Direct antwoord
Hoe richten wij menselijk toezicht op AI in (human oversight)?
U beschrijft: U wilt weten wat de AI Act verwacht van menselijke controle op AI-beslissingen: human in, on of over the loop, en wie daarvoor bekwaam moet zijn. Waarschijnlijke rol: gebruiksverantwoordelijke (u zet het systeem in).
Dit geldt nu
- Artikel 4: AI-geletterdheidVan toepassing
Komt eraan
- Artikel 14: menselijk toezichtper 2 december 2027
- Bijlage III: hoog-risico AIper 2 december 2027
Menselijk toezicht is een kerneis voor hoog-risico AI (artikel 14, van toepassing per 2 december 2027) én nu al een logisch onderdeel van de artikel 4-maatregelen: toezicht werkt alleen met mensen die het systeem begrijpen, de grenzen kennen en durven in te grijpen. Leg per systeem vast wie toezicht houdt, met welk mandaat en welke training.
Uw eerste acties
- Ontwerp en beleg effectief menselijk toezicht. Bepaal per systeem de toezichtsmaatregelen, wijs bekwame personen aan en geef hun mandaat om in te grijpen of te stoppen.
- Motiveer de Artikel 6 lid 3-uitzondering per afzonderlijke voorwaarde. Benoem welke van de vier voorwaarden van Artikel 6 lid 3 u inroept, met feiten, en onderbouw apart waarom het systeem geen significant risico op schade voor gezondheid, veiligheid of grondrechten oplevert en de uitkomst van besluitvorming niet wezenlijk beïnvloedt.
- Neem rol- en contextgerichte AI-geletterdheidsmaatregelen. Bepaal per rol, systeem en gebruikscontext welke combinatie van instructie, begeleiding, oefening of training passend is.
Leg dit vast
- Toezichtsdossier per systeem
- Registratiedossier onder Artikel 49 lid 2 voor het als niet-hoog-risico beoordeelde systeem
- Dossier AI-geletterdheidsmaatregelen
Aanbeveling van een kandidaat die automatisch een besluit wordt
Een werkgever gebruikt een systeem dat sollicitanten rangschikt en een kandidaat voor aanname aanbeveelt. In de ene inrichting weegt een recruiter die aanbeveling mee in een eigen beoordeling; in de andere inrichting wordt de uitkomst automatisch toegepast en valt een kandidaat af zonder dat iemand ernaar kijkt.
Herkomst: De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 behandelen dit geval bij de vraag of een toepassing onder Bijlage III valt. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.
Toets uw wervingssysteem op het beoogde doel en niet op de vraag of een recruiter meekijkt, want het toevoegen of weglaten van menselijke tussenkomst verandert de indeling als hoog risico niet.
Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III
Uitlegsessie bij de klant op het moment van ingebruikname
Asimov AI is een micro-organisatie met maximaal vijftien medewerkers die AI-diensten levert voor wetgevingswerk aan overheidsinstellingen en bedrijven. Bij elk nieuw contract organiseert het bedrijf een of meer inductiecalls met de teamleiders en ambtenaren die het platform gaan gebruiken, waarin het uitlegt hoe het platform en de onderliggende modellen werken en hoe hallucinaties in dit domein ontstaan en beperkt kunnen worden.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
Training in drie delen voor juristen en public affairs
Booking.com bouwde voor de juridische en public affairs teams een training in drie delen: eerst de basisbegrippen en het verschil tussen klassieke machine learning en taalmodellen, dan hoe AI binnen het eigen bedrijf werkt, dan het regelgevend kader en de raakvlakken met het recht dat zij al beoefenen. Het materiaal verscheen ook als video- en podcastserie met ondertiteling en uitgeschreven hand-outs.
Herkomst: Deze praktijk is door de betrokken organisatie zelf aangeleverd aan het levend repository van de Commissie. Het repository verzamelt en deelt praktijken, maar keurt ze niet goed en stelt ze niet vast als norm.
Levend repository van AI-geletterdheidspraktijken, ingediende praktijk van de betrokken organisatie
CV-filter dat sollicitanten rangschikt
Een werkgever laat een extern wervingssysteem alle binnengekomen sollicitaties scoren en rangschikken, waarna recruiters alleen de bovenste twintig procent nog met de hand bekijken. De leverancier brengt het systeem onder eigen naam op de markt, de werkgever gebruikt het in zijn eigen selectieproces.
