Stel: een gemeente laat een AI-agent binnenkomende mail sorteren. De agent mag in het hele zaaksysteem lezen en mails versturen. Op vrijdagmiddag leest hij een bericht met een verborgen opdracht en mailt hij een export met inwonersgegevens naar een extern adres. Hij kan zijn eigen logs aanpassen, en in het weekend kijkt niemand mee. Op maandag valt het op. Wie meldt nu wat, aan wie, en hoe snel?
AI-agents en de Cyberbeveiligingswet in het kort
De Cyberbeveiligingswet (Cbw), de Nederlandse uitvoering van NIS2, geldt sinds 15 augustus 2026 voor essentiële en belangrijke entiteiten: volgens het NCSC ruim 8.000 organisaties. De wet noemt AI-agents niet, maar naar onze lezing hoort een agent, als software die digitale gegevens verwerkt, bij de netwerk- en informatiesystemen die u moet beveiligen (art. 1 en 21 Cbw). Voor agents tellen vooral de beveiliging van de toeleveringsketen (modelleverancier, MCP-servers als koppelingen naar tools, plug-ins), toegangsbeleid en beheer van assets, en incidentenbehandeling. Een significant incident meldt u aan het CSIRT en de bevoegde autoriteit: een vroegtijdige waarschuwing onverwijld of binnen 24 uur, een melding binnen 72 uur en een eindverslag uiterlijk een maand na de melding (art. 26, 27 en 29 Cbw). Het bestuur keurt de maatregelen goed en elk bestuurslid toont binnen twee jaar met een trainingscertificaat de nodige kennis aan (art. 24 Cbw). Dezelfde gebeurtenis kan ook een datalek zijn (AVG: zonder onredelijke vertraging, zo mogelijk binnen 72 uur) of, bij een hoog-risicosysteem, een ernstig incident (AI Act: uiterlijk 15 dagen of korter, voor bijlage III-systemen vanaf 2 december 2027). Of u kunt zien en melden wat een agent deed, hangt af van zijn rechten en uw logs.
Wat is de Cyberbeveiligingswet, en voor wie geldt ze?
De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitvoering van de Europese NIS2-richtlijn (Richtlijn (EU) 2022/2555). De wet is vastgesteld op 8 juli 2026 (Stb. 2026, 187) en geldt sinds 15 augustus 2026, zo bepaalt art. 35 van het Cyberbeveiligingsbesluit (Cbb, Stb. 2026, 189), dat de wet uitwerkt.
Ze geldt voor essentiële en belangrijke entiteiten die in Nederland zijn gevestigd: organisaties in sectoren als energie, vervoer, bankwezen, gezondheidszorg, drinkwater, digitale infrastructuur, overheid, post, levensmiddelen en productie. Sector en omvang bepalen of u eronder valt. De wet noemt de sectoren in twee bijlagen. Essentieel zijn onder meer grote organisaties uit de eerste bijlage en, van rechtswege, ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen; belangrijk zijn onder meer middelgrote organisaties uit beide bijlagen en grote organisaties uit de tweede (art. 8 en 12 Cbw). Het NCSC spreekt van ruim 8.000 organisaties en van een registratieplicht in het entiteitenregister. Valt u er zelf niet onder, maar levert u aan een organisatie die er wel onder valt, dan merkt u de wet via haar leveranciersafspraken: zij moet haar toeleveringsketen beveiligen (art. 21 lid 3 onder d Cbw).
Zijn AI-agents onderdeel van wat de wet beschermt?
Naar onze lezing wel. De wet noemt AI of agents nergens en is technologieneutraal. De zorgplicht gaat over de netwerk- en informatiesystemen die een organisatie voor haar werkzaamheden of diensten gebruikt (art. 21 lid 1 Cbw). Daaronder valt elk apparaat of elke groep verbonden apparaten waarvan er een of meer "op grond van een programma" digitale gegevens automatisch verwerken, plus die gegevens zelf (art. 1 Cbw). Een agent is zo'n programma. Dat hij bij een leverancier draait, haalt hem er naar onze lezing niet uit: de wet gaat over systemen die u gebruikt.
Kwade opzet is niet nodig. Een incident is elke gebeurtenis die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens of diensten in gevaar brengt (art. 1 Cbw), en de maatregelen gaan uit van alle gevaren (art. 21 lid 3 Cbw). Een agent die records wist of gegevens naar het verkeerde adres stuurt, kan dus een incident veroorzaken.
Wat vraagt de zorgplicht bij een agent?
