Direct antwoord
Wij halen AI van buiten de EU. Wat moeten wij regelen?
Dit valt onder Artikel 22-25: waardeketen en gemachtigde. Die verplichting geldt vanaf 2 december 2027. Er is één uitzondering die u zelf moet toetsen.
Hier kan het anders liggen
- Wie uitsluitend als distributeur of importeur optreedt zonder de triggers van Artikel 25 blijft in die lichtere rol, met eigen controleplichten.
Eerste stap: Beoordeel de waardeketenrol per systeem en wijziging.
U beschrijft: U importeert, distribueert of gebruikt een AI-systeem van een aanbieder die buiten de Unie is gevestigd, en wilt weten welke plichten daarmee bij u terechtkomen. Waarschijnlijke rol: gebruiksverantwoordelijke (de organisatie).
Dit geldt nu
- Artikel 4: AI-geletterdheidVan toepassing
Komt eraan
- Artikel 22-25: waardeketen en gemachtigdeper 2 december 2027
- Bijlage III: hoog-risico AIper 2 december 2027
Dan moet er een schakel in de EU zijn die aanspreekbaar is: een gemachtigde vertegenwoordiger of een importeur. Vraag uw leverancier wie dat is en leg het vast, want zonder die schakel kunt u een hoog-risicosysteem niet rechtmatig in gebruik nemen en staat u er bij een controle alleen voor. Levert u het systeem zelf door binnen de EU, dan kunt u zelf importeur of zelfs aanbieder worden.
Uw eerste acties
- Beoordeel de waardeketenrol per systeem en wijziging. Toets bij white-labeling, wezenlijke wijziging of doelverandering of uw organisatie aanbieder wordt, en regel de gemachtigde bij levering van buiten de EU.
- Motiveer de Artikel 6 lid 3-uitzondering per afzonderlijke voorwaarde. Benoem welke van de vier voorwaarden van Artikel 6 lid 3 u inroept, met feiten, en onderbouw apart waarom het systeem geen significant risico op schade voor gezondheid, veiligheid of grondrechten oplevert en de uitkomst van besluitvorming niet wezenlijk beïnvloedt.
- Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen. Bepaal per rol, systeem en gebruikscontext welke combinatie van instructie, begeleiding, oefening of training passend is.
Leg dit vast
- Waardeketendossier
- Registratiedossier onder Artikel 49 lid 2 voor het als niet-hoog-risico beoordeelde systeem
- Dossier AI-geletterdheidsmaatregelen
werving en selectie
Aanbeveling van een kandidaat die automatisch een besluit wordt
Een werkgever gebruikt een systeem dat sollicitanten rangschikt en een kandidaat voor aanname aanbeveelt. In de ene inrichting weegt een recruiter die aanbeveling mee in een eigen beoordeling; in de andere inrichting wordt de uitkomst automatisch toegepast en valt een kandidaat af zonder dat iemand ernaar kijkt.
Herkomst: De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 behandelen dit geval bij de vraag of een toepassing onder Bijlage III valt. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.
Toets uw wervingssysteem op het beoogde doel en niet op de vraag of een recruiter meekijkt, want het toevoegen of weglaten van menselijke tussenkomst verandert de indeling als hoog risico niet.
Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III
biometrie en identificatie
Gezichtsherkenning bij toegangscontrole: de beveiliger achter de camera telt mee
Een organisatie beveiligt de ingang van haar panden met gezichtsherkenning en gebruikt die biometrische toegangscontrole ook om bezoekers te registreren. Geeft het systeem geen match, dan beoordeelt een beveiliger de beelden van de camera en beslist hij zelf of iemand naar binnen mag. De vraag is wiens maatregelen die beveiliger moeten bereiken: die van de leverancier van het model, die van de afdeling die het systeem inzet, of allebei.
Herkomst: Artikel 4, lid 1 bepaalt dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken te ondersteunen. Zij houden daarbij rekening met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Dezelfde bepaling stelt dat deze verplichting niet inhoudt dat aanbieders of gebruiksverantwoordelijken een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moeten waarborgen.
