Ga naar de hoofdinhoud
Praxikon

Uitspraak

Rechtbank Den Haag verlaagt AP-boete voor politie om mobiele camera-auto's zonder afgeronde GEB naar 30.000 euro

Datum
Status
status niet vastgesteld
Instantie
Rechtbank Den Haag
Kenmerk
ECLI:NL:RBDHA:2024:16324; zaaknummer SGR 23/8425
Bedrag
€ 30.000

Waar het over gaat

Aan het begin van de coronacrisis werden in Rotterdam mobiele camera-auto's ingezet terwijl de politie de gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) nog niet had afgerond. De AP legde de politie op grond van de Wet politiegegevens een boete van 50.000 euro op. De rechtbank stelt vast dat er op 20 en 29 mei 2020 politiegegevens zijn verwerkt, maar dat alleen 20 mei een overtreding is, omdat de GEB na 26 mei af was. De rechtbank vindt de overtreding ernstig en verwijtbaar en ziet geen overmacht. Omdat de overtreding maar één dag duurde en herhaling bijzonder onwaarschijnlijk is, stelt de rechtbank de boete vast op 30.000 euro.

Wat dit betekent voor de praktijk

Een inzetkader of pre-GEB vervangt geen volledige effectbeoordeling met risicoanalyse en maatregelen; die moet af zijn voordat de camera aangaat. Verwerking begint pas als de camera daadwerkelijk wordt ingeschakeld, wat de duur van de overtreding en dus de boete bepaalt. Snel handelen in een crisis kan de boete verlagen, maar is geen rechtvaardiging. Voor de GEB-plicht onder de Wpg sluit de rechtbank aan bij de uitleg van artikel 35 AVG en de EDPB-richtsnoeren.

De AVG-artikelen waar het om gaat

Bron: Rechtspraak.nlgecontroleerd op 15 september 2026

Samenvatting en praktijkduiding door Praxikon. Geen juridisch advies; de bron gaat voor.

Samenhang

Wat samenhangt met deze ontwikkeling

Richtsnoeren8 van 9

Handhaving en boetes

Wetgeving in beweging