Direct antwoord
Wij zijn een overheidsorganisatie die AI gebruikt. Wat moet er geregeld zijn?
Dit valt onder Artikel 27: FRIA. Die verplichting geldt vanaf 2 december 2027. Er is één uitzondering die u zelf moet toetsen.
Hier kan het anders liggen
- In de situatie van Artikel 46 lid 1 kan een uitzondering op de kennisgeving gelden. Dit heft de beoordeling zelf niet generiek op.
Eerste stap: Breng de geraakte groepen en hun specifieke schaderisico's in kaart.
U beschrijft: Een gemeente, uitvoeringsorganisatie of andere publiekrechtelijke instantie die AI inzet richting burgers, bijvoorbeeld bij uitkeringen, handhaving of dienstverlening. Waarschijnlijke rol: aanbieder (u brengt het systeem op de markt of in gebruik).
Dit geldt nu
- Artikel 4: AI-geletterdheidVan toepassing
- Artikel 50: transparantieVan toepassing
Komt eraan
- Artikel 27: FRIAper 2 december 2027
- Bijlage III: hoog-risico AIper 2 december 2027
Dan bent u aanbieder. De ontwerp- en documentatieplichten liggen bij u: u bouwt de vereisten in het systeem in, legt vast hoe het werkt en waarop het steunt, en verklaart voor ingebruikname dat het aan de verordening voldoet. Let op dat u ook aanbieder kunt worden zonder zelf te bouwen: wie een ingekocht systeem wezenlijk wijzigt of onder eigen naam aanbiedt, neemt die rol over.
Uw eerste acties
- Breng de geraakte groepen en hun specifieke schaderisico's in kaart. Benoem de categorieën natuurlijke personen en groepen die door het gebruik in deze concrete context waarschijnlijk worden geraakt, en werk per categorie de specifieke schaderisico's uit, met gebruik van de informatie die de aanbieder op grond van Artikel 13 heeft verstrekt.
- Motiveer de Artikel 6 lid 3-uitzondering per afzonderlijke voorwaarde. Benoem welke van de vier voorwaarden van Artikel 6 lid 3 u inroept, met feiten, en onderbouw apart waarom het systeem geen significant risico op schade voor gezondheid, veiligheid of grondrechten oplevert en de uitkomst van besluitvorming niet wezenlijk beïnvloedt.
- Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen. Bepaal per rol, systeem en gebruikscontext welke combinatie van instructie, begeleiding, oefening of training passend is.
Leg dit vast
- Kennisgeving aan de markttoezichtautoriteit met het ingevulde sjabloon
- Registratiedossier onder Artikel 49 lid 2 voor het als niet-hoog-risico beoordeelde systeem
- Dossier AI-geletterdheidsmaatregelen
overheid en publieke diensten
Toekenning van bijstand door een gemeente: de FRIA en de kennisgeving
Een gemeente wil een AI-systeem in gebruik nemen dat aanvragen voor een uitkering uit de bijstand ordent en aangeeft welke dossiers extra onderzoek verdienen voordat een klantmanager beslist. De toepassing staat al in het algoritmeregister. De vraag is wat er geregeld moet zijn voordat de eerste burger door dit systeem gaat.
Herkomst: Artikel 27, lid 1 verlangt van gebruiksverantwoordelijken die publiekrechtelijke organen zijn of particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen, dat zij voor de ingebruikname van een hoog-risico AI-systeem als bedoeld in artikel 6, lid 2 een beoordeling uitvoeren van de gevolgen die het gebruik voor de grondrechten kan opleveren, met uitzondering van systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt op het in punt 2 van bijlage III vermelde gebied. Die beoordeling omvat onder meer de categorieen natuurlijke personen en groepen die naar verwachting gevolgen ondervinden, de specifieke risico's op schade voor die categorieen, de uitvoering van maatregelen voor menselijk toezicht en de maatregelen die moeten worden genomen wanneer die risico's zich voordoen, met inbegrip van de regelingen voor interne governance en klachtenregelingen. Lid 3 bepaalt dat de gebruiksverantwoordelijke, zodra de beoordeling is uitgevoerd, de markttoezichtautoriteit in kennis stelt van de resultaten en als onderdeel van die kennisgeving het in lid 5 bedoelde ingevulde sjabloon indient, en dat in het in artikel 46, lid 1, bedoelde geval vrijstelling van de kennisgevingsplicht kan gelden. Lid 5 bepaalt dat het AI-bureau een sjabloon voor een vragenlijst ontwikkelt, onder meer via een geautomatiseerd instrument, om gebruiksverantwoordelijken te helpen hun verplichtingen uit hoofde van dit artikel op vereenvoudigde wijze na te komen.
