijnen 2002/58/EG of (EU) 2016/680 onverlet." De vorige versie van dit lid kende dat voorbehoud voor artikel 4a niet.

Overweging 9 van Verordening (EU) 2026/1744 bepaalt dat het opsporen en corrigeren van vertekening een zwaarwegend algemeen belang vormt, dat de uitgebreide grondslag onderworpen is aan dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen als het bestaande artikel 10, lid 5, en dat daarmee de naleving wordt verzekerd van artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679, artikel 10, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2018/1725 en artikel 10, punt a), van Richtlijn (EU) 2016/680. Dezelfde overweging bepaalt dat de door artikel 4a gevestigde grondslag, om aanbieders van hoog-risico AI-systemen in staat te stellen rechtmatig biasopsporing en biascorrectie te verrichten ter voorbereiding op de naleving van de eisen voor hoog-risico systemen, van toepassing moet zijn vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Artikel 4 van de wijzigingsverordening regelt uitsluitend de inwerkingtreding op de derde dag na bekendmaking en kent geen uitgestelde toepassing; het gewijzigde artikel 113, derde alinea, punt a), bepaalt dat de hoofdstukken I en II van toepassing zijn vanaf 2 februari 2025, met uitzondering van artikel 5, lid 1, eerste alinea, punten b bis) en b ter), en artikel 5, leden 1 bis en 1 ter, die vanaf 2 december 2026 gelden. Artikel 4a staat in hoofdstuk I en valt niet onder die uitzondering.

Onze duiding

De officiële bron blijft leidend. Deze algemene duiding is geen juridisch advies.

Drie dingen zijn hier in de praktijk belangrijker dan de verplaatsing zelf. Het eerste is dat dit artikel u niets opdraagt. Lid 2 zegt dat met zoveel woorden, en er hoort dus ook geen datum bij waarop iets af moet zijn. Het tweede, en het gevaarlijkere misverstand, is dat de verplaatsing naar hoofdstuk I zou betekenen dat u nu gevoelige kenmerken mag gaan verzamelen omdat u aan eerlijkheidsmetingen wilt doen. Wat is verruimd is de kring van partijen, niet de ruimte binnen de grondslag: overweging 9 zegt uitdrukkelijk dat dezelfde beperkingen, voorwaarden en waarborgen gelden als onder het oude artikel 10, lid 5. Praktisch begint het daarom bij een schriftelijke onderbouwing waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, en niet bij het aanleggen van een gegevensverzameling. Het derde is de voorwaarde die het meeste opbreekt en die in geen enkele samenvatting terugkomt: punt d) bepaalt dat de gegevens niet aan andere partijen worden doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt. Dat is feitelijk een uitbestedingsverbod. Een externe fairness-leverancier, een biastoetsingsbureau, een onderzoekspartner of een cloudpartij die bij de gegevens zelf kan, past niet binnen deze grondslag, hoe goed het contract ook is. Wie zijn biastoetsing had willen inkopen, moet haar hier zelf uitvoeren of met gegevens werken die geen bijzondere categorie zijn. Let ten slotte op uw eigen documentatie: verwerkingsregisters, gegevensbeschermingseffectbeoordelingen en AI-beleidsstukken die naar artikel 10, lid 5, verwijzen, verwijzen sinds 27 juli 2026 naar een geschrapte bepaling. Dat geldt ook voor stukken die artikel 2, lid 7, aanhalen om te betogen dat de AVG onverkort voorgaat: ook dat lid is vervangen en maakt nu uitdrukkelijk een voorbehoud voor artikel 4a. Twee dateringen tot slot, en de tweede is onze gevolgtrekking en geen brontekst. Artikel 4a staat in hoofdstuk I, dat volgens artikel 113, derde alinea, punt a), sinds 2 februari 2025 van toepassing is, maar de bepaling kwam pas op 27 juli 2026 in de tekst; wij houden daarom 27 juli 2026 aan als de dag waarop de grondslag feitelijk beschikbaar kwam, terwijl overweging 9 zegt dat zij moet gelden vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) 2024/1689. Let er ten slotte op dat de eisen van artikel 10, lid 2, punten f) en g), waar lid 1 naar verwijst, zelf pas van toepassing worden op 2 december 2027 voor bijlage III-systemen en op 2 augustus 2028 voor bijlage I-systemen. De grondslag loopt dus bewust voor op de plicht waarvoor u haar gebruikt, precies zoals overweging 9 beoogt.

