Een recruitmentplatform zet een agent in die elke binnenkomende sollicitatie leest, langs de vacature-eisen legt, kandidaten die duidelijk niet voldoen een afwijzing stuurt en voor de rest gesprekken inplant. Niemand bij het bedrijf kijkt naar die afwijzingen: de agent verstuurt ze zelf, om twee uur 's nachts, met een vriendelijke slotzin. Een maand later vraagt een afgewezen kandidaat waarom. De HR-manager kijkt naar de jurist, de jurist kijkt naar de leverancier, en de leverancier wijst op de voorwaarden, waarin staat dat de kandidaat bij het uploaden van het cv "toestemming" heeft gegeven.
Dat scenario raakt precies aan een discussie die steeds terugkomt. Het ene kamp zegt dat artikel 22 AVG een harde stop is: laat een agent nooit besluiten nemen waarmee juridisch bindende afspraken met mensen ontstaan of eindigen. Het andere kamp zegt dat er een route omheen is: vraag de klant vooraf uitdrukkelijke, geïnformeerde toestemming en laat de agent daarna zijn werk doen. Beide vertrekken vanuit iets wat klopt. Het eerste kamp leest artikel 22 terecht als een verbod en niet als een recht van bezwaar; het tweede wijst op een uitzondering die de AVG echt kent. Maar beide conclusies zijn te absoluut. Het korte antwoord: artikel 22 verbiedt besluiten die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking berusten en rechtsgevolgen hebben of iemand anderszins in aanmerkelijke mate treffen, tenzij een uitzondering geldt. De meeste handelingen van een agent zijn zulke besluiten niet, uitdrukkelijke toestemming is zelden de juiste uitzondering, en welke route u ook kiest, de waarborgen en de uitlegplicht blijven staan.
Artikel 22 AVG en AI-agents in het kort
Artikel 22 lid 1 AVG verbiedt besluiten die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking berusten en rechtsgevolgen hebben of de betrokkene anderszins in aanmerkelijke mate treffen, tenzij een van drie uitzonderingen geldt: noodzaak voor een overeenkomst, een grondslag in Unierecht of lidstatelijk recht, of uitdrukkelijke toestemming. Het meeste wat een agent doet (zoeken, samenvatten, opstellen, doorzetten, een mail versturen) is geen "besluit" in die zin, maar valt wel onder de rest van de AVG. Neemt een agent zo'n besluit wel, of bepaalt hij de uitkomst feitelijk, dan is uitdrukkelijke toestemming meestal de zwakste uitzondering: toestemming moet vrij, specifiek en intrekbaar zijn, en de gebruiker van de agent kan geen toestemming geven namens de andere mensen over wie de agent besluit. Bij de uitzonderingen voor overeenkomst en toestemming blijft u menselijke tussenkomst, het recht om een standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten verschuldigd (artikel 22 lid 3); bij een wettelijke grondslag moet die wet zelf passende maatregelen bevatten. In alle gevallen moet u de feitelijk toegepaste logica kunnen uitleggen (Dun & Bradstreet, C-203/22). Echte menselijke betrokkenheid vóór het besluit haalt het helemaal buiten artikel 22, maar alleen als die persoon het mandaat, de deskundigheid, de informatie en de tijd heeft om de uitkomst te veranderen.
Wat artikel 22 AVG zegt: een principieel verbod
Artikel 22 lid 1 AVG luidt: "De betrokkene heeft het recht niet te worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking, waaronder profilering, gebaseerd besluit waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem anderszins in aanmerkelijke mate treft." Omdat de bepaling als "recht" is geformuleerd, lazen veel praktijkjuristen haar lang als een opt-out: de bepaling zou pas gaan werken als iemand bezwaar maakt. Die lezing is niet overeind gebleven. In SCHUFA (C-634/21, 7 december 2023) oordeelde het Hof van Justitie dat artikel 22 lid 1 een principieel verbod bevat, waarvan de schending niet individueel door de betrokkene hoeft te worden ingeroepen (punt 52). Zulke besluiten zijn alleen toegestaan in de gevallen van artikel 22 lid 2, en dan alleen met inachtneming van de waarborgen van lid 3 en de grenzen van lid 4 (punten 53 en 64).
Dat is geen nieuwe leer die voor het AI-tijdperk is bedacht. De richtsnoeren van de Artikel 29-werkgroep over geautomatiseerde individuele besluitvorming en profilering (WP251rev.01), in mei 2018 door de EDPB overgenomen, gingen al uit van de verbodslezing (pp. 19 en 20 van de Engelse versie). De EDPB en de EDPS bevestigden dat in hun Gezamenlijk advies 2/2026 over de Digital Omnibus (punten 66 en 67), met de toevoeging dat artikel 22 tegelijk een recht is waarop de betrokkene zich kan beroepen. Op het vertrekpunt heeft het kamp van de harde stop dus gelijk: een verwerkingsverantwoordelijke die een agent uitsluitend geautomatiseerde besluiten met aanmerkelijke gevolgen laat nemen zonder dat een uitzondering geldt, handelt in strijd met de AVG, of er nu een klacht komt of niet.
