Ga naar de hoofdinhoud
Praxikon
Artikel 50 van 11344%
English

Artikel 50: Transparantieverplichtingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen

Artikel 50 van de AI Act verplicht sinds 2 augustus 2026 tot transparantie over AI. Aanbieders zorgen dat een chatbot meldt dat hij AI is en markeren gegenereerde content machineleesbaar; gebruiksverantwoordelijken informeren over emotieherkenning en biometrische categorisering en maken deepfakes en AI-tekst over zaken van algemeen belang bekend. Alleen de markering van lid 2 kent een overgang tot 2 december 2026, voor systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren.

, AI- en privacyjuristverplichtingen gecontroleerd tegen de bron op

Praxikon houdt artikel 50 (Transparantieverplichtingen voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van bepaalde AI-systemen) uit de EU AI Act bij, met per uitspraak de vindplaats erbij.

EU Official:
ActiefVan toepassing sinds 2 aug 2026
Titel IV: TransparantieverplichtingenVan toepassing vanaf: 2 augustus 2026

Officiële tekst

||

Bron: EUR-Lex, Verordening (EU) 2024/1689. Tekst ongewijzigd overgenomen.

Download AI Act (PDF) →

Beslisboom

Welke transparantieplicht geldt voor uw toepassing?

Doet uw toepassing meer dan één ding, bijvoorbeeld praten én beelden maken? Loop de boom dan per functie door.

Vraag 1 · art. 50 lid 1 tot en met 4

Wat doet de toepassing?

Kies de functie die u nu wilt toetsen. Plichten kunnen tegelijk gelden (richtsnoeren punt 8). Puur privégebruik en zuiver onderzoek vallen buiten artikel 50 (richtsnoeren punt 19, 21).

Volledig schema
  1. 1

    Wat doet de toepassing?

    art. 50 lid 1 tot en met 4

    • Praat of communiceert met mensen → Vraag 2
    • Maakt tekst, beeld, audio of video → Vraag 6
    • Herkent emoties of deelt mensen in op biometrie → Vraag 16
  2. 2

    Kunnen mensen rechtstreeks met het systeem communiceren, waarbij het systeem zelf antwoordt of handelt?

    art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 30, 31

    • Ja → Vraag 3
    • Nee → Uitkomst D
  3. 3

    Bent u de aanbieder: ontwikkelt u het systeem of laat u het ontwikkelen, en brengt u het onder eigen naam of merk in de handel of stelt u het in gebruik?

    art. 3 punt 3 · art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 10, 11

    • Ja → Vraag 4
    • Nee → Uitkomst E
  4. 4

    Is het voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende persoon zonder twijfel duidelijk dat hij met AI te maken heeft?

    art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 42 tot 45

    • Ja, zonder twijfel → Uitkomst B
    • Nee of twijfel → Vraag 5
  5. 5

    Is het systeem bij wet toegestaan om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen, te onderzoeken of te vervolgen, met passende waarborgen, en kan het publiek het niet gebruiken om een strafbaar feit te melden?

    art. 50 lid 1, laatste zin · richtsnoeren punt 46 tot 49

    • Ja → Uitkomst C
    • Nee → Uitkomst A
  6. 6

    Bent u de aanbieder van het systeem dat de content maakt, ook als dat een AI-systeem voor algemene doeleinden is?

    art. 50 lid 2 · richtsnoeren punt 26, 27, 74

    • Ja → Vraag 7
    • Nee, wij gebruiken het → Vraag 9
  7. 7

    Maakt het systeem tekst, beeld, audio of video die mensen te zien of te horen krijgen?

    art. 50 lid 2 · richtsnoeren punt 64 tot 68

    • Ja → Vraag 8
    • Nee → Uitkomst H
  8. 8

    Doet het systeem niet meer dan standaardbewerking, zoals spelling, opmaak, vertaling of transcriptie, zonder de betekenis, stijl of bedoeling te veranderen?

    art. 50 lid 2 · richtsnoeren punt 90 tot 92

    • Ja, alleen standaardbewerking → Uitkomst G
    • Nee, het maakt nieuwe content of verandert de betekenis → Uitkomst F
  9. 9

    Maakt of bewerkt u voor uw werk met AI beeld, audio of video die duidelijk lijkt op echte of realistisch mogelijke personen, dieren, voorwerpen, plaatsen of gebeurtenissen, en die uw publiek ten onrechte voor echt kan houden?