Wij lezen de zinsnede over de personen ten aanzien van wie het systeem wordt gebruikt als het zwaartepunt bij biometrie: wie voor de camera staat ondergaat de uitkomst en heeft daar zelf weinig tegenwicht tegen. Dat pleit ervoor de beveiliger die na een uitblijvende match zelf beslist inhoudelijker toe te rusten dan de collega die het systeem alleen aan- en uitzet. Het artikel zegt zelf niet welk niveau volstaat en bepaalt uitdrukkelijk dat u geen niveau hoeft te waarborgen, dus waar de ondergrens per rol ligt blijft open. Naar onze inschatting is een dossier per rol, met de gemaakte keuze en de reden daarvoor, beter verdedigbaar dan een organisatiebrede sessie met alleen een aanwezigheidslijst.
Redactioneel voorbeeld. De regel hierboven staat in de verordening. De situatie is door ons geschreven om te laten zien hoe die regel in deze sector uitpakt, en is niet ontleend aan een uitgewerkt geval uit officiële richtsnoeren.
Artikel 4, lid 1
politie en rechtshandhaving
Politie met AI in de opsporing: de context bepaalt hoe zwaar u opleidt
Een politiedienst gebruikt AI om grote hoeveelheden opsporingsdossiers te doorzoeken en verbanden te laten opvallen die een rechercheur anders zou missen. De uitkomsten wegen mee in de keuze welke verdachte verder wordt onderzocht en belanden uiteindelijk in stukken die het strafrecht in gaan. De vraag is of dezelfde basisinstructie volstaat voor de analist die het model bedient en voor de rechercheur die op de uitkomst afgaat.
Herkomst: Artikel 4, lid 1 verplicht aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen te nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid van hun personeel en andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken te ondersteunen. De bepaling schrijft voor dat zij daarbij rekening houden met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en met de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Zij bepaalt tegelijk dat deze verplichting niet inhoudt dat een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moet worden gewaarborgd.
Artikel 4 verlangt dat u de context van gebruik meeweegt en ook de mensen op wie het systeem wordt toegepast, en in de rechtshandhaving lopen beide factoren naar onze lezing hoog op. Of een algemene introductie over de mogelijkheden van AI dan volstaat voor wie een uitkomst overneemt in een dossier dat iemands positie als verdachte raakt, betwijfelen wij, maar de bepaling zegt uitdrukkelijk niet welk niveau u moet waarborgen, zodat u die ondergrens zelf moet onderbouwen. Wij zouden per rol vastleggen wat iemand moet kunnen herkennen, bijvoorbeeld dat een gevonden verband nog geen bewijs is, en die keuze periodiek opnieuw wegen.
Redactioneel voorbeeld. De regel hierboven staat in de verordening. De situatie is door ons geschreven om te laten zien hoe die regel in deze sector uitpakt, en is niet ontleend aan een uitgewerkt geval uit officiële richtsnoeren.
Artikel 4, lid 1
media en content
Redactie met generatieve AI: tellen freelancers mee in uw maatregelen?
Een nieuwsredactie zet generatieve AI in om samenvattingen, koppen en beeld voor te bereiden, waarna een eindredacteur het stuk afmaakt en de redactie besluit te publiceren. Een deel van dat werk ligt bij freelancers, en een extern bureau maakt met dezelfde tools de content voor marketing. De vraag is of uw maatregelen voor AI-geletterdheid ook die freelancers en dat bureau moeten raken, of alleen de mensen op de loonlijst.
Herkomst: Artikel 4, lid 1 richt zich tot aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en verplicht hen maatregelen te nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen van hun personeel en van andere personen die namens hen AI-systemen exploiteren en gebruiken. De bepaling verlangt dat zij daarbij rekening houden met technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding en met de context waarin de AI-systemen zullen worden gebruikt, evenals met de personen of groepen personen ten aanzien van wie de AI-systemen zullen worden gebruikt. Zij houdt niet in dat een bepaald niveau van AI-geletterdheid voor personen moet worden gewaarborgd.