De officiële tekst, de overwegingen en de rechtspraak staan op onze pagina over artikel 22 AVG. De lastigere vraag is hoe de drie bouwstenen (een besluit, uitsluitend geautomatiseerd, met rechtsgevolgen of een vergelijkbaar aanmerkelijke impact) uitpakken bij een systeem dat zelf plant, tools aanroept en werk doorgeeft aan andere agents.
Is een handeling van een AI-agent een geautomatiseerd besluit?
Een agent doet veel dingen die geen besluit over een persoon zijn. De Spaanse toezichthouder AEPD maakt dat expliciet in haar guidance over agentic AI vanuit gegevensbeschermingsperspectief (versie 1.1, februari 2026, paragraaf V.F). Het toevoegen van een agent aan een verwerking kan automatisering met zich meebrengen, maar betekent niet altijd dat er geautomatiseerde besluiten in de zin van artikel 22 worden genomen. Het voorbeeld van de AEPD is een agent die gebeurtenissen op internet volgt, samenvattingen schrijft en die naar medewerkers stuurt op basis van hun opgegeven interesses: veel persoonsgegevens, geen besluit onder artikel 22.
Daarna noemt de AEPD een tweede categorie die makkelijk over het hoofd wordt gezien, in de Engelse versie "other automated actions": andere geautomatiseerde handelingen. Een agent die informatie per mail of bestandsoverdracht verstuurt, besluit misschien nooit iets over iemand in de zin van artikel 22, maar kan de mensen van wie hij gegevens verwerkt wel schade toebrengen; hetzelfde geldt voor het verwijderen van records of het doen van betalingen. Die handelingen vallen naar onze lezing onder de artikelen 5, 25 en 32 AVG; de AEPD vraagt ze mee te nemen in het risicomanagement en omkeerbaarheid vanaf het ontwerp in te bouwen. De waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens over agents met brede systeemtoegang, besproken in ons stuk over de AP-waarschuwing over beveiligingsrisico's van AI-agents, is een kwestie van artikel 32, niet van artikel 22. Artikel 22 regelt een smal maar belangrijk deel van wat agents doen; de rest van de AVG regelt al het andere.
Het ruime besluitbegrip en ketens van agents
Waar een agent wel aan besluiten raakt, is het begrip ruimer dan veel ontwikkelaars verwachten. In SCHUFA las het Hof het begrip "besluit" ruim: het omvat handelingen die de betrokkene op verschillende manieren kunnen raken, en ook een kredietscore wanneer een derde daar in sterke mate op leunt bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van een overeenkomst (punten 44 tot en met 50 en 73). Het Hof wees een enge lezing in een driepartijenverhouding af omdat die een leemte in de rechtsbescherming zou laten: de partij die de score berekent zou buiten artikel 22 blijven, terwijl de partij die erop vertrouwt niet over de informatie beschikt om aan de AVG te voldoen (punten 61 tot en met 63).
Toegepast op agents heeft dat naar onze lezing een duidelijk gevolg voor architecturen met een orchestrator en sub-agents. Als een screenende sub-agent een rangschikking of een "afwijzen"-markering produceert en de orchestrator, of een agent verderop in de keten, daar min of meer automatisch op handelt, dan kan die tussenuitkomst zelf het besluit onder artikel 22 zijn. Het etiket "voorbereidend" helpt niet als die uitkomst in de praktijk de afloop bepaalt. Dit bouwt voort op de redenering van SCHUFA, maar de vertaling is niet één op één. SCHUFA ging over twee afzonderlijke organisaties; de redenering past het meest direct wanneer de screening of scoring door een andere verwerkingsverantwoordelijke wordt uitgevoerd, zoals een externe screeningsdienst. Binnen de eigen keten van één organisatie is de praktische les dezelfde: als niemand de tussenuitkomst werkelijk beoordeelt, is het besluit van begin tot eind uitsluitend geautomatiseerd. Een rechter heeft dit nog niet getoetst. Het sluit aan bij hoe de concept-richtsnoeren van de Commissie onder de AI Act met gesplitste architecturen omgaan (daarover verderop). Het omgekeerde geldt ook: een voorselectie die zaken alleen doorzet naar betekenisvolle menselijke beoordeling is zelf geen verboden besluit, zoals de AP in haar advies uit 2024 opmerkte.