    art. 3 punt 60 · art. 50 lid 4 · richtsnoeren punt 112 tot 116

    • Ja → Vraag 10
    • Nee → Vraag 11
  10. 10

    Ziet uw publiek meteen dat het deel is van een artistiek, creatief, satirisch of fictief werk, en is het geen nieuws, voorlichting of productreclame?

    art. 50 lid 4 · richtsnoeren punt 119 tot 124

    • Ja, overduidelijk → Uitkomst J
    • Nee of twijfel → Uitkomst I
  11. 11

    Publiceert u met AI gemaakte of bewerkte tekst die een onbepaalde, vrij grote groep lezers kan lezen, ook achter een abonnement?

    art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 131

    • Ja → Vraag 12
    • Nee → Uitkomst M
  12. 12

    Wil de tekst kennis, feiten of meningen overbrengen?

    art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 131

    • Ja → Vraag 13
    • Nee → Uitkomst M
  13. 13

    Gaat de tekst over een onderwerp van algemeen belang, zoals politiek, overheid, rechtspraak, grondrechten, veiligheid, gezondheid, milieu, consumentenveiligheid of een economische, wetenschappelijke of culturele ontwikkeling?

    art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 131

    • Ja → Vraag 14
    • Nee → Uitkomst M
  14. 14

    Heeft iemand met kennis van het onderwerp de inhoud en de feiten gecontroleerd vóór publicatie, en heeft AI daarna niets inhoudelijks meer veranderd?

    art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 134 tot 136

    • Ja → Vraag 15
    • Nee → Uitkomst K
  15. 15

    Draagt een persoon of organisatie de redactionele verantwoordelijkheid, en staat openbaar wie dat is, met contactgegevens?

    art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 137, 138

    • Ja → Uitkomst L
    • Nee → Uitkomst K
  16. 16

    Leidt het systeem emoties, intenties of kenmerken af uit gezicht, stem, lichaam of gedrag?

    art. 3 punten 39 en 40 · art. 50 lid 3 · richtsnoeren punt 101, 103

    • Ja → Vraag 17
    • Nee → Uitkomst P
  17. 17

    Gebruikt u emotieherkenning op de werkplek of in het onderwijs, zonder medische of veiligheidsreden?

    art. 5 lid 1 onder f

    • Ja → Uitkomst Q
    • Nee → Vraag 18
  18. 18

    Leidt het systeem uit biometrische gegevens ras, politieke opvattingen, vakbondslidmaatschap, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, seksleven of seksuele gerichtheid af?

    art. 5 lid 1 onder g

    • Ja → Uitkomst R
    • Nee → Vraag 19
  19. 19

    Is het systeem bij wet toegestaan om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen of te onderzoeken, met passende waarborgen?

    art. 50 lid 3 · richtsnoeren punt 109

    • Ja → Uitkomst O
    • Nee → Uitkomst N

Uitkomst A · Geldt

Lid 1 geldt: meld dat mensen met AI te maken hebben

Ontwerp het systeem zo dat mensen weten dat ze met AI communiceren, uiterlijk bij de eerste interactie, duidelijk, herkenbaar en toegankelijk (lid 5). Een zin in de voorwaarden of het woord ‘assistent’ is niet genoeg (richtsnoeren punt 38).

art. 50 lid 1 · art. 50 lid 5 · richtsnoeren punt 30 tot 45

Uitkomst B · Geldt niet

Geen aparte melding nodig, mits u dat onderbouwt

Is het voor een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende persoon zonder twijfel duidelijk dat hij met AI te maken heeft, dan hoeft de aanbieder dat niet apart te melden. U moet die beoordeling wel kunnen aantonen. Consumentenrecht kan nog steeds vragen dat u het AI-gebruik meldt (richtsnoeren punt 50).

art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 42 tot 45 · richtsnoeren punt 50

Uitkomst C · Geldt niet

Uitzondering voor rechtshandhaving

De meldplicht van lid 1 geldt niet voor systemen die bij wet zijn toegestaan voor opsporing en vervolging, met passende waarborgen, zolang het publiek ze niet gebruikt om een strafbaar feit te melden. De toets geldt per inzet: bij ander gebruik geldt de plicht weer (richtsnoeren punt 48).

art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 46 tot 49

Uitkomst D · Geldt niet

Lid 1 geldt niet voor deze functie

Er is geen directe interactie tussen mens en AI. Maakt het systeem wel content, toets dan lid 2 en lid 4 via ‘Maakt tekst, beeld, audio of video’.

