Direct antwoord
Welk bewijs moet een aanbieder kunnen laten zien onder de AI Act?
33 verplichtingen uit de AI-verordening raken dit, waarvan er 14 nu gelden.
Eerste stap: Wijs elk systeem toe aan een punt van bijlage III.
Om aan te tonen dat een aanbieder aan de AI-verordening voldoet, zijn er 3 dossiers nodig. Hieronder staat per dossier wat erin hoort en uit welke verplichting het volgt. Waarschijnlijke rol: aanbieder van een ai-systeem.
Dit geldt nu
- Artikel 111 lid 2: bestaande hoog-risico systemen en de datum 2 augustus 2030Van toepassing
- Artikel 4: AI-geletterdheidVan toepassing
- Artikelen 40 tot en met 42: normen, gemeenschappelijke specificaties en vermoeden van conformiteitVan toepassing
- Artikel 49: registratie in de EU-databank voordat het systeem de markt op gaatVan toepassing
- Artikel 4a: rechtsgrond voor biastoetsing met bijzondere persoonsgegevensVan toepassing
- Artikel 5: verboden praktijkenVan toepassing
- Artikel 50: transparantieVan toepassing
- Artikel 6, leden 1 bis tot en met 1 quater: de aangescherpte routebepalingVan kracht
- Artikel 60: testen onder reele omstandigheden buiten een testomgevingVan toepassing
- Artikel 61: geinformeerde toestemming van proefpersonen bij testen onder reele omstandighedenVan toepassing
- Artikel 72: post-market monitoringVan toepassing
- Artikel 73: melding van ernstige incidentenVan toepassing
- Artikel 75: markttoezicht, wederzijdse bijstand en de bevoegdheden van het AI-bureauVan toepassing
- Artikel 43-49: conformiteitsbeoordeling, CE en registratieVan toepassing
Komt eraan
- Bijlage III: de acht gebieden afzonderlijkper 2 december 2027
- Bijlage III: hoog-risico AIper 2 december 2027
- Artikel 10: data en datagovernanceper 2 december 2027
- Artikel 11: technische documentatieper 2 december 2027
- Artikel 12: logging en traceerbaarheidper 2 december 2027
- Artikel 13: transparantie richting gebruiksverantwoordelijkenper 2 december 2027
- Artikel 14: menselijk toezichtper 2 december 2027
- Artikel 15: nauwkeurigheid, robuustheid en cyberbeveiligingper 2 december 2027
- Artikel 16: de twaalf plichten van de aanbieder van een hoog-risico AI-systeemper 2 december 2027
- Artikel 17: kwaliteitsmanagementsysteemper 2 december 2027
- Artikel 18: bewaring van documentatieper 2 december 2027
- Artikel 20: corrigerende maatregelen en mededelingsverplichtingper 2 december 2027
- Artikel 21: samenwerking met bevoegde autoriteitenper 2 december 2027
- Artikel 6 lid 1: de productroute naar hoog risicoper 2 augustus 2028
- Artikel 71: EU-databank voor hoog-risico AI-systemen uit bijlage IIIper 2 december 2027
- Artikel 75, leden 1 bis en 1 sexies: melden en laten beoordelen bij het AI-bureauper 2 december 2027
- Artikel 8: naleving van de eisen voor hoog-risico AI-systemenper 2 december 2027
- Artikel 9: risicobeheersysteemper 2 december 2027
- Artikel 22-25: waardeketen en gemachtigdeper 2 december 2027
Wat u moet kunnen tonen
- Vastlegging van de toewijzing aan een punt van bijlage III
Per systeem: het beoogde doel in eigen woorden, het gekozen punt en letteronderdeel, de motivering, de uitkomst van de toets aan artikel 6, lid 3, met de voorwaarde waarop die uitkomst rust, of het systeem profileert, en bij een gemotiveerd nee ook de documentatie en de registratie die artikel 6, lid 4, en artikel 49, lid 2, verlangen. Ook wie het heeft beoordeeld en wanneer. Dit is het stuk waarmee u later verklaart waarom het systeem buiten scope viel.