De AP wijst in dezelfde richting. In haar advies na voorafgaande raadpleging (zaaknummer 2025018225) over Microsoft 365 Copilot bij de gemeente Haarlemmermeer stelt de AP dat een besluit uitsluitend geautomatiseerd is wanneer een generatief AI-systeem een doorslaggevende rol speelt in de besluitvorming, en vraagt zij om periodiek te toetsen of de menselijke factor werkelijk doorslaggevend blijft.
"Uitsluitend geautomatiseerd": hoe betekenisvolle menselijke betrokkenheid eruitziet bij agents
De eenvoudigste weg uit artikel 22 is helemaal geen uitzondering. Een besluit dat niet uitsluitend op geautomatiseerde verwerking berust, valt buiten het verbod. Maar de menselijke betrokkenheid moet echt zijn. WP251 is daar duidelijk over (p. 21 van de Engelse versie): een verwerkingsverantwoordelijke kan artikel 22 niet ontlopen door menselijke betrokkenheid te fingeren. Het toezicht moet worden uitgeoefend door iemand met het mandaat en de deskundigheid om het besluit te wijzigen, die alle relevante gegevens meeweegt. Iemand die routinematig toepast wat het systeem oplevert, zonder werkelijke invloed op de uitkomst, telt niet.
De AEPD (paragraaf VII.F) somt criteria op om menselijke tussenkomst in agent-workflows te beoordelen: deskundigheid en bevoegdheid om de uitkomst te veranderen, opleiding, onafhankelijkheid, zorgvuldigheid (met name weerstand tegen automation bias) en de middelen om te handelen, dus tijdige ingrijpmomenten, de benodigde informatie en voldoende tijd per besluit. De Handvatten betekenisvolle menselijke tussenkomst van de AP (23 juli 2025) kijken op dezelfde manier naar de mens, de techniek en het ontwerp, het proces en de governance rond het besluit.
Een beoordelaar die tweehonderd afwijzingen van een agent in een uur afvinkt en per geval alleen een samenvatting van één regel ziet, is geen betekenisvolle betrokkenheid. Een recruiter die de volledige sollicitatie, de toegepaste criteria en de redenering van de agent ziet, en die geregeld voorstellen van de agent terugdraait, is dat waarschijnlijk wel. Hoe u dat in de praktijk meet, staat in ons artikel over betekenisvolle menselijke tussenkomst in de praktijk.
Eén onderscheid laat veel governancekaders struikelen. Menselijke betrokkenheid vóór het besluit haalt het besluit helemaal buiten artikel 22. Menselijke tussenkomst onder artikel 22 lid 3 is iets anders: een waarborg achteraf, nadat een uitsluitend geautomatiseerd besluit is genomen op grond van de uitzondering voor een overeenkomst of voor toestemming. Wie zegt dat "een human in the loop altijd verplicht is", overdrijft dus wat de wet vraagt. De wet staat volledig geautomatiseerde besluiten toe in de uitzonderingsgevallen en eist bij overeenkomst of toestemming daarna een route naar een mens.
De drie uitzonderingen, en waarom uitdrukkelijke toestemming voor agents de zwakste route is
Artikel 22 lid 2 heft het verbod in drie gevallen op. Het besluit is noodzakelijk voor de totstandkoming of de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en de verwerkingsverantwoordelijke (punt a); het is toegestaan bij een Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepaling die ook voorziet in passende maatregelen (punt b); of het berust op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene (punt c).
Noodzaak voor een overeenkomst is smaller dan het klinkt. Noodzakelijkheid is een strenge toets: WP251 (p. 23) vraagt of een minder privacy-indringende methode volstaat. WP251 erkent wel dat grote aantallen automatisering noodzakelijk kunnen maken, met het voorbeeld van een bedrijf dat tienduizenden sollicitaties op één vacature ontvangt en geautomatiseerd een shortlist opstelt. Een wettelijke grondslag is vooral relevant voor overheden en gereguleerde sectoren; in Nederland speelt daarbij vooral artikel 40 van de Uitvoeringswet AVG een rol (zie hieronder).
Dan blijft uitdrukkelijke toestemming over, de route waarop het kamp van "toestemming lost het op" leunt. Het is een echte uitzondering. Maar voor agents is het meestal de zwakste. Zeven punten laten zien waarom, en één ervan laat zien wanneer u er toch niet omheen kunt.
Ten eerste moet toestemming vrij gegeven zijn (artikel 4 punt 11 en artikel 7 AVG). De EDPB-richtsnoeren 05/2020 over toestemming (punten 21 en 22) stellen dat werkgevers die gegevens van huidige of toekomstige werknemers verwerken alleen in uitzonderlijke gevallen op toestemming kunnen steunen, vanwege de ongelijke machtsverhouding. Een sollicitant die de baan wil, kan zelden vrij weigeren. Artikel 7 lid 4 voegt toe dat bij de vraag of toestemming vrij is gegeven ten sterkste rekening wordt gehouden met de vraag of een overeenkomst afhankelijk wordt gemaakt van toestemming voor een verwerking die voor de uitvoering van die overeenkomst niet noodzakelijk is.