art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 30

Uitkomst E · Nader toetsen

Lid 1 rust op de aanbieder: zorg dat de melding blijft staan

Als gebruiksverantwoordelijke draagt u de meldplicht van lid 1 niet zelf. De aanbieder moet de melding inbouwen; u zorgt dat uw configuratie of huisstijl die niet weghaalt. Wijzigt u het systeem wezenlijk of laat u het voor u ontwikkelen, en stelt u het onder eigen naam in gebruik, dan wordt u aanbieder (richtsnoeren punt 11).

art. 3 punt 3 · art. 3 punt 4 · art. 50 lid 1 · richtsnoeren punt 10 tot 16

Uitkomst F · Geldt

Lid 2 geldt: markeer de output machineleesbaar

De output moet machineleesbaar gemarkeerd en als kunstmatig detecteerbaar zijn, met oplossingen die doeltreffend, interoperabel, robuust en betrouwbaar zijn voor zover technisch haalbaar. ‘Technisch haalbaar’ is objectief: wat met beschikbare technologie kan (richtsnoeren punt 81). Geldt sinds 2 augustus 2026; was het systeem vóór die datum al in de handel, dan uiterlijk vanaf 2 december 2026. Die uitloop geldt alleen voor de markering, niet voor de melding bij chatbots (richtsnoeren punt 153).

art. 50 lid 2 · richtsnoeren punt 69 tot 92 · richtsnoeren punt 153

Uitkomst G · Geldt niet

Geen markeringsplicht voor deze output

Standaardbewerking die de betekenis, stijl of bedoeling niet verandert, hoeft niet gemarkeerd te worden: spelling, lichte stijlcorrectie, vertaling, opmaak, ruisonderdrukking, licht bijsnijden, gezichten vervagen, transcriptie en hulptechnologie voor mensen met een beperking (richtsnoeren punt 92).

art. 50 lid 2 · richtsnoeren punt 90 tot 92

Uitkomst H · Geldt niet

Geen markeringsplicht voor deze output

Losse woorden, bijschriften, alt-tekst, knopteksten, broncode, berichten tussen machines en tussenstappen in een gesloten productieproces vallen buiten lid 2. Alleen de eindoutput die mensen te zien of te horen krijgen telt.

art. 50 lid 2 · richtsnoeren punt 64 tot 68

Uitkomst I · Geldt

Lid 4 geldt: maak bekend dat het een deepfake is

Maak bekend dat de content kunstmatig is gemaakt of bewerkt, uiterlijk bij de eerste blootstelling (lid 5). Het watermerk van de tool telt niet: het label moet zonder hulpmiddel zichtbaar of hoorbaar zijn (richtsnoeren punt 117). Alleen bij wet toegestaan gebruik voor opsporing is uitgezonderd.

art. 50 lid 4 · art. 50 lid 5 · art. 3 punt 60 · richtsnoeren punt 112 tot 118

Uitkomst J · Geldt deels

Lid 4 geldt in lichtere vorm

Bij overduidelijk artistiek, creatief, satirisch of fictief werk maakt u het bestaan van de gemaakte of bewerkte content bekend op een manier die de weergave of het genot van het werk niet belemmert. Het is een lichtere plicht, geen vrijstelling (richtsnoeren punt 123). Portretrecht, AVG en auteursrecht blijven gelden (richtsnoeren punt 124).

art. 50 lid 4 · richtsnoeren punt 119 tot 124

Uitkomst K · Geldt

Lid 4 geldt: maak bekend dat de tekst met AI is gemaakt

U publiceert met AI gemaakte of bewerkte tekst om het publiek te informeren over een aangelegenheid van algemeen belang, zonder inhoudelijke menselijke toetsing of zonder iemand die de redactionele verantwoordelijkheid draagt. Maak dan bekend dat de tekst met AI is gemaakt of bewerkt.

art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 130 tot 143 · richtsnoeren punt 154

Uitkomst L · Geldt niet

Geen bekendmaking nodig voor deze tekst

Met inhoudelijke menselijke toetsing vóór publicatie en een openbaar vermelde partij die de redactionele verantwoordelijkheid draagt, geldt de tekstplicht van lid 4 niet. Die uitzondering houdt alleen stand als u de werkwijze echt volgt.

art. 50 lid 4, tweede alinea · richtsnoeren punt 133 tot 140

Uitkomst M · Geldt niet

Artikel 50 vraagt van u geen bekendmaking voor deze content

Als gebruiksverantwoordelijke heeft u voor deze content geen eigen bekendmakingsplicht onder artikel 50. De aanbieder van het systeem markeert de output wel machineleesbaar (lid 2). Consumentenrecht, AVG en auteursrecht blijven gelden.