- Registratiedossier onder Artikel 49 lid 2 voor het als niet-hoog-risico beoordeelde systeem
Het bewijs dat het systeem waarvoor u de Artikel 6 lid 3-uitzondering inroept, is geregistreerd zoals Artikel 49 lid 2 voorschrijft, met het registratienummer gekoppeld aan de onderliggende beoordeling.
- Datagovernance-dossier
Vastlegging per dataset van herkomst, keuzes, aannames, biasonderzoek en mitigaties.
Een dossier is geen document maar een aantoonbaar geheel: wie het bijhoudt, waar het staat en op welk moment het is bijgewerkt.
werving en selectie
Aanbeveling van een kandidaat die automatisch een besluit wordt
Een werkgever gebruikt een systeem dat sollicitanten rangschikt en een kandidaat voor aanname aanbeveelt. In de ene inrichting weegt een recruiter die aanbeveling mee in een eigen beoordeling; in de andere inrichting wordt de uitkomst automatisch toegepast en valt een kandidaat af zonder dat iemand ernaar kijkt.
Herkomst: De ontwerprichtsnoeren van de Commissie van 19 mei 2026 behandelen dit geval bij de vraag of een toepassing onder Bijlage III valt. Het document is een consultatieversie: niet bindend en nog niet definitief.
Toets uw wervingssysteem op het beoogde doel en niet op de vraag of een recruiter meekijkt, want het toevoegen of weglaten van menselijke tussenkomst verandert de indeling als hoog risico niet.
Ontwerprichtsnoeren classificatie hoog-risico AI, 19 mei 2026, bijlage over Bijlage III
onderwijs
AI-artikelen over EU-beleid zonder inhoudelijke toetsing
Een website publiceert automatisch AI-gegenereerde artikelen over Europees beleid. Er is een redactiestatuut op papier, maar niemand toetst de inhoud. Voor publicatie draait alleen een spellingcontrole, en een tweede AI-model kijkt de tekst na.
Herkomst: De finale richtsnoeren van de Commissie over artikel 50 behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij de transparantieplichten. Het document is niet bindend.
Een redactiestatuut op papier, een spellingcontrole en een tweede AI-model tellen niet als menselijke toetsing, dus zonder inhoudelijke feitencontrole door een mens moet u de publicatie labelen.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, 20.7.2026, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 50
media en content
AI-samenvatting van een raadsbesluit onder eindredactie
Een nieuwssite zet onder een door een journalist geschreven artikel over een recent raadsbesluit een AI-gegenereerde samenvatting. De eindredacteur leest die samenvatting inhoudelijk na, controleert de feiten en geeft akkoord voor publicatie.
Herkomst: De finale richtsnoeren van de Commissie over artikel 50 behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij de transparantieplichten. Het document is niet bindend.
Leun niet op de redactie-uitzondering zonder inhoudelijke toetsing door een deskundige en een vindbaar genoemde eindverantwoordelijke, en bedenk dat de uitzondering vervalt zodra AI na de akkoordverklaring opnieuw in de tekst ingrijpt.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, 20.7.2026, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 50
industrie en productie
AI-speelgoed beloont kinderen voor gevaarlijke challenges
Een fabrikant brengt interactief AI-speelgoed op de markt dat kinderen geboeid houdt met steeds risicovollere opdrachten, zoals op meubels klimmen, hoge planken verkennen of met scherpe voorwerpen omgaan, in ruil voor digitale beloningen en virtuele complimenten.
Herkomst: De richtsnoeren van de Commissie over verboden AI-praktijken behandelen dit geval als uitgewerkt voorbeeld bij artikel 5. Het document is niet bindend: de uiteindelijke uitleg is aan het Hof van Justitie.
Richt uw product zich mede op kinderen, beoordeel dan elk beloningsmechanisme apart, want wat bij volwassenen nog acceptabele prikkeling heet, kan bij kinderen al uitbuiting van hun nieuwsgierigheid en beloningsdrang zijn.