Ten tweede moet toestemming specifiek en geïnformeerd zijn. Eén toestemming vooraf voor alles wat een autonome agent later besluit, met tools en sub-agents die pas tijdens de uitvoering worden gekozen, is naar onze lezing moeilijk te verenigen met het specificiteitsvereiste. Hoe opener de agent, hoe minder iemand kan weten waarmee hij instemt.
Ten derde kan toestemming altijd worden ingetrokken, even makkelijk als zij is gegeven (artikel 7 lid 3). Een verwerkingsverantwoordelijke die op toestemming steunt, heeft dus een niet-geautomatiseerde route klaar nodig voor iedereen die intrekt. Bestaat die route toch al, dan rijst de vraag waarvoor de toestemming nog nodig was.
Ten vierde, en specifiek voor agents: de gebruiker die instemt met de agent kan in beginsel geen toestemming geven namens andere mensen over wie de agent besluit (wettelijke vertegenwoordiging, zoals ouderlijk gezag, daargelaten). Zet een verzekeraar een claimagent in, dan is de verzekerde de betrokkene. Gebruikt een leidinggevende met een openstaande vacature een screeningsagent, dan zijn de kandidaten dat. Toestemming van degene die de agent opdrachten geeft, is geen toestemming van degene die de gevolgen draagt. Dit is onze analyse en geen vaste rechtspraak, maar het volgt rechtstreeks uit de definitie van toestemming als een wilsuiting van de betrokkene zelf.
Ten vijfde de bijzondere categorieën van persoonsgegevens. Hier is toestemming geen alternatief maar vaak een extra eis. Artikel 22 lid 4 staat besluiten op basis van zulke gegevens, zoals gezondheidsgegevens, alleen toe als artikel 9 lid 2 punt a (uitdrukkelijke toestemming) of punt g (zwaarwegend algemeen belang op basis van wet) van toepassing is, met passende maatregelen. Een private verwerkingsverantwoordelijke die gezondheidsgegevens gebruikt, heeft dus meestal uitdrukkelijke toestemming nodig bovenop de noodzaak voor de overeenkomst, met alle zwakke plekken van hierboven.
Ten zesde bepaalt overweging 71 dat een uitsluitend geautomatiseerd besluit met aanmerkelijke gevolgen geen betrekking mag hebben op een kind, en raadt WP251 (p. 28) af om bij kinderen op de uitzonderingen te steunen.
Ten zevende herstelt toestemming nooit andere gebreken. Een besluit op basis van onjuiste gegevens of een buitensporige dataset blijft onrechtmatig onder artikel 5, met of zonder toestemming, en toestemming zet de beginselen van behoorlijkheid en minimale gegevensverwerking niet opzij.
Toestemming is een uitzondering, geen vrijstelling. In de gevallen van artikel 22 lid 2, punten a en c, eist artikel 22 lid 3 nog steeds het recht op menselijke tussenkomst van de verwerkingsverantwoordelijke, het recht om een standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten. De informatieplichten van artikel 13 lid 2 punt f en artikel 14 lid 2 punt g en het inzagerecht van artikel 15 lid 1 punt h gelden ook. Uitdrukkelijke toestemming opent de deur naar automatisering, maar u mag de menselijke route daarachter niet weghalen.
Wat u verschuldigd blijft als een uitzondering geldt: waarborgen en het recht op uitleg
Zodra een uitzondering van toepassing is, begint het werk pas. Bij de uitzonderingen voor overeenkomst en toestemming (punten a en c) eist artikel 22 lid 3 passende maatregelen, waaronder ten minste het recht op menselijke tussenkomst, het recht om een standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten; bij punt b moet de wettelijke bepaling zelf in passende maatregelen voorzien. De artikelen 13 lid 2 punt f en 14 lid 2 punt g verplichten u mensen vooraf te informeren over geautomatiseerde besluitvorming, met nuttige informatie over de onderliggende logica en de verwachte gevolgen; artikel 15 lid 1 punt h geeft dezelfde informatie op verzoek.
Dun & Bradstreet Austria (C-203/22, 27 februari 2025) gaf die laatste plicht tanden. Het Hof sprak van een echt recht op uitleg over de werking van het mechanisme achter een geautomatiseerd besluit (punt 57). De verwerkingsverantwoordelijke moet beknopt en begrijpelijk de feitelijk toegepaste procedure en beginselen uitleggen, zodat de betrokkene begrijpt welke van zijn gegevens zijn gebruikt en hoe. Een complexe formule of een technische stap-voor-stapbeschrijving overhandigen is niet genoeg (punten 58, 59 en 61). Het kan volstaan uit te leggen in hoeverre een afwijking in de meegewogen persoonsgegevens tot een andere uitkomst had geleid (punt 62). Gaat het om bedrijfsgeheimen of gegevens van derden, dan moet de verwerkingsverantwoordelijke de informatie aan de toezichthouder of de rechter verstrekken, die de belangen afweegt; een algemene nationale uitsluiting voor bedrijfsgeheimen is niet toegestaan (punten 74 tot en met 76).