art. 50 lid 2 · art. 50 lid 4 · richtsnoeren punt 131

Uitkomst N · Geldt

Lid 3 geldt: informeer de mensen die eraan worden blootgesteld

Deze plicht rust op de gebruiksverantwoordelijke en geldt ook bij verwerking achteraf (richtsnoeren punt 100). Informeer de mensen over de werking van het systeem, uiterlijk bij de eerste blootstelling. Emotieherkenning staat in bijlage III en is volgens de richtsnoeren hoog risico, voor zover niet verboden (richtsnoeren punt 102); die eisen gelden vanaf 2 december 2027. Biometrische categorisering valt ook zonder hoog risico onder lid 3, bijvoorbeeld leeftijd- of geslachtsschatting (richtsnoeren punt 104). Verwerk de gegevens volgens de AVG; biometrische gegevens zijn vaak bijzondere persoonsgegevens.

art. 50 lid 3 · richtsnoeren punt 99 tot 110

Uitkomst O · Geldt niet

Uitzondering voor rechtshandhaving

Lid 3 geldt niet voor systemen die bij wet zijn toegestaan om strafbare feiten op te sporen, te voorkomen of te onderzoeken, met passende waarborgen en in overeenstemming met het Unierecht.

art. 50 lid 3 · richtsnoeren punt 109

Uitkomst P · Geldt niet

Lid 3 geldt niet voor deze functie

Zonder biometrische gegevens is er geen emotieherkenning of biometrische categorisering in de zin van de AI Act. Analyseert u bijvoorbeeld het sentiment van geschreven berichten, dan blijft de AVG wel gelden.

art. 3 punten 39 en 40 · richtsnoeren punt 101, 103

Uitkomst Q · Verboden

Verboden: emotieherkenning op werk of school

Emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs is verboden, behalve om medische of veiligheidsredenen. Mensen informeren maakt het niet toelaatbaar. Zuivere vermoeidheidsdetectie die geen emoties afleidt, valt buiten de definitie.

art. 5 lid 1 onder f · art. 3 punt 39

Uitkomst R · Verboden

Verboden: biometrische categorisering op gevoelige kenmerken

Mensen indelen op basis van biometrische gegevens om deze kenmerken af te leiden is verboden. Er is een smalle uitzondering voor het labelen of filteren van rechtmatig verkregen biometrische datasets en voor rechtshandhaving.

art. 5 lid 1 onder g

Een beslisboom versimpelt. Twijfelt u bij een vraag, lees dan de vindplaats of laat het beoordelen. Gecontroleerd tegen de wettekst op 5 oktober 2026.

Open de uitgebreide beslisboom: per uitkomst de stappen uit de richtsnoeren, het bewijs en voorbeelden van goede meldingen

Uitleg bij artikel 50

Wat regelt artikel 50 van de AI Act?

Artikel 50 van de AI Act verplicht organisaties om mensen te laten weten wanneer zij met AI te maken hebben. Het artikel kent vier plichten: een chatbot of ander systeem voor directe interactie maakt kenbaar dat het AI is (lid 1), AI-gegenereerde audio, beeld, video en tekst is machineleesbaar gemarkeerd (lid 2), wie emotieherkenning of biometrische categorisering inzet informeert de betrokkenen (lid 3), en deepfakes en AI-tekst over zaken van algemeen belang worden als kunstmatig bekendgemaakt (lid 4).

De leden 1 en 2 rusten op de aanbieder, de leden 3 en 4 op de gebruiksverantwoordelijke. Lid 5 bepaalt voor alle vier hoe u informeert: duidelijk en herkenbaar, uiterlijk bij de eerste interactie of blootstelling, en toegankelijk voor mensen met een beperking. Artikel 50 geldt sinds 2 augustus 2026, ook als een systeem geen hoog risico heeft.

Artikel 50 is geen hoog-risicoregime: er is geen conformiteitsbeoordeling, geen technische documentatie volgens bijlage IV en geen registratie in de EU-databank. Het betekent ook niet dat alle AI-content een zichtbaar label nodig heeft. Een zichtbare melding is verplicht voor deepfakes en voor AI-tekst over zaken van algemeen belang; de markering van lid 2 is machineleesbaar.

Wie moet wat doen onder artikel 50?

De vier situaties naast elkaar, met de rol die de plicht draagt. Eén organisatie kan per systeem een andere rol hebben.