De wettekst noemt naast personeel uitdrukkelijk andere personen die namens u AI-systemen exploiteren en gebruiken, en wij lezen dat als een functionele en niet als een contractuele afbakening. Een freelance eindredacteur die uw tool in uw workflow en op uw aanwijzing gebruikt hoort in die lezing binnen uw maatregelen, ook zonder arbeidsovereenkomst. Bij het externe bureau ligt het minder eenvoudig: werkt het in uw omgeving en op uw aanwijzing, dan is verdedigbaar dat het namens u handelt, maar zet het voor eigen rekening zijn eigen tools in, dan is het zelf gebruiksverantwoordelijke en zegt artikel 4 niet dat uw maatregelen dat werk moeten dekken. Praktisch betekent dat naar onze inschatting: leg in de opdrachtafspraken vast wie in welke rol werkt en welke instructie u meegeeft, in plaats van erop te vertrouwen dat de ander het zelf regelt.
Redactioneel voorbeeld. De regel hierboven staat in de verordening. De situatie is door ons geschreven om te laten zien hoe die regel in deze sector uitpakt, en is niet ontleend aan een uitgewerkt geval uit officiële richtsnoeren.
Artikel 4, lid 1
Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.
Commission Q&A on AI literacy, sections on required level, training formats, certificates, assessment of knowledge and governance structures (consulted 9 August 2026)
Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.
Commission Q&A on AI literacy, sections on target groups, geographic scope, supervision and enforcement, and sanctions (consulted 9 August 2026)
Artikel 6 kent twee gescheiden routes naar hoog-risico
De concept-richtsnoeren van de Europese Commissie over de classificatie van hoog-risico AI van 19 mei 2026, die uitdrukkelijk niet bindend zijn, stellen in randnummer (7) dat een AI-systeem in twee scenario's als hoog-risico geldt: ten eerste wanneer het bedoeld is om te worden gebruikt als veiligheidscomponent van een product, of zelf een product is, dat onder de in Bijlage I genoemde harmonisatiewetgeving van de Unie valt en waarvoor een conformiteitsbeoordeling door een derde partij is vereist, en ten tweede wanneer het valt onder een van de gebruikssituaties in de gebieden van Bijlage III. Randnummer (448) van diezelfde concept-richtsnoeren vermeldt dat de toepassingsdatums van artikel 113 met de AI Omnibus zijn verschoven naar 2 december 2027 voor de route van artikel 6 lid 2 en 2 augustus 2028 voor de route van artikel 6 lid 1.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II, randnummer (7); sectie V, randnummer (448)
Breed gepositioneerde en general purpose AI-systemen: een disclaimer is niet genoeg
Volgens de niet-bindende concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 over de classificatie van hoog-risico AI geldt, blijkens randnummer (12), dat wanneer de gebruiksaanwijzing, contractuele afspraken, gebruiksvoorwaarden, gebruiksbeleid, promotie- en verkoopmateriaal of technische documentatie het AI-systeem presenteren als breed toepasbaar over een veelheid van contexten en functies, en de toepassing niet consequent beperken of hoog-risico gebruik niet uitsluiten, het beoogde doel van het systeem geacht wordt ook hoog-risico gebruikssituaties te omvatten, waardoor het systeem als hoog-risico kwalificeert. Dat geldt volgens deze concept-richtsnoeren in het bijzonder wanneer dergelijk gebruik haalbaar en redelijkerwijs te voorzien is gezien de functionaliteiten en capaciteiten van het systeem. Hetzelfde randnummer stelt dat het enkel beweren, bijvoorbeeld in de gebruiksvoorwaarden, dat hoog-risico gebruik is uitgesloten, onvoldoende is wanneer de algehele presentatie, voorbeelden of productpositionering van de aanbieder dat gebruik feitelijk mogelijk maakt of bevordert, en dat beperkingen duidelijk, concreet en coherent in al het materiaal moeten worden beschreven.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II.2, randnummer (12)
Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.
Volledige kaart voor uw situatieUitvoering
Van verplichting naar geregeld en aantoonbaar
Weten waar u staat is stap één. Embed AI vertaalt deze verplichting naar een concrete aanpak voor uw organisatie: scope, eigenaarschap, register en bewijs.
Bekijk de aanpak van Embed AI