Herkomst: De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 behandelen dit geval bij de vraag of een toepassing onder Bijlage III valt. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.
Dat recruiters de eindkeuze houden helpt u niet, want zodra het systeem sollicitanten scoort of rangschikt en zo de shortlist stuurt, blijft het hoog risico en geldt geen uitzondering.
Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III
Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.
Commission Q&A on AI literacy, sections on required level, training formats, certificates, assessment of knowledge and governance structures (consulted 9 August 2026)
Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.
Commission Q&A on AI literacy, sections on target groups, geographic scope, supervision and enforcement, and sanctions (consulted 9 August 2026)
Artikel 6 kent twee gescheiden routes naar hoog-risico
De concept-richtsnoeren van de Europese Commissie over de classificatie van hoog-risico AI van 19 mei 2026, die uitdrukkelijk niet bindend zijn, stellen in randnummer (7) dat een AI-systeem in twee scenario's als hoog-risico geldt: ten eerste wanneer het bedoeld is om te worden gebruikt als veiligheidscomponent van een product, of zelf een product is, dat onder de in Bijlage I genoemde harmonisatiewetgeving van de Unie valt en waarvoor een conformiteitsbeoordeling door een derde partij is vereist, en ten tweede wanneer het valt onder een van de gebruikssituaties in de gebieden van Bijlage III. Randnummer (448) van diezelfde concept-richtsnoeren vermeldt dat de toepassingsdatums van artikel 113 met de AI Omnibus zijn verschoven naar 2 december 2027 voor de route van artikel 6 lid 2 en 2 augustus 2028 voor de route van artikel 6 lid 1.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II, randnummer (7); sectie V, randnummer (448)
Breed gepositioneerde en general purpose AI-systemen: een disclaimer is niet genoeg
Volgens de niet-bindende concept-richtsnoeren van 19 mei 2026 over de classificatie van hoog-risico AI geldt, blijkens randnummer (12), dat wanneer de gebruiksaanwijzing, contractuele afspraken, gebruiksvoorwaarden, gebruiksbeleid, promotie- en verkoopmateriaal of technische documentatie het AI-systeem presenteren als breed toepasbaar over een veelheid van contexten en functies, en de toepassing niet consequent beperken of hoog-risico gebruik niet uitsluiten, het beoogde doel van het systeem geacht wordt ook hoog-risico gebruikssituaties te omvatten, waardoor het systeem als hoog-risico kwalificeert. Dat geldt volgens deze concept-richtsnoeren in het bijzonder wanneer dergelijk gebruik haalbaar en redelijkerwijs te voorzien is gezien de functionaliteiten en capaciteiten van het systeem. Hetzelfde randnummer stelt dat het enkel beweren, bijvoorbeeld in de gebruiksvoorwaarden, dat hoog-risico gebruik is uitgesloten, onvoldoende is wanneer de algehele presentatie, voorbeelden of productpositionering van de aanbieder dat gebruik feitelijk mogelijk maakt of bevordert, en dat beperkingen duidelijk, concreet en coherent in al het materiaal moeten worden beschreven.
Concept-richtsnoeren classificatie hoog-risico AI (19 mei 2026), hoofdstuk Algemene beginselen, sectie II.2, randnummer (12)
prEN 18229-3: AI-betrouwbaarheidskader deel 3, transparantie en menselijk toezicht
prEN 18229-3 (AI trustworthiness framework, Part 3: Transparency and human oversight) is de JTC 21-deliverable onder M/613 die ziet op de artikelen 13 en 14 AI-verordening: transparantie en informatieverstrekking aan gebruiksverantwoordelijken, en het ontwerp voor doeltreffend menselijk toezicht op hoog-risico AI-systemen. De deliverable bevond zich naar de stand van juni 2026 in het drafting-stadium. De norm is nog niet als EN gepubliceerd en is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt. Deze deliverable ziet op artikel 14 (hoog-risico) en niet op de transparantieverplichtingen van artikel 50, die sinds 2 augustus 2026 van kracht zijn.
Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.
Volledige kaart voor uw situatieUitvoering
Van verplichting naar geregeld en aantoonbaar
Weten waar u staat is stap één. Embed AI vertaalt deze verplichting naar een concrete aanpak voor uw organisatie: scope, eigenaarschap, register en bewijs.
Bekijk de aanpak van Embed AI