LidSituatieWie draagt de plichtWat u doetUitzondering
Lid 1Mensen communiceren direct met AI, zoals een chatbot, voicebot of AI-assistentAanbiederHet systeem zo ontwerpen dat mensen weten dat zij met AI communiceren, uiterlijk bij de eerste interactieAls het voor een redelijk geïnformeerde, oplettende persoon evident is; bij wet toegestane opsporing, tenzij het publiek er strafbare feiten mee kan melden
Lid 2AI genereert synthetische audio, beeld, video of tekstAanbieder, ook van AI-systemen voor algemene doeleindenDe output machineleesbaar markeren en detecteerbaar maken als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerdEen ondersteunende functie voor standaardbewerking, of geen wezenlijke wijziging van de input; bij wet toegestane opsporing
Lid 3Emotieherkenning of biometrische categoriseringGebruiksverantwoordelijkeDe betrokkenen informeren over de werking van het systeem en persoonsgegevens verwerken volgens de AVGBij wet toegestane opsporing. Toets eerst het verbod op emotieherkenning op het werk en in het onderwijs (artikel 5 lid 1 onder f)
Lid 4Deepfakes, en AI-tekst die het publiek informeert over zaken van algemeen belangGebruiksverantwoordelijkeBekendmaken dat de content kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerdKennelijk artistiek, creatief, satirisch of fictief werk: een lichtere melding die het werk niet belemmert. Tekst: geen melding na menselijke of redactionele controle onder redactionele verantwoordelijkheid

Bouwt u een chatbot op het taalmodel van een ander en stelt u die onder eigen naam in gebruik, dan bent u aanbieder. Zet u alleen de chatbot van een leverancier op uw site, dan bent u gebruiksverantwoordelijke: u draagt de meldplicht van lid 1 niet zelf, maar uw configuratie mag de melding niet weghalen (richtsnoeren, punten 11 en 12).

Artikel 50 laat de eisen voor hoog-risicosystemen en andere transparantieplichten uit Unie- of nationaal recht onverlet, zoals het consumentenrecht (lid 6). Is uw systeem ook hoog risico, dan gelden die eisen ernaast.

Sinds wanneer geldt artikel 50?

Artikel 50 geldt sinds 2 augustus 2026. De Digital Omnibus, Verordening (EU) 2026/1744, in werking sinds 27 juli 2026, heeft die datum niet verschoven. Die verordening verschoof wel de hoog-risicoplichten: bijlage III naar 2 december 2027 en bijlage I naar 2 augustus 2028.

Er is één overgang. Aanbieders van generatieve systemen die al vóór 2 augustus 2026 in de handel waren, hebben voor de machineleesbare markering van lid 2 tot 2 december 2026. Die overgang geldt niet voor de chatbotmelding of voor de leden 3 en 4 (richtsnoeren, punt 153). Een systeem dat na 2 augustus 2026 op de markt komt, markeert direct.

Sinds 2 augustus 2026 handhaven de nationale toezichthouders artikel 50. Een overtreding kan een boete opleveren tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, het hoogste van beide; voor kmo's, start-ups en kleine midcapondernemingen geldt het laagste van beide (artikel 99, lid 4, 6 en 6 bis).

Hoe ziet artikel 50 eruit in de praktijk?

Een klantenservicechatbot op uw website

Koopt u de chatbot in, dan is de leverancier aanbieder en levert die de AI-melding. U controleert dat die er is en haalt hem met uw configuratie niet weg. Een korte zin aan het begin volstaat, bijvoorbeeld: "U chat met een virtuele assistent op basis van AI. Wilt u een medewerker spreken? Typ medewerker." Een menselijke naam, een avatar of alleen het woord "assistent" is niet genoeg (richtsnoeren, punt 38). Bij een voicebot is de melding hoorbaar aan het begin van het gesprek.

Een leverancier van een beeldgenerator voor zakelijke klanten

De leverancier is aanbieder en zorgt onder lid 2 dat elk gegenereerd beeld machineleesbaar gemarkeerd en detecteerbaar is. Gebruikt een klant die beelden in een campagne en vormt een beeld een deepfake, dan heeft die klant als gebruiksverantwoordelijke een eigen meldplicht onder lid 4.

Een gemeente publiceert een AI-gegenereerde uitlegvideo

De gemeente is gebruiksverantwoordelijke. Lijkt de video op bestaande personen, plaatsen of gebeurtenissen en kan hij ten onrechte echt lijken, dan is het een deepfake (artikel 3, punt 60) en maakt de gemeente bekend dat de content kunstmatig is. Een animatie zonder die schijn van echtheid hoeft zij onder artikel 50 niet te labelen. Laat de gemeente de video maken door een bureau onder haar regie, dan blijft de meldplicht bij de gemeente (richtsnoeren, punt 14).