Wat u nu kunt doen

Doe de gegevensbeschermingseffectbeoordeling voordat u begint. Bijzondere categorieen op schaal verwerken voor biastoetsing raakt artikel 35 van de AVG vrijwel altijd, en artikel 4a neemt die beoordeling niet weg: het levert de grondslag en niet de risicoafweging. Leg daarna per verwerking vast op welk lid van artikel 4a u zich beroept, voor welk systeem of model, waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, welke technische en organisatorische waarborgen gelden, wie toegang heeft en op welk moment de gegevens worden gewist. Loop in dezelfde beweging uw verwerkingsregister, uw effectbeoordelingen en uw AI-beleidsstukken na op verwijzingen naar artikel 10, lid 5, en vervang die door artikel 4a. Zet het wismoment als bewaakte termijn in plaats van als voornemen, controleer of geen enkele externe partij bij de gegevens kan, en stem de onderbouwing af met uw functionaris voor gegevensbescherming.

  1. 01

    Onderbouw en registreer het beroep op artikel 4a

    Alleen voor wie zelf besluit bijzondere categorieen van persoonsgegevens te verwerken voor biastoetsing. Leg dan vast op welk lid van artikel 4a u zich beroept en of dat lid voor uw rol openstaat, waarom andere gegevens niet volstaan, welke waarborgen gelden, wie toegang heeft en wanneer de gegevens worden gewist. Vervang daarbij oude verwijzingen naar artikel 10, lid 5.

Wat u moet vastleggen

Noodzakelijkheidsdossier bij biastoetsing

Per verwerking: het systeem of model, het lid van artikel 4a waarop u zich beroept, de onderbouwing waarom synthetische of geanonimiseerde gegevens niet volstaan, de getroffen technische en organisatorische waarborgen, de toegangslijst, de vaststelling dat geen andere partij bij de gegevens kan, en de wisdatum. Dit is ook de tekst die volgens lid 1, punt f), in het register van verwerkingsactiviteiten hoort.

Borging en hercontrole

  • Bewaking van toegang en wissing bij biastoetsing

    De borging dat de bijzondere categorieen alleen bij bevoegde personen liggen, niet worden doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt aan andere partijen, en daadwerkelijk worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de bewaartermijn verstrijkt, in plaats van te blijven staan omdat niemand de termijn bewaakt.

Openbare hulpmiddelen

  • Volledige tekst van artikel 4a

    De volledige tekst van artikel 4a zoals ingevoegd en bekendgemaakt in het Publicatieblad van 24 juli 2026.

Voorwaarden en uitzonderingen

  • Lid 2 sluit af met de bepaling dat het geen verplichting schept om vertekening op te sporen en te corrigeren. Artikel 4a is dus een grondslag en geen opdracht: zonder die verwerking te doen valt er onder dit artikel niets na te leven, er is geen datum waarop iets af moet zijn, en buiten het doel van biasopsporing en biascorrectie geeft het geen enkele ruimte.

Officiële bronnen en locators

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punt 6 (invoeging) en punt 9 (artikel 10 gewijzigd, lid 5 geschrapt)

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad | official-journal-2026-07-24

    Bronlocator: Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)

Verwijzen naar dit object

Citeerblok

Neem deze verwijzing over in uw advies, artikel of dossier. De identifier, de versie en de hash maken de uitspraak later terugvindbaar, ook wanneer de dataset intussen verder is gegaan.