Voor agents op basis van taalmodellen heeft dat een ontwerpgevolg dat u achteraf moeilijk inbouwt. Als u niet kunt reconstrueren welke invoer, tools, uitkomsten van sub-agents en criteria tot een besluit leidden, kunt u de uitleg die het Hof vraagt niet geven en een bezwaar niet behandelen. Naar onze lezing zijn besluitlogs en een vastlegging van welke mens wat heeft goedgekeurd de voorwaarde om de rechten van artikel 22 lid 3 in de praktijk te kunnen uitoefenen. Diezelfde logs zijn uw bewijs als er iets misgaat, zoals besproken in wie is verantwoordelijk als een AI-agent fouten maakt.
Nederland: waarom artikel 40 UAVG private agents zelden helpt
Nederlandse organisaties kijken soms naar artikel 40 van de Uitvoeringswet AVG (UAVG) als de nationale grondslag onder artikel 22 lid 2 punt b. Lees de tekst goed. Artikel 40 lid 1 heft het verbod alleen op voor geautomatiseerde individuele besluitvorming, anders dan op basis van profilering, die noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust of voor de vervulling van een taak van algemeen belang. Lid 2 eist passende maatregelen, en lid 3 bepaalt dat voor verwerkingsverantwoordelijken die geen bestuursorgaan zijn passende maatregelen in ieder geval zijn getroffen als het recht op menselijke tussenkomst, het recht om een standpunt kenbaar te maken en het recht om het besluit aan te vechten zijn geborgd.
Voor een private agent in HR, verzekeringen of e-commerce is deze route vrijwel altijd dicht. Zulke agents profileren doorgaans, en dat sluit artikel 40 uit; bovendien zijn hun besluiten zelden noodzakelijk om aan een wettelijke verplichting te voldoen. Er blijven dan noodzaak voor de overeenkomst en uitdrukkelijke toestemming over. Het advies van de AP over artikel 22 AVG en geautomatiseerde selectie-instrumenten van 10 oktober 2024 leest artikel 22 als principieel verbod en schetst de beperkte reikwijdte van artikel 40 UAVG, vooral tegen de achtergrond van selectie-instrumenten bij de overheid.
Drie casussen uitgewerkt
De analyse hieronder past de bronnen hierboven toe op typische toepassingen. Het is onze lezing, geen uitspraak, en elke concrete inzet vraagt een eigen beoordeling.
Een screeningsagent in HR
Een agent die sollicitanten afwijst, of een rangschikking maakt die recruiters zonder echte toetsing overnemen, is een schoolvoorbeeld van artikel 22: overweging 71 noemt uitdrukkelijk de "verwerking van sollicitaties via internet zonder menselijke tussenkomst". Uitdrukkelijke toestemming is hier zwak vanwege de ongelijke machtsverhouding. Noodzaak voor de (totstandkoming van de) overeenkomst kan werken voor een eerste shortlist bij zeer grote aantallen, in lijn met het voorbeeld uit WP251, maar alleen als een minder ingrijpende methode niet volstaat en de waarborgen van artikel 22 lid 3 er zijn. Het robuustere ontwerp is een echte menselijke beoordeling van elke negatieve uitkomst.
De AI Act (in het Nederlands de AI-verordening) legt er een tweede laag overheen. AI-systemen die bedoeld zijn voor werving en selectie, met name om sollicitaties te filteren en kandidaten te beoordelen, staan in bijlage III punt 4. Op grond van Verordening (EU) 2026/1744 gelden de hoog-risicoverplichtingen voor zelfstandige bijlage III-systemen vanaf 2 december 2027. Een agent die vóór die datum al in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld, valt er pas onder bij een aanzienlijke wijziging van het ontwerp (artikel 111 lid 2), en bij agents die vaak worden bijgewerkt ligt dat voor de hand; omdat screeningsagents kandidaten profileren, is de uitzondering van artikel 6 lid 3 niet beschikbaar. Welke verplichtingen bij het bedrijf liggen dat een ingekochte screeningsagent gebruikt, staat in wanneer ben je gebruiksverantwoordelijke van een AI-agent.