Een redactie gebruikt AI voor een artikel over een publiek debat

Lid 4 vraagt dan een melding, tenzij een mens de tekst inhoudelijk heeft gecontroleerd en een natuurlijke of rechtspersoon de redactionele verantwoordelijkheid draagt. Leg in een redactiebeleid vast wie toetst en wie verantwoordelijk is, en vermeld die verantwoordelijke openbaar, bijvoorbeeld in het colofon (richtsnoeren, punten 134 tot en met 138).

Een contactcenter analyseert emoties in gesprekken

Emotieherkenning bij medewerkers op het werk is verboden, behalve om medische of veiligheidsredenen (artikel 5 lid 1 onder f). Bij klanten geldt dat verbod niet: daar informeert u hen over de werking van het systeem (lid 3), en vanaf 2 december 2027 is een dergelijk systeem hoog risico (bijlage III, punt 1 onder c). Sentimentanalyse van alleen de tekst van een gesprek is geen emotieherkenning in de zin van artikel 3, punt 39, omdat die op biometrische gegevens moet berusten.

Waar gaat het vaak mis?

  • De plichten van aanbieder en gebruiksverantwoordelijke samenvouwen tot één vaag labeltaakje, zodat leverancier en klant naar elkaar wijzen.
  • De melding verstoppen in de algemene voorwaarden, een footer of metadata die niemand ziet. Lid 5 vraagt een duidelijke melding op het moment van eerste contact.
  • Denken dat artikel 50 alleen over deepfakes gaat. Het ziet ook op chatbots, op alle synthetische output en op emotieherkenning en biometrische categorisering.
  • Leunen op de uitzondering voor redactionele controle zonder aantoonbare review en een aanwijsbare verantwoordelijke.

Welke praktijkcode en richtsnoeren horen bij artikel 50?

De Europese Commissie stelde op 20 juli 2026 haar richtsnoeren over de transparantieverplichtingen van artikel 50 vast (C(2026) 5054 final). Die leggen onder meer uit wanneer AI-interactie evident is, wie aanbieder of gebruiksverantwoordelijke is en hoe smal de uitzondering voor artistiek werk is: reclame valt daar niet automatisch onder (richtsnoeren, punt 122).

Op 10 juni 2026 verscheen de praktijkcode over transparantie van AI-gegenereerde content. Die is vrijwillig en heeft een sectie voor aanbieders (markering en detectie) en een voor gebruiksverantwoordelijken (deepfakes en AI-tekst over zaken van algemeen belang). Na een positieve beoordeling van de toereikendheid kunnen ondertekenaars er naleving van artikel 50, lid 2, 4 en 5 mee onderbouwen; lid 3 valt er niet onder. Wie niet tekent, onderbouwt de eigen maatregelen zelf (richtsnoeren, punt 148).

Verdieping per lid

Uw eigen situatie laten toetsen

Loop de beslisboom door voor uw rol en toepassing, of leg uw eigen casus voor aan de casus-check. Wilt u het laten toetsen, dan beoordeelt Praxikon uw chatbots, voicebots en AI-content op artikel 50, met per toepassing de onderbouwing en de meldtekst.

Bronnen

Bijgewerkt op 10 oktober 2026

Officiële uitleg bij dit artikel

13

Wat betekent dit voor u?

Aanbieder (Provider)+
U bent aanbieder als u het AI-systeem ontwikkelt of laat ontwikkelen en onder eigen naam in de handel brengt of in gebruik stelt. Onder lid 1 ontwerpt u een chatbot of ander systeem voor directe interactie zo dat mensen weten dat zij met AI communiceren, tenzij dat evident is. Onder lid 2 markeert u gegenereerde audio, beeld, video en tekst machineleesbaar en detecteerbaar; voor systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren loopt die markering uiterlijk tot 2 december 2026. Geef gebruiksverantwoordelijken informatie over beperkingen en uitzonderingen, zodat zij hun eigen plichten kunnen nakomen.
Deployer (Gebruiksverantwoordelijke)+
U bent gebruiksverantwoordelijke als u een AI-systeem onder eigen verantwoordelijkheid inzet. Onder lid 3 informeert u mensen die worden blootgesteld aan emotieherkenning of biometrische categorisering. Onder lid 4 maakt u bekend dat een deepfake of AI-tekst over zaken van algemeen belang kunstmatig is, tenzij een uitzondering geldt. Zet u een ingekochte chatbot in, dan haalt uw configuratie de AI-melding van de aanbieder niet weg.
MKB / Startup+
Artikel 50 kent geen uitzondering voor kleine organisaties. Gebruikt u een ingekochte chatbot op uw website, controleer dan of die bij het eerste contact meldt dat het AI is. Publiceert u AI-beeld of -geluid dat ten onrechte echt lijkt van bestaande personen, plaatsen of gebeurtenissen, maak dan bekend dat het kunstmatig is. Bij een boete geldt voor kmo's en start-ups het laagste van de twee maxima (artikel 99, lid 6).
Overheid+
Overheidsorganisaties hebben dezelfde plichten, zonder aparte overgang. Een chatbot op een gemeentesite moet melden dat het AI is, een AI-gegenereerde voorlichtingsvideo die ten onrechte echt lijkt krijgt een melding, en AI-tekst over zaken van algemeen belang krijgt een melding tenzij een mens hem redactioneel heeft gecontroleerd en de organisatie daarvoor verantwoordelijk is. De uitzonderingen gelden alleen voor bij wet toegestane opsporing en vervolging van strafbare feiten.