Commission Guidelines C(2025) 5052 final, 29.7.2025, uitgewerkte voorbeelden bij artikel 5
Geen verplicht cursusformat, geen certificaat, geen examen en geen AI-officer
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid stelt dat er geen pasklare aanpak bestaat en dat er geen strikte vereisten of verplichte trainingen worden opgelegd. Over certificering vermeldt de Q&A letterlijk dat er geen certificaat nodig is en dat organisaties een interne registratie van trainingen of andere begeleidende initiatieven kunnen bijhouden. Over toetsing vermeldt zij dat artikel 4 van de AI-verordening geen verplichting inhoudt om de AI-kennis van werknemers te meten. Over governance vermeldt zij dat er geen specifieke governancestructuur is voorgeschreven om aan artikel 4 te voldoen, zodat er anders dan bij de functionaris voor gegevensbescherming onder de AVG geen AI-functionaris hoeft te worden aangesteld. Over het niveau vermeldt de Q&A dat AI-geletterdheid na de wijziging door de Digital Omnibus een verplichting blijft voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, maar dat er geen specifiek of toereikend niveau wordt voorgeschreven en dat de verordening niet vereist dat enig specifiek niveau van AI-geletterdheid van enig individu wordt gegarandeerd. Daartegenover stelt de Q&A dat het enkel vertrouwen op de gebruiksaanwijzing van het AI-systeem of het aan personeel vragen die te lezen, mogelijk niet doeltreffend is, en dat organisaties bij het bepalen van hun aanpak rekening moeten houden met het algemene begrip van AI binnen de organisatie, met de vraag of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, met de risico's van de gebruikte systemen, met kennislacunes bij personeel gelet op technische kennis, ervaring, opleiding en training, en met contextuele factoren zoals sector, doel en getroffen bevolkingsgroepen. De Q&A vermeldt verder dat organisaties verschillende niveaus van training of leeraanpakken kunnen hanteren naargelang kennis, ervaring, opleiding en rol, en dat personeel met een opleiding of ervaring in AI-ontwikkeling normaal gesproken als AI-geletterd wordt beschouwd, waarbij de organisatie nog wel moet nagaan of die personen de specifieke AI-systemen van de organisatie begrijpen, weten hoe zij daarmee moeten omgaan en zich van alle risico's bewust zijn.
Commission Q&A on AI literacy, secties over het vereiste niveau, opleidingsvormen, certificaten, toetsing van kennis en governancestructuren (geraadpleegd op 9 augustus 2026)
Artikel 4 reikt verder dan uw eigen personeel, en de nationale toezichthouder handhaaft
De Q&A van de Commissie over AI-geletterdheid vermeldt dat artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen en daarnaast voor andere personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben, en dat het daarbij gaat om personen die in brede zin binnen de organisatorische invloedssfeer vallen, met als voorbeelden een opdrachtnemer, een dienstverlener en een client. Over clienten vermeldt de Q&A dat zij afhankelijk van het specifieke risico AI-geletterdheid nodig kunnen hebben, met als redenering dat getroffen personen moeten begrijpen hoe met behulp van AI genomen besluiten hen raken. Over het geografische bereik vermeldt de Q&A dat het juridische kader van de AI-verordening geldt voor zowel publieke als private partijen binnen en buiten de Unie, zolang het AI-systeem op de Uniemarkt wordt gebracht, in de Unie wordt gebruikt, of het gebruik ervan gevolgen heeft voor personen die zich in de Unie bevinden. Over toezicht vermeldt de Q&A dat het toezicht op en de handhaving van artikel 4 niet bij het AI Office ligt maar onder de bevoegdheid van de nationale markttoezichtautoriteiten valt, en dat toezicht en handhaving zijn aangevangen op 