De wet vraagt "passende en evenredige technische, operationele en organisatorische maatregelen" om risico's voor uw systemen te beheersen en incidenten te voorkomen of te beperken (art. 21 lid 1 Cbw). Wat passend is, hangt af van onder meer de stand van de techniek, de kosten en de kans op en ernst van incidenten (lid 2). De wet verbiedt agents dus niet en schrijft geen maatregelen per agent voor. Lid 3 noemt tien onderwerpen die er in ieder geval bij horen, gelijk aan art. 21 lid 2 NIS2. Voor agents tellen vooral deze:
| Art. 21 lid 3 Cbw | Bij een agent kan dat betekenen |
|---|---|
| d. Beveiliging van de toeleveringsketen | Modelleverancier, MCP-servers, plug-ins en andere tools zijn leveranciers en afhankelijkheden. Weeg hun kwetsbaarheden en beveiligingspraktijken mee (lid 4) en toets ze periodiek (art. 10 Cbb). |
| e. Verwerven, ontwikkelen en onderhouden van systemen | Een nieuwe tool, modelversie of koppeling is een wijziging: configuratie- en wijzigingsbeheer (art. 11 Cbb). |
| i. Personeel, toegangsbeleid en beheer van assets | Eigen identiteit en minimale rechten per agent, periodiek gecontroleerd (art. 15 Cbb), en opname van agents in de volledige, actuele inventaris van uw IT-middelen (assets, art. 16 lid 4 Cbb), bijvoorbeeld via het agentregister. |
| b en c. Incidentenbehandeling en bedrijfscontinuïteit | Tijdig detecteren, beoordelen, bestrijden, vastleggen en melden (art. 8 Cbb), met een noodstop die u test, plus back-ups om terug te zetten wat een agent wijzigde of wiste (art. 9 Cbb). |
| g. Cyberhygiëne en opleiding | Medewerkers kennen de risico's van agents en passen cyberhygiëne toe (art. 12 Cbb); regels voor aanvaardbaar gebruik van assets (art. 16 lid 2 onder b Cbb) voorkomen dat iemand op eigen houtje agents inzet. |
Het Cyberbeveiligingsbesluit werkt dit uit (art. 5 tot en met 18 Cbb; niet voor onder meer cloudaanbieders, art. 4 Cbb). Meer over de risico's zelf staat in ons artikel over de beveiligingsrisico's van AI-agents volgens OWASP.
Wat moet het bestuur doen?
De maatregelen van art. 21 Cbw behoeven de goedkeuring van het bestuur (art. 24 lid 1 Cbw); volgens het NCSC houdt het bestuur ook toezicht op de uitvoering. Het bestuur keurt maatregelen goed, niet elke agent apart, maar kan alleen goedkeuren wat het kent. Neem agents daarom op in het beleid en in het overzicht dat het bestuur ziet, bijvoorbeeld via het agentregister.
Elk bestuurslid moet bovendien kennis en vaardigheden hebben om cyberrisico's te herkennen, maatregelen te beoordelen en hun gevolgen voor de dienstverlening te beoordelen (lid 2), binnen twee jaar na inwerkingtreding: voor zittende bestuursleden uiterlijk 15 augustus 2028, voor later benoemden binnen twee jaar na de benoeming (lid 3). De kennis blijft aantoonbaar actueel (lid 4) en elk bestuurslid bezit een certificaat van deelname aan een training over die onderwerpen (lid 5). Over AI-agents hoeft die training niet te gaan (art. 21 Cbb). Bij een bestuur met uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders (art. 129a of 239a Boek 2 BW) gelden deze plichten alleen voor de uitvoerende (lid 8). Bij een gemeente, zoals in ons voorbeeld, is het college van burgemeester en wethouders het bestuur (lid 12 onder d): de burgemeester en elke wethouder volgen dus de training.
Wat meldt u als een agent een incident veroorzaakt?
U meldt elk significant incident (art. 25 Cbw): een incident dat een ernstige operationele verstoring van uw diensten of financiële verliezen veroorzaakt of kan veroorzaken, of dat andere entiteiten, ook personen, aanzienlijke materiële of immateriële schade doet of kan doen. Dan volgen stappen richting het CSIRT (het nationale incidentteam, in de regel het NCSC) en de bevoegde autoriteit (de minister die voor uw sector is aangewezen; voor een gemeente de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, art. 15 Cbw). U meldt via het meldpunt dat de minister van Justitie en Veiligheid daarvoor heeft ingericht (art. 25 Cbb):
- Vroegtijdige waarschuwing (art. 26 Cbw): onverwijld of, als dat niet kan, binnen 24 uur nadat u kennis hebt gekregen van het incident. U geeft aan of een onrechtmatige of kwaadwillige handeling wordt vermoed, of er grensoverschrijdende gevolgen kunnen zijn en wie het aanspreekpunt is.