Checklist artikel 50

  • Breng per systeem in kaart of het direct met mensen communiceert, content genereert, emoties herkent of biometrisch categoriseert, of deepfakes of publieke tekst maakt.
  • Bepaal per systeem uw rol: aanbieder (lid 1 en 2), gebruiksverantwoordelijke (lid 3 en 4) of beide.
  • Toets bij emotieherkenning eerst het verbod van artikel 5 lid 1 onder f (werk en onderwijs) voordat u op de informatieplicht leunt.
  • Toon de AI-melding van een chatbot of voicebot bij het eerste contact, zichtbaar of hoorbaar, en niet alleen in de voorwaarden.
  • Markeer gegenereerde output machineleesbaar, bijvoorbeeld met C2PA-herkomstgegevens en een watermerk, en test of de markering comprimeren, bijsnijden en converteren overleeft.
  • Maak deepfakes zichtbaar of hoorbaar bekend en leg voor AI-tekst over zaken van algemeen belang vast wie redactioneel controleert en verantwoordelijk is.
  • Leg in contracten met leveranciers vast wie de markering en de AI-melding levert, ook na modelupdates.
  • Bewaar bewijs: schermafbeeldingen van meldingen, de gekozen markeringsstandaard, testresultaten en de onderbouwing van elke uitzondering.

Relevante overwegingen

Relevante tools

Gerelateerde handhaving

  • •
    Italië beboet OpenAI voor €15 miljoen voor ChatGPT privacyschendingenGarante per la protezione dei dati personali · dec 2024↗
  • •
    Italië onderzoekt ChatGPT — tijdelijk verbod opgeheven na maatregelenGarante per la protezione dei dati personali · mei 2023↗