2 augustus 2026, terwijl artikel 4 zelf van toepassing is geworden op 2 februari 2025. Over sancties vermeldt de Q&A dat nationale markttoezichtautoriteiten boetes en andere handhavingsmaatregelen kunnen opleggen bij inbreuken op artikel 4, dat dit gebeurt op grond van nationale wetgeving die de lidstaten uiterlijk 2 augustus 2025 moesten vaststellen, dat elke sanctie evenredig moet zijn en moet worden gebaseerd op het individuele geval, rekening houdend met factoren zoals de aard en de ernst van de inbreuk en het opzettelijke of nalatige karakter ervan, en dat een sanctie waarschijnlijker is wanneer er bewijs is van een incident dat is ontstaan door een gebrek aan passende training en begeleiding. Artikel 4 wordt niet genoemd in de opsomming van artikel 99 lid 4 van de AI-verordening, die uitsluitend ziet op de artikelen 16, 22, 23, 24, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50, zodat de hoogte van een sanctie wegens artikel 4 uit het nationale recht volgt en niet uit de boeteplafonds van de verordening zelf. De Q&A vermeldt verder dat artikel 4 de bepalingen over transparantie in artikel 13 en over menselijk toezicht in artikel 14 versterkt en indirect bijdraagt aan de bescherming van getroffen personen, en dat voor gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen de verplichting uit artikel 26 om te waarborgen dat personeel is opgeleid voor menselijk toezicht een afzonderlijke eis vormt; die eis wordt van toepassing op 2 december 2027 voor zelfstandige systemen uit bijlage III en op 2 augustus 2028 voor systemen uit bijlage I.
Commission Q&A on AI literacy, secties over doelgroepen, geografisch bereik, toezicht en handhaving, en sancties (geraadpleegd op 9 augustus 2026)
AI-agents moeten zowel hun AI-aard als hun opdrachtgever bekendmaken
Punt (31) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 bepaalt dat AI-agents onder artikel 50 lid 1 vallen wanneer zij kunnen communiceren met de personen die hen instrueren of met andere natuurlijke personen bij de uitvoering van hun taken, met als voorbeelden het maken van boekingen, het beheren van correspondentie, het onderhandelen over of sluiten van contracten en het uitvoeren van aankopen. Volgens datzelfde punt moeten AI-agents zo worden ontworpen en ontwikkeld dat zij zowel hun kunstmatige aard bekendmaken als de persoon namens wie zij handelen, gelet op de noodzaak van transparantie over de oorsprong en over de delegatie van bevoegdheid en verantwoording voor de gevolgen van hun handelen. Dit geldt ook in complexe multi-agentarchitecturen waarin andere agents rechtstreeks met natuurlijke personen communiceren. Wanneer de aanbieder voor het in de handel brengen of in gebruik stellen niet betrouwbaar kan vaststellen of de agent rechtstreeks met een natuurlijke persoon zal communiceren, moet de agent op architectuurniveau zo worden ontworpen en geinstrueerd dat hij zich in elke situatie bekendmaakt waarin het redelijkerwijs waarschijnlijk is dat hij met een natuurlijke persoon in contact komt, ook wanneer die persoon een rechtspersoon vertegenwoordigt. Verder moeten agents zich ook bekendmaken aan de personen die hen instrueren, op belangrijke momenten zoals autorisatie, rapportage en validatie, mede wanneer de agent output verwerkt of gebruikt die door andere AI-systemen is voortgebracht in plaats van door een natuurlijke persoon, en bij iedere nieuwe interactie. Punt (63) voegt toe dat artikel 50 lid 2 op AI-agents van toepassing kan zijn wanneer de handeling van de agent leidt tot AI-gegenereerde of gemanipuleerde content die door natuurlijke personen waarneembaar is, terwijl tussenliggende verwerkingsstappen zoals redeneerketens en niet-waarneembare handelingen zoals een webverzoek of browseractie daarbuiten vallen.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, sectie 3.1.1, randnummer (31), en sectie 4.1.2, randnummer (63)