Wij lezen artikel 27 zo dat een gemeente hier de meest voor de hand liggende gebruiksverantwoordelijke is en dat de beoordeling af moet zijn voordat de eerste aanvraag door het systeem loopt, niet als verantwoording achteraf. Die plicht hangt wel eerst aan de vraag of dit systeem hoog risico is: beoordeelt het de aanspraak op bijstand mede, of blijft het bij een voorbereidende of eng procedurele taak in de zin van artikel 6, lid 3, dat zijn eigen uitzondering weer sluit zodra het systeem burgers profileert? Die vraag beantwoordt u voordat u aan lid 1 begint. Een vermelding in het algoritmeregister is in onze lezing iets anders dan de beoordeling van lid 1, en zij vervangt de kennisgeving van de resultaten aan de markttoezichtautoriteit niet. Praktisch loont het om de klachtenroute voor de burger en de ruimte van de klantmanager om van het signaal af te wijken in hetzelfde dossier vast te leggen, omdat lid 1 juist naar die twee onderdelen vraagt.
Redactioneel voorbeeld. De regel hierboven staat in de verordening. De situatie is door ons geschreven om te laten zien hoe die regel in deze sector uitpakt, en is niet ontleend aan een uitgewerkt geval uit officiële richtsnoeren.
Artikel 27, leden 1, 3 en 5
overheid en publieke diensten
Inschatting van recidive bij de politie: wanneer de beoordeling opnieuw moet
Een politiedienst neemt een AI-systeem in gebruik dat bij een verdachte een inschatting van recidive maakt, als hulpmiddel bij de afweging die het openbaar ministerie en de rechter later maken. Later wordt het model hertraind op nieuwere opsporingsgegevens en breidt de dienst het gebruik uit naar een tweede regio. De vraag is of de beoordeling van het eerste gebruik daarmee toereikend blijft.
Herkomst: Artikel 27, lid 1 verlangt dat gebruiksverantwoordelijken die publiekrechtelijke organen zijn, voor de ingebruikname van een hoog-risico AI-systeem als bedoeld in artikel 6, lid 2 een beoordeling uitvoeren van de gevolgen die het gebruik voor de grondrechten kan opleveren, met uitzondering van systemen die bedoeld zijn om te worden gebruikt op het in punt 2 van bijlage III vermelde gebied. Die beoordeling bestaat uit een beschrijving van de processen waarin het systeem wordt gebruikt, van de periode en de frequentie van gebruik, van de categorieen natuurlijke personen en groepen die naar verwachting gevolgen ondervinden, van de specifieke risico's op schade waarbij rekening wordt gehouden met de door de aanbieder op grond van artikel 13 verstrekte informatie, van de uitvoering van maatregelen voor menselijk toezicht overeenkomstig de gebruiksaanwijzing, en van de maatregelen bij het intreden van die risico's. Lid 2 bepaalt dat de verplichting van toepassing is op het eerste gebruik, dat in soortgelijke gevallen eerder uitgevoerde effectbeoordelingen of bestaande effectbeoordelingen van de aanbieder kunnen worden gebruikt, en dat de gebruiksverantwoordelijke die tijdens het gebruik ziet dat een van de in lid 1 vermelde elementen is gewijzigd of niet langer actueel is, de nodige maatregelen neemt om de informatie te actualiseren. Lid 3 bepaalt dat de resultaten met het ingevulde sjabloon aan de markttoezichtautoriteit worden gemeld en dat in het in artikel 46, lid 1, bedoelde geval vrijstelling van die kennisgevingsplicht kan gelden.
Wij lezen artikel 27 zo dat een politiedienst als publiekrechtelijk orgaan onder lid 1 valt en dat de beoordeling niet aan het eerste gebruik blijft hangen: hertrainen op nieuwere opsporingsgegevens of uitbreiden naar een tweede regio raakt de elementen van lid 1 en vraagt in onze lezing om actualisering van het dossier. Bij dat hertrainen speelt bovendien een vraag die artikel 27 zelf niet beantwoordt, namelijk of die ingreep zo ver gaat dat zij een substantiele wijziging is en u op grond van artikel 25 zelf als aanbieder wordt aangemerkt. Houd daarnaast in de gaten dat de uitzondering van lid 3 in onze lezing over de kennisgeving gaat en niet over de beoordeling zelf. Begin ten slotte pas aan die beoordeling nadat u hebt vastgesteld dat de inzet als zodanig is toegestaan, want artikel 5 sluit bepaalde voorspellende toepassingen in de opsporing uit.
Redactioneel voorbeeld. De regel hierboven staat in de verordening. De situatie is door ons geschreven om te laten zien hoe die regel in deze sector uitpakt, en is niet ontleend aan een uitgewerkt geval uit officiële richtsnoeren.