Bronvermelding

Praxikon, "Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens",
praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis@1.0.0,
dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0 (schema 1.5.0),
effective_at 2026-07-27T00:00:00.000Z, known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z,
sha256 ffee7eb28c48cc8a2586f097f3abec38cbe7590c73e15b9845f9295f8f095d4c,
https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4a-bias-testing-legal-basis
(https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-4a-bias-testing-legal-basis&effective_at=2026-07-27&known_at=2026-08-14&lang=nl, geraadpleegd 2026-09-15)

Korte vorm

praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis@1.0.0 (sha256 ffee7eb2)

BibTeX

@misc{praxikon-eu-ai-act-obligation-article-4a-bias-testing-legal-basis-1-0-0,
  author       = {{Praxikon}},
  title        = {Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens},
  year         = {2026},
  version      = {1.0.0},
  number       = {praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis},
  howpublished = {AI Act Change \& Evidence Graph, dataset 2.2.0, schema 1.5.0},
  note         = {effective_at 2026-07-27T00:00:00.000Z; known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z; sha256 ffee7eb28c48cc8a2586f097f3abec38cbe7590c73e15b9845f9295f8f095d4c},
  url          = {https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4a-bias-testing-legal-basis},
  urldate      = {2026-09-15},
  language     = {nl}
}

CSL JSON

[
  {
    "id": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis@1.0.0",
    "type": "dataset",
    "title": "Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens",
    "container-title": "AI Act Change & Evidence Graph",
    "publisher": "Praxikon",
    "version": "1.0.0",
    "number": "praxikon:eu:ai-act:obligation:article-4a-bias-testing-legal-basis",
    "URL": "https://www.praxikon.com/nl/verplichtingen/article-4a-bias-testing-legal-basis",
    "language": "nl",
    "issued": {
      "date-parts": [
        [
          2026,
          8,
          14
        ]
      ]
    },
    "accessed": {
      "date-parts": [
        [
          2026,
          9,
          15
        ]
      ]
    },
    "note": "dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0; schema 1.5.0; effective_at 2026-07-27T00:00:00.000Z; known_at 2026-08-14T00:00:00.000Z; sha256 ffee7eb28c48cc8a2586f097f3abec38cbe7590c73e15b9845f9295f8f095d4c; retrieved_from https://www.praxikon.com/api/v1/obligations?id=praxikon%3Aeu%3Aai-act%3Aobligation%3Aarticle-4a-bias-testing-legal-basis&effective_at=2026-07-27&known_at=2026-08-14&lang=nl; licence https://www.praxikon.com/nl/legal/terms"
  }
]

Hoe u een verwijzing later controleert, staat in de methodologie. Voorwaarden

Wat hierin is veranderd

Momenten waarop deze verplichting ging gelden, verschoof of officiele uitleg kreeg.

  • 2026-07-27 | geldend recht

    Artikel 4a ingevoegd, artikel 10, lid 5, geschrapt

    Sinds 27 juli 2026 staat de rechtsgrond voor biasopsporing met bijzondere persoonsgegevens als artikel 4a in hoofdstuk I en niet meer als artikel 10, lid 5, in hoofdstuk III. De kring is verbreed van alleen aanbieders van hoog-risico systemen naar aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, met dezelfde voorwaarden.

Bekijk de volledige tijdlijn

Versiehistorie

  1. v1.0.0

    27 juli 2026

    Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens

    Artikel 4a geeft geen opdracht maar toestemming, en aan twee verschillende kringen. Lid 1 laat alleen de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens verwerken, voor zover strikt noodzakelijk voor biasopsporing en biascorrectie in de zin van artikel 10, lid 2, punten f) en g), en alleen wanneer alle zes voorwaarden a) tot en met f) zijn vervuld. Lid 2 opent dezelfde ruimte voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, maar alleen bij vertekening die de gezondheid en veiligheid waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, en met dezelfde zes voorwaarden. De grondslag stond tot 27 juli 2026 in artikel 10, lid 5.

Correcties op deze verplichting

Er is geen inhoudelijke correctie op dit object vastgelegd.

Open het correctielogboek
Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant

Achter deze pagina

Zahed Ashkara

Freelance AI & Privacy Consultant, jurist

Hulp bij de uitvoering

Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant, begeleidt via Embed AI de uitvoering met uw team.

Bekijk AI-governance via Embed AI

Voor AI-agents en integraties

Deze pagina en de machine-uitvoer komen uit hetzelfde versieerbare object. Gebruik de API voor deterministische filters op rol, onderwerp en tijd.