Een agent voor schadeafhandeling
De agent van een verzekeraar die een schademelding leest, de polis controleert en uitkeert of afwijst, neemt bij een afwijzing een besluit met rechtsgevolgen. Noodzaak voor de uitvoering van de overeenkomst is hier de voor de hand liggende uitzondering: het besluit maakt deel uit van de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst. Maar noodzaak blijft de minst ingrijpende effectieve optie betekenen, en de route van artikel 22 lid 3 moet echt zijn: een verzekerde die een afwijzing aanvecht, komt bij een schadebehandelaar die de uitkomst daadwerkelijk kan veranderen. Gezondheidsgegevens bij medische of arbeidsongeschiktheidsclaims activeren artikel 22 lid 4: noodzaak voor de overeenkomst is dan niet genoeg, en de verzekeraar heeft uitdrukkelijke toestemming onder artikel 9 lid 2 punt a nodig of een wettelijke regeling van zwaarwegend algemeen belang onder punt g, met passende maatregelen. Artikel 40 UAVG helpt een private verzekeraar zelden: schadeafhandeling is geen wettelijke verplichting of publieke taak, en schadeagents profileren meestal.
Aan de kant van de AI Act gaat bijlage III punt 5 onder c over AI voor risicobeoordeling en prijsstelling bij levens- en ziektekostenverzekeringen, niet over schadeafhandeling als zodanig. Een zuivere schadeagent is dus niet automatisch hoog-risico, maar een agent die ook de premie of het risico voor een levens- of ziektekostenverzekering opnieuw beoordeelt, kan dat wel zijn. Kijk naar wat de agent feitelijk doet, niet naar hoe hij heet.
Een aankoopagent in e-commerce
Agentic commerce heeft twee kanten, en artikel 22 werkt aan elke kant heel anders. Aan de kant van de webwinkel of de betaaldienst is een geautomatiseerde weigering van een door een agent gestarte transactie op basis van een fraudescore of kredietcheck klassiek artikel 22: overweging 71 noemt "de automatische weigering van een online ingediende kredietaanvraag". Een AI-systeem dat de kredietwaardigheid van een consument beoordeelt, bijvoorbeeld voor achteraf betalen, valt onder bijlage III punt 5 onder b, dat systemen voor het opsporen van financiële fraude uitzondert.
Aan de kant van de gebruiker is de vraag werkelijk open. Als een consument een agent opdraagt een product binnen een budget te kopen en de agent kiest het aanbod en accepteert de voorwaarden, is dat dan een besluit "over" de gebruiker, genomen door een verwerkingsverantwoordelijke, of de eigen, gedelegeerde keuze van de gebruiker? Guidance of rechtspraak die dat beantwoordt is er nog niet. Naar onze lezing geldt: hoe meer de eigen rangschikking en sturing van de aanbieder van de agent de uitkomst bepalen, hoe sterker de redenering dat de aanbieder over de gebruiker besluit. Los daarvan geldt artikel 50 lid 1 AI Act sinds 2 augustus 2026, en de Commissierichtsnoeren over artikel 50 (punt 31) lezen het zo dat de aanbieder zo'n agent zo moet ontwerpen dat hij laat weten dat hij AI is en namens wie hij handelt.
Wat de AI Act voor agents toevoegt aan artikel 22
De AI Act vervangt artikel 22 niet, maar komt er bovenop. De FAQ van de AI Act Service Desk van de Commissie stelt dat AI-agents geen aparte categorie zijn: de regels voor AI-systemen en AI-modellen voor algemene doeleinden gelden voor hen zoals ze zijn. De reikwijdte staat in valt een AI-agent onder de EU AI Act, het volledige beeld in onze gids over agentic AI onder de EU AI Act.
Drie punten sluiten direct aan op artikel 22. Ten eerste behandelen de concept-richtsnoeren van de Commissie over de classificatie van hoog-risicosystemen (19 mei 2026, punt 75) meerdere AI-systemen die samen een individueel besluit wezenlijk beïnvloeden als één AI-systeem, beoordelen ze gesplitste architecturen als geheel, en passen ze dat ook toe op agentic AI-systemen. Punt 90 voegt toe dat een onderdeel dat anders onder het filter van artikel 6 lid 3 zou vallen, bijvoorbeeld een beperkte procedurele taak, daar binnen zo'n configuratie geen beroep op kan doen; punt 76 laat zuiver procedurele of voorbereidende functies alleen in aanmerking komen als ze werkelijk afscheidbaar zijn en geen uitkomsten leveren die het individuele besluit wezenlijk beïnvloeden. Dat is de AI Act-tegenhanger van de ketenredenering uit SCHUFA. De richtsnoeren zijn nog een concept. Ten tweede is een bijlage III-systeem dat profileert in de zin van artikel 4 punt 4 AVG op grond van de laatste alinea van artikel 6 lid 3 altijd hoog-risico. Ten derde zijn het menselijk toezicht van artikel 14 en de toezichtsplicht van de gebruiksverantwoordelijke onder artikel 26, die voor bijlage III-systemen vanaf 2 december 2027 gelden, niet hetzelfde als menselijke betrokkenheid onder artikel 22, maar één goed ontworpen toezichtsproces kan beide dienen, zoals uitgelegd in artikel 14 over menselijk toezicht onder de EU AI Act.