- Melding (art. 27 Cbw): onverwijld of, als dat niet kan, binnen 72 uur, met een update, een eerste beoordeling van ernst en gevolgen en, als die er zijn, de indicatoren voor aantasting.
- Eindverslag (art. 29 Cbw): uiterlijk een maand na de melding, met een beschrijving van het incident, de oorzaak of bedreiging, de genomen maatregelen en eventuele grensoverschrijdende gevolgen. Duurt het incident dan nog voort, dan volgt eerst een voortgangsverslag.
Waarom bepalen rechten en logs of u kunt melden?
De klok loopt vanaf het moment dat u het incident kent, en het Cyberbeveiligingsbesluit verplicht u om incidenten tijdig te detecteren en gebeurtenissen te loggen (art. 8 Cbb). De waarschuwing vraagt bovendien of een kwaadwillige handeling wordt vermoed, en het eindverslag naar de oorzaak. Dat beantwoordt u alleen als u kunt zien wat de agent las, welke tools hij aanriep en met welke rechten. Logbestanden moet u bewaren en beschermen tegen ongeautoriseerde wijziging (art. 8 lid 6 Cbb). Geef een agent dus nooit schrijfrechten op zijn eigen logs.
Hoe verhouden de meldplichten van Cbw, AVG en AI Act zich tot elkaar?
Eén incident met een agent kan onder drie meldplichten vallen, elk met een andere aanleiding, melder en termijn. Eén incidentproces met één triage werkt beter dan drie losse sporen; zie ons stuk over AI Act, NIS2 en DORA in één controleset.
| Onderwerp | Cyberbeveiligingswet | AVG | AI Act |
|---|---|---|---|
| Bepaling | Art. 25 tot en met 29 Cbw | Artikel 33 AVG | Artikel 73 AI Act |
| Wie meldt | Essentiële of belangrijke entiteit | Verwerkingsverantwoordelijke; de verwerker meldt aan hem | Aanbieder van een hoog-risicosysteem; de gebruiksverantwoordelijke informeert onmiddellijk eerst de aanbieder, daarna de importeur of distributeur en de markttoezichtautoriteit (artikel 26 lid 5 AI Act) |
| Aanleiding | Significant incident | Inbreuk in verband met persoonsgegevens, tenzij waarschijnlijk geen risico voor betrokkenen; altijd intern vastleggen | Ernstig incident: overlijden of ernstige gezondheidsschade, ernstige en onomkeerbare verstoring van kritieke infrastructuur, schending van verplichtingen uit het Unierecht ter bescherming van de grondrechten, ernstige schade aan eigendom of milieu |
| Termijn | Waarschuwing onverwijld of binnen 24 uur, melding binnen 72 uur, eindverslag uiterlijk een maand na de melding | Zonder onredelijke vertraging, zo mogelijk binnen 72 uur | Onmiddellijk, uiterlijk 15 dagen; 10 dagen bij overlijden; 2 dagen bij wijdverbreide inbreuk of ernstige verstoring van kritieke infrastructuur |
| Aan wie | CSIRT en bevoegde autoriteit | De Autoriteit Persoonsgegevens (AP); bij hoog risico ook de betrokkenen, volgens artikel 34 AVG | Markttoezichtautoriteit; Nederland heeft er nog geen aangewezen |
| In de praktijk vanaf | 15 augustus 2026 | 25 mei 2018 | Bijlage III: 2 december 2027; bijlage I: 2 augustus 2028 |
In ons voorbeeld is de export een inbreuk in verband met persoonsgegevens: de gemeente meldt die aan de AP, tenzij het waarschijnlijk geen risico oplevert, informeert bij een hoog risico ook de inwoners (artikel 34 AVG) en legt het lek in elk geval vast. Het kan ook een significant incident zijn. Artikel 73 AI Act speelt niet, want een mailagent is in de regel geen hoog-risicosysteem. Bent u alleen gebruiksverantwoordelijke van een hoog-risicosysteem, dan informeert u bij een ernstig incident onmiddellijk eerst de aanbieder en daarna de importeur of distributeur en de markttoezichtautoriteit; bereikt u de aanbieder niet, dan meldt u zelf volgens artikel 73 AI Act (artikel 26 lid 5 AI Act). Bouwt u een agent zelf of laat u hem bouwen en zet u hem onder eigen naam in gebruik, dan bent u aanbieder (artikel 3 punt 3 AI Act). Zie wanneer u gebruiksverantwoordelijke van een AI-agent bent en het gratis incidentdraaiboek van Praxikon, dat de drie routes in één triage zet.
