Ga naar de hoofdinhoud
Praxikon
Alle antwoorden

Direct antwoord

Welke verplichtingen heeft de gebruiksverantwoordelijke, de aanbieder van een GPAI-model en de aanbieder van een AI-systeem onder artikel 4a van de AI Act?

Uw vraag gaat over Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens. Die verplichting geldt nu. Of uw systeem er werkelijk onder valt, hangt af van voorwaarden die u zelf toetst.

Dit stelt u zelf vast

  • Lid 1 staat uitsluitend open voor de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem, en alleen voor zover de verwerking strikt noodzakelijk is om vertekening op te sporen en te corrigeren overeenkomstig artikel 10, lid 2, punten f) en g). De gebruiksverantwoordelijke kan zich niet op dit lid beroepen, ook niet bij een hoog-risico systeem; voor hem loopt de weg via lid 2.
  • Lid 2 staat open voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico AI-systemen, maar met een eigen materiele drempel: de verwerking moet strikt noodzakelijk zijn met het oog op mogelijke vertekening die de gezondheid en veiligheid van personen waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, in het bijzonder waar uitvoer de invoer voor toekomstige verwerkingen beinvloedt. Vertekening zonder een van die gevolgen valt er niet onder.
  • De zes voorwaarden van lid 1 gelden cumulatief en, via lid 2, punt b), ook voor de ruimere kring: a) andere gegevens, waaronder synthetische of geanonimiseerde, volstaan aantoonbaar niet; b) er gelden technische beperkingen op hergebruik plus beveiligings- en privacybeschermende maatregelen die de stand van de techniek weerspiegelen, waaronder pseudonimisering; c) er is strikte toegangscontrole met documentatie en geheimhouding; d) de gegevens worden niet aan andere partijen doorgegeven, overgedragen of anderszins toegankelijk gemaakt; e) zij worden gewist zodra de vertekening is gecorrigeerd of de bewaartermijn verstrijkt, al naargelang wat zich het eerst voordoet; f) het register van verwerkingsactiviteiten vermeldt waarom de verwerking strikt noodzakelijk was en waarom het doel niet met andere gegevens kon worden bereikt.
  • Lid 2 sluit af met de bepaling dat het geen verplichting schept om vertekening op te sporen en te corrigeren. Artikel 4a is dus een grondslag en geen opdracht: zonder die verwerking te doen valt er onder dit artikel niets na te leven, er is geen datum waarop iets af moet zijn, en buiten het doel van biasopsporing en biascorrectie geeft het geen enkele ruimte.

Eerste stap: Onderbouw en registreer het beroep op artikel 4a.

Artikel 4a van de AI Act gaat over rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevens. Artikel 4a geeft geen opdracht maar toestemming, en aan twee verschillende kringen. Lid 1 laat alleen de aanbieder van een hoog-risico AI-systeem bij wijze van uitzondering bijzondere categorieen van persoonsgegevens verwerken, voor zover strikt noodzakelijk voor biasopsporing en biascorrectie in de zin van artikel 10, lid 2, punten f) en g), en alleen wanneer alle zes voorwaarden a) tot en met f) zijn vervuld. Lid 2 opent dezelfde ruimte voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van andere AI-systemen en modellen en voor gebruiksverantwoordelijken van hoog-risico systemen, maar alleen bij vertekening die de gezondheid en veiligheid waarschijnlijk raakt, negatieve gevolgen heeft voor grondrechten of leidt tot krachtens het Unierecht verboden discriminatie, en met dezelfde zes voorwaarden. De grondslag stond tot 27 juli 2026 in artikel 10, lid 5. De plicht ligt bij de gebruiksverantwoordelijke, de aanbieder van een GPAI-model en de aanbieder van een AI-systeem. Deze verplichting geldt nu.

De conclusie en uw eerste stappen

Dit geldt nu

Uw eerste acties

  1. Onderbouw en registreer het beroep op artikel 4a. Alleen voor wie zelf besluit bijzondere categorieen van persoonsgegevens te verwerken voor biastoetsing. Leg dan vast op welk lid van artikel 4a u zich beroept en of dat lid voor uw rol openstaat, waarom andere gegevens niet volstaan, welke waarborgen gelden, wie toegang heeft en wanneer de gegevens worden gewist. Vervang daarbij oude verwijzingen naar artikel 10, lid 5.
Lees de officiële bronGecontroleerd op

Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.

Volledige kaart voor uw situatie

Bron en vindplaats

Elke uitspraak hierboven steunt op deze teksten. De vindplaats wijst de plek in de tekst aan, de versie en de datum zeggen welke uitgave is gecontroleerd.

  • Digital Omnibus over AI 2026/1744

    Europees Parlement en Raad, versie official-journal-2026-07-24, gecontroleerd op , ELI http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1744/oj

    Vindplaatsen in deze bron

    • Artikel 1, punt 6, tot invoeging van artikel 4 bis: artikel 4 bis, lid 1, punten a) tot en met f), en artikel 4 bis, lid 2, punten a) en b)
    • Artikel 1, punt 6 (invoeging) en punt 9 (artikel 10 gewijzigd, lid 5 geschrapt)
    • Artikel 1, punt 2, onder b), tot vervanging van artikel 2, lid 7
    • Overweging 9, artikel 4 (inwerkingtreding) en artikel 1, punt 40, onder a), tot vervanging van artikel 113, derde alinea, punt a)

Dataset praxikon:sys:registry:dataset:ai-act-implementation-graph 2.2.0, schema 1.5.0.

Uitvoering

Verbind de FRIA waar relevant met DPIA, register en besluitvorming

Of een FRIA nodig is, hangt af van uw rol en de toepassing. Waar zij geldt, legt u de beoordeling en maatregelen vast en koppelt u die waar relevant aan het AI-register, een DPIA en de besluitvorming. Embed AI begeleidt deze samenhangende beoordeling met uw team. De bronduiding hierboven staat los van deze commerciële verwijzing van Praxikon naar een gelieerd merk.

Bekijk de FRIA- en DPIA-aanpak
Beantwoordt dit uw vraag?
Zahed Ashkara, jurist en freelance AI & Privacy Consultant

Achter deze pagina

Zahed Ashkara

Freelance AI & Privacy Consultant, jurist