Artistiek of satirisch werk is niet vrijgesteld, alleen verlicht, en informatief wint altijd
Punt (119) van de richtsnoeren van 20 juli 2026 spreekt van een verzwakte transparantieverplichting voor deepfakes die deel uitmaken van evident artistieke, creatieve, satirische, fictieve of vergelijkbare werken of programma's, waarbij de verplichting beperkt is tot bekendmaking op een passende wijze die de weergave of het genot van het werk niet belemmert. Punt (120) omschrijft de categorieen: artistieke werken zijn werken gemaakt met het oog op kunst, waaronder muziek, cinematografische werken en beeldende kunst; creatieve werken vergen creatieve keuzes, waarbij werken die vooral door functionele of technische overwegingen zijn ingegeven niet als creatief gelden; satirische werken beogen samenleving, politiek, bedrijfsleven of publieke figuren te bekritiseren met humoristische technieken; fictieve werken betreffen personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen in een verbeelde maar geloofwaardige setting; vergelijkbare werken delen kernkenmerken met die categorieen zonder er precies in te passen. Punt (122) bepaalt dat het voor de natuurlijke personen die eraan worden blootgesteld evident moet zijn dat de content in een van die categorieen valt, dat de categorieen daarom strikt moeten worden uitgelegd gelet op het lichtere bekendmakingsregime en de belangen van de vrijheid van meningsuiting en van kunst en wetenschap, en dat content waarvan de aard voor het publiek mogelijk onduidelijk of dubbelzinnig is buiten dit lichtere regime valt. Relevante factoren zijn volgens datzelfde punt of de content vormen of stijlen vertoont die kenmerkend zijn voor de categorie, de context waarin de content wordt gepresenteerd, en de verwachtingen van het publiek. Datzelfde punt sluit content uit waarvan de aard uitsluitend informatief of commercieel is en als zodanig herkenbaar is, met nieuwsverslaggeving als voorbeeld, merkt op dat advertenties of documentaires in bepaalde specifieke situaties wel en in andere niet als evident creatief of fictief kunnen gelden omdat de beoordeling per geval plaatsvindt, en bepaalt dat wanneer de deepfake meerdere karakters combineert, bijvoorbeeld informatief en creatief, het informatieve karakter altijd voorgaat en de gewone labelvereisten gelden. Punt (123) benadrukt dat deze deepfakes niet zijn uitgesloten van de verplichting: de gebruiksverantwoordelijke moet de AI-oorsprong of de manipulatie nog steeds bekendmaken, maar mag dat doen op een passende wijze, en moet in elk geval voldoen aan artikel 50 lid 5. Punt (124) bepaalt dat het beroep op de verlichte verplichting geen rechtvaardiging kan zijn om de grondrechten van individuen of de rechten van rechthebbenden op grond van het Unierecht inzake intellectuele eigendom of gegevensbescherming niet te eerbiedigen. Als voorbeelden binnen de categorieen noemt het document films met door AI verjongde bestaande acteurs of digitale replica's van overleden acteurs, door AI gegenereerde muziek in de stijl van bestaande artiesten, en een door AI gemanipuleerde afbeelding van een bestaande politicus in een scene die duidelijk bedoeld is als humoristische kritiek. Buiten de categorieen vallen volgens het document onder meer een door AI gemanipuleerde video in de stijl van een teleshoppingkanaal, door AI gegenereerde beelden van beroemdheden die suggereren dat zij betrokken waren bij activiteiten die nooit hebben plaatsgevonden, en een door AI gemanipuleerde video met een realistische synthetische influencer die uitsluitend de functionaliteiten van een gesponsord product toont.