Gerelateerde blogposts

Kruisverwijzingen

Artikelen

Overwegingen

Veelgestelde vragen

Wat regelt artikel 50 van de AI Act?+
Artikel 50 verplicht tot transparantie over AI in vier situaties: een systeem voor directe interactie, zoals een chatbot, maakt kenbaar dat het AI is (lid 1); gegenereerde audio, beeld, video en tekst is machineleesbaar gemarkeerd (lid 2); wie emotieherkenning of biometrische categorisering inzet, informeert de betrokkenen (lid 3); en deepfakes en AI-tekst over zaken van algemeen belang worden als kunstmatig bekendgemaakt (lid 4).
Sinds wanneer gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50?+
Sinds 2 augustus 2026. De Digital Omnibus (Verordening (EU) 2026/1744) heeft die datum niet verschoven. Alleen voor de machineleesbare markering uit lid 2 hebben aanbieders van systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren tot 2 december 2026; die overgang geldt niet voor de chatbotmelding (richtsnoeren, punt 153).
Welke plichten liggen bij de aanbieder en welke bij de gebruiksverantwoordelijke?+
Lid 1 (melding bij directe AI-interactie) en lid 2 (machineleesbare markering) liggen bij de aanbieder. Lid 3 (emotieherkenning en biometrische categorisering) en lid 4 (deepfakes en AI-tekst over zaken van algemeen belang) liggen bij de gebruiksverantwoordelijke. Een organisatie kan per systeem een andere rol hebben.
Moet ik gebruikers vertellen dat ze met een chatbot praten?+
De aanbieder moet een chatbot zo ontwerpen dat gebruikers weten dat ze met AI communiceren, uiterlijk bij de eerste interactie, tenzij dat voor een redelijk geïnformeerde en oplettende persoon evident is. Een menselijke naam, een avatar of alleen het woord 'assistent' is niet genoeg (richtsnoeren, punt 38). Zet u de chatbot van een leverancier in, dan zorgt u dat uw configuratie die melding niet weghaalt.
Moet alle AI-gegenereerde content een zichtbaar label krijgen?+
Nee. Een zichtbare melding is verplicht voor deepfakes en voor AI-tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang (lid 4). De markering die de aanbieder onder lid 2 aanbrengt is machineleesbaar en hoeft niet zichtbaar te zijn.
Moet ik deepfakes labelen onder de AI Act?+
Ja. Artikel 50 lid 4 verplicht de gebruiksverantwoordelijke die een deepfake maakt of publiceert om bekend te maken dat de beeld-, audio- of videocontent kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd. Bij kennelijk artistiek, creatief, satirisch of fictief werk volstaat een melding die het werk niet belemmert; reclame valt daar niet automatisch onder (richtsnoeren, punt 122).
Geldt de labelverplichting ook voor AI-gegenereerde tekst op nieuwswebsites?+
Voor AI-tekst die wordt gepubliceerd om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang geldt een meldplicht (lid 4). Die vervalt als een mens de tekst inhoudelijk heeft gecontroleerd en een natuurlijke of rechtspersoon de redactionele verantwoordelijkheid draagt. Leg dat vast in een redactiebeleid; vastlegging per tekst is volgens de praktijkcode niet vereist.
Wat als mijn AI-tool alleen helpt bij standaardbewerking?+
Dan kan de uitzondering van lid 2 gelden: de markeringsplicht geldt niet voor zover het systeem een ondersteunende functie voor standaardbewerking vervult, zoals een spelling- of grammaticacorrector, of de input of de betekenis daarvan niet wezenlijk wijzigt (richtsnoeren, punt 92).
Mag ik emotieherkenning gebruiken als ik mensen informeer?+
Niet altijd. Toets eerst artikel 5 lid 1 onder f: emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs is verboden, behalve om medische of veiligheidsredenen. Een verboden toepassing lost u niet op met een melding. Valt de toepassing buiten het verbod, dan informeert u de betrokkenen over de werking van het systeem (lid 3).
Geldt artikel 50 ook als mijn AI-systeem geen hoog risico heeft?+
Ja. Artikel 50 staat los van de hoog-risicoclassificatie. Is een systeem ook hoog risico, dan gelden die eisen ernaast: artikel 50 lid 6 laat hoofdstuk III en andere transparantieplichten uit Unie- of nationaal recht onverlet.
Wie is verantwoordelijk als ik een extern AI-model in mijn dienst integreer?+
Bouwt u op een extern model een eigen systeem en stelt u dat onder eigen naam in gebruik, dan bent u daarvan aanbieder (richtsnoeren, punt 11). Leg in het contract vast dat de modelleverancier de machineleesbare markering levert en behoudt, ook na updates, en vertrouw niet op een losse claim als 'AI Act compliant'.
Welk bewijs moet ik bewaren voor artikel 50?+
Artikel 50 vraagt geen conformiteitsbeoordeling of technische documentatie, maar een toezichthouder wil bij een klacht kunnen zien dat de melding er was. Bewaar schermafbeeldingen van meldingen en labels, de gekozen markeringsstandaard en testresultaten, de rolverdeling per systeem, de onderbouwing van uitzonderingen en de afspraken met leveranciers.
Wat is de rol van de praktijkcode en de richtsnoeren bij artikel 50?+
De Commissie stelde op 20 juli 2026 richtsnoeren over artikel 50 vast. De praktijkcode over transparantie van AI-gegenereerde content van 10 juni 2026 is vrijwillig; na een positieve beoordeling van de toereikendheid kunnen ondertekenaars er naleving van lid 2, 4 en 5 mee onderbouwen, niet van lid 3. Wie niet tekent, onderbouwt de eigen maatregelen zelf (richtsnoeren, punt 148).
Wat gebeurt er als ik artikel 50 niet naleef?+
Sinds 2 augustus 2026 handhaven de nationale toezichthouders artikel 50. Een boete kan oplopen tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde jaaromzet, het hoogste van beide; voor kmo's, start-ups en kleine midcapondernemingen geldt het laagste van beide (artikel 99, lid 4, 6 en 6 bis).

Wat artikel 50 in de praktijk van u vraagt

Samenhang

Wat samenhangt met artikel 50 AI Act

Thema’s waarin dit terugkomt

Waar dit de andere wet raakt

De tegenhanger in de andere wet

AVG-uitleg die hier ook raakt6 van 15