Transparantie geldt al. Artikel 50 is sinds 2 augustus 2026 van toepassing, en de Commissierichtsnoeren over artikel 50 van 20 juli 2026 (C(2026) 5054, punt 31) stellen dat AI-agents onder artikel 50 lid 1 vallen wanneer zij kunnen communiceren met de mensen die hen opdrachten geven of met andere natuurlijke personen, bij taken als boekingen, correspondentie, onderhandelen of het sluiten van overeenkomsten en aankopen. Ze moeten zo zijn ontworpen dat ze zowel hun kunstmatige aard bekendmaken als de persoon namens wie zij handelen, ook binnen architecturen met meerdere agents.
Tot slot geeft artikel 86 mensen die worden geraakt door een besluit op basis van bepaalde hoog-risicosystemen uit bijlage III (punt 2 uitgezonderd) het recht om van de gebruiksverantwoordelijke een duidelijke en zinvolle uitleg te krijgen over de rol van het AI-systeem. In de praktijk volgt dat recht het hoog-risicoregime van bijlage III, dat vanaf 2 december 2027 geldt. Artikel 86 lid 3 maakt het aanvullend: het geldt alleen voor zover het Unierecht dat recht niet al biedt. Voor besluiten binnen artikel 22 gaat de uitlegroute van de AVG, zoals uitgelegd in Dun & Bradstreet, dus voor.
Wat kan veranderen: de Digital Omnibus en het Britse contrast
Stand van zaken op 14 oktober 2026. Het Digital Omnibus-voorstel van de Commissie, COM(2025) 837 (procedure 2025/0360(COD)), zou artikel 22 lid 1 en lid 2 vervangen door een gesloten lijst van gevallen waarin een uitsluitend geautomatiseerd besluit is toegestaan, en zou toevoegen dat de uitzondering voor een overeenkomst geldt ongeacht of het besluit ook anders dan uitsluitend geautomatiseerd had kunnen worden genomen. In Gezamenlijk advies 2/2026 (punten 65 tot en met 72) vragen de EDPB en de EDPS om een formulering die artikel 22 een verbod met uitzonderingen laat, en willen zij de "ongeacht"-clausule naar de overwegingen verplaatsen. De wetgevingsprocedure loopt nog: de Legislative Observatory van het Europees Parlement vermeldt het dossier als in afwachting van een besluit in de commissie. Er is niets aangenomen, en het huidige artikel 22 geldt ongewijzigd. De afzonderlijke Digital Omnibus on AI, Verordening (EU) 2026/1744, wijzigt de AVG niet.
Ook onder de tekst van de Commissie zouden de waarborgen van artikel 22 lid 3 blijven bestaan. Het voorstel en de reactie van de toezichthouders volgen we op onze pagina over de Omnibus-wijzigingen voor geautomatiseerde besluiten.
Het Verenigd Koninkrijk is al verder: de Data (Use and Access) Act 2025 verving artikel 22 van de UK GDPR door de artikelen 22A tot en met 22D, van kracht voor besluiten vanaf 5 februari 2026. Die staan uitsluitend geautomatiseerde besluiten met aanmerkelijke gevolgen ruimer toe, met waarborgen en strengere grenzen voor bijzondere categorieën van gegevens. Het laat zien dat het verbod een keuze van de wetgever is; onder de Europese AVG staat die keuze nog overeind.
Beslisboom: zo toetst u een AI-agent aan artikel 22
Leg elke agent, en elk type handeling dat hij kan verrichten, langs vijf vragen.
Is er sprake van een besluit over een persoon?
Scheid besluiten van andere geautomatiseerde handelingen. Samenvatten, zoeken, opstellen en doorzetten zijn meestal geen besluiten; weigeren, afwijzen, goedkeuren, een prijs bepalen of beëindigen wel. Denk aan de keten: een tussenuitkomst die de volgende stap zonder echte toetsing overneemt, kan het besluit zijn. Is er geen besluit, dan geldt artikel 22 niet, maar de artikelen 5, 25 en 32 wel: ontwerp dus omkeerbaarheid en grenzen voor mails, bestandsoverdrachten, verwijderingen en betalingen.
Heeft het rechtsgevolgen of treft het de betrokkene anderszins in aanmerkelijke mate?
Rechtsgevolgen zijn er bijvoorbeeld bij het opzeggen van een overeenkomst of het weigeren van een wettelijke uitkering of een contractuele aanspraak; het weigeren van krediet of een baan treft iemand doorgaans in aanmerkelijke mate. Dat laatste speelt bij besluiten die iemands omstandigheden, gedrag of keuzes aanzienlijk kunnen beïnvloeden, een langdurige of blijvende impact hebben of tot uitsluiting of discriminatie leiden. Toegang tot werk, krediet, verzekeringen en essentiële diensten valt er doorgaans onder.