Commission Guidelines C(2026) 5054 final, sectie 6.1.3, randnummers (119) tot en met (124), en de bijbehorende voorbeeldenlijsten
EN 18286:2026: kwaliteitsmanagementsysteem voor AI Act-doeleinden
EN 18286:2026 (Artificial intelligence: Quality management system for EU AI Act regulatory purposes) is opgesteld door CEN/CLC/JTC 21 onder standaardisatieverzoek M/613 en is op 12 juli 2026 door CEN-CENELEC goedgekeurd. Het is de eerste JTC 21-deliverable die het publicatiestadium bereikt. Volgens een gepubliceerde dekkingsverklaring bij de norm, die nog niet door een tweede onafhankelijke bron is bevestigd, ziet de norm op artikel 17 lid 1 punten a tot en met m en op artikel 11 lid 1 eerste zin, en uitdrukkelijk niet op artikel 17 leden 2 tot en met 4 en artikel 72. De norm is op dit moment NIET met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt. Het vermoeden van conformiteit van artikel 40 treedt pas in na die bekendmaking.
EN ISO/IEC 42001: managementsysteem voor kunstmatige intelligentie
ISO/IEC 42001:2023 is de eerste certificeerbare internationale norm voor een AI-managementsysteem, gepubliceerd op 18 december 2023 en opgebouwd volgens de plan-do-check-act-cyclus. De tekst is ongewijzigd overgenomen als EN ISO/IEC 42001:2026, goedgekeurd door CEN op 13 maart 2026, met nationale invoering door de aangesloten normalisatie-instituten. Deze adoptie is geen deliverable onder standaardisatieverzoek M/613: de norm is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt en geeft dus geen vermoeden van conformiteit onder artikel 40. Voor artikel 17 is EN 18286:2026 de aangewezen deliverable onder M/613; ook die norm is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt.
ISO/IEC 12792: transparantietaxonomie van AI-systemen
ISO/IEC 12792:2025 (Information technology: Artificial intelligence: Transparency taxonomy of AI systems) is in november 2025 gepubliceerd door ISO/IEC JTC 1/SC 42. De norm specificeert een taxonomie van informatie-elementen waarmee betrokkenen kunnen bepalen welke transparantie-informatie nodig is, en beschrijft de betekenis van die elementen en hun relevantie voor de doelen van verschillende belanghebbenden. De tekst is als Europese norm overgenomen als EN ISO/IEC 12792:2025. De norm is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt en geeft dus geen vermoeden van conformiteit onder artikel 40 AI-verordening. Voor artikel 13 is prEN 18229-3 de aangewezen deliverable.
ISO/IEC 23894: leidraad voor risicomanagement van AI
ISO/IEC 23894:2023 (Information technology: Artificial intelligence: Guidance on risk management) is in februari 2023 gepubliceerd en is de eerste internationale norm die specifiek ingaat op risicomanagement voor AI. De norm is niet-voorschrijvend en is opgebouwd op de structuur van ISO 31000. De tekst is door CEN-CENELEC overgenomen als EN ISO/IEC 23894:2024. De norm is niet met referentie in het Publicatieblad bekendgemaakt en geeft dus geen vermoeden van conformiteit onder artikel 40 AI-verordening. De deliverable die dat wel beoogt te doen voor artikel 9 is prEN 18228.
- Bijlage III, punt 1: biometrie
- Bijlage III, punt 1, zoals dat punt in de verordening staat, met zijn letteronderdelen en de daarin genoemde uitzonderingen.
- Bijlage III, punt 2: kritieke infrastructuur
- Bijlage III, punt 2, zoals dat punt in de verordening staat, met zijn letteronderdelen en de daarin genoemde uitzonderingen.
- Bijlage III, punt 3: onderwijs en beroepsopleiding
- Bijlage III, punt 3, zoals dat punt in de verordening staat, met zijn letteronderdelen en de daarin genoemde uitzonderingen.
- Bijlage III, punt 4: werkgelegenheid en personeelsbeheer
- Bijlage III, punt 4, zoals dat punt in de verordening staat, met zijn letteronderdelen en de daarin genoemde uitzonderingen.
Algemene duiding, geen juridisch advies. Getoetst aan Verordening (EU) 2024/1689 en de Digital Omnibus (EU) 2026/1744; de officiële bron blijft leidend.
Volledige kaart voor uw situatie