Artikel 27, leden 1 tot en met 3
overheid en publieke diensten
AI-tekst van een gemeente: wanneer telt een eindcheck als redactionele controle
Een gemeente laat een AI-systeem de webteksten schrijven over een gewijzigde regeling voor bijstand en toeslagen, bedoeld om burgers uit te leggen waar zij recht op hebben. Een communicatiemedewerker leest de tekst na op stijl en spelling en zet hem online. De vraag is of deze publieke dienst daarmee onder de uitzondering op de labelplicht valt.
Herkomst: De richtsnoeren van de Commissie van 20 juli 2026 rekenen openbaar bestuur en publieke dienstverlening tot de aangelegenheden van algemeen belang waarop de bekendmakingsplicht voor gepubliceerde AI-tekst uit artikel 50 lid 4 ziet. Voor de uitzondering moeten volgens de richtsnoeren twee voorwaarden cumulatief zijn vervuld: de door AI gegenereerde of bewerkte tekst heeft menselijke toetsing of redactionele controle ondergaan, en een natuurlijke of rechtspersoon draagt redactionele verantwoordelijkheid voor de bekendmaking. Zij stellen daarbij dat menselijke toetsing een bewuste inhoudelijke beoordeling is met feitencontrole als minimum, en dat oppervlakkige, louter formele of procedurele controles zoals spelling- of grammaticacorrectie daarvoor niet volstaan. Voor de tweede voorwaarde verlangen zij dat de identiteit of de functie van degene die de redactionele verantwoordelijkheid draagt op een eenvoudig vindbare plaats openbaar is.
Onze lezing is dat veel gemeenten wel een publicatieproces hebben maar geen aanwijsbare persoon die inhoudelijke eindverantwoordelijkheid draagt, en dat is precies het scharnierpunt van deze uitzondering. Wijs die rol expliciet toe, maak vindbaar wie hem draagt en leg per pagina vast wie de feiten heeft gecontroleerd, of kies anders voor de eenvoudiger route en label de tekst gewoon. Let daarbij op de volgorde in uw werkproces, want een AI-hulpmiddel dat de tekst na de menselijke goedkeuring nog inhoudelijk herschrijft haalt de grond onder die goedkeuring vandaan.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, 20.7.2026, randnummer (131), randnummers (133) tot en met (136) en randnummer (138)
overheid en publieke diensten
Uitlegsessie bij de klant op het moment van ingebruikname
Asimov AI is een micro-organisatie met maximaal vijftien medewerkers die AI-diensten levert voor wetgevingswerk aan overheidsinstellingen en bedrijven. Bij elk nieuw contract organiseert het bedrijf een of meer inductiecalls met de teamleiders en ambtenaren die het platform gaan gebruiken, waarin het uitlegt hoe het platform en de onderliggende modellen werken en hoe hallucinaties in dit domein ontstaan en beperkt kunnen worden.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Deze praktijk legt de geletterdheid waar het risico ontstaat: bij de mensen die het systeem straks gebruiken, op het moment dat zij ermee beginnen. Voor een kleine aanbieder is dat ook het enige haalbare moment, omdat er geen opleidingsafdeling is om het later over te doen. Wie dit overneemt, moet wel vastleggen wie erbij was en wat er is uitgelegd, want anders bestaat de inspanning na een jaar alleen nog in de herinnering van de deelnemers.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.
Commission Q&A on AI literacy, sections on required level, training formats, certificates, assessment of knowledge and governance structures (consulted 9 August 2026)
Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.