Berust het uitsluitend op geautomatiseerde verwerking?
Toets de menselijke stap aan de criteria van WP251, de AEPD en de AP: mandaat en deskundigheid om de uitkomst te veranderen, de informatie en de tijd om dat te doen, onafhankelijkheid, en bewijs dat er werkelijk wordt afgeweken. Is de menselijke stap echt en vindt die vóór het besluit plaats, dan geldt artikel 22 niet. Is het een stempel, behandel het besluit dan als uitsluitend geautomatiseerd.
Welke uitzondering geldt, en houdt die stand?
Toets eerst de noodzaak voor een overeenkomst (strikte noodzaak, minst ingrijpende optie), dan een wettelijke grondslag (in Nederland sluit artikel 40 UAVG profilering uit en dekt het alleen wettelijke verplichtingen en taken van algemeen belang), en behandel uitdrukkelijke toestemming als de zwakste optie. Spelen bijzondere categorieën van persoonsgegevens mee, dan moet elke uitzondering worden gecombineerd met artikel 9 lid 2 punt a of g (artikel 22 lid 4); controleer overweging 71 voor kinderen. Houdt geen enkele uitzondering stand, herontwerp dan zodat een mens werkelijk besluit.
Zijn de waarborgen en de DPIA geregeld?
Bied de route van artikel 22 lid 3 naar menselijke tussenkomst, het kenbaar maken van een standpunt en het aanvechten van het besluit; informeer mensen onder de artikelen 13 en 14; wees klaar om de feitelijk toegepaste logica uit te leggen onder artikel 15 lid 1 punt h; log genoeg om elk besluit te reconstrueren. Een systematische en uitgebreide beoordeling van persoonlijke aspecten op basis van geautomatiseerde verwerking, waarop besluiten worden gebaseerd waaraan rechtsgevolgen zijn verbonden of die de betrokkene op vergelijkbare wijze wezenlijk treffen, vraagt een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) onder artikel 35 lid 3 punt a. Is de agent ook hoog-risico onder de AI Act en bent u een publiekrechtelijke instelling, een private aanbieder van openbare diensten, of gebruikt u hem voor kredietwaardigheid of de prijsstelling van levens- en ziektekostenverzekeringen (bijlage III punt 5 onder b en c), dan vraagt artikel 27 vanaf 2 december 2027 ook een beoordeling van de gevolgen voor de grondrechten (FRIA); plan die samen met de DPIA. Is het systeem bedoeld voor gebruik door overheidsinstanties en draaide het al vóór die datum, dan gelden de hoog-risicoplichten, inclusief de FRIA, volgens artikel 111 lid 2 pas bij een aanzienlijke wijziging en uiterlijk op 2 augustus 2030.
Hoe u die beoordeling afbakent, staat in wanneer een DPIA verplicht is voor AI-systemen en, waar beide instrumenten gelden, in onze praktische vergelijking van DPIA en FRIA. Voor een eerste gestructureerd antwoord op een concrete casus loopt de casus-check de vragen onder de AVG en de AI Act door en kan hij een DPIA-intake exporteren. De bredere set beheersmaatregelen voor agents (bevoegdheden, toezichtsmodel, logging, noodstop, review en register) staat in governance van agentic AI, en de officiële tekst met een eigen beslisboom op de pagina over artikel 22 AVG. Hoe u die toets vast laat lopen via de privacyfunctie die u al hebt, met een AI-intake en de FG als toezichthouder, staat in AI-governance via de privacyfunctie.
Terug naar het recruitmentplatform uit de opening. De "toestemming" in de voorwaarden had het niet gered: de kandidaten konden niet vrij weigeren, de toestemming was niet specifiek, en er was geen route naar een mens. De oplossing is niet de agent uitzetten, maar hem laten selecteren en opstellen terwijl een recruiter met het volledige dossier over elke afwijzing beslist, met een log die de volgende kandidaat die naar het waarom vraagt een antwoord geeft. Wilt u dat iemand meekijkt naar zo'n agentontwerp, van de analyse onder artikel 22 tot de DPIA en de FRIA, dan kunt u Zahed Ashkara inhuren als juridisch adviseur voor AI en privacy.
Veelgestelde vragen over AI-agents en artikel 22 AVG
Bronnen
Nieuwsbrief
Elke dinsdag de AI Act-week vooruit in 5 minuten
Praktische duiding van deadlines, richtsnoeren en toezicht, zodat u weet wat er deze week toe doet. Geen spam en u schrijft zich met één klik weer uit.
Praktisch en kort · Geen spam · Met één klik uitschrijven