Stand van zaken op 5 november 2026. Het Commissievoorstel voor de Digital Omnibus (COM(2025) 837) wil de AVG-meldplicht beperken tot lekken met waarschijnlijk een hoog risico, de termijn verlengen naar 96 uur en incidenten via één meldpunt laten lopen. De Raad heeft sinds 21 oktober 2026 een onderhandelingsmandaat; het Europees Parlement heeft nog geen standpunt. Het is geen wet: de termijnen in de tabel gelden. Het is een ander dossier dan de Digital Omnibus on AI (Verordening (EU) 2026/1744), die wel in werking is.
Wat adviseren de zes cyberdiensten en het Britse NCSC?
Geen van beide adviezen is Nederlands of Europees recht, maar ze geven invulling aan wat "passend" kan zijn voor agents. De gezamenlijke handreiking Careful adoption of agentic AI services (1 mei 2026) komt van de cyberdiensten van Australië, de Verenigde Staten (CISA en NSA), Canada, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. Voor de Cbw tellen vooral deze punten:
- Behandel AI-beveiliging binnen bestaande cyberbeveiligingskaders: AI-systemen zijn "fundamentally IT systems".
- Gebruik agents alleen voor laagrisicotaken zonder gevoelige gegevens, met minimale rechten, kortlevende sleutels en een eigen identiteit per agent.
- Laat alleen goedgekeurde tools en versies toe en log elk toolgebruik. Monitor alle handelingen, niet alleen in- en uitvoer, en geef agents geen schrijftoegang tot logs.
- Ontwikkel en test incidentprocedures voor een gecompromitteerde agent en leg verantwoordelijkheid vast.
De handreiking erkent ook de grenzen: loggen van agents is lastig en gecompromitteerde onderdelen van derden zijn moeilijk te ontdekken.
Het Britse NCSC, niet te verwarren met het Nederlandse, schreef mee. In een blog van 15 mei 2026 stelt het dat veel risico's niet nieuw zijn (toegangsbeheer, toeleveringsketen, monitoring, incidentrespons) en dat u vooraf vastlegt wie de agent beheert, wie toegang goedkeurt en "ultimately who can stop it". Het voorlopige advies van 20 augustus 2026 vraagt om agentactiviteit in de 24/7-beveiligingsmonitoring, onveranderbare logs waar mogelijk en een noodstop, en om autonome runs 's nachts en in het weekend pas toe te staan als alle maatregelen werken. Alleen achteraf detecteren is niet genoeg, aldus een verklaring van 4 augustus 2026.
Wat doet u nu?
- Zet elke agent in een register: eigenaar, leverancier, model, MCP-servers, plug-ins en rechten. Dat register kan het deel van uw inventaris van assets zijn dat over agents gaat (art. 16 lid 4 Cbb). De gratis Agent-check beoordeelt onder meer logging, noodstop en leveranciers, maar toetst de Cbw zelf niet.
- Begrens rechten, bescherm logs en oefen de noodstop, en neem agents op in uw incidentproces.
- Regel de keten en het bestuur. Leg met leveranciers vast hoe snel ze u waarschuwen, zie het artikel over het contract bij de inkoop van een AI-agent, en laat het bestuur de maatregelen goedkeuren en de training volgen.
Het bredere kader staat in de gids AI-agents en de wet. Wilt u dat iemand meekijkt naar uw agents en uw incidentproces, onder de Cyberbeveiligingswet, de AVG en de AI Act tegelijk, dan kunt u Zahed Ashkara inhuren als juridisch adviseur voor AI en privacy.
Veelgestelde vragen over AI-agents en de Cyberbeveiligingswet
Bronnen
Nieuwsbrief
Elke dinsdag de AI Act-week vooruit in 5 minuten
Praktische duiding van deadlines, richtsnoeren en toezicht, zodat u weet wat er deze week toe doet. Geen spam en u schrijft zich met één klik weer uit.
Praktisch en kort · Geen spam · Met één klik uitschrijven