Commission Q&A on AI literacy, sections on target groups, geographic scope, supervision and enforcement, and sanctions (consulted 9 August 2026)
AI-agents moeten zowel hun AI-aard als hun opdrachtgever bekendmaken
Punt (31) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 bepaalt dat AI-agents onder artikel 50 lid 1 vallen wanneer zij kunnen communiceren met de personen die hen instrueren of met andere natuurlijke personen bij de uitvoering van hun taken, met als voorbeelden het maken van boekingen, het beheren van correspondentie, het onderhandelen over of sluiten van contracten en het uitvoeren van aankopen. Volgens datzelfde punt moeten AI-agents zo worden ontworpen en ontwikkeld dat zij zowel hun kunstmatige aard bekendmaken als de persoon namens wie zij handelen, gelet op de noodzaak van transparantie over de oorsprong en over de delegatie van bevoegdheid en verantwoording voor de gevolgen van hun handelen. Dit geldt ook in complexe multi-agentarchitecturen waarin andere agents rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren. Wanneer de aanbieder voor het in de handel brengen of in gebruik stellen niet betrouwbaar kan vaststellen of de agent rechtstreeks met een natuurlijke persoon zal communiceren, moet de agent op architectuurniveau zo worden ontworpen en geinstrueerd dat hij zich in elke situatie bekendmaakt waarin het redelijkerwijs waarschijnlijk is dat hij met een natuurlijke persoon in contact komt, ook wanneer die persoon een rechtspersoon vertegenwoordigt. Verder moeten agents zich ook bekendmaken aan de personen die hen instrueren, op belangrijke momenten zoals autorisatie, rapportage en validatie, mede wanneer de agent output verwerkt of gebruikt die door andere AI-systemen is voortgebracht in plaats van door een natuurlijke persoon, en bij iedere nieuwe interactie. Punt (63) voegt toe dat artikel 50 lid 2 op AI-agents van toepassing kan zijn wanneer de handeling van de agent leidt tot AI-gegenereerde of gemanipuleerde content die door natuurlijke personen waarneembaar is, terwijl tussenliggende verwerkingsstappen zoals redeneerketens en niet-waarneembare handelingen zoals een webverzoek of browseractie daarbuiten vallen.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, Section 3.1.1 point (31) and Section 4.1.2 point (63)
Artistiek of satirisch werk is niet vrijgesteld, alleen verlicht, en informatief wint altijd
Punt (119) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 spreekt van een verzwakte transparantieverplichting voor deepfakes die deel uitmaken van evident artistieke, creatieve, satirische, fictieve of vergelijkbare werken of programma's, waarbij de verplichting beperkt is tot bekendmaking op een passende wijze die de weergave of het genot van het werk niet belemmert. Punt (120) omschrijft de categorieen: artistieke werken zijn werken gemaakt met het oog op kunst, waaronder muziek, cinematografische werken en beeldende kunst; creatieve werken vergen creatieve keuzes, waarbij werken die vooral door functionele of technische overwegingen zijn ingegeven niet als creatief gelden; satirische werken beogen samenleving, politiek, bedrijfsleven of publieke figuren te bekritiseren met humoristische technieken; fictieve werken betreffen personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen in een verbeelde maar geloofwaardige setting; vergelijkbare werken delen kernkenmerken met die categorieen zonder er precies in te passen. Punt (122) bepaalt dat het voor de natuurlijke personen die eraan worden blootgesteld evident moet zijn dat de content in een van die categorieen valt, dat de categorieen daarom strikt moeten worden uitgelegd gelet op het lichtere bekendmakingsregime en de belangen van de vrijheid van meningsuiting en van kunst en wetenschap, en dat content waarvan de aard voor het publiek mogelijk onduidelijk of dubbelzinnig is buiten dit lichtere regime valt. Relevante factoren zijn volgens datzelfde punt of de content vormen of stijlen vertoont die kenmerkend zijn voor de categorie, de context waarin de content wordt gepresenteerd, en de verwachtingen van het publiek. Datzelfde punt sluit content uit waarvan de aard uitsluitend informatief of commercieel is en als zodanig herkenbaar is, met nieuwsverslaggeving als voorbeeld, merkt op dat advertenties of documentaires in bepaalde specifieke situaties wel en in andere niet als evident creatief of fictief kunnen gelden omdat de beoordeling per geval plaatsvindt, en bepaalt dat wanneer de deepfake meerdere karakters combineert, bijvoorbeeld informatief en creatief, het informatieve karakter altijd voorgaat en de gewone labelvereisten gelden. Punt (123) benadrukt dat deze deepfakes niet zijn uitgesloten van de verplichting: de gebruiksverantwoordelijke moet de AI-oorsprong of de manipulatie nog steeds bekendmaken, maar mag dat doen op een passende wijze, en moet in elk geval voldoen aan artikel 50 lid 5. Punt (124) bepaalt dat het beroep op de verlichte verplichting geen rechtvaardiging kan zijn om de grondrechten van individuen of de rechten van rechthebbenden op grond van het Unierecht inzake intellectuele eigendom of gegevensbescherming niet te eerbiedigen. Als voorbeelden binnen de categorieen noemt het document films met door AI verjongde bestaande acteurs of digitale replica's van overleden acteurs, door AI gegenereerde muziek in de stijl van bestaande artiesten, en een door AI gemanipuleerde afbeelding van een bestaande politicus in een scene die duidelijk bedoeld is als humoristische kritiek. Buiten de categorieen vallen volgens het document onder meer een door AI gemanipuleerde video in de stijl van een teleshoppingkanaal, door AI gegenereerde beelden van beroemdheden die suggereren dat zij betrokken waren bij activiteiten die nooit hebben plaatsgevonden, en een door AI gemanipuleerde video met een realistische synthetische influencer die uitsluitend de functionaliteiten van een gesponsord product toont.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, Section 6.1.3, points (119) to (124) and the accompanying example lists
Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.
Volledige kaart voor uw situatieUitvoering
Voer de FRIA gestructureerd uit
Een FRIA raakt DPIA, register en menselijke controle. Embed AI voert de beoordeling samen met uw team uit en levert het bewijsdossier op.
Bekijk de aanpak van Embed AI